Afghaanse opium, een zorg voor later

President George W. Bush kan de geschiedenis ingaan als de man die zijn land rampzalige militaire avonturen bezorgde. De Britten durven al mompelen dat ze uit Irak zullen moeten vluchten, Bush hoopt de catastrofe aan zijn opvolger te kunnen overlaten. Sommigen, zoals de Democratische kandidaat Obama, vinden dat de Amerikanen veel meer middelen en troepen naar Afghanistan moeten sturen.

Om Osama Ben Laden te vinden? Dan ook maar troepen naar Pakistan waar die misschien zit? Of om de opiumbaronnen te bestrijden? Nee, zeggen Britse en Amerikaanse generaals, laat de opium voorlopig met rust, we hebben andere katten te geselen. Iraanse?

Welke vreemde toestanden in dit deel van de wereld. Toch niet zo vreemd, er is één constante: de VS willen stevig hun suprematie vestigen in wat ze een zeer strategisch deel van de wereld vinden, zelfs belangrijker dan Europa. Een gebied met veel energiebronnen of in de buurt ervan.

Een van die vreemde dingen staat in het recente rapport van de VN-dienst voor bestrijding van drugs en misdaad: dit jaar haalt de opiumproductie in Afghanistan een historisch record, 8.200 ton. Het jaar ervoor was ook al historisch, met 6.100 ton, nu komt daar nog een derde bovenop. Afghanistan is daarmee veruit de grootste producent ter wereld van verboden verdovende middelen. De oppervlakte waarop in Afghanistan opium wordt verbouwd, is groter dan de totale oppervlakte waarop in Latijns Amerika coca wordt verbouwd.

Volgens dit rapport is er een band tussen die opiumproductie en de militaire activiteiten van de Taliban. Die Taliban hadden, toen ze nog aan de macht waren, in 2000 een ‘fatwa’ tegen de opiumproductie uitgevaardigd en dat inderdaad doen naleven in de hoop dat de VN hun sancties zouden opheffen. Toen de Amerikaanse troepen eind 2001 Afghanistan binnenvielen, werd daar nagenoeg geen opium meer verbouwd. Nu zegt het rapport dat die opium vooral wordt geteeld in de grensprovincies met Pakistan waar de Taliban sterk staan. De Taliban zouden op die manier hun oorlog financieren. Daarmee verdoezelt het rapport de banden tussen politici die in Kaboel de lakens uitdelen, met de drugproductie en handel.

Het is trouwens merkwaardig dat de Amerikaanse en Britse militaire leiders van de strijd tegen de opium geen werk willen maken. Want als die opium een geldbron van de Taliban is, zou het toch een zeer efficiënt militair middel zijn om die bron droog te leggen.

Iran

Maar vooral Washington wil president Hamid Karzai niets in de weg leggen omdat ze hem wil inzetten tegen Iran. Afghanistan heeft een lange grens met Iran en is dus zeer belangrijk in de omsingelingsstrategie van Washington. Karzai ziet dat echter om diverse redenen niet zo zitten. Verscheidene van zijn coalitiegenoten hebben goede banden met Iran. De Tadzjiekse leiders deels omwille van de etnische linguïstische verwantschap – ze kregen in hun strijd tegen de Taliban vele hulp van Iran. De Hazara’s die als sjiieten op Iraanse steun rekenen om hun posities in Kaboel veilig te stellen.

Voor Karzai is Iran eerder een noodzakelijke bondgenoot om zijn wankele positie in Kaboel veilig te stellen. De Afghaanse president kan veel meer op Iran rekenen dan op het Pakistan van generaal Musharaf waar de Taliban basissen hebben. Ondanks alle toezeggingen, blijft Musharaf al dan niet moedwillig dulden dat delen van het Pakistaanse leger de Taliban op zijn minst passief steunen. Dat is de prijs die de Amerikanen betalen voor een jarenlange politiek van actieve ondersteuning van al wat reactionair was en waarbij de Pakistaanse militaire geheime dienst ISI een van de belangrijkste elementen was.

Ook Musharaf was een pion van deze strategie die eerst jarenlang alle islamfundamentalisten bewapende tegen de Sovjettroepen en het Sovjetgezinde regime in Kaboel. Zijn ommezwaai naar de Amerikanen toe is hem door veel militairen niet in dank afgenomen. Waarom zouden ze nu de Taliban bestrijden die ze elf jaar geleden aan de macht hielpen, met Amerikaanse instemming.

Washington beseft dat Karzai geen willoze pion is. Hij wordt de jongste weken door een resem Amerikaanse toplui zeer sterk onder druk gezet om de anti-Iraanse kaart te trekken. Waarbij men tot eigenaardige toestanden komt; zoals Karzai die Iran looft en na een bolwassing van Condoleeza Rice voor de vorm dan maar wat retoriek tegen Teheran debiteert.

Hij krijgt van Washington voortdurend te horen dat hij de Taliban hardnekkiger moet bestrijden, wat hem telkens de gelegenheid biedt uit te varen tegen Washingtons andere pion, Musharaf, die diezelfde Taliban laat betijen. Pogingen van Washington om de twee op dezelfde golflengte te brengen, zijn totnogtoe deerlijk mislukt.

Karzai kan ook fijntjes opmerken dat van de enorme hulp voor wederopbouw nog weinig in huis is gekomen. De VS zouden kunnen repliceren dat er wel al veel geld is gestort, maar dat ze niet weten waar het naartoe is. Het is zeker niet in projecten voor wederopbouw gekomen, maar daar wil Karzai natuurlijk liever geen balans over bekendmaken.

Democraat

Karzai zit in geen al te beste papieren, zijn regering controleert slechts een heel klein stukje van het grondgebied. Veel milities van krijgsheren zijn niet of slechts zeer gedeeltelijk ontwapend, die krijgsheren blijven in een groot deel van het land de plak zwaaien, wat natuurlijk koren op de molen is van de Taliban die hun actiegebied hebben uitgebreid.

Maar de positie van Karzai is misschien wel comfortabeler dan die van collega Musharaf. Die heeft zijn eigen leger maar gedeeltelijk in handen, terwijl hij onder druk staat om af te treden als opperbevelhebber van de strijdkrachten met het oog op presidentsverkiezingen. Voor Washington is er wel een dilemma: hoe een man te blijven ondersteunen die via een militaire coup aan de macht kwam en die de macht via een “democratisch proces” wil houden zonder zijn kepi af te zetten. Nu hij bovendien voortdurend het onderspit moet delven in disputen bij het Hooggerechtshof – de afzetting van een magistraat werd ongedaan verklaard, ex-premier Sharif mag terugkeren – brokkelt zijn positie met de dag verder af.

Washington zoekt verwoed naar een alternatief en praat onder meer met ex-premier Benazir Bhutto. Maar geen van de mogelijke alternatieven komt tegemoet aan de wensen van Washington, zodat de Amerikanen toch maar moeten hopen dat hun man, Musharaf, overeind blijft.

Intussen valt het wel op dat Washington steeds nauwere banden smeedt met India, ook op vlak van nucleaire samenwerking. Ook dat verzwakt de positie van Musharaf (of enige andere Pakistaanse leider) zowel in eigen land als internationaal.

(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)

Deel dit artikel

Visited 20 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook