Amerikaanse senator verwerpt aanpak van zijn regering tegen Venezuela

· 12 augustus 2020 Like
Nicolás Maduro (links) en Juan Guaidó (rechts) https://commons.wikimedia.org )

De VS wil Maduro weg uit Venezuela. Dat is duidelijk. Hun kandidaat heet Juan Guaidó, maar daar is niet iedereen onverdeeld gelukkig mee. Hij riep zichzelf uit tot interim-president. Kort daarop werd hij door de VS en de overgrote meerderheid van de westerse landen erkend en ondersteund als de echte president. In het begin kon hij nog rekenen op een meerderheid van de oppositiepartijen. Als president Maduro maar de laan uitgestuurd werd. Maar naarmate de tijd verstreek, Guaidó zelfs mikte op een militaire invasie van de VS in zijn land en hij terrein begon te verliezen, haakte de oppositie gedeeltelijk af. En zo was de interne verdeeldheid van de oppositie open en bloot te zien. De oude Hardliner Elliot Abrams kwam daarover in botsing met de democratische senator Chris Murphy. Een blik in de interne keuken van de buitenlandpolitiek van de VS

Reeds op 20 november 2019 pleitte de democratische senator Chris Murphy voor het Amerikaans-Spaans Tv-netwerk Univision News voor een meer humanitaire aanpak van de problematiek in Venezuela. Hij verklaarde het volgende:

‘Het Venezolaanse volk moet in het middelpunt van ons beleid staan, want het lijdt. Er zijn 3,7 miljoen mensen ondervoed en 4 miljoen zijn reeds het land ontvlucht. De corruptie en incompetentie van Maduro vormen het toneel voor de huidige crisis, maar het besluit van de regering Trump om vorige strategische fouten bij te sturen door oliesancties op te leggen, zonder enig realistisch plan om Maduro te verdrijven, dreigt de Verenigde Staten te betrekken bij de humanitaire nachtmerrie van Venezuela.

Venezuela importeert ongeveer 70 procent van zijn voedsel, en gebruikt daarvoor geld dat het genereert door de verkoop van olie. Maar sinds de sancties zijn ingesteld, is de invoer gehalveerd omdat de Venezolaanse olieproductie met 36 procent is gedaald. Door de Venezolaanse economie nog verder te verlammen, maken onze sancties de beperkte hoeveelheid voedsel in het land nog schaarser en dragen ze bij aan de uittocht van Venezolanen uit het land.’

Hardliner Elliot Abrams

Op 4 augustus dit jaar voelde hij Elliott Abrams, Speciale vertegenwoordiger voor Venezuela, aan de tand. Hardliner Abrams staat in de Latijns-Amerikaanse geschiedenis beschreven – en is als zodanig uitgebreid te vinden op internet – voor zijn nefaste interventies in Centraal-Amerika in de jaren ’80.  Zo was hij betrokken bij het ‘Iran-Contra schandaal.’ Dit Amerikaans politiek schandaal deed zich voor tijdens de tweede termijn van de Reagan administratie. Hoge regeringsfunctionarissen regelden in het geheim de verkoop van wapens aan de regering van Khomeini, ondanks het feit dat er tegen Iran een wapenembargo gold. Zo hoopte de Amerikaanse regering de opbrengst van de wapenverkoop te kunnen gebruiken om de ‘Contras‘ in Nicaragua te financieren. De Contra’s – gesteund door de VS – voerden vanuit buurland Honduras oorlog tegen de toenmalige democratisch verkozen regering van Nicaragua.

De rol van Elliott Abrams in Guatemala was al evenmin fatsoenlijk.Als assistent van het ministerie van Buitenlandse Zaken pleitte hij voor hulp aan Guatemala onder de toenmalige dictator Efraín Ríos Montt. Deze generaal kwam aan de macht via een staatsgreep in 1982, nadat hij – met behulp van een groep jonge legerofficieren – een staatsgreep pleegde tegen zijn collega generaal Fernando Romeo Lucas García. Dertig jaar later werd Ríos Montt schuldig bevonden aan genocide. Tijdens zijn proces beweerde hij dat hij geen operationele controle had over de betrokken strijdkrachten. Hij werd veroordeeld voor genocide op de Maya-Ixil-bevolking.In El Salvador verdedigde Abrams vaak het officiële mensenrechtenverslag van de regering, die door de militairen werd gecontroleerd. Tegelijk beschouwde hij de mensenrechtengroeperingen die de Salvadoraanse regering terecht wezen als communistische sympathisanten. Begin 1982, toen berichten over de massamoord op honderden burgers door het leger in El Salvador in de Amerikaanse media verschenen, vertelde hij aan een Senaatscommissie dat het gerapporteerde aantal doden in El Mozote ‘niet geloofwaardig was’. Als reden voerde hij schaamteloos aan dat het gerapporteerde aantal doden groter was dan de waarschijnlijke bevolking, en dat er zelfs overlevenden waren. Het bloedbad greep plaats op een moment dat de regering van president Reagan het mensenrechtenimago van het Salvadoraanse leger probeerde op te krikken. Abrams impliceerde dat de berichten over een bloedbad gewoon propaganda van het gewapend verzet FMLN waren en klaagde de Amerikaanse onderzoeksrapporten over het bloedbad aan als misleidend. In maart 1993 meldde de Salvadoraanse Waarheidscommissie dat meer dan 500 burgers ‘opzettelijk en systematisch’ werden geëxecuteerd in El Mozote in december 1981 door strijdkrachten die gelieerd waren aan de Salvadoraanse regering.

Senator Chris Murphy

Senator Chris Murphy, lid van de Amerikaanse Senaatscommissie voor Buitenlandse Betrekkingen, viel tijdens een hoorzitting door zijn commissie over Venezuela hard uit tegen de man die beschouwd wordt als medeverantwoordelijk voor het Venezuela beleid van zijn land. Murphy had het over een ‘een regelrechte ramp tijdens het afgelopen anderhalf jaar,’ die Amerika in een zwakkere positie achtergelaten heeft, waarbij nagelaten werd de democratie te herstellen en waarbij de humanitaire situatie verergerde.Vooral de onvoorwaardelijke Amerikaanse steun aan Juan Guaidó die zichzelf uitriep als interim-president, beslag legde op miljoenen Venezolaanse fondsen in het buitenland en zelfs in verschillende landen de diplomaten van de regering van president Maduro de laan uitstuurde en de ambassades bezette met eigen oppositiepersoneel zit de senator hoog.   

‘En als we daar niet eerlijk over zijn, dan kunnen we niet aan zelfcorrectie doen. We moeten toegeven dat onze grote inzet, namelijk Guaidó zonder omhaal erkennen en dan snel overgaan tot het uitvoeren van sancties gewoon niet werkte. Het werkte niet. Het enige wat het deed was het spel van Rusland en Cuba in Venezuela verharden, en Maduro toestaan om Guaidó als een Amerikaanse zondebok af te schilderen. En velen van ons hebben gewaarschuwd dat dit zou kunnen gebeuren. We hadden meer tijd kunnen besteden aan pogingen om Europese bondgenoten en andere partners op één lijn te krijgen. We hadden meer tijd kunnen besteden aan praten met of neutraliseren van China en Rusland, voordat we hen in een hoekje duwden, van waaruit ze zich niet bewegen. Ze bewegen niet. Maar het enige wat we deden was al onze kaarten op Dag Een uitspelen, en het werkte niet. En het is sindsdien gewoon de een na de andere gênante fout.’

Wat met Guaidó?

In januari 2019 schreven senator Chris Murphy en Ben Rhodes, voormalig plaatsvervangend nationaal veiligheidsadviseur tijdens de regering-Obama, een opiniestuk in de Washington Post om te pleiten voor democratie in Venezuela. Later in november 2019, stelde Murphy in een opiniestuk op Univision voor om Venezuela ook een “olie-voor-vrede-“programma aan te bieden als een middel om de voedselcrisis daar aan te pakken en de rampzalige misrekeningen van de Amerikaanse administratie om te keren.

Tijdens zijn confrontatie met Eliot Abrams legt senator Murphy hem het vuur aan de schenen.

‘Ten eerste dachten we dat Guaidó zichzelf tot president kon uitroepen, om het regime omver te werpen. Toen dachten we dat het genoeg zou zijn om hulp te bieden aan de grens. Vervolgens probeerden we in april vorig jaar een soort van staatsgreep te plegen, en die ontplofte in ons gezicht toen alle generaals die zich tegen Maduro zouden keren, uiteindelijk besloten om bij hem te blijven.’

‘We hebben de besprekingen in Noorwegen vorige zomer ondermijnd, en toen hebben we in maart een overgangskader vrijgegeven dat, eerlijk gezegd, bijna een kopie is van het kader dat vorig jaar de partijen voorgelegd kregen. En nu, na al die tijd verspild te hebben, zitten we vast aan verkiezingen, waaraan Guaidó en de oppositie weigeren mee te doen. En zo komen we in een positie terecht waarbij we iemand zouden erkennen als de leider van Venezuela die de regering niet controleert, het leger niet leidt en zelfs de functie niet bekleedt. En dat doen we elders niet, toch? Niemand kent de naam van de man die tweede eindigde in de Russische presidentsverkiezingen van 2018. We erkennen die persoon niet als president van Rusland, hoe corrupt die verkiezingen ook zijn, want als we dat doen, zien we er zwak en stom uit als blijkt dat we er niets kunnen aan doen.

En dus denk ik wel dat het belangrijk is om wat vragen te stellen over wat er nu komt. En ik krijg misschien maar tijd voor één, maar ik heb er twee. De eerste is de vraag wat we met Guaidó doen.’

‘Dus je zegt dat we hem gaan erkennen omdat hij de voormalige leider van de Nationale Assemblee is, maar weet je, er zijn binnen de oppositie betogingen of wedijver om de macht aan de gang. Wat gebeurt er als over een half jaar vanaf vandaag iemand anders op de voorgrond treedt als een meer legitieme stem voor de oppositie dan Juan Guaidó? Welke criteria gebruiken we om iemand te erkennen die nieuw is? Of wordt Juan Guaidó permanent de erkende leider van Venezuela, ongeacht hoe de omstandigheden ter plaatse veranderen?’

ABRAMS antwoordt:

Ik denk dat de situatie van Guaidó uniek is omdat hij de voorzitter van de Nationale Assemblee is. Ze gaan nu corrupte verkiezingen houden, die volgens mij door niemand, geen enkel democratisch land, zal worden erkend. En die corrupte verkiezing, die fraude zal de status van Guaidó niet veranderen. Ik denk niet dat je iemand onder de leiding van de oppositie zult vinden die iets anders wilt claimen.’

‘Ik wil ook nog zeggen, Senator, u weet dat dit niet de motie van vertrouwen was in het beleid dat ik had gewild.”

MURPHY dient van repliek:

‘Je betwist mijn veronderstelling. Ik zal die nader toelichten, oké. Ik denk dat het een misvatting is om te suggereren dat niemand op de voorgrond kan treden en Guaidó kan vervangen, en ik denk dat we op zijn minst moeten nadenken over de criteria waarbij we iemand anders kunnen erkennen.’

‘Laat me een snelle tweede vraag stellen, namelijk: de voorwaarden die Guaidó stelt om deel te nemen aan de verkiezingen, daar is het aftreden van Maduro niet bij. En toch heb je nog maar een week geleden gezegd dat het enige waar we met Maduro over willen praten, het loslaten van de macht is. Staan wij, de Verenigde Staten van Amerika, open voor een discussie met Maduro waarin hij aan de macht blijft als overgang naar verkiezingen die daadwerkelijk vrij en eerlijk zijn? Want eerlijk gezegd, zelfs als hij niet aan de macht is, is er geen garantie dat zijn bondgenoten geen verkiezingen kunnen vervalsen. Dus waarom staan we daar niet open voor als een mogelijke uitweg?’

ABRAMS:

‘Omdat we niet geloven dat vrije verkiezingen in Venezuela mogelijk zijn met Maduro aan de macht, die het leger controleert, de politie controleert, de Colectivo bendes controleert, en met twee of drieduizend Cubaanse inlichtingen agenten. We zien niet in dat hier een mogelijkheid inzit voor vrije verkiezingen.’

MURPHY:

‘Ik zou zeggen dat Guaidó die mening niet deelt, omdat zijn voorwaarden voor deelname aan de verkiezingen geen verwijdering van Maduro vereisten, en het is ook niet duidelijk dat er zelfs zonder Maduro vrije en eerlijke verkiezingen zouden kunnen zijn.”En dus denk ik dat dit slechts een recept is om ons vast te klampen in een neerwaartse spiraal van het Amerikaanse beleid waar we ons niet van kunnen ontdoen. We moeten behendig zijn, creatiever, meer openstaan voor oplossingen waarmee we tot verkiezingen kunnen komen, zelfs met de aanwezigheid van Maduro als overgang. Dank u, meneer de voorzitter.’

ABRAMS:

‘Als ik kon, zou ik dan een paar seconden mogen reageren? Weet u, we hebben de volgende omkadering voor een democratische overgang precies gepresenteerd om te laten zien wat we graag zouden willen zien. In het kader daarvan kiezen beide kanten in de Nationale Vergadering een overgangsregering. Elke kant heeft een vetorecht. Guaidó en Maduro zouden niet deelnemen aan de overgangsverkiezingen, ze zouden zich allebei kandidaat kunnen stellen voor toekomstige vrije presidentsverkiezingen. We dachten dat we uitgeteld waren, en veel, veel landen die dit hebben bekeken, hebben gezegd dat dit een positieve formule is, en we hebben de weg gewezen naar de opheffing van de Amerikaanse sancties, en ik wil nogmaals zeggen, iets minder dan 60 landen steunen Guaidó. Dus het idee dat we dit alleen hebben gedaan en zonder internationale steun, senator, ik onderstreep het, dit is niet juist.’