Amerikaanse wapentransporten op Belgisch grondgebied: gesprek met Dirk Van der Maelen

Dirk Van der Maelen, fractieleider SP.A in Kamer, in gesprek met Uitpers:

"De transporten van Amerikaans oorlogsmateriaal op ons grondgebied gebeuren krachtens overeenkomsten die een erfenis zijn van de Koude Oorlog. Maar we hebben niet eens inkijkrecht in die overeenkomsten. Ik vind dat al die overeenkomsten moeten vervangen worden door nieuwe die niet langer geheim zijn, maar openlijk gekend. Bovendien, en dat is belangrijk, moet er daarin een veiligheidssleutel komen die het mogelijk maakt om bij operaties zonder VN-goedkeuring nee te zeggen."

 

Hoe is de verrassende houding van de Belgische regering in de crisis rond de Amerikaanse oorlogspolitiek te verklaren? Hebben de vredesbeweging en de publieke opinie hier doorgewogen?

Om die houding te verklaren, zijn er twee belangrijke elementen. Ten eerste is dit een regering met rood en groen die beide een pacifistische achtergrond hebben. Hun gewicht weegt door op de besluitvorming van de regering. Een tweede element is doodgewoon dat de Verenigde Staten een heel slecht dossier hebben. Ze kunnen geen enkele objectieve reden aanvoeren om Irak aan te vallen. Er gaat geen onmiddellijke dreiging van uit. Intuïtief voelen de mensen in de straat én de politici dat aan. Joschka Fischer vatte het bondig samen door de Amerikanen te zeggen "You don’t have a case". De Amerikanen hebben onze regering dus zeker niet kunnen overtuigen. Andere Europese regeringen volgen de Amerikanen wel, uit Atlantische obsessie zoals bij Blair, of omdat het gewoon rechtse regeringen zijn, zoals die van Aznar en Berlusconi.

Bij de liberalen speelt ook de Europese invalshoek sterk mee. Zij beseffen dat de cohesie van de EU op het spel staat. We beleven nu een scharniermoment in de Transatlantische relaties.

Denkt u dat de vredesbeweging nu voor langere tijd een factor van gewicht is in de Belgische politiek, een beweging waar de overheid niet kan naast kijken?

De betogingen van midden februari hebben alleszins zwaar doorgewogen op de politiek. Al de wie op de Amerikaanse lijn zat, was erg onder de indruk. De betogingen waren massaal ondanks het feit dat er niet massaal was gemobiliseerd. Die spontaneïteit doet denken aan de eerste anti-raketbetogingen van weleer.

Is de houding van de Belgische regering toch niet dubbelzinnig? Want de wapentransporten ter voorbereiding van de oorlog worden door de overheid niet gehinderd. Wat vindt u van de actievoerders die dat wel doen? Wat vindt uw partij daarvan?

Dit is een netelig probleem, een zwak punt in de opstelling van de regeringsmeerderheid. Onze visie is dat de Verenigde Staten na 11 september hegemonistisch en unilateraal optreden, dat ze schaamteloos het eigenbelang laten voorgaan op de internationale rechtsorde, dat ze internationale afspraken afbreken. Wat wij voor ogen hebben is een internationale rechtsorde, multilateraal opgebouwd rond de VN.

De transporten van Amerikaans oorlogsmateriaal op ons grondgebied gebeuren krachtens overeenkomsten die een erfenis zijn van de Koude Oorlog. Maar we hebben niet eens inkijkrecht in die overeenkomsten. Ik vind dat al die overeenkomsten moeten vervangen worden door nieuwe die niet langer geheim zijn, maar openlijk gekend. Bovendien, en dat is belangrijk, moet er daarin een veiligheidssleutel komen die het mogelijk maakt om bij operaties zonder VN-goedkeuring nee te zeggen. Dit moet een onderdeel zijn van het herbekijken van de Transatlantische relaties en van een nieuwe visie op de NAVO. Ik ben een "koele minnaar" van de NAVO. We moeten die alliantie niet opblazen, het zou onverstandig zijn alle betrekkingen op militair vlak met de VS plots door te knippen. Ik ben wel voor een Europese defensiecapaciteit. In afwachting moeten we de relaties met de VS overeind houden, maar dan wel op een nieuwe leest, in wederzijds respect. De NAVO had oorspronkelijk alles van een klassiek conservatief huwelijk: de man als baas, de vrouw moet volgen. Nu moeten we de basis leggen van een LAT-relatie waarin elkeen in volle onafhankelijkheid beslist.

Op de betoging van 15 februari vielen enkele aanwezigheden op: die van de MR en van minister Durant bijv. Maar er waren ook opvallende afwezigen: de VLD en de ministers van uw partij.

Wat mijn partij betreft houden wij ons als tientallen jaren aan de regel dat onze ministers niet mee opstappen in betogingen die een signaal aan de regering, en dus henzelf, zijn. Ge moet uzelf geen boodschap sturen, ge moet niet tegen uzelf betogen.

Wat vindt ge van de oppositiepartij CD&V die de regering nu verwijt die transporten toe te laten? Is die partij geloofwaardig met haar deelname aan de betoging van 15 februari, rekening houdend met de positie van bijv. Eyskens.

De CD&V heeft een zwalpende houding. Aanvankelijk nam ze haar klassieke pro-Atlantische positie in. Maar onder druk van de publieke opinie veranderde ze haar opstelling. Alhoewel, De Crem kan niet weerstaan aan de verleiding om de regering de verwijten van enkele buitenlandse partners voor de voeten te gooien.

Is achteraf beschouwd de komende uitbreiding van de EU, rekening houdend met de slaafse houding van enkele nieuwe lidstaten tov Washington, geen slechte zaak voor de cohesie van de EU?

De verwijten die de Franse president Chirac hen in dat verband toestuurde, waren misschien niet erg gelukkig uitgedrukt, maar hij heeft wek een punt. We moeten inderdaad opletten dat we niet in een situatie terechtkomen waarin de EU zware inspanningen van solidariteit doet om de nieuwe leden in onze richting te laten evolueren, terwijl ze anderzijds blindelings de VS volgen. Ze moeten er zich van bewust zijn dat toetreding tot de EU bepaalde consequenties heeft. Wat ons als Europeanen zeer moet storen is dat ze zich met de "brief van de acht" voor de kar lieten spannen van de volgzame Britten en Spanjaarden, terwijl ze geen enkel signaal hadden gegeven daarover een debat te willen. De brief was in volle voorbereiding terwijl de EU-top bijeenzat. Dat was duidelijk dubbelspel waaraan Polen, Hongaren en Tsjechen hebben meegedaan.

Anderzijds moeten we wel opmerken dat de nieuwkomers zich inzake tal van andere problemen wel ‘Europees’ opstelden, bij voorbeeld inzake milieuovereenkomsten en het Internationaal Strafhof. In de VN zitten ze qua stemgedrag op de Europese lijn. Maar inzake Irak oefenen de Amerikanen zware druk op die landen uit. De Amerikaanse diplomatie wringt hen de arm om.

We moeten met de Europese Conventie proberen op het vlak van defensie en buitenlands beleid tot een ‘kern-Europa’ te komen, of tot mechanismen voor een versterkte samenwerking om de Europese stem in de wereld sterker te laten doorklinken.

Het is toch wel opvallend dat de felste Amerikanofiele regeringen geleid worden door zgn. sociaal-democraten die bijna allen uit de communistische nomenklatura komen. Leidt dat niet tot tegenstellingen binnen de Socialistische Internationale?

We zitten binnen de SPE, de socialistische partijen van de EU, alleszins al met grote onenigheid. Denk al maar aan de tegenstelling Blair-Schröder. De SPE maakt in deze crisis haar rol niet waar.

U zei onlangs de «affaire Nepal » te betreuren. Bedoelt u daarmee uw eigen houding en die van uw partij te betreuren en dat u de zaak nu anders zou aanpakken?

Mijn standpunt was van in het begin dat die wapenlevering niet kon doorgaan. Er zijn lange discussies geweest in de coalitie en in mijn partij en in geen van beide haalde mijn standpunt een meerderheid. Ik zat natuurlijk met het probleem dat ik als woordvoerder van de fractie het standpunt van de partij moest verkondigen.

Kunnen de Nepal-affaire, de huidige crisis rond Irak en de Belgische houding daarin als neveneffect hebben dat expertise inzake buitenlandse politiek in de Belgische politiek wordt geherwaardeerd?

In de Nepal-affaire is nogmaals gebleken dat er in het parlement weinig gekozenen zitten die een expertise inzake buitenlands beleid hebben. Ik ben nu veertien jaar in het parlement en stel vast dat er steeds minder belang wordt gehecht aan buitenlandse politiek. De debatten in de commissie buitenlandse zaken verliepen vroeger met meer kennis van zaken dan nu. Electoraal rendeert het ook niet zich daar mee bezig te houden. Kijk maar naar de kandidatenlijsten van Agalev: de experts buitenland worden opzij geschoven. We zitten nu met een zap-politiek: politici gooien zich ineens op het thema van de dag, zonder enige opvolging. In de Nepal-affaire viel het op hoe oppositieleden veel misbaar maakten rond de wapenwet, terwijl ze zich daar anders nog nooit mee bezig hadden gehouden.

Nu is er natuurlijk wel de Irak-crisis. Maar zodra het thema niet meer acuut is, zal de belangstelling voor wat er nadien gebeurt, wegdeemsteren.

(Uitpers, nr. 39, 4de jg., maart 2003)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 48 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook