Alleen folterkamers en galgen werken in Irak

Op 1 oktober brak Irak, met 208 dagen, het wereldrecord van langst durende regeringsvorming. Het vorige record stond op naam van Nederland dat in 1977 207 dagen nodig had. Kan België Irak nog inhalen? Weinig waarschijnlijk, want een nieuwe Iraakse regering valt ten vroegste eind december te verwachten. De oorzaak: zeven jaar na het begin van de Amerikaanse bezetting is Irak een mislukte staat, waar, met enige overdrijving, niets werkt – behalve de folterkamers en galgen.

Het is al van 7 maart geleden dat de Irakezen naar de stembus gingen om een nieuw parlement te kiezen. Daarbij moest de sjiitische Rechtsstaatcoalitie van uittredend premier Noeri al-Maliki, met 89, nipt de duimen leggen voor de seculier-sjiitische en soennitische Irak-coalitie van oud-premier Iyal Allawi, die 93 zetels veroverde. Maliki legde zich niet neer bij de nederlaag; In de hoop alsnog de leider van de grootste groep te worden, om zo het formateurschap te kunnen opeisen, probeerde hij enkele aanhangers van Allawi van hun zetel te beroven onder voorwendsel dat ze aanhangers waren van de verboden Baath-partij van de op 30 decemberr 2007 opgehangen Saddam Hoessein.

Zowel de Rechtsstaatcoalitie als de Irak-coalitie probeerden bondgenoten te vinden bij de, eveneens sjiitische, Iraakse Nationale Alliantie, waarvan, naast de Hoge Islamitische Raad in Irak vooral de aanhangers van de sjiitische Iraakse nationalist Moqtada al-Sadr, met 40 van de 70 zetels van de alliantie, deel uitmaken. En ook bij Kurdistania, de alliantie van de twee grote Koerdische partijen – de Democratische Partij van Koerdistan van Masoed Barzani en de Patriottische Unie van Koerdistan van Jalal Talabani, de president van Irak.

Het getouwtrek om de macht duurde tot 10 november, toen bekendgemaakt werd dat Maliki toch aan het laatste eind trok. Dankzij Moqtada al-Sadr, die van 2004 tot 2007 gewapenderhand in de clinch lag met de Amerikanen, met de Iraakse interimregering van Iyad Allawi (2004-2006) en met de regering van Maliki (sedert eind mei 2006). Onder deze laatste vond Moqtada al-Sadr het in 2007 veiliger te gaan “studeren” in Iran, waar hij nog altijd verblijft. Waarom de nationalist al-Sadr toch in zee gaat met zijn hardnekkigste vervolger is een open vraag. Het kan wijzen op een toenemende invloed van Iran in Irak, alhoewel dat in tegenspraak is met de gedragslijn van al-Sadr, die sedert 2003 alleen maar misprijzen vertoonde voor mensen als Maliki en de leiders van de Hoge Raad voor de Islam in Irak, die sedert de jaren 1980 Irak ontvluchtten en zich in Iran vestigden. En ook voor Allawi die in ballingschap ging in Groot-Brittannië.

Onder het akkoord van 10 november zou Talabani president blijven, wat inmiddels door het parlement werd bevestigd, zij het met een krappe meerderheid. Om de soennieten, de zeer militante minderheidsgroep die sedert de jaren 1920 tot 2003 voor het zeggen had, te paaien, werd de parlementsvoorzitter opnieuw een soenniet en werd de soennieten ook de post van minister van Buitenlandse Zaken in het vooruitzicht gesteld. En Allawi zou de voorzitter worden van een nieuw op te richten Raad voor Nationale Strategie, waarvan de bevoegdheden nog moeten worden vastgelegd. In principe zou die alle “belangrijke” regeringsbeslissingen op het vlak van de economie, de strijdkrachten en de veiligheid moeten goedkeuren.

Maar al bij de eerste parlementsbijeenkomst bleek al overduidelijk dat het regeringsakkoord uiterst fragiel is. De soennieten verlieten de parlementszitting omdat niet werd ingegaan op hun eisen voor de vrijlating van alle gevangenen en voor de stopzetting van de “de-Baathisering”, met name voor de opheffing van de diskwalificatie van drie parlementsleden van Allawi. Dat voorspelt weinig goeds voor de uiteindelijke regeringsvorming; die president Talabani op 25 november aan Noeri al-Maliki toevertrouwde. Hij heeft er 30 dagen de tijd voor.

Gezien de voorgeschiedenis, en ondanks de steun van Iran, Syrië en Saoedi-Arabië, lijkt zijn opdracht geen gemakkelijke taak. Ze lijkt eerder gedoemd. Ook omdat de Amerikanen niet gelukkig zijn met de steun van hun aartsvijand Moqtada al-Sadr voor Maliki en vrezen voor grotere Iraanse invloed. Het is nu eenmaal ook zo dat de Iraakse samenleving totaal ontwricht en grotendeels vernietigd is door de Amerikaanse invasie in 2003 – zie hierover elders in dit nummer van Uitpers het getuigenis van Dirk Adriaenssens voor De Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève. Als gevolg daarvan is de situatie in Irak erger dan ze was onder Saddam Hoessein. Het geweld mag dan, zoals Maliki beweerd “verminderd” zijn, volgens de organisatie Iraq Body Count ligt het gemiddelde aantal dodelijke burgerslachtoffers dit jaar op 7,7 per dag. En Maliki gaf toe dat er de voorbije jaren niets is gebeurd voor de levering van basisdiensten, zoals elektriciteit, aan de bevolking. “We willen een actieve en bekwame regering om de diensten, die we al zo lang hebben uitgesteld,

te leveren aan onze bevolking”, zei hij na aanstelling tot formateur.

Eigenlijk werkt er niets in Irak, behalve de folterkamers van Maliki, waarover de Wikileaks heel wat informatie verschaften, en de galgen. Maar die laatsten werken wel, maar slecht. Volgens getuigenissen zijn de touwen voor de executie van terdoodveroordeelden soms zo versleten dat ze breken en er andere moeten gezocht om het vonnis uit te voeren. Het Nederlandse persbureau ANP citeerde een anonieme Britse functionaris hoe het touw bij de terechtstelling van een vermeende opstandeling te lang bleek en de man op de grond bleef staan. Het touw werd tevergeefs ingekort, waarna de vloer, wederom tevergeefs, werd opgebroken. Uiteindelijk werd de veroordeelde in zijn cel door het hoofd geschoten.

Irak heeft de trieste reputatie na China en Iran, het meeste mensen ter wereld terecht te stellen. Vorig jaar zouden dat er ten minste 120 zijn geweest, maar juiste aantallen van executies zijn niet bekend. Vele, al dan niet vermeende opstandelingen, worden naar verluidt in groep en zonder enige vorm van proces opgeknoopt. Degenen die wel berecht worden, krijgen doorgaans geen eerlijk proces van rechters die vooral op wraak uit zijn. Ook worden de familieleden en advocaten van terdoodveroordeelden niet eens op de hoogte gebracht van de terechtstellingen.

Kortom, Maliki voert sedert 2006 een schrikbewind met zijn “veiligheidsdiensten”, eigenlijk zijn privé-militie. De vraag is of Allawi en zijn te vormen Raad voor Nationale Strategie daar iets aan zullen kunnen doen. En wat als de resterende 50.000 Amerikaanse soldaten, zoals voorzien, eind 2011 het land verlaten hebben? Dan dreigt de ultieme strijd om de macht uit te breken, tussen sjiieten en soennieten en tussen sjiieten onderling. Met als mogelijke winnaars de Koerden, die eigenlijk nu al feitelijk onafhankelijk zijn, zij het niet binnen de grenzen die de Koerden wensen. En zullen de Koerden dan hun eenheid weten te bewaren, of komt er een terugkeer naar de bloedige broederstrijd van de jaren 1990?

(Uitpers nr. 126, 12de jg., december 2010)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 54 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook