Amazone bedreigd door mijnbouw in Noord-Peru

· 1 mei 2007 Like

Op dinsdag 3 april 2007 betoogden een 100-tal Belgen voor de Saint-Pauls Cathedral in Londen. Samen met de Belgische organisatie CATAPA (Comité Académico Technico de Asesoramiento a Problemas Ambientales of Technisch Academisch Comité voor Bijstand bij Milieuproblemen) willen ze de aandacht vestigen op de desastreuze gevolgen van de door Monterrico Metals geplande mijnbouwactiviteiten in Noord-Peru.

Sinds vier jaar woedt er een heue strijd in het noorden van Peru, meer bepaald in het departement Piura. Op amper 500 meter van de Ecuadoriaanse grens is het mijnbedrijf Minera Majaz, de dochteronderneming van Monterrico Metals, in volle voorbereiding voor het openen van het grootste koper-molybdeenmijn in Peru, de ‘Rioa Blanco Copper Mine’. In dit proces ontziet het bedrijf niets of niemand en schendingen van de mensenrechten zijn legio. Duizenden boeren zullen geaffecteerd worden. Door het gebruik van chemicaliën bij de ontginning zal een groot deel van de regio en de daar ontspringende rivieren vervuild worden.

Het bedreigde gebied (foto Linn Dumez en Sam Verhaert)

Het gebied, bedekt door nevelwouden en páramos, bezit niet alleen een hoge graad van biodiversiteit, maar vertegenwoordigt bovendien één van de belangrijkste watervoorraden van het Amazonebekken. Het openen van deze eerste mijn is slechts de aanzet tot het uitbouwen van een heus mijnbouwdistrict in de regio. Op korte tijd heeft dit repercuties op de voedsel- en watervoorziening van de bevolking enerzijds en het verdwijnen van unieke dieren- en plantensoorten anderzijds. Op langere termijn echter zijn de gevolgen voor het klimaat niet te overzien. Dit kan gaan van een voelbare vermindering van de zuurstofproductie en koolstofcaptering (met opwarming van onze atmosfeer als gevolg) tot het uitdrogen van grote delen van het Latijns-Amerikaanse vastelang.

Sinds 2002 is Monterrico Metals actief in het gebied van de Rio Blanco, in de provincie Hancabamba. Als Monterrico Metals erin slaagt de kopermolybdeen-mijn hier te vestigen, staat het licht op groen voor verdere exploitatie van de regio. Tienduizenden hectaren van de ondergrond in de regio zijn al in handen van Monterrico Metals en de Newmont Mining Corporation in de vorm van concessies. Zoals eerder is gebeurd, zal het in werking stellen van de mijn tot gevolg hebben dat de mijnbouw oprukt naar de gebieden die nog in concessie zijn, gebieden die tot dusver nog niet zijn geëxploreerd.

Om tot de aanleg van de mijnsite, pijplijn en haven te kunnen overgaan, moet een Milieu Effecten Rapport (MER) goedgekeurd worden. Hierin wordt beschreven wat de geschatte milieu-impact zal zijn en welke maatregelen genomen worden om deze te beperken. Deze studie moet ook een sluitingsplan en sociaal-economische impactanalyse bevatten. Het rapport, uitgevoerd door het bedrijf Knight Piesold – aangesteld en gefinancierd door Monterrico Metals – moet goedgekeurd worden door het ministerie van Energie en Mijnbouw van Peru (MINEM). Het MINEM is echter ook verantwoordelijk voor het aantrekken van buitenlandse investeringen en bovendien bestaat er een sterke verwevenheid van de mijnbouwsector met het politieke bestel van Peru. Samen met de betwijfelbare onpartijdigheid, is de kans op goedkeuring uitermate groot.

Het MER werd aangekondigd ten laatste begin april 2007 te verschijnen maar laat om nog ongekende redenen op zich wachten. Vanaf de publiekmaking van het rapport is een termijn van negentig dagen voorzien waarbinnen het kan bekritiseerd en de exploiatie alsnog tegengehouden worden. Als het MER wordt goedgekeurd, dan is het proces zo goed als onomkeerbaar.

Illegale mijnbouwactiviteiten leiden tot schendingen van de mensenrechten

De activiteiten van Minera Majaz in de regio zijn in vele opzichten illegaal. Het bedrijf heeft tot op heden niet de nodige toestemming van de algemene vergaderingen van de betrokken gemeenschappen. Voor hun exploratieactiviteiten baseren ze zich op een ondertussen herroepen machtiging tot onderzoek naar seismische activiteit in het gebied. Om toestemming te verkrijgen voor verder onderzoek en om de gronden te mogen exploiteren, heeft Monterrico Metals een sociale vergunning nodig. Volgens de Peruviaanse wetgeving is hiervoor de goedkeuring van 2/3 van de lokale bevolking nodig. Bovendien werd het project ontwikkeld zonder de omringende gemeenschappen vooraf te raadplegen of te informeren. Daarmee schenden ze de Peruviaanse wet op boeren- en autochtone gemeenschappen, de wet rond grondbezit en het verdrag nr. 169 over Inheemse Volkeren van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) dat door Peru werd ondertekend. Het exploratiegebied ligt daarenboven binnen de 50 km van de Ecuadoriaanse grens. Dit maakt hun activiteiten volgens Peruviaanse én internationale wetgevingen onmogelijk. Vreemd genoeg keurde het MINEM de onwettige situatie goed. De sterke inteelt binnen de bedrijfswereld, de politiek en de pers in Peru, bemoeilijkt het protest van de boeren.

Protestactie tegen Monterrico Metals (foto Dieter Wijfels)

Aan de vooravond van de publicatie van het MER is het boerenprotest op zijn hoogtepunt. In de zomer van 2007 zal er een referendum plaatsvinden dat moet bepalen of de lokale bevolking akkoord gaat met het uitvoeren van het project Rio Blanco. In het verleden heeft zo’n referendum in Peru al geleid tot het stopzetten van de mijnbouwactiviteiten. Ondertussen blijven de mensenrechtenschendingen zich verder opstapelen. Vreedzame volksmarsen, georganiseerd door de plaatselijke boerenverenigingen die deel uitmaken van het Front voor Duurzame Ontwikkeling van de Noordelijke Grens (FDSFNP), werden door de politie hardhandig gestopt. Verschillende boeren werden verwond en beschoten. Twee boerenleiders, Reembeto Herrera Racho (2004) en Melano García Gonzales (2005), vonden de dood. Mensen worden vervolgd, opgepakt en onder valse voorwendsels vastgehouden. In 2005 duurde het acht dagen vooraleer, dankzij tussenkomst van Amnesty Internationl, 50 ‘verdwenen’ manifestanten zwaar mishandeld terug opdoken. Momenteel dreigt de situatie opnieuw te escaleren nadat er meldingen waren van een versterkte aanwezigheid van leger en politie.

De pers lanceert lastercampagnes tegen ngo’s, boerenorganisaties en zelfs tegen de katholieke kerk. Milieu-activisten worden afgeschilderd als drugssmokkelaars en terroristen. Carlos Martínez Solano, coördinator van het FDSFNP, legt uit dat zo het alibi wordt voorbereid om op een gegeven moment de noodtoestand te kunnen verklaren. Daardoor kan de zone gemilitariseerd worden en kan een doorbraak van de mijnbouwactiviteiten geforceerd worden.

De gevolgen voor het milieu

Het toepassen van ‘open mijnbouw’ in deze regio zal verstrekkende gevolgen hebben. Deze techniek wordt wereldwijd beschouwd als de meest verontreinigende. Hierbij worden enorme hoeveelheden zuren, giftige stoffen als zwaveldioxide en afval dat metalen en gifstoffen bevat, geproduceerd. De lucht- en waterkwaliteit zal hieronder lijden en de gezondheid van mens en dier in gevaar brengen. Op andere mijnsites zijn reeds gevallen bekend van verslechterd zicht, concentratiestoornissen en vertraagde mentale ontwikkeling bij kinderen.

Niet alleen de gezondheid van de mensen is in gevaar, maar ook hun bron van inkomsten. De locatie van de mijn situeert zich in de Hoge Amazone van de Andes, een gebied dat gekend is om zijn unieke en zeer fragiele ecosystemen. Deze gebieden bestaan uit tropische nevelwouden die de hogere gebieden voortdurend voorzien van een continue regenval. Deze koude hooglanden of ‘páramos’ vormen een natuurlijke sponsachtige laag die enorme hoeveelheden zuiver water vasthouden. Ze bestaan uit een bijzondere vegetatie van varens, mossen en talloze gras- en kruidensoorten, die zelfs op de hoogste toppen floreren. Ten oosten van het gebied ligt het stroombekken van de Chinchipe-rivier die uitmondt in de Amazone. Ten westen bevindt zich het stroombekken van de Quiroz-rivier, dat het departement Piura van water voorziet. Om koper te ontginnen heb je bovendien een grote hoeveelheid water nodig. Volgens de bioloog Fidel Torres zal dit een onomkeerbaar proces van woestijnvorming creëren. Dit is een grote bedreiging voor 15.000 landbouwfamilies die onderandere mango’s, bananen, limoenen, suiker, koffie en rijst cultiveren. Duizenden loonarbeiders zullen zonder werk vallen. Vele boeren zullen niet meer in staat zijn te voorzien in hun eigen voedsel.

De regio is een van hotspots in de wereld qua biodiversiteit en telt een hoog aantal zeldzame soorten zoals de brilbeer, de Peruaanse tapir en verscheidene soorten orchideeën. Het exploratiegebied van Minera Majaz ligt dan ook midden in het uitbreidingsgebied een nationaal erkend natuurreservaat. Deze unieke fauna en flora zal door boskap en wegenaanleg met uitsterven worden bedreigd. Peru is zijn ware rijksdommen aan het vergooien. Water en biodiversiteit zullen in de toekomst immers meer waard zijn dan koper.

CATAPA als internationale spreekbuis voor de boerenbewegingen in de Andes

Koper wordt vooral in westerse landen gebruikt in de bouw en loodgieterij. Molybdeen wordt gebruikt in hoog technologische toepassingen zoals computerchips. Daarom ook dat men in het Noorden een verantwoordelijkheid heeft op te nemen. Onrechtstreeks worden door consumptie de activiteiten van mijnbouw ondersteund. Bewust en ethisch consumeren zou een belangrijke stap kunnen zijn in de richting van duurzame mijnbouw. Naast ‘schone’ kleren nu ook ‘schone’ elektronische apparatuur en waterleidingen dus… Bovendien maken buitenlandse mijnbedrijve, gefinancierd met Europees geld, zich vaak schuldig aan ‘onzuivere praktijken’.

Vanuit dit besef is de organisatie CATAPA ontstaan. Zij zijn niet tegen mijnbouw an sich maar voor een duurzame, ethische mijnbouw. Ze werken nauw samen met lokale organisaties die de boerenbewegingen in Peru en Bolivia ondersteunen. Sinds twee jaar trachten zij binnen Europa een platform te creëren voor bewustmaking rond duurzame mijnbouw enerzijds en om de boeren in Peru en Bolivia een internationale stem te geven anderzijds.

In Peru werkt CATAPA samen met de ngo VIMA, die nauw verbonden is met het boerenverzet tegen de Rio Blanco-mijn. In Europa en Vlaandern doen ze in samenwerking met o.a. 11.11.11 en Broederlijk Delen aan netwerking en lobbying. Europese contacten zijn er o.a. met Fian (die werken rond het universele recht op toegang tot voedsel) en met de Peru Support Group. Met Netwerk Vlaanderen voeren ze een desinvesteringscampagne tegen Monterrico Metals. Zo werd de AXA-bank, toen één van de hoofdaandeelhouders van Monterrico, reeds zwaar onder druk gezet zijn investering op te geven. Verder willen ze samenwerkingsverbanden uitbouwen met de derdewereldbeweging, vakbonden, milieubeweging, vredesbeweging, universiteiten en politici.

Wat betreft het Rio Blanco-mijnproject in Noord-Peru, wil CATAPA een internationale campagne op de rails zetten. Binnen deze campagne past onder andere een kritische analyse van het Milieu Effecten Rapport van Monterrico Metals. Hiervoor is een team van verscheidene experts samengesteld. Tegelijk is het de bedoeling dat zoveel mogelijk mensen en organisaties het aanvechten van deze ingrijpende problematiek zouden ondersteunen door de kritische revisie te ondertekenen. Bovendien wil CATAPA voorzien in een team van internationale waarnemers bij het volksreferendum in juni 2007. De einddoelstelling is het terugtrekken van het mijnbedrijf en het uitroepen van het betreffende gebied tot ‘Rode Zone’ voor welke vorm van exploitatie dan ook.

Vóór 13 april moest duidelijk worden of een Chinese investeerdersgroep, een Consortium rond Zijin, Monterrico Metals zou overkopen. Als dit zou gebeuren, wordt het voor CATAPA en het Europese middenveld veel moeilijker om Rio Blanco tegen te houden. Daarom is het belangrijk dat er snel een internationale en grootschalige reactie op gang komt.

Pieter Wijffels

(Uitpers, nr 86, 8ste jg., mei 2007)

 

Wil je een steentje bijdragen, onderteken dan de briefschrijfactie naar de Peruviaanse overheid op http://catapa.be/?page=Perú of betuig je steun via support@catapa.be

Pieter Wijffels informatie