Achter de schermen van de WikiLeaks “onthullingen” over Irak

De Raad voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties in Genève gaf een beoordeling van de mensenrechtensituatie van de Verenigde Staten op 5 november 2010, ter gelegenheid van de negende zitting van de Universal Periodic Review (UPR), 01-12 november, 2010. Wat volgt is de presentatie gegeven door Dirk Adriaensens in de “Bijzondere Informatie Sessie van Extra-territoriale schendingen van de mensenrechten door de Verenigde Staten” op 3 november in het gebouw van de United Nations Human Rights Council in Genève.


De ontmanteling van de Iraakse staat

Enkele dagen na de verwoestende aanslagen van 9 / 11 verklaarde vice-minister van Defensie Paul Wolfowitz dat “het beëindigen van landen die het terrorisme steunen” een belangrijk aandachtspunt van het Amerikaanse buitenlandse beleid zou worden. Irak werd bestempeld als een “terroristische staat” en dus klaar voor “beëindiging“. President Bush duidde Irak aan als de frontlinie van de wereldwijde oorlog tegen terreur. Amerikaanse troepen zijn Irak binnengevallen met de uitdrukkelijke bedoeling om de Iraakse staat te ontmantelen. Na de Tweede Wereldoorlog was de aandacht van de politieke en sociale wetenschappen vooral gericht op “Nation building” en het opstellen van ontwikkelingsmodellen. Er is weinig geschreven over staatsvernietiging en de-development. We kunnen nu, na 7 jaren oorlog en bezetting, met grote zekerheid stellen dat de vernietiging van de Iraakse staat een bewuste doelstelling was van het beleid van de VS.

De gevolgen in menselijke en culturele termen van de vernietiging van de Iraakse staat zijn enorm: met name de dood van meer dan 1,3 miljoen burgers, de vernietiging van de sociale infrastructuur, waaronder elektriciteit, drinkwater en riolering; meer dan acht miljoen Irakezen hebben humanitaire hulp nodig; er is extreme armoede: uit het VN-Mensenrechtenrapport voor het 1e kwartaal van 2007 blijkt dat 54% van de Irakezen overleeft met minder dan $ 1 per dag, er zijn tenminste 2,5 miljoen vluchtelingen en 2.764.000 binnenlands ontheemden tot eind 2009. Eén op zes Irakezen is ontheemd. Etnische en religieuze minderheden op de rand van uitroeiing. UN-HABITAT, een agentschap van de Verenigde Naties, publiceerde een 218-pagina’s tellend rapport getiteld State of the World’s Cities, 2010-2011. Voor de Amerikaanse invasie van Irak in 2003, zweefde het percentage van de stedelijke bevolking in krottenwijken in Irak net onder 20 procent. Vandaag de dag is dat percentage gestegen tot 53 procent: 11 miljoen van de 19 miljoen totale stedelingen leven in sloppenwijken.

Vernietiging van het Iraakse onderwijs

Het Unesco-rapport “Onderwijs onder vuur 2010 – Irak”, gedateerd 10 februari 2010, concludeert dat “Hoewel de algemene veiligheid in Irak is verbeterd, is de situatie van de scholen, studenten, docenten en academici gevaarlijk is gebleven“. De directeur van de United Nations University International Leadership Institute publiceerde een rapport op 27 april 2005 waarin werd vermeld dat sinds het begin van de oorlog van 2003 ongeveer 84% van de Iraakse instellingen voor hoger onderwijs zijn verbrand, geplunderd en vernietigd. Aanhoudend geweld heeft de vernietiging teweeggebracht van veel schoolgebouwen en ongeveer een kwart van alle basisscholen moet worden heropgebouwd. Sinds maart 2003 werden meer dan 700 basisscholen gebombardeerd, 200 werden verbrand en meer dan 3.000 geplunderd. Tussen maart 2003 en oktober 2008 werden 31.598 gewelddadige aanvallen tegen onderwijsinstellingen gemeld in Irak, volgens het ministerie van Onderwijs (MOE). Populaties van leraren in Bagdad zijn gedaald met 80%. Sinds 2007 hebben bomaanslagen in Al Mustansiriya Universiteit in Bagdad meer dan 335 studenten en medewerkers gedood of verminkt, volgens een artikel van 19 oktober 2009 in de New York Times, en een 12-meter hoge muur is gebouwd rond de campus om aanslagen te voorkomen.. MNF-I (Multi-Nationa Force – Iraq), het Iraakse leger en de Iraakse politie-eenheden bezetten meer dan 70 schoolgebouwen voor militaire doeleinden alleen al in de Diyala provincie, een duidelijke schending van de verdragen van Den Haag. Het Unesco-rapport is heel duidelijk: “Aanvallen op het onderwijs bleven voortduren gedurende 2007 en 2008 aan een lagere frequentie – maar een die aanleiding zou geven tot ernstige bezorgdheid in een ander land.” Waarom leidt dit niet tot ernstige bezorgdheid als het gaat om Irak? En de aanvallen zijn weer aan het toenemen, een stijging van 50%, zoals blijkt uit deze statistieken:

Vermoorde Academici (bron: BRussells Tribunal)

Datum onbekend

115

vermoord in 2003-2005

2003

16

2004

36

2005

65

2006

113

2007

63

2008

19

2009

10

2010

16

(Tot 15 oktober 2010)

Vermoorde Media-professionelen (bron: BRussells Tribunal)

2003

26

6 Irakezen

2004

59

53 Irakezen

2005

59

58 Irakezen

2006

90

88 Irakezen

2007

82

81 Irakezen

2008

19

19 Irakezen

2009

8

8 Irakezen

2010

12

12 Irakezen (Tot 15 Oktober 2010)

 

(Op 20 maart 2008 meldde Reporters Without Borders dat honderden journalisten in ballingschap werden gedwongen sinds het begin van door de VS geleide invasie.)

Het elimineren van de Iraakse middenklasse

Tegelijk met de vernietiging van de educatieve infrastructuur van Irak, leidde deze repressie tot de massale gedwongen verplaatsing van het gros van de opgeleide middenklasse van Irak – de belangrijkste motor van de vooruitgang en ontwikkeling in moderne staten. De intellectuele en technische klasse van Irak werd onderworpen aan een systematische en permanente campagne van intimidatie, ontvoering, afpersing, willekeurige executies en gerichte moordaanslagen. De decimering van professionele gelederen vond plaats in het kader van een algemene aanval op professionele middenklasse van Irak, waaronder artsen, ingenieurs, advocaten, rechters, alsmede politieke en religieuze leiders. Ruwweg 40 procent van de middenklasse van Irak heeft het land ontvlucht tegen het einde van 2006. Weinigen zijn teruggekeerd. Tot 75 procent van de Iraakse artsen, apothekers en verpleegkundigen hebben hun job verlaten sinds de door de VS geleide invasie in 2003. Meer dan de helft van hen zijn geëmigreerd. Twintig duizend van Irak’s 34.000 geregistreerde artsen verlieten het land na de Amerikaanse invasie. Minder dan 2.000 van hen zijn teruggekeerd tegen april 2009, hetzelfde als het aantal dat is omgekomen gedurende de oorlog en bezetting.

Tot op heden is er door de bezettende autoriteiten geen systematisch onderzoek gevoerd naar dit fenomeen. Niet één enkele aanhouding werd gemeld die verband zou houden met deze terreur tegen de intellectuelen. De onwil en onverschilligheid om deze systematische aanvallen op Iraakse professionelen te beschouwen als een ernstig probleem is volledig in overeenstemming met de meer algemene rol die de bezettingsmachten spelen in de onthoofding van de Iraakse samenleving.

Het vernietigen van de Irakese cultuur en uitwissen van het collectieve geheugen

Al deze verschrikkelijke verliezen worden nog verergerd door ongekende niveaus van culturele verwoesting, aanvallen op de nationale archieven en monumenten die de historische identiteit van het Iraakse volk vertegenwoordigen. We weten nu dat duizenden culturele artefacten verdwenen tijdens “Operation Iraqi Freedom”, onder het gezag van de VS. Niet minder dan 15.000 Mesopotamische artefacten van onschatbare waarde verdwenen uit het Nationaal Museum in Bagdad, en vele andere van de 12.000 archeologische sites lieten de bezetters onbewaakt. Terwijl het museum werd beroofd van haar historische collectie, werd de Nationale Bibliotheek, die de continuïteit en de trots van de Iraakse geschiedenis bewaarde, opzettelijk vernield. Bezettingsautoriteiten namen geen maatregelen om de belangrijkste culturele bezienswaardigheden te beschermen, ondanks de waarschuwingen van de internationale specialisten. Volgens een recente update over het aantal gestolen artefacten door Francis Deblauwe, een archeoloog en deskundige over Irak, blijkt dat niet minder dan 8.500 objecten nog steeds ontbreken, alsook 4,000 artefacten die in het buitenland werden opgespoord, maar nog niet terug in Irak zijn.


De houding van de VS-geleide troepenmacht tegenover deze plundering was, op zijn best, onverschilligheid en erger. Het falen van de VS om zijn verantwoordelijkheden krachtens het internationale recht te nemen en beschermende maatregelen te nemen, werd nog verergerd door grove directe acties die in ernstige mate het Iraakse culturele erfgoed beschadigden. Sinds de invasie in maart 2003 heeft de VS geleide troepenmacht ten minste zeven historische locaties omgevormd tot basissen of militaire kampen, met inbegrip van Ur, een van de oudste steden van de wereld en de geboorteplaats van Abraham, met inbegrip van het mythische Babylon waar een Amerikaanse militair kamp onherstelbare schade heeft toegebracht aan de oude stad.


Vernietiging van de Iraakse staat

Ongebreidelde chaos en geweld belemmeren inspanningen voor de wederopbouw, waardoor de fundamenten van de staat Irak in puin zijn. De meerderheid van de westerse journalisten, academici en politici hebben geweigerd om de dodentol en de culturele vernietiging op zo’n grote schaal te erkennen als volledig voorspelbare gevolgen van de Amerikaanse bezettingspolitiek. Het idee wordt beschouwd als ondenkbaar, ondanks de openheid waarmee dit doel werd nagestreefd.

Het is tijd om het ondenkbare te denken. De door de VS geleide aanval op Irak dwingt ons na te denken over de betekenis en de gevolgen van de vernietiging van de staat als een beleidsdoelstelling. De architecten van het Irak-beleid hebben nooit expliciet geduid wat deconstructie en reconstructie van de Iraakse staat met zich mee zou brengen; hun acties maken echter de bedoelingen duidelijk. Uit hun acties in Irak kan een vrij nauwkeurige definitie van staatsbeëindiging worden gelezen. De campagne om Irak te vernietigen startte met het afzetten en vermoorden van het wettelijke staatshoofd Saddam Hoessein en leidende figuren uit de Baath partij. Echter, de vernietiging van de staat ging verder dan regime change. Ook de doelgerichte ontmanteling van grote overheidsinstellingen, de ontbinding van het Iraakse leger en politionele diensten en het lanceren van een langdurig proces van politieke hervorming maken deel uit van dit proces.

Pro-consul Paul Bremer’s 100 orders hebben Irak veranderd in een gigantisch vrije-markt-paradijs, maar een helse nachtmerrie voor de Irakezen. Ze koloniseerden het land voor het kapitaal en plunderden op de grootste schaal, een moordend kapitalistische laboratorium. Irakezen werden niet betrokken bij de planning, noch werden hen contracten aangeboden die de voordelen verdelen. Nieuwe economische wetten voerden lage belastingen in, Iraakse activa werden voor 100% eigendom van buitenlandse investeerders met het recht om alle winsten naar het buitenland te versassen, onbeperkte invoer, en lange termijn deals en pachtovereenkomsten van 30-40 jaar die Irakezen onteigenen van hun eigen middelen.

Deze uitwissing van het verleden en de ondermijning van de hedendaagse sociale verworvenheden in het bezette Irak verhinderen eveneens een zinvolle toekomst. Irak wordt overgeleverd aan de desintegrerende krachten van sektarisme en regionalisme. Irakezen, ontdaan van hun gemeenschappelijk erfgoed en nu moeten leven in de ruines van ooit moderne sociale instellingen van een coherente en eengemaakte duurzame samenleving, zijn overgeleverd aan de krachten van burgeroorlog, sociaal en religieus atavisme en wijdverbreide criminaliteit. Iraaks nationalisme dat groeide door een langdurig proces van staatsopbouw en sociale interactie wordt thans afgebroken. Het dominante discours beweert ten onrechte dat sektarisme en etnisch chauvinisme altijd de basis hebben gevormd van de Iraakse samenleving, en steeds opnieuw wordt de destructieve mythe herhaald van een eeuwenoude strijd zonder oplossing, waarvoor de overheersers geen verantwoordelijkheid dragen. Hedendaags Irak vormt een gefragmenteerde pastiche van sektarische krachten in een zogenaamd liberale democratie met neo-liberale economische structuren. Een verdeel-en-heers techniek wordt toegepast om cultureel samenhangende gebieden te fragmenteren en te onderwerpen. Het regime geïnstalleerd door de bezettingsmacht in Irak heeft het land hervormd langs sektarische lijnen: het ontbinden van de hard bevochten eenheid van een lang project van staatsopbouw. Dit resulteerde in een beleid van etnische zuiveringen, gedeeltelijk onthuld door de WikiLeaks files.

De Wikileaks documenten

De Wikileaks documenten, openbaar gemaakt op 22 oktober 2010, laten zien hoe het Amerikaanse leger een geheime order gaf om martelingen door de Iraakse autoriteiten en ontdekt door Amerikaanse troepen niet te onderzoeken

De gegevens laten ook zien hoe honderden burgers werden gedood door coalitietroepen in ongemelde gebeurtenissen, hoe honderden Iraakse burgers: zwangere vrouwen, ouderen en kinderen, werden doodgeschoten bij de controleposten.

Er zijn veel klachten van gevangenismisbruik door coalitietroepen, zelfs na het Abu Ghraib schandaal. De bestanden schilderen ook een grimmig beeld van wijdverspreide martelingen in Iraakse gevangenissen. Twee openbaringen wachten de lezer van de Wikileaks hoofdstuk over burgerdoden in de oorlog in Irak: de Irakezen zijn verantwoordelijk voor de meeste van de civiele slachtoffers en het totale aantal burgerslachtoffers is aanzienlijk hoger dan eerder gemeld.

De documenten laten de afglijding naar chaos en horror zien als het land ondergedompeld wordt in de zogenaamde ‘burgeroorlog’. De logs noteren ook duizenden lichamen, velen gruwelijk gemarteld, gedumpt in de straten van Irak.

Door de Wikileaks bestanden zien we de gevolgen die de oorlog gehad heeft op Iraakse mannen, vrouwen en kinderen. De omvang van de sterfgevallen, aanhoudingen en geweldplegingen wordt hier officieel erkend voor de eerste keer.

Een grondig onderzoek van deze documenten zal ons een beter inzicht geven in de wreedheden begaan in Irak. De Wikileaks logs kunnen dienen als bewijs in rechtszaken. Ze zijn belangrijk materiaal voor advocaten om aanklacht in te dienen tegen de VS wegens nalatigheid en de verantwoordelijkheid voor het doden van duizenden mensen. Een eerlijke vergoeding voor de families van de slachtoffers en de erkenning van hun lijden kan helpen om de wonden te helen. In een eerste officiële Amerikaanse State Department reactie op de massale WikiLeaks release van deze vertrouwelijke documenten over de oorlog in Irak, haalde woordvoerder PJ Crowley de bewijzen onderuit dat de Amerikaanse troepen de opdracht kregen om misbruik van gedetineerden door de Iraakse regering toe te dekken, benadrukkend dat het misbruik niet Amerika’s probleem is. Deze reactie is hemeltergend. De daders van dit geweld en degenen die de soldaten het bevel gaven om de ogen te sluiten wanneer zij werden geconfronteerd met marteling en buitengerechtelijke executies moeten veroordeeld worden voor oorlogsmisdaden. De Amerikaanse en Britse strijdkrachten en regeringen hebben duidelijk geweigerd om aan hun verplichtingen te voldoen krachtens het internationaal recht als een de facto bezettingsmacht.

Echter, uit deze logboeken blijkt alleen de ‘SIGACT of significante acties in de oorlog, “zoals opgetekend door soldaten in het Amerikaanse leger“: de verslagen van de “gewone” Amerikaanse troepen. De logs bevatten niets nieuws, zij bevestigen en officialiseren slechts wat de Irakezen en “unembedded” Westerse waarnemers reeds jaren aan het publiek proberen over te brengen. Hoewel alle persagentschappen en nieuwsmedia het WikiLeaks verhaal verslaan, zijn weinig media bereid om terug te kijken naar hun eigen verslaggeving en weigeren ze te erkennen dat ze hebben gefaald om eerlijk verslag uit te brengen over de misdaden.

Wat niet uit deze 400.000 documenten blijkt is de Amerikaanse betrokkenheid van “ongeregelde troepen” in speciale operaties, counter-insurgency oorlog en doodseskaders activiteiten. Wanneer zullen de documenten over de “vuile oorlog” geopenbaard worden? Het BRussells Tribunal, dat deze verschrikkelijke invasie en bezetting sinds 2003 op de voet volgt, is ervan overtuigd dat de WikiLeaks lekken enkel het oppervlak van de catastrofale oorlog in Irak wegkrast. Wat we uit de Wikileaks documenten kunnen opmaken is slechts het topje van de ijsberg. Het is tijd om een duik te nemen in de troebele wateren van de oorlog in Irak en het verborgen deel van de ijsberg proberen te ontdekken.

Etnische zuiveringen

Het werd duidelijk na de invasie in 2003 dat de Iraakse groepen in ballingschap een belangrijke rol zouden spelen in de gewelddadige reactie op het verzet in het bezette Irak. Reeds op 1 januari 2004 werd gemeld dat de Amerikaanse regering plannen had om paramilitaire eenheden te creëren bestaande uit militieleden van Iraakse Koerden en groepen in ballingschap met inbegrip van de Badr Brigades, het Iraakse National Congres (INC) en het Iraakse National Accord om een campagne te ontketenen van terreur en buitengerechtelijke moorden, vergelijkbaar met het Phoenix-programma in Vietnam: de terreur- en moordcampagne die tienduizenden burgers gedood heeft.

In de 87 miljard dollar extra krediet voor de oorlog in november 2003 was $ 3 miljard opgenomen voor een geheim programma, fondsen die voor de paramilitairen zouden worden gebruikt voor de komende 3 jaar. In die periode werd het nieuws uit Irak steeds meer gedomineerd door berichten over doodseskaders en etnische zuiveringen, beschreven in de pers als “sektarisch geweld”, een begrip dat werd gebruikt als het nieuwe centrale verhaal in de oorlog en de belangrijkste rechtvaardiging voor de voortdurende bezetting. Een deel van het geweld kan spontaan geweest zijn, maar er is overweldigend bewijs dat het overgrote deel van dit geweld het gevolg was van de plannen beschreven door verschillende Amerikaanse experts in december 2003.

Ondanks latere Amerikaanse pogingen van het Amerikaanse beleid om afstand te nemen van de gruwelijke resultaten van deze campagne, werd ze gelanceerd met de volledige steun van conservatieve opiniemakers in de VS, die zelfs verklaarden: “de Koerden en de INC hebben uitstekende inlichtingendiensten en we moeten hen in staan stellen die te benutten … vooral om counterinsurgency operaties uit te voeren in de Sunny Driehoek ” aldus een Wall Street Journal editoriaal.

De Salvador Option



In januari 2005, meer dan een jaar na de eerste rapporten over de planning door het Pentagon van standrechterlijke moorden en paramilitaire operaties, sierde de “Salvador Option” de pagina’s van Newsweek en andere belangrijke nieuwsbronnen. Het uitbesteden van staatsterrorisme aan lokale proxy krachten werd beschouwd als een essentieel onderdeel van een beleid dat erin geslaagd was de totale nederlaag van de door de VS gesteunde regering in El Salvador te voorkomen. Door het Pentagon betaalde huurlingen, zoals DynCorp, trainden de sektarische milities die werden gebruikt om Irakezen te terroriseren en te doden en Irak te provoceren in een burgeroorlog.

In 2004 publiceerden twee hoge Amerikaanse legerofficieren een lovende recensie over de Amerikaanse proxy oorlog in Colombia: “presidenten Reagan en Bush steunden een kleine, beperkte oorlog terwijl ze probeerden om Amerikaanse militaire betrokkenheid geheim te houden voor het Amerikaanse publiek en de media. Het huidige Amerikaanse beleid ten aanzien van Colombia lijkt te deze zelfde vermomde, stille, media-vrije aanpak te volgen.

Het onthult de fundamentele karakter van de “vuile oorlog”, zoals in Latijns-Amerika en de ergste uitwassen van de oorlog in Vietnam. Het doel van vuile oorlog is niet verzetsstrijders te identificeren, gevangen te houden of te doden. Het doel van vuile oorlog is de burgerbevolking. Het is een strategie van staatsterrorisme en collectieve bestraffing tegen een hele bevolking met het doel om deze te terroriseren tot onderwerping. Dezelfde tactiek, gebruikt in Centraal-Amerika en Colombia, werd geëxporteerd naar Irak. Zelfs de architecten van deze vuile oorlogen in El Salvador (ambassadeur John Negroponte en James Steele) en in Colombia (Steven Casteel) werden overgebracht naar Irak om dezelfde vuile werk te doen. Daartoe werden de beruchte “Special Police Commandos” aangeworven, opgeleid en ingezet, waarin later, in 2006, doodseskaders zoals de Badr Brigades en andere milities werden opgenomen. Amerikaanse troepen zetten een high-tech operationeel centrum op voor de Special Police Commandos op een “geheime locatie” in Irak. Amerikaanse technici installeerden satelliet-telefoons en computers met uplinks naar het internet en de Amerikaanse Forces Networks. Het commando centrum had directe verbindingen met het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken en met elke Amerikaanse Vooruitgeschoven basis in het land.

(James Steele en General Adnan Thabit van de Wolf Brigades)

(Steven Casteel)

Toen het nieuws van de wreedheden die door deze troepen in Irak in de pers verscheen in 2005, zou Casteel een cruciale rol spelen om de schuld voor deze buitengerechtelijke executies te geven aan “opstandelingen” met gestolen politie-uniformen, voertuigen en wapens. Hij beweerde ook dat martelingencentra werden beheerd door malafide elementen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, zelfs als feiten aan het licht kwamen van martelingen binnen het hoofdkwartier van het Ministerie waar hij en andere Amerikanen werkten. Amerikaanse adviseurs van het ministerie van Binnenlandse Zaken hadden hun hoofdkwartier op de 8e verdieping, direct boven een gevangenis op de 7e verdieping waar martelingen plaats vonden.

De kritiekloze houding van de westerse media tegenover Amerikaanse functionarissen zoals Steven Casteel heeft verhinderd dat er een wereldwijde populaire en diplomatieke verontwaardiging kwam over de enorme escalatie van de vuile oorlog in Irak in 2005 en 2006, in overeenstemming met de “vermomde, stille, media-vrije aanpak” hoger vernoemd. Toen het verhaal van Newsweek in januari 2005 op de frontpagina’s terechtkwam, verscheen General Downing, het voormalige hoofd van de Amerikaanse Special Forces, op NBC. Hij zei: “Dit is onder controle van de Amerikaanse strijdkrachten, van de huidige interim-regering van Irak. Er is geen reden om te denken dat we een moordcampagne zullen meemaken die onschuldige burgers zal treffen.” Binnen de kortste tijd werd Irak overspoeld door precies dat soort moordcampagne. Deze campagne heeft geleid tot willekeurige detentie, marteling, buitengerechtelijke executies en de massale uittocht en ontheemding van miljoenen. Duizenden Irakezen zijn verdwenen tijdens de ergste maanden van deze vuile oorlog tussen 2005 en 2007. Sommigen werden opgepikt door geüniformeerde milities en opgestapeld in vrachtwagens, anderen leken gewoon te verdwijnen. Irak’s minister van mensenrechten Wijdan Mikhail zei dat haar ministerie meer dan 9.000 klachten ontvangen had in 2005 en 2006 alleen al van Irakezen die zeiden dat een familielid was verdwenen. Mensenrechtenorganisaties schatten het totale aantal veel hoger. Het lot van de vele vermiste Irakezen blijft onbekend. Velen kwijnen weg in een van de beruchte geheime gevangenissen in Irak.

Journalist Dr Yasser Salihee werd gedood op 24 juni 2005 door een Amerikaanse sluipschutter, zogenaamd “per ongeluk”. Drie dagen na zijn dood publiceerde de nieuwsgroep Knight Ridder een rapport over zijn onderzoek naar de Special Police Commandos en hun banden met martelingen, buitengerechtelijke executies en verdwijningen in Bagdad. Salihee en zijn collega’s onderzochten ten minste 30 afzonderlijke gevallen van ontvoeringen die leidden tot marteling en dood. In elk van die gevallen legden getuigen consistente verklaringen af van invallen door grote aantallen van politiecommando’s in uniform, in duidelijk gemarkeerde politievoertuigen, met politiewapens en kogelvrije vesten. En in elk van die gevallen werden de gedetineerden later dood teruggevonden met bijna identieke tekenen van marteling en ze werden meestal gedood door een schot in het hoofd.

Het effect van gewoon niet te wijzen op de link tussen de VS en de door Iran gesteunde Badr Brigade milities, de door de VS gesteunde Wolf Brigade en andere speciale politie-commando-eenheden, of de omvang van de Amerikaanse werving, training, leiding en controle van deze eenheden, was verstrekkend. Het vervormde de percepties van de gebeurtenissen in Irak gedurende de verdere escalatie van de oorlog, waardoor de indruk werd gewekt van zinloos geweld geïnitieerd door de Irakezen zelf en het verhulde de Amerikaanse hand in de planning en uitvoering van de meest wrede vormen van geweld. Door de toedekking van de misdaden begaan door de Amerikaanse overheid, hebben nieuwsredacties een belangrijke rol gespeeld bij het voorkomen van de publieke verontwaardiging die de verdere escalatie van deze campagne zou kunnen hebben ontmoedigd.

De precieze omvang van de Amerikaanse medeplichtigheid in verschillende aspecten en fasen van doodseskaders operaties, foltering en verdwijningen, verdient een grondig onderzoek. Het is niet aannemelijk dat Amerikaanse functionarissen gewoon onschuldige omstanders waren in duizenden van deze incidenten. Zoals vaker door Iraakse waarnemers werd geduid, verplaatsten doodseskaders van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zich ongehinderd door Amerikaanse en Iraakse checkpoints terwijl ze duizenden mensen arresteerden, martelden en vermoordden.

Net als in andere landen waar Amerikaanse troepen betrokken zijn in wat zij ‘counter-insurgency’ noemen, hebben het Amerikaanse leger en de ambtenaren van de inlichtingendiensten lokale krachten aangeworven, getraind, uitgerust en ingezet in een gerichte campagne van staatsterreur gericht tegen het leeuwendeel van de lokale bevolking die bleef weigeren de invasie en bezetting van hun land te aanvaarden.

De mate van Amerikaans initiatief in de aanwerving, opleiding, de uitrusting, inzet, leiding en controle van de Special Police Commandos maakte duidelijk dat de Amerikaanse trainers en bevelhebbers de parameters bepaalden waarbinnen deze krachten werden gebruikt. Veel Irakezen en Iraniërs waren zeker schuldig aan verschrikkelijke misdaden in de loop van deze campagne. Maar de eerste en belangrijkste verantwoordelijkheid voor dit beleid en voor de misdaden die eruit voortvloeiden, berust bij de individuen in de civiele en militaire commandostructuur van het Amerikaanse Ministerie van Defensie, de CIA en het Witte Huis, die het “Phoenix” of “Salvador” terreur beleid in Irak bedachten, goedgekeurd en uitgevoerd hebben.

Het rapport van het Human Rights Bureau van UNAMI, uitgebracht op 8 september 2005, geschreven door John Pace, was zeer expliciet en koppelde de campagne van arrestaties, marteling en buitengerechtelijke executies rechtstreeks aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en indirect aan de door de VS geleide Multi-nationale strijdkrachten.

Het definitieve VN-Mensenrechtencomite rapport van 2006 beschreef de gevolgen van dit beleid voor de bevolking van Bagdad, terwijl het de institutionele wortels in de Amerikaanse politiek verwaarloosde. Het “sektarisch geweld” dat Irak overspoelde in 2006 was niet een onbedoeld gevolg van de Amerikaanse invasie en bezetting, maar maakte er integraal deel van uit. De Verenigde Staten hadden niet de bedoeling om de stabiliteit en veiligheid te herstellen in Irak. Ze hebben bewust de stabiliteit ondermijnd in een wanhopige poging om via een “verdeel en heers” politiek het land te pacificeren en zo nieuwe rechtvaardigingen te fabriceren voor onbeperkte geweld tegen Irakezen die nog steeds de illegale invasie en bezetting van hun land bleven afwijzen.

De aard en omvang van de betrokkenheid van verschillende individuen en groepen binnen de Amerikaanse bezettingsstructuur blijft nog steeds een smerig, duister geheim, maar er zijn veel sporen die kunnen worden gevolgd door een serieus onderzoek.

De Surge

In januari 2007 kondigde de Amerikaanse regering een nieuwe strategie aan, de “surge” van de Amerikaanse gevechtstroepen in Bagdad en Al-Anbar provincie. De meeste Irakezen melden dat deze escalatie van geweld de levensomstandigheden nog erger hebben gemaakt dan voorheen, omdat de gevolgen ervan werden toegevoegd aan de geaccumuleerde verwoesting van 4 jaar oorlog en bezetting. Het VN-Mensenrechtencomité rapport voor het 1e kwartaal van 2007 gaf een beschrijving van de erbarmelijke omstandigheden van het Iraakse volk. Het geweld van de “surge” resulteerde namelijk in een verdere 22% vermindering van het aantal artsen, waardoor er slechts 15.500 van het oorspronkelijk aantal van 34.000 overbleven in september 2008. Er was eveneens een sterke stijging van het aantal vluchtelingen en intern ontheemden in de periode 2007-2008.

Omdat de troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken onder Amerikaans bevel verantwoordelijk waren voor een groot deel van de buitengerechtelijke executies, hadden de bezettende autoriteiten de macht om de omvang van deze gruweldaden min of meer op commando te verminderen of te verhogen. Dus een vermindering van de moorden met de lancering van het “veiligheidsplan” was niet moeilijk te bekomen. In feite lijkt een kleine vermindering van het geweld te hebben gediend als een belangrijk propagandamiddel voor een korte periode tot de doodseskaders weer aan het werk gingen, ondersteund door het nieuwe Amerikaanse offensief.

De escalatie van de Amerikaanse vuurkracht in 2007, met inbegrip van een vijf-voudige toename van luchtaanvallen en het gebruik van Spectre Gunships en artillerie als aanvulling op de “surge” betekende een verwoestende climax na 4 jaren van oorlog en collectieve bestraffing, toegebracht aan het Iraakse volk. Alle door de weerstand gecontroleerde gebieden zouden worden geviseerd met een overweldigende vuurkracht, voornamelijk uit de lucht, totdat de Amerikaanse grondtroepen konden muren bouwen rond wat er nog van elke wijk overbleef en zo elk district zouden isoleren. Het is vermeldenswaard dat generaal Petraeus de vijandelijkheden in Ramadi vergeleek met de Slag om Stalingrad zonder scrupules dat hij in deze analogie de rol van de Duitse bezetters aannam. Ramadi werd volledig vernietigd zoals Fallujah in november 2004.

Het VN-Mensenrechtencomité vermeldde in haar verslagen van 2007 de willekeurige en onwettige aanvallen op burgers en civiele woongebieden en vroeg om een onderzoek. Luchtaanvallen duurden onverminderd voort op bijna dagelijkse basis tot augustus 2008, zelfs toen het zogenaamde “sektarisch geweld” en het aantal Amerikaanse slachtoffers verminderde. In alle gemelde incidenten waar burgers, vrouwen en kinderen werden gedood, verklaarde het Centcom persbureau dat de gedode mensen “terroristen” waren, “Al Qaeda-militanten” of “onvrijwillige menselijke schilden”. Natuurlijk, wanneer militairen illegaal civiele woongebieden aanvallen, zullen veel mensen proberen om zich te verdedigen, vooral als ze weten dat wanneer ze dat niet doen, willekeurige detentie, mishandeling, marteling of standrechtelijke executie het resultaat zal zijn voor henzelf of voor hun familieleden .

Krachten die betrokken zijn bij “Special Operations”:

Een ander aspect van de “surge” of escalatie lijkt een toename te zijn geweest in het gebruik van de Amerikaanse Special Forces moordteams. In april 2008 verklaarde President Bush: “Op dit moment lanceren de Amerikaanse Special Forces iedere nacht meerdere operaties om Al-Qaida leiders in Irak te arresteren of te doden“. De NYT meldde op 13 mei 2009: “Toen generaal Stanley McChrystal de leiding overnam van het Gemengd Special Operations Command in 2003, erfde hij een insulaire, schimmige Commandowerking met een reputatie van wazige partnerschappen met andere legerorganisaties en inlichtingendiensten. Maar in de loop van de komende vijf jaar werkte hij hard, zeggen zijn collega’s, om relaties op te bouwen met de CIA en de F.B.I. (…) In Irak, waar hij de voorbije vijf jaar geheime commando-operaties overzag, zeggen voormalige ambtenaren van de inlichtingendienst dat hij een encyclopedische, zelfs obsessieve, kennis had over het leven van terroristen, en dat hij zijn gelederen agressief aanspoorde om zoveel mogelijk van hen te doden. (…) Het meeste van wat generaal McChrystal heeft gedaan gedurende zijn 33-jarige carrière blijft geheim, met inbegrip van zijn dienst tussen 2003 en 2008 als commandant van het Gemengd Special Operations Command, een elite-eenheid zo clandestien dat het Pentagon jarenlang geweigerd heeft om het bestaan ervan te erkennen.” De geheimzinnigheid rond deze operaties verhinderde een degelijke rapportage, maar zoals bij eerdere Amerikaanse geheime operaties in Vietnam en Latijns-Amerika, zullen we daar mettertijd meer over te weten komen.

– Een artikel in de Sunday Telegraph in februari 2007 wees in de richting van een duidelijk bewijs dat Britse Special Forces terroristen aanwerven en opleiden als dubbelagenten in de Groene Zone om etnische spanningen te verhogen. Een elite SAS-vleugel, de zogenaamde “Task Force Black“, met bloedig verleden in Noord-Ierland werkt met immuniteit en gebruikt geavanceerde explosieven. Sommige aanvallen worden toegeschreven aan Iraniërs, soennitische opstandelingen of schimmige terroristische cellen, zoals Al Qaeda.

– De SWAT-teams (speciale wapens en tactieken), veelvuldig gebruikt in counter-insurgency operaties. De missie van SWAT is het uitvoeren van high-risk operaties die buiten de mogelijkheden van de reguliere legereenheden vallen, te reageren op terrorisme en opstandige activiteiten te ontmoedigen. Er werd gemeld dat “Het Foreign Internal Defense Partnership met soldaten van de Coalitie vestigt een professionele relatie tussen de Iraakse veiligheids- en coalitietroepen. De opleiding creëert geschikte strijdkrachten. Soldaten van de coalitie werken zij aan zij met de SWAT teams, zowel in de opleiding en op de missies.’ Op 7 oktober 2010 meldde de officiële website van de Amerikaanse troepen in Irak: “Het Basrah SWAT team heeft getraind met verschillende Special Forces eenheden, waaronder de Navy SEALs en de Britse SAS. De 1e Bn., 68e Arm. Regt., die momenteel onder de operationele controle staan van de Verenigde Staten Division-Zuid. De 1st Infantry Division heeft de taak voor de opleiding van het SWAT team op zich genomen. ”



– De Facilities Protection Services, waarin de “private contractors” of huurlingen, zoals Blackwater, zijn opgenomen, worden eveneens ingezet in de counter-insurgency operaties.

– De Iraq Special Operations Forces (ISOF), waarschijnlijk de grootste Special Forces entiteit ooit gebouwd door de Verenigde Staten, vrij van vele van de controles die de meeste regeringen uitoefenen om dergelijke dodelijke krachten in toom te houden. Het project startte in Jordanië net nadat de Amerikanen Bagdad veroverd hadden in april 2003. Het is een dodelijke, elite, infiltratie-eenheid, volledig uitgerust met Amerikaans materieel, die jarenlang actief zou zijn onder Amerikaans bevel en geen verantwoording verschuldigd is aan de Iraakse ministeries en buiten de normale politieke controle opereren. Volgens gegevens van het Amerikaans Congres, is de ISOF ingedeeld in negen bataljons, die zich uitstrekken tot vier regionale “commando bases” verspreid over heel Irak. In december 2009 waren ze volledig operationeel, elk met een eigen “intelligentie infusie cel”, die onafhankelijk zal opereren van andere Iraakse inlichtingendiensten. De ISOF is minstens 4.564 eenheden sterk, waardoor het ongeveer de grootte heeft van de eigen Special Forces van het Amerikaanse leger in Irak. Uit de Congres gegevens blijkt dat er plannen zijn om de ISOF te verdubbelen in de komende jaren.

Conclusie: de “vuile oorlog” in Irak duurt onverminderd voort. Zelfs toen president Barack Obama het einde van de gevechten in Irak aankondige, opereerden Amerikaanse troepen nog samen met hun Iraakse collega’s.

Volgens een VN-Mensenrechtenraad rapport, op een verzoek om opheldering van UNAMI, bevestigde de MNF dat “de Amerikaanse regering het conflict in Irak blijft beschouwen als een “internationaal gewapend conflict”, waarvoor momenteel de geldende procedures in overeenstemming zijn met de 4e Conventie van Genève” en niet dat de burgerlijke rechten van de Irakezen worden beheerst door het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en andere mensenrechten. In dat geval zou dat de rechten van de Irakezen, vastgehouden door Amerikaanse of Iraakse troepen, op snelle en eerlijke processen hebben verbeterd. De erkenning dat de VS nog steeds legaal verwikkeld is in een “internationaal gewapend conflict” tegen Irak aan het eind van 2007 doet ook ernstige vragen rijzen omtrent de wettigheid van de constitutionele en politieke veranderingen die in Irak door de bezetters en hun geïnstalleerde regering werden doorgevoerd tijdens de oorlog en bezetting.

Gelegitimeerde martelingen

Toen de publieke openbaringen van misbruik en foltering in de Abu Ghraib-gevangenis een kort furore veroorzaakte in de wereld, documenteerden het ICRC, Human Rights First, AI, HRW en andere mensenrechtengroeperingen veel meer wijdverspreide en systematische misdaden gepleegd door Amerikaanse troepen tegen mensen die ze wederrechtelijk aangehouden hadden in Irak. In tal van verslagen over de mensenrechten stelden ze vast dat de verantwoordelijkheid voor deze misdaden zich uitstrekte tot de hoogste niveaus van de Amerikaanse regering en de strijdkrachten.

De vormen van marteling, gedocumenteerd in deze rapporten, vermeldden doodsbedreigingen, schijnexecuties, water-boarding, stress posities, met inbegrip van ondraaglijk en soms dodelijke vormen van opknoping, hypothermie, slaaptekort, honger en dorst, onthouding van medische behandeling, elektrische schokken, diverse vormen van verkrachting en sodomie, eindeloze afranselingen, branden, snijden met messen, het gebruik van schadelijke “flexicuffs” handboeien, verstikking, zintuiglijke aanranding en / of ontbering en meer psychologische vormen van marteling, zoals seksuele vernedering en de detentie en marteling van de gezinsleden. Het ICRC stelde vast dat de schendingen van het internationaal humanitair recht dat zij waargenomen hadden systematisch en wijdverbreid waren. Militaire officieren vertelden het ICRC, dat “tussen 70% en 90% van de gedetineerden in Irak gearresteerd waren bij vergissing“.

Al deze feiten zijn bekend, maar slechts de lagere rangen in het leger werden mild gestraft. Uit het “Command’s Responsibility” rapport bleek dat het uitblijven van bestraffing van hogere officieren het directe gevolg was van de “belangrijke rol” die sommige zelfde officieren hebben gespeeld “in het ondermijnen van kansen voor volledige verantwoording“. Door het uitstellen en het ondermijnen van de onderzoeken van de sterfgevallen in hechtenis, verergerden hoge officieren hun eigen strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor een gemeenschappelijk patroon van marteling, moord en tegenwerking van het gerecht. Hoge officieren misbruikten de enorme macht die zij uitoefenen in de militaire bevelstructuur om zich buiten het bereik van het recht te stellen, zelfs als ze orders gaven om verschrikkelijke misdaden te plegen. Het was precies voor dit soort van crimineel gedrag dat de Conventies van Genève in de eerste plaats werden opgesteld en ondertekend, en dat is de reden waarom ze vandaag net zo belangrijk zijn.

Toch is de verantwoordelijkheid voor deze misdaden niet beperkt tot het Amerikaanse leger. Het openbaar register bevat ook documenten waarin hooggeplaatste civiele functionarissen van de Amerikaanse overheid schendingen goedkeurden van de Conventies van Genève, de Conventie van 1994 tegen foltering en de 1996 US War Crimes Act. De Amerikaanse overheid moet dus verantwoordelijk worden gesteld voor deze vreselijke tragedie, toegebracht aan miljoenen Iraakse burgers en de Amerikaanse overheid moet gedwongen worden om passende vergoedingen te betalen aan de slachtoffers van haar crimineel beleid in Irak.

AANBEVELINGEN

We hebben vernomen dat op dinsdag 26 oktober de Hoge VN-Commissaris voor de Mensenrechten Navi Pillay Irak en de Verenigde Staten opgeroepen heeft om beschuldigingen van marteling en onwettige moorden in het conflict in Irak te onderzoeken, misdaden geopenbaard in de Wikileaks documenten. Wij zijn zeer verrast door deze verklaring. Vindt de Hoge Commissaris dat het gepast is voor criminelen om hun eigen misdaden te onderzoeken? Wijdan Mikhail, de Iraakse minister van Mensenrechten in Irak heeft opgeroepen tot het arresteren van Julian Assange in plaats van een onderzoek te vorderen naar de misdaden. En omdat de Obama-administratie geen interesse heeft getoond om een onderzoek in te stellen naar de misdaden begaan door Amerikaanse functionarissen in Irak, is een internationaal onderzoek onder auspiciën van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten essentieel om de waarheid bloot te leggen. Verschillende speciale rapporteurs moeten bij dit onderzoek worden betrokken: de speciale rapporteur voor buitengerechtelijke, standrechtelijke of willekeurige executies, de Speciale Rapporteur inzake de bevordering en bescherming van de mensenrechten bij de bestrijding van terrorisme en de Speciale Rapporteur inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing. Een speciale rapporteur voor de situatie van de mensenrechten in Irak moet dringend worden aangesteld.

Hoewel de VN geen toestemming heeft gegeven voor de invasie van Irak, heeft de VN-Veiligheidsraad de bezetting a posteriori “gelegaliseerd” bij resolutie 1483 (22 mei 2003), tegen de wil van de overgrote meerderheid van de internationale gemeenschap, die niet akkoord gaat met de wettigheid of de legitimiteit van die VN-resolutie. En het was tijdens de bezetting dat de oorlogsmisdaden, aan het licht gebracht door Wikileaks, hebben plaatsgevonden. Evenals de VS, heeft de VN dan ook de morele en wettelijke plicht om te reageren.

De internationale gemeenschap heeft het recht om de volledige en onbevooroordeelde waarheid te kennen van de omvang en de verantwoordelijkheden van de Amerikaanse betrokkenheid in Irak’s Killing Fields en ze eist gerechtigheid voor het Iraakse volk.

We doen een beroep op alle staten om tijdens de UPR op 5 november de VS te bevragen over al deze misdaden tegen de Iraakse bevolking.

Wij eisen ook dat er procedures worden ingesteld om het Iraakse volk en Irak als natie te compenseren voor alle verliezen, menselijke en materiële vernietiging en schade veroorzaakt door de illegale oorlog en de bezetting van het land onder leiding van de VS / UK strijdkrachten.

(Uitpers nr. 126, 12de jg., december 2010)


Dirk Adriaensens is lid van het BRussells Tribunal Executive Committee

Opmerking: Deze presentatie bevat informatie beschikbaar in het publieke domein, diverse officiële rapporten, artikels in de pers, BRussells Tribunal getuigenissen, Max Fuller’s artikelen over de counter-insurgency oorlog (http://www.brusselstribunal.org/FullerKillings.htm) en twee boeken:

Cultural Cleansing in Iraq, waarvan Dirk Adriaensens co-auteur is (Pluto Press, London, ISBN-10: 0745328121, ISBN-13: 978-0745328126) en

Blood On Our Hands, de Amerikaanse invasie en vernietiging van Irak, geschreven door Nicolas JS Davies. (Nimble Books LLC, ISBN-10: 193484098X, ISBN-13: 978-1934840986).
===============

Achtergrond:

Negende Zitting van de Universal Periodic Review

De extra-territoriale toepassing van de mensenrechten

Beoordeling van de mensenrechten van de Verenigde Staten van Amerika

Verenigde Naties-Geneve 03 november 2010

11.00u-17.00u

De toepassing van de mensenrechten door de Verenigde Staten werd beoordeeld door de Raad voor de mensenrechten tijdens de negende zitting van de Universal Periodic Review (UPR) die werd gehouden in Genève 1-12 november 2010. De Verenigde Staten werden beoordeeld op de ochtend van vrijdag 5 november.

De UPR is opgericht om de Staten te beoordelen naar hun toepassing van de verplichtingen en verbintenissen krachtens het internationale recht inzake mensenrechten, rekening houdende met het VN-Handvest, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en het Internationaal Humanitair Recht en na te gaan of de landen de mensenrechten hebben gerespecteerd, ondersteund, gepromoveerd en beschermd.

Het is aan NGO’s niet toegestaan om te spreken tijdens de officiële sessie, maar ze kunnen invloed uitoefenen door relevante informatie onder de aandacht van de Staten te brengen. Het is om deze reden dat een coalitie van ngo’s een side event hebben georganiseerd op woensdag 3 november 2010 op de site van de Raad voor de Mensenrechten in Genève, Zwitserland. Tijdens dit evenement hebben prominente mensenrechtenactivisten gesproken, bekend met de situatie van de mensenrechten in de Verenigde Staten, en ze hebben de NGO’s en andere waarnemers de mogelijkheid gegeven om relevante informatie met betrekking tot de beoordeling van de mensenrechten van de Verenigde Staten aan te brengen. De nadruk lag op de extra-territoriale schendingen van de mensenrechten, met name in Irak, Afghanistan en elders.

Sprekers:

Mr. Ramsey Clark 66th United States Attorney General

Mr. Dirk Adriaensens BRussells Tribunal Executive Committee

Prof. Alfred De Zayas US Attorney and Professor at the Geneva School of

Diplomacy and International Relations

Prof. Curtis Doebbler American international human rights lawyer and

representative of the NGO Nord-Sud XXI

Mr. Sabah Al-Mukhtar President of the Arab Lawyers Network in the United

Kingdom

Dr. Aziz Al- Qazaz Iraqi human rights defender

Mr. Jose del-Prado Member of the UN Human Rights Council’s Working Group on Mercenaries

(Visited 9 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 68 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook