Algerije bedekt het gezicht…

Menige ‘Algeria watcher’ klaagt erover dat de politieke elite van het land (die vanaf de eerste dagen van de onafhankelijkheid onder de voogdij stond van de hoogste legerleiding) zo ondoorzichtig blijft. De Algerijnse politiek blijft voor de buitenstaander, net zoals voor de modale Algerijn overigens, erg mysterieus.

De klacht is al zo oud als het onafhankelijke Algerije zelf. Getuige daarvan ‘Algerije bedekt het gezicht’, een reportage van Ryszard Kapuściński over de regeerperiode van Ahmed Ben Bella (1962-1965) (1). Enkele frappante kanttekeningen van ervaren Afrika-reiziger, een man met een heel scherpe kijk op de dingen en mensen.

‘Tragische koloniale misvorming’

“Ben Bella is drie jaar de leider van Algerije geweest. Algerije is een ongewoon land, enig in zijn soort. Bij elke stap onthult de Algerijnse werkelijkheid haar contrasten, tegenstrijdigheden en conflicten. Niets is hier ondubbelzinnig en niets laat zich in een formule vangen. Een Franse journalist die zich al jaren met Algerije bezighoudt, zei me met hulpeloze oprechtheid: ‘Ik begrijp dit land niet’. ‘Ik kan maar niet vatten,’ vertrouwde een vooraanstaand econoom mij toe, ‘hoe dit alles kan blijven voortbestaan.’

Algerije hoort tot de Afrikaanse landen waar het kolonialisme het langst heeft geheerst. De Fransen hebben honderd tweeëndertig jaar lang in Algerije de dienst uitgemaakt. Alleen de Portugezen in Angola en Mozambique en de Afrikaners en Engelsen in Zuid-Afrika hebben een langere koloniale ervaring achter de rug. Die lange periode van koloniale overheersing door de Fransen heeft een tragische stempel op Algerije gedrukt, dat het land de eerste tientallen jaren niet kwijt zal raken.”

“Het kolonialisme heeft Algerije in aanzienlijk hogere mate verwond en verminkt dan in de meeste onafhankelijke landen van Afrika het geval is. De Europese kolonisten spelen altijd de hoofdrol in het proces van koloniale misvorming.Daarom is niet alleen de duur van de koloniale periode, maar ook, misschien zelfs in de eerste plaats, het aantal kolonisten de beslissende graadmeter voor de mate waarin het gegeven Afrikaanse land als kolonie is geruïneerd. In dit opzicht doet Algerije op het hele Afrikaanse continent alleen onder voor Zuid-Afrika. In Algerije hebben zich ongeveer 1,2 miljoen Europeanen gevestigd. Dat is net zo veel als het totale aantal Europese kolonisten in zesentwintig Afrikaanse landen. De kolonisten vormden een tiende deel van de bevolking van Algerije.”

‘Hypermoderniteit in het stenen tijdperk’

“Het koloniale verleden is in alle opzichten een last voor de Algerijnse werkelijkheid. De essentie van het kolonialisme is de vorming – in het leven van het onderworpen land – van een hele reeks afgronden. Die afgronden ontstaan overal: in de economie, in de sociale hiërarchie, in de mentaliteit van de mensen. Voor een koloniaal land is het volgende beeld kenmerkend: we zien een hypermoderne, geautomatiseerde fabriek van transistorradio’s, maar bij de muren van deze fabriek beginnen de holen al waar mensen wonen die ook nu nog met een houten schoffel het land bewerken. ‘Kijk eens wat een prachtige wegen we voor hen hebben aangelegd,’ zeggen de kolonisten. Dat is waar, maar aan die wegen liggen dorpjes met een bevolking die het stenen tijdperk nog niet heeft verlaten. Dat is het beeld dat Algerije te zien geeft.”

‘Elite leeft in Algiers, niet in Algerije’

“De koloniale politiek schept aan de ene pool een laag van ‘beschaafde’ en ‘goed werkende’ autochtonen, de rest van de maatschappij wordt naar de andere pool gedrongen, die van de armoede en onontwikkeldheid. De ambtenarij, burgerlijk en geschoold, isoleert zich opvallend en ondemocratisch van de totale bevolking. Dit zijn mensen die naar Frans model zijn gevormd, die de Franse levensstijl en in hoge mate ook de Franse manier van denken hebben overgenomen. Hun leven speelt zich af in de stad, achter het – vroeger Franse – bureau en in het Franse café. Deze bevolkingslaag verenigt vertegenwoordigers van alle politieke kleuren in Algerije, van reactionair tot communistisch. Niet hun politieke standpunten, maar hun levenswijze brengt hen samen. Uit dit milieu wordt het politieke en administratieve apparaat van Algerije voor het merendeel gerekruteerd. Een voorwaarde om tot de regerende elite van Algerije te kunnen behoren is kennis van het Frans en deze mensen spreken vloeiend Frans. Naast hun levensstijl hebben ze hun isolement ten opzichte van het land gemeen. Er is één ding dat deze mensen niet doen: de afgrond tussen Algiers en Algerije dempen. Het houdt ze niet bezig. Ze denken er niet aan. In de eerste plaats omdat ze het land niet kennen, omdat ze in Algiers leven, niet in Algerije. ‘Het is opvallend dat de mensen van regering en partij (2) Algerije absoluut niet kennen en er niets van weten,’ vertelde iemand me. ‘Hier kent niemand het platteland. Ben Bella interesseerde zich er een beetje voor, maar buiten hem niet veel anderen.’ Terwijl het platteland tachtig procent van Algerije uitmaakt.” “Dat het land drie miljoen werklozen telt, daarover wordt niet meer gediscussieerd. Ben Bella probeerde de stijl in de politiek min of meer te zuiveren van de ondraaglijke geest van konkelarij, de oppervlakkige kroegmentaliteit, maar speelde het niet klaar, hij kreeg er trouwens de tijd niet voor.”

‘Bureaucraten eten de helft van het budget op’

“Ten aanzien van de ambtenarij beging Ben Bella een kardinale fout, met alle rampzalige gevolgen vandien: hij betaalde hen volgens de koloniale Franse loonschaal. Dit is een fundamenteel feit dat de kansen voor het socialisme in Algerije al te niet deed nog voor het socialisme was geproclameerd. Waar gaat het om? De administratie van de staat en de economie in Algerije telt ongeveer driehonderdduizend man middelbaar en hoger personeel. In de koloniale tijd werden die posten (het waren er toen iets minder) hoofdzakelijk door Fransen bekleed. De inkomens van de Fransen waren fantastisch hoog in verhouding tot het gemiddelde inkomen van de Algerijnen, maar zelfs in verhouding tot een Fransman die in Frankrijk op een dienovereenkomstige post werkte, genoot hij van een riant salaris. Zo goed als alle Fransen zijn vertrokken. Op hun plaatsen zijn Algerijnen gekomen. Die ook hun loonschaal hebben overgenomen. Zo werd met één pennenstreek, met één decreet de laag van de bureaucratische bourgeoisie in het leven geroepen. Die mensen weten dat alle socialistische initiatieven kapitaalvorming vereisen en dat de principiële bron van interne kapitaalvorming in een land met een economie als de Algerijnse de post van het budget is die aan de ambtenarensalarissen wordt besteed. De bureaucratie eet de helft van het Algerijnse budget op. Het spreekt daarom voor zich dat elk serieus plan om in Algerije het socialisme op te bouwen met de afbraak van het koloniale loonstelsel moet beginnen, dus eerst de bureaucratie haar materiële privileges moet ontnemen.”

‘Het leger kan alles doen wat het wil’

“In zo’n land kreeg Ben Bella de macht. Hij begon onder slechte omstandigheden. Welbeschouwd was de situatie waarin hij het leiderschap van Algerije aanvaardde, beslissend voor zijn latere nederlaag.” “Ben Bella begon zijn strijd alleen. Hij was een paar maanden daarvoor pas uit de gevangenis gekomen, na jaren van isolement. Hij had niet zijn eigen ploeg, had geen garde.” “Er bleef dus maar één kracht over waarbij Ben Bella steun kon zoeken in zijn strijd om de macht. Deze kracht was het leger, het competente leger van Boumédienne.” “Dit gepolitiseerde leger bracht Ben Bella aan de macht, omdat het de enige homogene kracht was die na de oorlog op het Algerijnse toneel was overgebleven. Het was duidelijk dat alleen de kandidaat van het leger kans maakte om de macht over te nemen. Die kandidaat was Ben Bella. En zo ging het ook. Maar al op het moment dat hij begon, zaten zijn voeten in de klem: hij werd voortdurend in de gaten gehouden door militairen die wisten dat het leger alles kon doen wat het wilde.”

Wie deze passages uit een lange reportage over de beginjaren van het onafhankelijke Algerije vandaag herleest ontkomt moeilijk aan de vraag: is er in dit land dan nooit wat veranderd?

(Uitpers, nr. 62, 6de jg., maart 2005)

(1) ‘Algerije bedekt het gezicht’ is opgenomen in: Ryszard Kapuściński, “De voetbaloorlog”, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1991.

(2) Bedoeld wordt de regeringspartij en voormalige nationale bevrijdingsbeweging FLN (Front de Libération nationale), die van 1962 tot 1992 onafgebroken aan de macht is geweest. Binnen het FLN hadden de militairen een verpletterend overwicht. In 1992 bij het begin van de bloedige burgeroorlog tegen de gewapende islamistische groepen greep het leger uiteindelijk zelf de macht.

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :