Andreotti-Berlusconi, één strijd

Italië reageerde geschokt, zo zegden en schreven de media na de veroordeling van Giulio Andreotti, zeven maal eerste minister van Italië, tot 24 jaar gevangenis. Andreotti was in beroep veroordeeld als opdrachtgever van de maffiamoord op journalist Mino Pecorelli. Is Italië dan decennia lang geregeerd geweest door lieden die met de maffia heulden, luidde de vraag. Een vraag waar de meeste Italianen toch al lang het antwoord op kennen: ja. Wat echter veel minder uit de verf kwam, is het feit dat achter deze moord een affaire schuilt, de «zaak Rovelli », waarin ook de naaste omgeving van huidig premier Silvio Berlusconi betrokken is, de premier incluis. Het vonnis Andreotti leert dan ook zeer veel over de Italiaanse politiek vandaag.

Andreotti kon na het vonnis op veel sympathie rekenen. Vooral politici van de rechtse meerderheid vonden het verdict ongehoord en hadden de mond vol over een onrechtvaardige politiek gemotiveerde uitspraak. Kardinaal Angelini sprak hem bemoedigende woorden toe: na deze calvarie komt de herrijzenis, beloofde hij. President Carlo Azeglio Ciampi betuigde zijn medeleven. Berlusconi noemde Andreotti een slachtoffer van gepolitiseerde sectoren van de magistratuur. Verscheidene welmenende kranten noemden het ongehoord dat aldus een kopstuk van decennia democratisch leven als een vulgaire trawant van de maffia werd veroordeeld.

Lijden al die mensen aan geheugenverlies? Andreotti was zowat de belangrijkste politicus van wat later het CAF-systeem werd genoemd, naar Craxi, Andreotti en Forlani, drie kopstukken van de zogenaamde "Eerste Republiek" die in 1992-1994 bedolven onder de corruptieaffaires ten onder ging. Journalist Giorgio Bocca herinnerde er toch even aan dat Andreotti als jongeman contact zocht met de fascisten van de "Republiek van Saló" en dat zijn banden met maffiabazen voor niemand een geheim waren.

Andreotti was alleszins de grote politieke verantwoordelijke voor de straffeloosheid waarvan de maffiabazen tot 1992 genoten. Zolang hij macht had, en dat was tot 1992 zeer veel, ondervonden de maffiajagers vanuit Rome vooral tegen werking, terwijl maffiabazen in moeilijkheden meestal konden reken en op Corrado Carnevale, rechter bij het Hof van Cassatie. Die vond immers altijd wel procedurefouten waardoor de vonnissen tegen die maffiabazen nietig werden verklaard. Carnevale was (en is) ook een goede vriend van Andreotti.

Toen dat trucje niet meer werkte, vermoordde de Siciliaanse maffia Salvo Lima, kopstuk van de Siciliaanse christen-democratie en een van Andreotti’s beste politieke vrienden. Die man was wel jarenlang verkozen geweest (als burgemeester van Palermo, als Europarlementslid) met de stemmen van de maffia, maar die moord was een signaal aan Andreotti dat hij de bescherming moest herstellen.

De cheques van de president

Maar Andreotti is niet daarom veroordeeld. Wel als opdrachtgever van de moord op 20 maart 1979 op journalist Pecorelli. Het ging hier wel om een zeer speciaal soort journalist, iemand die nauwe banden had met kringen van de geheime diensten die zelf in of rond de samenzweerdersloge P2 zaten. Pecorelli gaf een blad uit, O.P., dat in maart 1978 een weekblad was geworden, de maand waarin de christen-democratische leider Aldo Moro door de Rode Brigades was ontvoerd (en na 55 dagen werd vermoord). Pecorelli onthulde de inhoud van brieven die Moro tijdens die 55 dagen had geschreven; daarin had Moro het onder meer over de banden tussen Andreotti en maffiabankier Michele Sindona. Pecorelli schreef ook dat de ontvoering van Moro een politieke operatie was om de communisten van de macht weg te houden (Moro was op het ogenblik van zijn ontvoering aan het onderhandelen om de communistische PCI wel bij de macht te betrekken). Hij liet er geen twijfel over bestaan dat Andreotti niet wou dat Moro vrijkwam en alle pogingen tot vrijlating saboteerde.

Er was echter meer. Pecorelli maakte begin 1979 een nummer van OP dat nooit is verspreid. Hij had het daarin over de ‘assegni del presidente’, "de cheques van de president", die president zijnde minister-president Andreotti. Hij wist te vertellen dat Andreotti voor ca. vier miljoen euro steekpenningen had gekregen van oliebaron Nino Rovelli.

Die man had via ingewikkelde constructies een olierijk uitgebouwd dat voor een belangrijk deel fictief was. Zo had hij zeer veel overheidssubsidies en goedkope leningen gekregen voor bedrijven die niet bestonden. Het geld ging voor een deel naar fiscale paradijzen als Liechtenstein, terwijl Rovelli’s onderneming Sir steeds meer schulden opbouwde, tot 4.000 miljard lire (drie miljard euro) in 1978. Er was een gerechtelijk onderzoek naar zwarte fondsen, omkoperij, vervalste boekhouding en dergelijke gekomen, maar magistraten in Rome zetten het onderzoek op een zijspoor. De regering Andreotti richtte met een speciale wet een bankconsortium op om Rovelli’s vel te redden. (Rovelli zou later, in 1982, het lef hebben een eis tot schadeloosstelling in te dienen. Hoe absurd het ook lijkt, een Romeinse rechter stond dat elf jaar later toe, waarop de staat Rovelli’s erfgenamen bijna 400 miljoen euro, na aftrek van belastingen, moest betalen. En hier duikt Berlusconi’s boezemadvocaat Cesare Previti op).

In 1979 schreef Pecorelli over het geld dat Andreotti had gekregen. Maar OP werd niet verspreid, want een gezant van Andreotti betaalde Pecorelli bijna 100.000 euro om het nummer in te houden – wat dan ook gebeurde. Pecorelli werd kort daarop vermoord, volgens superpentito (spijtoptant) wijlen Tomasso Buscetta door de clan van Bontate en Badalamenti, zeer grote Siciliaanse maffiabazen die daarmee Andreotti een – gevraagde – wederdienst bewezen.

Previti

In Milaan had al jaren geleden een proces moeten plaats vinden tegen Cesare Previti, topadvocaat van Berlusconi’s Fininvest én topadviseur van Berlusconi zelf. Previti zit er voor zeer veel tussen dat Berlusconi in 1993 in de politiek stapte om zo zichzelf en zijn vrienden tegen de justitie te beschermen. Na de zege van Berlusconi’s rechtse alliantie bij de verkiezingen van 1994 wou Previti zelf minister van Justitie worden. Maar dat vonden ze zelfs in het rechtse kamp wel wat gortig, de man was toen immers al genoemd in tal van omkoopschandalen. Hij werd dan toch minister van Defensie.

Sindsdien zorgde Berlusconi er steevast voor dat Previti parlementaire onschendbaarheid genoot. In het vorige parlement was er een voorstel om zijn parlementaire onschendbaarheid op te heffen. Maar Previti had bij zogenaamd centrum-links meer dan voldoende vrienden om zich daartegen te verzetten. Intussen werden de processen over omkoperij van magistraten in Rome op de lange baan geschoven, onder meer omdat Previti altijd zijn drukke bezigheden in riep om niet op de zittingen te verschijnen.

Vorig jaar kwam rechts weer aan de macht en werd Berlusconi weer premier. Net zoals in 1994 was de strijd tegen magistraten die hun werk ernstig willen doen, een van de grote prioriteiten. Het kwam er voor Berlusconi en Previti vooral op aan dat er geen veroordeling zou komen in de zaak van de omgekochte Romeinse rechters. Want het gaat niet om details: in het ene geval, het proces Imi-Sir, luidt de beschuldiging onder meer dat Previti een magistraat omkocht om dat bizarre vonnis ten gunste van de familie Rovelli uit te spreken. Daarnaast is er ook de aanklacht dat Previti de magistraat omkocht die de uitgeverij Mondadori toewees aan Berlusconi ten nadele van rivaal Carlo De Benedetti.

De arrogantie van Previti wekt zelfs ongenoegen in zijn eigen kamp. Commentator Angelo Panebianco schreef in de Corriere della Sera dat het toch wel straf is dat Previti ter zijner verdediging aanvoert dat hij fiscale fraude pleegde in verband met het "ereloon" van 21 miljard lire (ca 10 miljoen euro) dat hij indertijd van de erfgenamen Rovelli ontving. Over zijn ban den met medebeschuldigde advocaat Pacifico vertelt Previti dat die hem alleen maar hielp om zwart geld uit Zwitserland terug te halen. Kortom, om aan de beschuldiging van omkoperij van een rechter te ontkomen, verklaart Previti zich schuldig aan fiscale fraude op grote schaal. En toch blijft de man parlementslid.

Intussen heeft rechts een wet gemaakt op maat van Berlusconi en Previti, namelijk de wet Cirami, naar de indiener ervan. Krachtens Cirami kan een beklaagde nu eisen dat het proces naar een andere stad wordt verplaatst als hij/zij de rechtbank bevooroordeeld acht. Vandaar dat Previti en Berlusconi eisen dat de zaak wordt weggehaald uit Milaan met zijn corruptiebestrijders.

Verontwaardiging

Het is de woede over die aanslag op elke normale rechtspraak die begin dit jaar tot de eerste girotondi (rondtochten) in talrijke Italiaanse steden leidde. Aan de basis is de verontwaardiging zeer groot, maar de leiders van de centrum-linkse oppositie blijven erg op de vlakte, zij willen met rechts over justitie praten, alsof er nog veel te praten valt. Binnen de DS (Linkse Democraten) groeit het verzet tegen de collaboratie houding van Piero Fassino en andere kopstukken die het alweer op een akkoordje met Berlusconi trachten te gooien.

Nochtans bewijzen de opeenvolgende massale demonstraties hoe sterk de druk in de samenleving is om deze tegen de borst stuitende toestanden harder aan te pakken. De recente anti-oorlogsbetoging in Firenze met rond 750.000 deelnemers en de honderdduizenden deelnemers aan de betogingen tegen de anti-sociale begroting bewijzen dat. Zij geven hoop aan al wie zich in Europa en daarbuiten verzet tegen de liberale mondialisering.

Maar de regering Berlusconi doet lustig verder. Mediamagnaat Berlusconi gaat deze keer nog verder dan in 1994 met de controle over zijn grote concurrent, de overheidszender Rai. Journalisten als Biagi en Santoro, van wie niemand de bekwaamheid durft betwisten, zijn weggestuurd, de vijfkoppige raad van bestuur (Cda) danst naar de pijpen van de concurrentie die er alle belang bij heeft dat de Rai ontmanteld wordt. Maar de kliek Berlusconi gedraagt zich zó arrogant dat zelfs een lid van de rechtse meerderheid eind november ontslag nam in navolging van de twee leden van centrum-links, zodat er nog slechts twee leden overbleven.

En intussen hoeven de maffiabazen zich weinig zorgen te maken, de strijd tegen de maffia is zeker géén prioriteit van deze regering.

(Uitpers, nr. 36, 4de jg., december 2002)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 60 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook