Afghanistan: de oorlog duurt voort

De strijd tegen de Taliban in Afghanistan werd in twee maanden beslecht. Dankzij de miljoenen dollar cash geld die Washington besteedde aan het kopen van krijgsheren en stamchefs. Én door de massale bombardementen met, zeg maar, massavernietigingswapens. De oorlog is echter nog niet gewonnen. Taliban-leider mollah Mohammed Omar en Osama bin Laden zijn niet gevonden. De strijd ter plekke is verre van voorbij maar er wordt al gretig naar nieuwe "opportuniteiten" elders gekeken terwijl de schokgolven van de "oorlog tegen de islam" tot nieuwe gewelddadige conflicten kunnen leiden, zoals tussen India en Pakistan en in het Midden Oosten.

Maar weinigen zullen het verdwijnen van mollah Omar betreuren. De weinig betekenende dorpsmollah die het, met Pakistaanse en Amerikaanse steun, tot "emir van de gelovigen" bracht, wist in de kortste keren velen tegen zich in het harnas te jagen door zijn obscurantisme. Zijn voornaamste verdienste – het herstel van wet en orde vanaf 1994 – werd snel vergeten, toen duidelijk werd welke absurde regels hij oplegde na de verovering van Kaboel in 1996. Verbod op muziek en zelfs op speelgoed, zoals vliegers, voor kinderen. Absolute verplichting voor mannen hun baard te laten groeien en voor vrouwen zich van kop tot teen in een burqa te hullen en zich vooral in de keuken op te houden.

Het is echter zeer de vraag of de situatie onder de interim-regering, en nadien onder de nieuwe, te verkiezen regering, veel zal verbeteren. De coalitie aan de macht bestaat voor een groot deel uit krijgsheren en hun modjaheddin (islamitische strijders) die van 1979 tot 1989 tegen de Sovjet-troepen in Afghanistan vochten. En die zich religieus soms nog onverdraagzaamer en vrouwonvriendelijker opstelden dan de Taliban. Voor de Taliban gold alleen de sharia, zij het in haar meest fundamentalistische interpretatie, terwijl bv. de Pathanen met hun erecode nog verder gaan: die laat moord op vrouwen en dochters toe gewoonweg op basis van geruchten, zonder de bewijzen die de sharia vraagt. De burqa zal dan ook, alhoewel niet meer wettelijk verplicht, het straatbeeld blijven bepalen in het "nieuwe" Afghanistan.

Een andere belangrijke vraag is of premier Hamid Karzai er zal in slagen wet en orde te doen heersen. Toen de modjaheddin in 1992, drie jaar na het vertrek van de Russen, het pro-communistische bewind versloegen, brak een periode van anarchie uit. Geen sprake meer van enig centraal gezag. Lokale krijgsheren zwaaiden overal de plak, plunderden en hieven in de stijl van middeleeuwse roofridders tol op de wegen in hun gebied. Bovendien raakten ze onderling slaags. Geen wonder dat de Taliban, die ook eerder hun weg naar de macht kochten dan vochten, aanvankelijk op veel sympathie konden rekenen.

Ook nu is het bewind een allegaartje van krijgsheren, stamhoofden en lokale politici. De onderlinge spanningen zijn gebleven. Tijdens de oorlog werden westerse journalisten vermoord omwille van hun dollars en bezittingen. Sedert de val van Kaboel zijn er vele klachten over plunderingen door Tadjiekse troepen van de voormalige Noordelijke Alliantie in de hoofdstad. En de chefs zijn hier en daar al onderling slaags geraakt. Meer nog ze hebben allemaal buitenlandse sponsors (Pakistan, India, China, Iran, Rusland…) die er belang kunnen bij hebben onrust aan te wakkeren als hun belangen (bv. door concurrerende olie- en gaspijpleidingen en andere Amerikaanse activiteiten in hun achtertuin) in het gedrang komen.

Vredesmacht zonder Amerikanen

De Amerikanen hebben het deze keer goed bekeken. Geen nieuw Vietnam voor hen. Hun oorlog is bijna uitsluitend met geld en vanuit de lucht gevoerd, zonder enige betekenisvolle inzet van grondtroepen. De kastanjes mogen nu uit het vuur worden gehaald door een "Internationale strijdmacht voor bijstand aan de veiligheid" (ISAF), die in Afghanistan niet echt welkom is. Zeker niet bij minister van Defensie Mohammed Fahim, die de rol, omvang en aanwezigheidsduur van de troepenmacht zoveel mogelijk wil beperken.

De Britten, die in de 19de eeuw duizenden manschappen verloren tijdens hun twee oorlogen in Afghanistan, en nu de multinationale strijdmacht leiden, moeten er terdege rekening mee houden dat ze opnieuw in het vizier kunnen komen. Zeker als de Amerikanen, zonder rekening te houden met de regering, gewoon doorgaan met naar eigen goeddunken het reeds door twintig jaar oorlog geteisterde land verder met de grond gelijk te maken. En daarbij tientallen burgers doden. Dat zet kwaad bloed en kan enkel worden goedgemaakt met geld, veel geld. En dat vraag is of dit zal komen. Van beloften van de zgn. "internationale gemeenschap" weten onder meer de Palestijnen en Serviërs inmiddels tot hun scha en schande mee te praten. Maar Afghanistan heeft het voordeel van zijn strategische ligging en dus meer kans dat er echt geld wordt ingepompt.

De Amerikanen kijken inmiddels reeds verder. Washington heeft al officieel meegedeeld dat het krachtens resolutie 1373 van de Veiligheidsraad, die zijn militaire operatie tegen de Taliban en Al-Qaeda (De Basis) van Osama bin Laden de zegen gaf, overal ter wereld om het even wanneer mag optreden ter bestrijding van "het terrorisme" – ook al bestaat daar geen definitie van. Voor een beslissende strijd tegen Irak, ook al kon er geen enkele band tussen Bagdad en de aanslag van 11 september op het World Trade Center in New York worden gelegd, werd en wordt gelobbyd door een groep haviken rond vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz. Maar voor één keer zijn zelfs de anders steeds volgzame Britten daar tegen. Wat niet uitsluit dat de Amerikanen op eigen houtje kunnen handelen, zij het niet op het thema van het terrorisme, maar deze keer op dat van de "massavernietigingswapens" van president Saddam Hoessein.

Naast Irak werd ook gespeculeerd over Amerikaanse acties tegen Jemen, Syrië, Libië, Soedan, eilanden van de Filippijnen en Indonesië. En toen dook plotseling Somalië op wegens de banden die bin Laden daar zou hebben met de groep Al-Itihad al-Islamiyya (Islamitische Eenheid), die onder meer ijvert voor de "bevrijding" van de door etnische Somali’s bewoonde Ethiopische provincie Ogaden. Vele leiders van Al Qaeda, en misschien zelfs bin Laden zelf, zouden een onderkomen hebben gevonden o willen vinden bij de groep. Volgens Duitsland – dat zich sedert zijn succesvolle inmenging in de Balkan, die leidde tot het verdwijnen van het grondwettelijk verbod op buitenlandse militaire operaties, meer en meer profileert als een nieuwe imperialistische mogendheid ondanks het rood-groene bewind – zou al tot een actie tegen Somalië beslist zijn.

Het kan propaganda zijn, maar de Amerikanen hebben – zoals Duitsland in de jaren 1990 op de Balkan – een en ander te wreken in Somalië. Een "humanitaire" interventie in 1992 eindigde catastrofaal in 1993 toen de Amerikanen verwikkeld raakten in een bloedige oorlog met een lokale krijgsheer in Mogadishu, Mohammed Aidid. In hun speurtocht naar de man doodden ze honderden Somalische burgers. Maar Aidids militie sloeg terug en doodde achttien Amerikaanse mariniers, wier lijken door de straten van Mogadishu werden gesleept.

Bush begrijpt het niet

Hoe dan ook, president Bush jr. en zijn medewerkers zijn nog niet van plan ermee te stoppen, ook al garandeert machtsvertoon en vuurkracht niet het einde van het probleem. Al Qaeda is nu eenmaal niet dé organisatie die wereldwijd aan de touwtjes van het islamitisch terrorisme trekt. Er bestaan in de hele moslim-wereld massa’s groepen en tienduizenden mensen die bereid zijn Amerikaanse doelwitten aan te vallen. (Zelfs niet-allochtone Amerikanen, Britten, Fransen… boden zich er voor aan).

President Bush zei onlangs nog niet te begrijpen wat die mensen tegen de Verenigde Staten kunnen hebben. Waarmee hij bewijst niet te weten wat Washington overal ter wereld heeft uitgespookt en nog uitspookt: 5.000 Iraakse kinderen die per maand de dood worden ingejaagd door economische sancties die enkel nog door de VS worden gewild, volledige militaire, politieke, economische en diplomatieke steun voor het moorddadig regime van premier Ariel Sharon in Israël dat van Washington het recht heeft gekregen om zijn tegenstanders fysiek te likwideren… De haat en rancune die dit alles opwekt is niet te bestrijden met bombardementen, laat staan met een rakettenschild. Er moet fundamenteel worden gedokterd aan de Amerikaanse politiek – om die in overeenstemming te brengen met het officiële discours van bekommernis voor de mensenrechten, armoedebestrijding enz.

Het eigengereide Amerikaanse optreden in Afghanistan heeft al tot heel wat spanningen met bondgenoten geleid. Het Pakistaanse bewind van generaal Musharraf is wankel wegens het "verraad" aan Taliban-bondgenoten. De betrekkingen met Saoedi-Arabië benaderen het vriespunt omdat Washington niet bereid is het Israëlisch-Palestijns conflict op te lossen, zelfs niet eens Sharon wil intomen. Geen wonder dat de VS al enkele maanden geen operaties tegen Irak meer mogen uitvoeren vanaf basissen in Saoedi-Arabië. Ook een andere belangrijke bondgenoot in het Midden Oosten, Egypte, is ongelukkig, maar zwijgt liefst om zijn 2 miljard dollar jaarlijkse Amerikaanse hulp niet te verliezen. Het liet wel zijn ongenoegen uiten via de sjeik van de Al-Azhar-moskee in Cairo, Mohammed Sayed Tantawi, de hoogste islamitische gezagsdrager in Egypte, die onomwonden de bombardementen op onschuldige burgers in Afghanistan afkeurde.

De precaire vrede in het Midden Oosten, en ook elders, zoals tussen India en Pakistan, dreigt het slachtoffer te worden van de Amerikaanse politiek. Daarnaast worden de burgerlijke vrijheden in de westerse democratieën het slachtoffer van de "oorlog tegen het terrorisme". Onder voorwendsel van terrorismebestrijding werden die in de VS al ernstig aangetast: arrestaties zonder vorm van proces, zelfs zonder naastbestaanden in te lichten, militaire rechtbanken voor verdachten, afluisteren van telefoons en lezen van e-mails, suggesties voor invoering van foltering… Europa lijkt van plan te volgen. Ook tegen de "westerse vrijheden", die volgens (pro-)Amerikaanse commentaren zozeer zouden worden gehaat door bin Laden dat zij zijn voornaamste drijfveer zouden zijn, wordt de oorlog tegen het terrorisme gevoerd. Dat past goed in het kader van de anti-democratische krachten die het in de VS voor het zeggen hebben en die in Europa een opmars maken via de ondoorzichtige Europese instellingen.

(Uitpers, januari 2002)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 55 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook