AfPak wordt nachtmerrie voor Obama

Kabul deed in augustus even aan Teheran in juli denken. De fraude bij de Afghaanse presidentsverkiezingen moest niet onderdoen voor die in Iran. Ook de internationale waarnemers stonden versteld van de grofheid waarmee zittend president Hamid Karzai de stembussen deed vullen in de hoop op een zege naar het voorbeeld van zijn Iraanse collega Ahmadinejad.

Maar daarmee bracht hij de Amerikaanse president Obama zwaar in verlegenheid Diens gezant Richard Holbrooke deed de uitslag snel bijsturen om de schade te beperken. Want die Afghaanse verkiezingen vormden een belangrijk onderdeel van zijn “nieuwe” AfPak-strategie – om in Afghanistan en Pakistan het beruchte internationaal terrorisme uit te roeien.

Die verkiezingen hebben vooral het illusoire karakter van Obama’s strategie blootgelegd. Wat een oefening in democratie moest zijn, is een farce geworden. Vier jaar eerder werd hoog van de toren geblazen met een opkomst van rond 70 procent, alleszins veel hoger dan bij verkiezingen voor een Europees Parlement.

Mirakel

Deze keer zijn alle trucs uit de kast gehaald om te beweren dat bijna de helft was gaan stemmen. Waar waarnemers een opkomst van hoogstens tien procent zagen – in enkele Pathaanse gebieden – was dat officieel 75%. In sommige regio’s lag de opkomst zelfs hoger dan het aantal ingeschreven kiezers. Nochtans was dat laatste ook al fel opgeblazen: Afghanistan telt naar ernstige schatting 12 miljoen inwoners in de kiesgerechtigde leeftijd; toch waren er 17 miljoen ingeschreven. Sommige dus meer dan één keer. Maar er was toch onuitwisbare inkt om te belettend at iemand twee keer zou stemmen? Tot op de kiesdag bleek dat die met een simpel detergent afwasbaar was. En om elk risico te vermijden, werden op talrijke plaatsen de stembussen al op voorhand gevuld.

De lage opkomst kan moeilijk in de schoenen van alleen maar de Taliban en hun bondgenoten worden geschoven. De Afghanen bleven zelden weg uit schrik voor de dreigementen van de Taliban, maar uit diepe onvrede over het corrupte regime van Karzai.

Die trachtte in de aanloop naar de verkiezingen het geweer van schouder te veranderen: om zich te ontdoen van zijn imago van Amerikaanse marionet, spuide hij kritiek op de vele “vergissingen” van de Amerikaanse troepen en hun bondgenoten waarbij honderden Afghaanse burgerslachtoffers vielen.

Antiamerikanisme

Daarmee gaf de president impliciet toe dat de stemming onder de bevolking erg anti-Amerikaans is (nationalisme zelf is erg zwak, maar in het verzet tegen die buitenlandse troepen vinden veel Afghanen elkaar). In anti-Amerikanisme kan Karzai echter niet wedijveren met de Taliban, wat voor een deel verklaart waarom die Taliban de voorbije twee jaar hun aanhang versterkten.

Die versterking is een nachtmerrie voor Obama en voor de Navo. De nieuwe Navo-baas, Fogh Anders Rasmussen, laat verstaan dat het bestaan van de Navo op het spel staat in wat de moeilijkste operatie in zestig jaar bestaan wordt genoemd. Inderdaad, de Navo – met deelname van Belgische troepen, is hier een oorlog begonnen waarvan de afloop dramatisch dreigt te worden. Generaal Stanley McChrystal verklaarde enkele dagen vóór de presidentsverkiezingen dat “de Taliban aan het winnen zijn “(Wall Street Journal 10 augustus 2009). Een dergelijke verklaring liegt er niet om. Het Witte Huis belette wel dat een alarmerend rapport over de militaire toestand publiek werd gemaakt vóór die verkiezingen, maar dat verandert niets aan de situatie op het terrein. Die is, wat minister van Defensie Pieter De Crem ook moge beweren, inderdaad ronduit onheilspellend voor de Navo.

Vietnamisering

Washington doet zijn uiterste best om met de nieuwe AfPak strategie de indruk te wekken dat er een perspectief is om met resultaat uit dat wespennest te raken. De tijd dringt wel, niet alleen op het terrein, maar ook bij de bondgenoten van de VS. Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zijn twee van die bondgenoten waar het verzet tegen deelname aan de oorlog met de dag groeit. Obama moet vrezen dat dit op termijn ook in de VS kan gebeuren, want met het groeiend aantal Amerikaanse soldaten op het terrein neemt ook het aantal doodskisten van gesneuvelde militairen toe.

En in het Witte Huis en het Pentagon weten ze nog wel hoe de dodentol aan Amerikaanse kant binnen de VS tot massaal verzet tegen de oorlog in Vietnam leidde. Er zijn al veel andere elementen die herinneringen aan de Vietnamese oorlog oproepen.

Zo is er de officiële politiek van “Afghanisering” waaraan ook Belgische experts deelnemen: de handhaving van orde en gezag zoveel en zo snel mogelijk in handen geven van Afghaanse troepen en politie.

Edoch, als de vis aan de kop rot is, stinkt de ganse vis: de corruptie dringt alle geledingen van de Afghaanse “gezagsorganen” binnen, politie en troepen ontsnappen daar niet aan. Hun gezag bij de bevolking is dan ook behoorlijk laag, met die organen de “Afghanisering” doorvoeren, doet wel heel sterk denken aan de “Vietnamisering” die wijlen VS-president Richard Nixon doorvoerde. Na jarenlang een politiek van escalatie te hebben gevoerd – ook onder zijn voorgangers John Kennedy en Lyndon Johnson – dacht het Amerikaans regime de oplossing te hebben gevonden: de Vietnamisering, waarbij leger en politie van Saigon de Vietcong zouden verslaan zodat de Amerikanen het grootste deel van hun troepen konden weghalen. Het draaide zoals we nu weten compleet anders uit: het door en door corrupte regime in Saigon stuikte in elkaar, de overblijvende Amerikanen moesten in allerijl met helikopters de vlucht nemen, zo snel ging het.

Obama ziet aan het einde van de huidige escalatie, want daar is hij volop mee bezig, ook al een scenario om Afghanistan te verlaten, zodra de Afghanisering afgewerkt zou zijn. Waarom zou het in Afghanistan anders lopen dan in Vietnam? Omdat de Taliban vooral Pathanen zijn? Hun invloed lijkt anders snel uit te deinen naar andere gebieden, gewoon omdat zij de meest radicale anti-Amerikanen zijn. In Vietnam haalden de Amerikanen zich veel haat op de hals met massaslachtingen als in My Lai; in Afghanistan is er nog geen My Lai maar de honderden burgerslachtoffers bij Amerikaanse bombardementen doet ook daar de haat sterk groeien.

In Afghanistan speelt nog een andere belangrijke factor mee. Het is namelijk niet zo lang geleden dat Afghaanse groepen, weliswaar zwaar gesteund door de VS, Pakistan, Saudi-Arabië en andere, de Sovjettroepen tot de aftocht dwongen. Het Moskougezinde regime hield na die aftocht evenwel nog enkele jaren stand en kwam vooral ten val door interne afrekeningen. Maar die Sovjettroepen waren er in tien jaar niet in geslaagd het land zoals dat heet “te pacificeren”.

Pak

De Taliban beschikken wel niet over hetzelfde internationaal krediet als de Vietcong in de jaren 1960 en 70, maar ze hebben wel net als de Vietcong een hinterland: het noorden van Vietnam toen, de Pakistaanse grensgebieden nu. Indertijd deed Nixon Noord-Vietnam zwaar bombarderen, nu tracht Obama resultaat te boeken via druk op Pakistan. Dat is wel een voordeel voor Washington: dat er in Islamabad een “bevriend” regime zit.

Maar dat bevriend regime heeft andere prioriteiten dan Washington. Onder sterke druk van de Amerikanen heeft het Pakistaans leger groepen Taliban grotendeels uit de Swat-vallei verdreven, maar de strategische grensgebieden blijven in handen van Afghaanse en Pakistaanse Taliban en verwanten. De Pakistaanse generaals hebben geen oor naar de Amerikaanse smeekbedes om de strijd tegen de Taliban absolute voorrang te geven. Voor die generaals is en blijft India een veel grotere bedreiging dan die Taliban die de Pakistaanse generaals zo lang steunden en met wie ze nog altijd stevige banden hebben.

Die Pakistaanse generaals hebben daar een andere kijk op. Voor hen is Afghanistan het hinterland tegen bedreigend India. De Taliban zijn daarin bondgenoten, ook al omdat de meeste Pakistaanse leiders de Pathanen aan beide kanten van de grens liever te vriend houden om te beletten dat ze aan een Groot-Pathanistan gaan werken en zo Pakistans eenheid afbreken.

De Afghaanse Taliban zijn voor hen objectieve bondgenoten tegen de toenemende Indiase invloed in Kabul – de aanslag op de Indiase ambassade in Kaboel van juli 2008 was in dat opzicht een duidelijke waarschuwing.

Rivalen

Zowel Pakistan als de VS zien intussen ook hoe andere machten aan invloed winnen in Afghanistan. Iran heeft traditioneel altijd al grote invloed gehad, enerzijds door de etnische verwantschap met de Tadzjieken, de grootste bevolkingsgroep na de Pathanen, anderzijds door de religieuze banden met de sjiïtische Hazara’s. Voor Iran zijn de soennitische Pathaanse Taliban vijanden. Washington zou dus alle belang hebben bij een goede verstandhouding met Iran en vice versa. Maar het is voor de Amerikanen natuurlijk niet aangenaam dat ze in hun Afghaanse oorlog zo sterk te maken hebben met die invloed van vijandig Iran.

Tegelijk is de invloed van Rusland in Afghanistan snel groeiend, iets waar de Amerikanen ook niet veel verweer tegen hebben. Want ze hebben Rusland meer en meer nodig als doorvoerland voor hun wapens en ander materieel naar Afghanistan nu het steeds moeilijker wordt om vanuit Pakistan aan te voeren.
En China is eveneens van de partij. China Metallurgical Corporation is in juli begonnen aan de ontginning van de kopermijn van Aynak, een mijn met de tweede grootste koperertsreserves van de wereld. China heeft er zich toe verbonden een spoorlijn aan te leggen tussen Tadzjikistan en Pakistan via Aynak. Chinese bedrijven zijn eveneens in de running voor de exploitatie van andere rijkdommen, zoals gas, aardolie, zilver, ijzererts en uranium.

Frustrerend

Het is een bijzonder frustrerende situatie voor Washington waar men niet meer weet op welk been te dansen. Wat is nu het strategisch doel in Kaboel? Een geloofwaardig regime dat sterk genoeg staat op eigen middelen zijn gezag te vestigen, is een volslagen illusie. Onderhandelen met “gematigde Taliban”? Die zijn al evenmin te vinden als de meest gezochte man ter wereld, Osama Ben Laden. Met de stam- en clanchefs aanzitten?. Dat is al uitvoerig geprobeerd, maar die zijn alleen bekommerd om hun eigen invloed – die trouwens ook door de Taliban is aangetast. Andere objectieven, zoals de oorlog tegen de opium – Afghanistan zorgt voor meer dan 90% van de wereldproductie? Dat wordt door Kaboel zeker niet aangemoedigd. Want alle verhalen ten spijt dat de Taliban daar goed bij varen, is het net de tegenpartij die daar veel beter van wordt.

Het zou ook een bijzonder frustrerende situatie moeten zijn voor de regering in Brussel die volop deelneemt aan de oorlog. De Crem en Leterme houden het bij geloofsbelijdenissen die moeten verhullen hoe uitzichtloos de toestand is. Maar als McChrystal, de bevelhebber van de Navo-troepen in Afghanistan, zegt dat de Taliban aan de winnende hand zijn, betekent dit dat België mee de oorlog aan het verliezen is.

(Uitpers, nr. 112, 11de jg., september 2009)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 53 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook