Bij de Algerijnse presidentsverkiezingen kan het volk kiezen tussen vijf nepkandidaten

Op 22 februari 2019 gaan honderdduizenden Algerijnen in het hele land de straat op om te protesteren tegen de aankondiging van de vijfde ambtstermijn van president Bouteflika. De volgende 42 vrijdagen zullen allemaal dagen van vreedzame demonstraties worden, met soms miljoenen Algerijnen op straat.
Na enkele weken van demonstraties en tegenstrijdige berichten van de stafchef kondigt het leger officieel aan dat het het gezag van president Bouteflika niet langer zal erkennen. De stafchef, Ahmed Gaïd Salah, roept op tot de onmiddellijke toepassing van artikel 102 van de grondwet. Dat artikel bepaalt dat de president “onbekwaam” kan worden verklaard in geval van een ernstige en langdurige ziekte die het hem onmogelijk maakt zijn functie uit te oefenen. Twee uur later is het zover, president Bouteflika kondigt zijn ontslag aan na bijna 20 jaar regeerperiode.
Het regime wil meteen een nieuw hoofdstuk beginnen en plant nieuwe presidentsverkiezingen die in juli moeten gehouden worden. Die worden uiteindelijk geannuleerd en verplaatst naar 12 december. Donderdag is het dan zover: de Algerijnen mogen naar de stembus. Na tien maanden van massaal volksprotest en verzet tegen de elite, de hoogwaardigheidsbekleders van het regime, kan er gekozen worden tussen vijf nepkandidaten. Het zijn allen 60 tot 70 jarige mannen en gerecycleerde figuren van het oude regime. Er bestaat haast geen verschil tussen hen. Ze zijn vrijwel onderling uitwisselbaar en de overwinnaar zal een bevolking gaan vertegenwoordigen waarvan de meerderheid niet eens dertig jaar oud is. Het is bij wijze van spreken een echte gefingeerde verkiezing of een gefingeerde echte verkiezing.
Er zijn verschillende redenen voor dat het zover is gekomen.
Eerst en vooral is er de strategie van het regime, waarbij de hoofdrol gespeeld wordt door de stafchef van het leger Ahmed Gaïd Salah. Sinds het begin van de ‘Hirak’, de ‘Beweging’, in februari probeert alles wat “macht” is, het voortbestaan van het regime te verzekeren door een paar marginale aanpassingen te doen en ‘de bende’ van de voormalige president Bouteflika via processen uit te sluiten. Die ‘bende’ staat symbool voor corruptie en ‘hogra’ (minachting), en wordt gehaat door de bevolking. De verkiezingen maken deel uit van het scenario van voortzetting van het regime waarbij wat randconcessies worden gedaan terwijl het een echte, niet door het regime gecontroleerde overgang afwijst. Met andere woorden, verandering in continuïteit. Dit in de overtuiging dat het conflict na verloop van tijd wel zal overwaaien en doodbloeden door uitputting en gebrek aan eenheid bij de protesterende bevolking.
De tweede reden is het failliet van de belangrijkste politieke oppositiepartijen. Deze hadden zich als een alternatief kunnen profileren en de wil tot hervorming van de bevolking kunnen aansturen. Ze kunnen die rol echter niet waarmaken omdat ze of geen legitimiteit hebben doordat ze te gecompromitteerd met het oude regime zijn, of omdat ze geen onderbouw hebben of te zwak zijn, of omdat ze niet in staat zijn om vernieuwend te denken, of omwille van een combinatie van deze kwalen. In dit vacuüm zijn enkele figuren zoals Karim Tabbou of de advocaat en voormalig voorzitter van de Algerijnse Liga voor de verdediging van de mensenrechten (LADDH) Mustapha Bouchachi naar voor gekomen. Figuren die echter gemakkelijk opzij kunnen geschoven worden door ze te arresteren en in de gevangenis te gooien.
Dit brengt ons bij de derde verklarende factor: de broosheid van de Beweging zelf. Ondanks de massale volksmobilisatie, de moed van de betogers, hun vastberadenheid en hun opmerkelijke burgerzin is de Beweging er na enkele pogingen nog niet in geslaagd zich te structureren. Het maatschappelijk middenveld dat de mobilisatie steunt speelt het (nog) niet klaar om de krachten te bundelen en een gemeenschappelijk front te vormen. De opstand kenmerkt zich door een vreedzame, veelzijdige volksopkomst, grotendeels gemobiliseerd via sociale netwerken, die zich verzet tegen elke vorm van representatie en vijandig staat tegenover compromissen. De radicale slogan “qu’ils dégagent tous” (dat ze allemaal opstappen) is efficiënt in het samenbrengen van al diegenen die het regime uitspuwen maar maakt het moeilijk om politiek resultaat te boeken. (‘Opstappen’, ja maar om wat te doen, hoe en met wie?). De massale protesten die Algerije sinds 22 februari kent zijn enorm. Ze hebben het mogelijk gemaakt om Bouteflika en een deel van de clan te doen ‘opstappen’ – wat niet onbelangrijk is – maar de protesten kunnen niet eindeloos doorgaan tegenover een militaire macht die zijn strategie ongewijzigd voortzet. De moeilijkheid die de Beweging ondervindt om zich te verenigen en om een politiek proces op gang te brengen dat verder gaat dan de wekelijkse demonstraties op vrijdag – en de studentendemonstraties op dinsdag – speelt het regime in de kaart.
Het regime is niet verdwenen, het bestaat nog altijd! Enkele gezichten (politici en oligarchen), waaronder de hoofdrolspeler van de afgelopen jaren, Abdelaziz Bouteflika, zijn wel buitenspel gezet, maar het leger, de ruggengraat van het regime, blijft de facto het land leiden. Het bestuur, het skelet van de staat functioneert nog altijd. De veiligheidstroepen en hetgeen wat overblijft van de politieke spelers die het regime steunen, het Front de Libération National (FLN) en het Rassemblement National Démocratique (RND) blijven actief. De kloof tussen de verstedelijkte en tamelijk rijke kustgebieden en de rest van het land is enorm. Net zoals de kloof tussen de winnaars van de Bouteflika-jaren – waarbij sommigen kolossale fortuinen hebben vergaard – en de talrijke achtergeblevenen in het systeem, de etnische verdeeldheid tussen, grofweg gezegd, de “Arabieren” en de “Berbers”. Maar vandaag bestaat de belangrijkste scheidslijn tussen diegenen die het regime belichamen en diegenen die door de straten opstappen. Een gapende politieke kloof maar ook een generatiekloof tussen de “heersers“, of beter gezegd degenen die de macht “bezetten”, en de “geregeerden”.
De stafchef, die Algerije de facto sinds de val van Bouteflika leidt, is 79 jaar oud. De huidige president, Abdelkader Bensalah 78 jaar en net zoals zijn voorganger Bouteflika ziek. Degenen die demonstreren zijn jong – vaak heel jong – en herkennen zichzelf niet in deze gerontocratische macht noch in de twee belangrijkste presidentskandidaten die beiden ooit premier waren onder Bouteflika: Ali Benflis, 75 jaar, en Abdelmadjid Tebboune, 74 jaar.
Een groot deel van de Algerijnse bevolking zal de verkiezingen boycotten en verwerpen. Het regime kan zijn gebruikelijke kunstgrepen aanwenden en knutselen met de resultaten, maar het zal niemand voor de gek kunnen houden. Het resultaat wordt een president die niet door het volk maar door het leger is gekozen, en die daardoor geen enkele legitimiteit zal hebben. De stafchef Ahmed Gaïd Salah is vandaag de ware meester van het land en hij is van plan dat te blijven, zij het achter de façade van een nieuw ‘verkozen’ president. Onder diens ‘leiding’ zullen enkele hervormingen doorgevoerd worden, die de ‘Hirak’ tevreden zouden moeten stellen. Het ‘nieuwe’ regime zal blijven wedden op het wegdeemsteren van de Beweging, haar verdeeldheid, haar onvermogen om een gemeenschappelijk front te vormen. Het zal, zoals gebruikelijk, met de vinger wijzen naar “buitenlandse inmenging”, de kwestie van de identiteit en de angst voor chaos oproepen. De winter met zijn sneeuwval, koude en overstromingen staat voor de deur. De economische situatie gaat in een snel tempo achteruit, de reserves raken uitgeput, de administratie draait wel nog maar slecht…
Misschien is het dat wat gaat gebeuren maar er kan zich ook iets anders voordoen. De verkiezingen kunnen ook een katalysator zijn voor het protest. De Hirak heeft een indrukwekkend verantwoordelijkheidsgevoel getoond, het heeft bewezen in staat te zijn om miljoenen mensen vreedzaam te mobiliseren. En dit ondanks een toename van de repressie die bedoeld is om een zwaar incident uit te lokken. Het regime kan er misschien van overtuigd zijn dat alles zal terugkeren naar de situatie van vroeger, maar het is niet in staat om alleen uit de crisis te geraken.
Het leger noch de Beweging zullen willen inbinden. Het regime klampt zich vast aan de macht maar het wantrouwen ten opzichte van de macht, de afwijzing van het systeem is zo groot, dat de mobilisatie na de verkiezingen niet zal verzwakken. Ondanks de beperkingen die het regime oplegt en de toenemende repressie van activisten. De bevolking heeft begrepen dat ze alle vruchten van haar mobilisatie zal verliezen als ze de druk lost. Dat kan leiden tot een cyclus van demonstraties en repressie die maanden kan aanhouden en waarschijnlijk zal uitdraaien op een weergaloze verharding van het regime. De buitenlandse partners van Algerije, Frankrijk op kop, zullen dan hun ‘bezorgdheid’ en ‘verbijstering’, hun ‘angst voor chaos’ kenbaar maken. Het alternatief is onderhandeling en dialoog. De vele krachten en actoren die samen de Beweging vormen, moeten zich structureren, manieren vinden om zich te “confronteren” en een platform te ontwikkelen. Het regime van zijn kant zal na de verkiezingen een echt overgangsproces op gang moeten brengen. Als dat lukt zal het ongetwijfeld veel tijd kosten. En in dergelijke situaties heeft de tijd helaas de neiging om vooral in het voordeel te spelen van diegenen die de macht bezetten.

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Francis Jorissen

Woont in Frankrijk, maar ook wel een beetje in Gent. Leest veel en schrijft een beetje over geopolitiek. Geboeid door het Midden-Oosten en wat vroeger de Sovjet-Unie was. Je kan andere artikels van hem vinden op zijn site plutopia.be