Als de oorlog uitbreekt in Korea, dan treft het Noorden geen blaam

Het is begrijpelijk dat velen denken dat de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK) de agressor is in het huidige conflict met de Verenigde Staten (VS). De schaarse genuanceerde artikels die een correct beeld geven van het geschil verdrinken in een vloedgolf van ridicule sprookjes over een "kluizenaarstaat" onder een eenmansdictatuur die enkel met die van Saddam Hoessein kan vergeleken worden.

Ironisch genoeg maken zelfs "pacifisten" deze vergelijking. Daarmee willen ze dan de zogenaamde incoherentie in het beleid van de VS blootleggen maar verschaffen ze Washington enkel een excuus om de oorlogstaal nog op te drijven. Nochtans weet iedereen die vertrouwd is met de achtergrond van Korea dat het eigenlijk de VS is die op oorlog aanstuurt.

Het nieuws over Noord-Korea gedurende de laatste maanden is misschien wel verwarrend maar als het geanalyseerd wordt in de historische en politieke context blijkt dat de DVK een rationele, vredelievende politiek voert in het belang van het hele Koreaanse volk. Tezelfdertijd moet Noord-Korea het hoofd bieden aan de onverantwoordelijke intimidaties van een supermacht die over een militaire overmacht beschikt en wier belang lijnrecht staat tegenover de vrede in Noordoost Azië.

Korea op weg naar hereniging

Tot september van vorig jaar stevende Korea nog gestaag af op een hereniging van Noord en Zuid en de normalisatie van de relaties van de DVK met zijn buurlanden. Op 17 september bracht de Japanse eerste minister Koizumi nog een historisch eendaags bezoek aan Pyongyang, de hoofdstad van Noord Korea. Hij bracht er zijn verontschuldigingen over voor de verschrikkelijke schade en het lijden van het Koreaanse volk tijdens de kolonisatie door zijn land (1910-1945). De Noord-Koreaanse leider Kim Jong Il van zijn kant verbaasde de wereld met een opgemerkte verontschuldiging voor het uitzenden van spionageschepen in Japanse wateren en de ontvoering van dertien Japanners, waaronder een dertienjarig meisje, tussen 1977 en 1982.

Na de bezoeken van de Zuid-Koreaanse president Kim Dae Jung en VS-buitenlandminister Madeleine Albright aan Pyongyang in juni en oktober 2000 was het bezoek van Koizumi het derde hoogtepunt in een serie gebeurtenissen die langzaam maar zeker de vreedzame hereniging van Korea schenen in te luiden. De dag erna begonnen soldaten uit Zuid en Noord met de verwijdering van landmijnen in de bufferzone die beide Koreas scheidt om de verbinding van beider spoorwegnetwerken mogelijk te maken. Enkele weken later stapten atleten van Noord- en Zuid-Korea achter de vlag van het verenigd Korea tijdens de Aziatische Spelen in Pusan, Zuid-Korea.

De daden die de DVK aan Koizumi toegaf zijn te betreuren. Maar we mogen niet vergeten dat de geschiedenis en de huidige situatie van het land allesbehalve gewoon te noemen zijn. Tijdens de jaren 1930 en 1940 ontvoerde de Japanse bezetter honderdduizenden jonge Koreaanse mannen voor dwangarbeid en vrouwen voor gedwongen prostitutie. De VS bezetting na de capitulatie van Japan in 1945 en de Koreaanse oorlog die daarop volgde van 1950-1953 eiste 4 miljoen slachtoffers en maakte de civiele infrastructuur met de grond gelijk.

Formeel gezien is het Zuiden trouwens nog steeds in staat van oorlog met zijn noordelijke buur want Zuid-Korea tekende nooit de wapenstilstand. Het herbergt bovendien nog altijd 37.000 VS-troepen en plaatste het eigen leger onder een gezamenlijk commando met de VS, onder leiding van een Amerikaanse generaal. De VS troepen in Korea schrikken niet terug voor wat bloedvergieten. Zij steunden decennialang een militaire dictatuur en lieten het Zuid-Koreaanse leger toe om in 1980 2000 burgers af te slachten in de stad Kwangju. Bovendien zitten nog steeds honderden gevangenen vast op grond van de nationale veiligheidswet. Deze wet voorziet in gevangenisstraffen voor elke lof voor Noord-Korea of ongeoorloofde contacten met Noord -Koreanen.

De VS lapt het raamakkoord van 1994 aan zijn laars

De détente in de relaties tussen Noord- en Zuid-Korea kwam na een akkoord dat de DVK in 1994 afsloot met de VS en dat bekend staat als het raamakkoord (Agreed Framework). De geschiedenis van dit akkoord, zoals ze in 1998 aan het licht gebracht werd in de Bulletin of the Atomic Scientists (1), is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk. William Perry, de defensieminister van toenmalig VS-president Clinton, gaf toe dat hij al een gedetailleerd plan in de la had voor een aanval op de nucleaire centrale van Yongbyon, waarvan de VS beweerde dat ze gebruikt werd voor de productie van kernwapens, en voor de daaropvolgende invasie van Noord-Korea. Volgens Perry’s schattingen zou dat tienduizenden Koreaanse militairen de dood injagen en miljoenen vluchtelingen veroorzaken.

Ex-president Jimmy Carter, die lucht gekregen had van het plan, was zo gealarmeerd dat hij spoorslags en in eigen naam naar Pyongyang vertrok om president Kim Il Sung te ontmoeten. De interventie van Carter openbaarde via CNN het verlangen van Noord Korea naar een onderhandelde oplossing voor het conflict. Clinton en Perry werden aldus in hun hemd gezet aangezien hun rechtvaardiging van een aanval werd ontkracht en ze niet anders meer konden dan instemmen met vreedzame onderhandelingen.

Op minder dan een maand leidden de onderhandelingen tot de ondertekening van het raamakkoord op 21 oktober 1994. Dit akkoord legde de DVK op om haar nucleaire reactor in Yongbyon te bevriezen en onder inspectie te plaatsen van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie. De VS van zijn kant beloofde om een internationaal consortium op de been te brengen om lichtwaterreactoren te bouwen met een totale capaciteit van 2.000 MW(e) tegen 2003. Tijdens de constructie van deze reactoren zou de VS jaarlijks een half miljoen ton zware stookolie leveren om te compenseren voor het verlies aan capaciteit dat Noord-Korea leed door aan haar nucleair programma te verzaken. Washington ging hiermee akkoord in de hoop dat Noord-Korea toch spoedig in elkaar zou storten.

De VS voerde inderdaad olie aan maar de leveringen waren onregelmatig en kwamen dikwijls pas toe wanneer de strenge winter al voorbij was. Het grootste probleem was echter met de lichtwaterreactoren. Hoewel die al in 2003 zouden moeten in gebruik komen, werd het eerste beton pas vorig jaar gegoten. Het wordt nu grif toegegeven dat de reactoren onmogelijk operationeel kunnen worden voor het einde van het decennium.

Het raamakkoord verplichtte beide landen ook om "stappen te ondernemen naar een volledige normalisatie van politieke en economische relaties" die uiteindelijk moesten uitmonden in relaties op ambassadeursniveau. Beide partijen kwamen ook overeen om "samen te werken voor vrede en veiligheid op een kernvrij Koreaans schiereiland." Dit artikel van het akkoord schreef de VS ook voor om "de DVK formele garanties te geven tegen een bedreiging of aanval met kernwapens vanwege de VS."

Het is overduidelijk dat de VS deze bepalingen geen seconde serieus heeft genomen. In de beleidsdocumenten van het Pentagon staat Noord-Korea vooraan in de lijst van potentiële doelwitten van een kernaanval. In juni 1998, vier jaar nadat de VS "formele garanties tegen een bedreiging of aanval met kernwapens" had gegeven, voerden VS-bommenwerpers een simulatie uit van een aanval met kernbommen op Noord-Korea. Vleugelcommandant Randall K. Bigum getuigde: "We simuleerden een oorlog in Korea met een Koreaans scenario. (…) Het scenario simuleerde een beslissing van het nationaal commando om kernwapens te gebruiken." (2)

Recenter nog is de herziening van het nucleaire standpunt (Nuclear Posture Review) die de regering Bush in 2001 maakte. Een uitgelekte versie van dit geheime document plaatst de DVK op een lijst met zeven landen waartegen de VS het gebruik van kernwapens overweegt. In de bespreking van de voorwaarden voor een kernaanval wordt Noord-Korea vernoemd als "een van de landen die kunnen betrokken zijn in onmiddellijke, dreigende of onverwachte noodsituaties." Een aanval van de DVK op Zuid-Korea is een van de drie noodsituaties die specifiek in het rapport behandeld worden als mogelijke reden voor een kernaanval..

Ook de State of the Union Address die president Bush op 29 januari 2002 aflegde kan bezwaarlijk verward worden met een vertrouwenwekkende maatregel in een vredesproces. Bush bestempelde de DVK, samen met Irak en Iran, met het waanzinnige concept van de "as van het kwaad" en beschuldigde Noord-Korea ervan "zich te bewapenen met raketten en massavernietigingswapens."

Het officiële persbureau van Noord-Korea, het Korean Central News Agency, waarschuwde al in maart 2002 dat de oorlogstaal van de VS het raamakkoord van 1994 in gevaar kon brengen. Het haalde een woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken aan met de woorden: "Nu de atoomgekken het voor het zeggen hebben in het Witte Huis zien we ons verplicht om alle akkoorden met de VS aan een onderzoek te onderwerpen."

De Koreaanse hereniging ondermijnd

In oktober 2002, terwijl het vredesproces tussen de DVK en Zuid-Korea en Japan goed op dreef is, zendt de VS onderminister van buitenlandse zaken James Kelly naar Pyongyang. De Noord-Koreaanse vertegenwoordigers waren onthutst toen tijdens de vergaderingen van 3 tot 5 oktober bleek dat Kelly niet gekomen was met de bedoeling om de dialoog te heropenen. Integendeel, voortgaand op Kelly’s eigen verslag van het bezoek, maakte hij zijn Koreaanse evenknie Kim Gye Gwan onmiddellijk duidelijk dat "de VS nu een voorwaarde stelt aan verdere relaties: de onmiddelijke ontmanteling van de DVK’s uranium verrijkingsprogramma." (3)

De dialoog tussen de DVK en de regering van Bush zat in het slop voor hij goed en wel begonnen was aangezien Kelly eiste dat Noord-Korea een programma beëindigde dat het niet had. De Noord-Koreaanse delegatie ontkende het bestaan van een programma voor de verrijking van uranium, bracht de wens over voor een diplomatieke oplossing van het conflict en verzocht de VS om hun bedreigingen te staken. Wanneer Kelly de volgende dag bleef vasthouden aan zijn voorwaarden voor de dialoog antwoordde vice-minister voor buitenlandse zaken Kang Sok Ju dat de DVK het recht heeft om kernwapens te bezitten om haar veiligheid te verzekeren als de VS het blijft bedreigen.

Bijna twee weken later, op 16 oktober, maakt de VS plots bekend dat de DVK tijdens het bezoek van Perry had toegegeven een geheim kernwapenprogramma uit te voeren. Hoewel de DVK dit herhaaldelijk ontkende en de VS nooit enig bewijs voor deze bewering heeft geleverd, hebben de media het verhaal over de Noord-Koreaanse "toegeving" voor waar genomen en in den treure herhaald. Niemand stelde zelfs maar de vraag waarom de VS twaalf dagen nodig had om met dit verhaal naar buiten te komen. Blijkbaar duurde het een tijdje eer bij buitenlandse zaken iemand, na grondige studie van de verslagen van de vergaderingen, op het lumineuze idee kwam om de verklaring van Kang te verdraaien als een "toegeving."

De DVK bleef er wel bij dat het het recht heeft om kernwapens te ontwikkelen. Dergelijke verklaring is zelfs niet strijdig met het non-proliferatieverdrag. In artikel X van dat verdrag wordt immers voorzien dat "elke partij heeft het recht om, in de uitoefening van zijn soevereiniteit, zich uit dit verdrag terug te trekken wanneer het beslist dat uitzonderlijke omstandigheden in verband met de inhoud van dit verdrag de belangen van het land in het gedrang brengen." Ondanks de nieuwe strubbelingen in de relaties met de VS bleef Noord-Korea echter trouw aan haar engagementen ter verbetering van de relaties met de buurlanden. Het gaf de vijf nog levende Japanners die 25 jaar geleden ontvoerd waren de toestemming om een bezoek te brengen aan hun land van herkomst.

De bedoelingen van de VS waren duidelijk: Het wou het raamakkoord van 1994 van de baan zodat het zich kon bevrijden van de verplichtingen die eruit voortvloeiden. Kelly maakte geen geheim van zijn verzet tegen het akkoord en verklaarde dat de VS "geen voorstander was van een terugkeer naar de status quo ante." (3) In andere woorden, Washington wil terug naar de situatie van voor het raamakkoord toen de VS op het punt stond om de DVK aan te vallen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de VS besliste om de leveringen van olie aan Noord-Korea stop te zetten. Daarmee schond het nu ook het laatste voorschrift uit het raamakkoord waaraan het zich min of meer had gehouden. De VS wist bovendien drommels goed dat de stopzetting van de leveringen op het moment dat de winter voor de deur staat zware beproevingen zou teweegbrengen voor het Noord-Koreaanse volk. Het land gaat al gebukt onder een energietekort en heeft bijna geen reserves. Zonder de lichtwaterreactoren die beloofd waren in het raamakkoord kan Noord-Korea onmogelijk genoeg energie produceren. Niet alleen de elektriciteitsvoorziening zal te lijden hebben maar, en dat is meer verontrustend, ook de voedseldistributie.

Nadat de VS de stopzetting van de olieleveringen aankondigde werd de situatie voor Noord-Korea onhoudbaar. Het land had geen andere keuze meer dan de heropstarting van de kernreactor in Yongbyon. Nu de VS al alle artikels van het raamakkoord had geschonden waren er voor Pyongyang geen redenen meer om de overeenkomst nog verder na te leven. Enkele dagen voor kerstdag werden de camera’s in de kernreactor verwijderd en de begon men de nodige herstellingen uit te voeren.

Het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie, het agentschap van de Verenigde Naties dat moet toezien op de naleving van het non-proliferatieverdrag, reageerde ongewoon scherp nadat haar twee waarnemers werden uitgewezen. Het plaatste Noord-Korea zelfs voor een ultimatum om haar zogezegde kernwapenprogramma stop te zetten. De DVK kondigde daarop de terugtrekking uit het non-proliferatieverdrag aan op 10 januari 2003 op grond van artikel X. Het officiële Noord-Koreaanse persbureau voegde er echter aan toe: "We hebben niet de bedoeling om kernwapens te produceren en onze nucleaire activiteiten hebben op dit moment enkel vreedzame doelstellingen zoals de productie van elektriciteit."

Redenen voor oorlogsstoken in Korea

Wat is de beweegreden voor de VS om oorlog te stoken op het Koreaanse schiereiland? Een rapport uit 1998 van de invloedrijke denktank The Center for Strategic and International Studies (CSIS) windt er geen doekjes om: "Hereniging bedreigt de vitale belangen van de VS in Korea." Het rapport legt uit dat "(…) een herenigd Korea zou kunnen de terugtrekking van de VS-troepen uit Zuid-Korea inluiden en het einde betekenen van de speciale rol en invloed van de VS in Oost-Azië. Ten tweede, een herenigd Korea kan het verlies betekenen van Zuid-Korea als de zesde grootste invoerder van wapens uit de VS (…)." (4)

Henry Kissinger, een vroegere buitenlandminister en nog steeds een invloedrijk figuur op het vlak van buitenlandse politiek, geeft een gelijkaardige analyse in een artikel in de Washington Post uit 2001: "Als de spanningen dramatisch zouden afnemen, zou de aanwezigheid van Amerikaanse troepen controversieel worden in Zuid-Korea. En als die troepen zouden teruggetrokken worden zou ook de toekomst van de Amerikaanse basissen in Japan problematisch worden. En als Amerikaanse troepen zouden verdwijnen uit de rand van Azië, zou een geheel nieuwe veiligheidsomgeving en, bovenal, politieke situatie ontstaan in het hele continent. Als dat zou gebeuren, dan zou zelfs een positieve evolutie op het Koreaanse schiereiland tot gevolg hebben dat Seoel en Tokyo op zoek gaan naar een autonoom verdedigingsbeleid en zou het nationalisme van Japan, China en Korea gevoed worden." (5)

Deze woorden kunnen niet mis verstaan worden: Wie vrede wil in Korea kan beter niet op de VS rekenen. Blijkbaar neemt dit besluit ook aan belang toe onder het Koreaanse volk, zelfs in Zuid-Korea. Het anti-Amerikaans protest nam dramatisch in hevigheid toe nadat een Amerikaanse tank twee Zuid-Koreaanse schoolmeisjes vermorzelde in juni 2002 en de twee betrokken soldaten, zoals verwacht, door de militaire rechtbank werden vrijgesproken. Zoals ook de overwinning van Roh Moo-Hyun, een aanhanger van de herenigingpolitiek van zijn voorganger, in de presidentsverkiezingen van december aangeeft, staat het Koreaanse volk achter de hereniging terwijl het de oorlogstaal van de VS afwijst. De poging van de VS om op het laatste moment de verkiezingen nog in het voordeel van hun kandidaat te doen uitdraaien door de entering van een Noord-Koreaans schip dat raketten leverde aan Jemen, had niet het gewenste effect maar bewees voor de Koreanen eens te meer dat de VS enkel op oorlog uit is.

In een recente opiniepeiling die werd uitgevoerd door Gallup Korea voor een van de drie grootste kranten, geven meer dan 53 procent van de Zuidkoreanen hun afkeer voor de VS te kennen. Dat is veel meer dan de 15 procent die in 1994 die mening waren toegedaan. Het is opmerkelijk dat dit aantal zelfs oploopt tot 75 procent bij de twintigers, veel meer dan bij de oudere generaties. (6)

Iedereen die bezorgd is over de vrede in Azië kan enkel hopen dat het Koreaanse volk weerstand biedt aan het oorlogsstoken van de VS en de hereniging van Korea doorzet. Daarmee zullen ze het respect–en de steun–winnen van de volkeren van Azië.

(Uitpers, nr. 38, 4de jg., februari 2003)

Noten:

1. "Jimmy Carter Makes a Deal" Leon V. Sigal, Bulletin of the Atomic Scientists, January/February 1998

2. "Preemptive Posturing" Hans M. Kristensen, Bulletin of the Atomic Scientists, September/October 2002

3. "U.S.-East Asia Policy: Three Aspects" James A. Kelly, Assistant Secretary of State for East Asia and Pacific Affairs, Remarks at the Woodrow Wilson Center, December 11, 2002

4. "Great Power Interests in Korean Reunification" The Center for Strategic and International Studies (CSIS), October 1998

5. "A Road Through Seoul" Henry Kissinger, The Washington Post, March 6, 2001

6. "Anti-U.S. Sentiment Deepens in S. Korea" Peter S. Goodman and Joohee Cho, The Washington Post, January 8, 2003

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 33 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook