Anders denken, anders leven

Jason Hickel deed het weer. Een dik boek schrijven over een zeer actueel onderwerp, de juiste pertinente vragen stellen en antwoorden geven waarbij je op elke bladzijde denkt, echt? Kan het niet anders? Er is ontzettend veel in dit boek waar ik het niet mee eens ben, maar wellicht is het allerbelangrijkste wat de laatste zin van het boek zegt: ‘Niets is zo machtig als een vraag’ (p.255).

Het lijdt inderdaad geen twijfel dat de ecologische crisis niet kan opgelost worden binnen het huidige kapitalistische systeem, zomin als een moderniteitsdenken houdbaar is met een mensheid die de natuur domineert. Het kan niet anders of we moeten leren om anders te denken, om onze economische en filosofische uitgangspunten onder de loep te leggen.

Jason Hickel doet dat op een uitstekende manier en geeft een goed overzicht van wat binnen het ecologisch denken de nieuwe kennis aan het worden is: het afschrijven van de moderniteit, ze herleiden tot kolonialisme en slavernij, ze interpreteren als dualistisch denken wat dan wordt afgezet tegen het holistisch denken van animistische inheemse volken, het beklemtonen van de grote eenheid tussen mensen, dieren en planten. Met daaraan gekoppeld het besluit dat we moeten afzien van economische groei, dat groene groei niet mogelijk is, dat geo-engineering een natte droom is, dat kernfusie nog wel even zal uitblijven.

De antwoorden ontbreken evenmin:  we moeten vooral naar gedragsveranderingen, een eind maken aan de geplande veroudering van producten, de reclame beperken, bezit omzetten in gebruik, een eind maken aan de voedselverspilling en industrieën die slecht zijn voor de ecologie verkleinen.

Ont-groeien betekent in die context niet dat het bruto binnenlands product moet, dalen, maar wel dat we minder materiaal en energie moeten verbruiken en dat we naar een nieuw economisch systeem moeten. Vandaar dat binnen het kapitalistische systeem geen enkele oplossing te vinden is. We moeten iets anders bedenken.

Zonder ideologie?

Ik was onlangs op een bijeenkomst met Europese vrienden, geen marxisten maar uitgesproken en oprechte vooruitstrevende mensen, waarvan sommigen beweerden dat groen denken per definitie boven elke ideologie staat.

Dat klopt niet, zomin als elk sociaal beleid ook links is. Stellen dat we het kapitalistische pad moeten verlaten is één ding, uitzoeken hoe dat moet kan tot heel bizarre conclusies lijden. Want kapitalisme afwijzen omdat het deel uitmaakt van en onlosmakelijk verbonden is met de moderniteit, betekent ook dat de keerzijde van die modernistische medaille, het socialisme, eveneens in de prullenbak belandt.

Jason Hickel neemt uitgesproken anti-kapitalistische standpunten in maar door de moderniteit te herleiden tot een tegenstelling tussen dualisme en animisme komt hij op een slibberig pad terecht. Volgens hem zijn het enkel inheemse denkers die het niet-dualistische denken op een interessante manier doortrekken. De voorbeelden geven echter wel te denken. Bij animistische inheemse volken, zo stelt de auteur, zijn het de sjamanen die weten hoeveel je mag eten, plukken en doden (p. 224), bovendien gebeurt dit telkens met ‘voorzichtig decorum en rituelen van respect’ (p. 68), om de ‘verbolgenheid van de aarde’ (p. 68) te vermijden. Als je bomen kapt moet je dat doen met dankbaarheid, voeding is een cadeau, geen recht. Uiteindelijk regelt de natuur zichzelf, de ‘kariboepopulatie wordt door de wolven binnen de perken gehouden’ (p.238), de ‘wereld is als een superorganisme dat zichzelf automatisch reguleert om het leven in stand te houden’ (p. 239). Je mag er niet aan denken hoe volken elkaar in de pan hakten en nog zullen hakken als je dit laat gebeuren.

Er is voor Jason Hickel geen enkel oorzakelijk verband tussen hogere inkomens en een hogere levensverwachting of meer welzijn, een paar bomen in de straat of een goede boswandeling kunnen meer positief effect sorteren.

En zo komt het dat de auteur wel wijst op de grote rol van openbare voorzieningen en het zelfs over de openbare sauna’s in Finland heeft, maar er tegelijk op wijst dat sociaal beleid ook groei vergt en dat een kortere werkweek er automatisch zal toe leiden dat mensen meer voor elkaar gaan zorgen en meer vrijwilligerswerk zullen doen.

Dat verhaal kennen we natuurlijk al lang en daarom denk ik dat dit boek uiterst welkom is, precies om aan te geven waar de auteur de foute bocht maakt.

Het afschrijven van de moderniteit is een heel gevaarlijk standpunt op een ogenblik dat de wereld wordt bedreigd door uiterst rechts en een nieuw fascisme. Die moderniteit gelijk stellen met kapitalisme, kolonialisme en slavernij is feitelijk fout, hoezeer ze een voor een ook te veroordelen zijn. Spanje dat Amerika ‘ontdekte’ en de bevolking er uitmoordde was alles behalve een kapitalistisch land. Wat werd ingevoerd was een feodalisme dat slechts eeuwen later verdween. Het deed daarom erg warm aan het hart het voorwoord van Dirk Holemans te mogen lezen die duidelijk maakt dat ‘business as usual’ niet langer mogelijk is, en dat we daarom moeten nadenken over hoe ‘onze moderniteit te moderniseren’ (p. 13) en niet, zo voeg ik er aan toe, te denken dat het vroeger beter was.

Het tweede opmerkelijke punt bij Jason Hickel is dat hij volkomen voorbij gaat aan het werk van Philippe Descola, een vakgenoot antropoloog, hoogleraar bij het Collège de France en nochtans vernoemd in het dankwoord van de auteur. Descola ziet in zijn studie een echt universeel gegeven verschijnen. Elke eenheid – mens, dier, plant, voorwerp – bestaat uit een lichaam en een geest, een materialiteit en een interioriteit. Lichaam noch geest hoeven een-voudig te zijn, iets of iemand kan meerdere zielen of lichamen hebben, maar de tegenstelling tussen beiden is universeel. Descola stelt vier verschillende ontologieën vast in de wereld: animisme – naturalisme – totemisme en analogisme. Ze verschillen van elkaar door de andere manier waarop ze lichamelijkheid en interioriteit tegenover elkaar laten staan, in continuïteit of in discontinuïteit. Wij, modernen, leven in het naturalisme, met een continuïteit in lichamelijkheid (evolutionisme) en discontinuíteit in interioriteit. Dit is dus iets heel anders dan het dualisme wat Hickel voorstelt. Descola wijst er ook op hoe moeilijk het is van het ene systeem naar het andere over te stappen, hoe geen enkele wetenschappelijke benadering tot hier toe dit naturalisme heeft weten te ontkrachten, en hoe geen enkele van de vier ontologieën het goede antwoord volledig in handen heeft. Wederkerigheid tussen mensen en niet-mensen noemt Descola ‘eerder pathetisch’ want de verloren onschuld van een wereld waarin planten, dieren en voorwerpen “medeburgers” zijn blijft verloren.

De moderniteit lijdt zeker onder een gebrek aan verbondenheid met de natuur, maar het enige wat we kunnen doen om ‘anders te denken’ is niet de natuur vs de cultuur stellen, maar wel zoeken naar de relatie tussen continuíteit en discontinuíteit. En leren van elkaar.

Het probleem met ecologen als Hickel is dat ze te makkelijk voortbouwen op een christelijke ingesteldheid van de door God geschapen mens als deel van de natuur in een ‘keten van het zijn’ en die natuur dan maar als een gegeven aanvaarden. Juist daarin zit het gevaar want op die manier verdwijnt ook het idee van echte verandering, alles heeft immers zijn plaats in de natuur, ook de mens. Ben je geboren als slaaf, als lijfeigene, als arbeider of als vluchtelingenkind, dan is dat zo. De natuur regelt zichzelf en je kan dan wel zeggen anti-kapitalistisch te zijn en openbare voorzieningen te willen, maar een echt andere wereldorde zit er niet in. Om het met een boutade te zeggen, en wat ik in Brazilië onlangs te horen kreeg, een goede democraat moet luisteren naar de bomen. Dat zal zeker geen kwaad kunnen, maar is het niet beter om mensen een échte stem te geven en daarnaar te luisteren?

Duidelijke keuzen

Vandaar dat ik dit boek echt zeer sterk wil aanbevelen aan alle linkse en progressieve mensen die op zoek zijn naar echte oplossingen, zonder hun geloof in materialisme en vooruitgang op te geven. Jason Hickel heeft gelijk wanneer hij de fanaten van het ecomodernisme met de vinger wijst, maar dat betekent nog steeds geen ‘terugkeer naar de natuur’ en naar het verleden.

Bovendien is er op dit ogenblik vooral een grote behoefte aan een strategie in plaats van aan wensdenken. Hoe logisch ‘reclame beperken’ en ‘voedselverspilling tegengaan’ ook klinken, de vraag naar hoe je de machtsrelaties in deze wereld verandert is daarmee nog niet beantwoord. Evenmin hoe je mensen zo ver krijgt dat ze het wegvallen van hun citytrip of tropisch zwembad niet als een achteruitgang beschouwen want de COVID-lockdowns leren ons interessante lessen op dit vlak.

Jason Hickel danst op twee benen, en in dit boek kan je leren waar dat tweede been een stap zet die we beter vermijden. Moderniteit draait om ‘rede, autonomie, democratie, vrijheid en gelijkheid’ stelt Dirk Holemans terecht in zijn voorwoord, voeg daar een fundamenteel zorgperspectief aan toe, voor mens, maatschappij en natuur. Er zijn inderdaad ‘andere wijzen van in de wereld staan’, Jason Hickel mist net op het verkeerde moment de juiste afslag. Lezen dat boek, om te weten hoe het anders kan en moet en te vermijden dat de ecologie in een rechtse ideologie dreigt te verzanden.

Er is in ons taalgebied nog maar erg weinig verschenen dat het ‘nieuwe groene anti-moderniteitsdenken’ zo helder uitlegt, alleen daarom zou dit verplichte lectuur moeten zijn. En voor wie Frans leest, kijk ook eens uit naar Philippe Descola en Serge Audier. Om de ecologische crisis op te lossen moeten we durven denken aan een moderniteit die mens en natuur verbindt, niet aan een 7410terugkeer van bijgeloof en schrik van donder en bliksem.

 

 

 

 

Minder is meer Boek omslag Minder is meer
Jason Hickel
EPO
2021
978 94 6267 281 9
(Visited 111 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers