Achter de schermen van de Israëlische terugtrekking uit Gaza

Midden augustus heeft Israël enkele kolonies ontruimd. In Gaza ging het om 1.500 joodse gezinnen. Niet echt een massavolk. Er zitten 220.000 kolonisten in de Bezette Gebieden. Op de Westelijke Jordaanoever verdwenen vier minikolonies. Ook hier stelt de ontruiming niet veel voor. De betrokken kolonies bleken onleefbaar en waren ongeveer ontvolkt. Het gaat om Ganim, Homesh, Kadim en Sa-Nur.

De eerst twee werden in 1980-81 gesticht als militaire kolonie en pas later overgedragen aan kolonisten. Sa-Nur is een artiestenkolonie, waar vooral in het weekend wat volk verblijft. Ganim en Kadim werden zonder problemen op 14 augustus al ontruimd. De twee andere volgen in september. Vorig jaar woonden er, in deze vier Westbank-kolonies samen 500 mensen, nu 670. Die bevolkingstoename heeft niet alleen te maken met een toevloed van kolonisten die Sharon dwars willen liggen, maar wel met de ontruimingspremie die ze gaan ontvangen. Ze hopen op 500.000 euro per familie. In Gaza krijgen de kolonisten die er aan groetenteelt deden nog eens 4000 euro per are serregrond extra bovenop.

In ruil voor de ontruimingen krijgt Israël van de Verenigde Staten 2,25 miljard dollar hulp. Een derde hiervan zal aangewend worden om het leger te herkazerneren, en tweederde voor de “ontwikkeling van Galilea en de Negeb”. Dat schrijft de liberale krant Haaretz (15/7/2005).

Een maxi-kolonisatie in Galilea en de Negeb

Galilea en de Negeb zijn de twee gebieden waar de oorspronkelijke Palestijnse bevolking nog sterk aanwezig is. En de twee gebieden samen vormen 80% van het grondgebied van Israël. Niet niks dus.

In Noord-Israël, het gebied boven Haifa, is 56% van de bevolking Arabisch en in centraal Galilea vormen de Palestijnen zelfs 80% tot 90% van de bevolking. Ook al probeert Israël dit gebied al sinds 1948 te verjoodsen, zo confisqueerde de joodse staat tussen 1948 en 1974 320.000 ha grond, van de 400.000 die de Palestijnen in 1948, bij de oprichting van de staat bezaten.

De Negeb was traditioneel eigendom van de Palestijnse bedoeïenen. Er woonden in 1945 welgeteld 150 joden in het gebied. Die Palestijnen deden er hoofdzakelijk aan landbouw. In 1945 bebouwden zij 193.400 ha akkerland, hoofdzakelijk gierst. Na de oprichting van Israël werden zij verdreven en gegroepeerd in een reservaat ten oosten van Beersheba. De landbouwactiviteit liep dan ook drastisch terug en het heropstarten duurde lang. In 1987 bedroeg het totale aantal akkerland er 140.900 ha dat wil zeggen, na veertig jaar Israël, nog altijd 50.000 ha minder dan wat de Palestijnen in de Negeb verbouwden voor de oprichting van de joodse staat!

Nu nog vormen de Palestijnse bedoeïenen 26% van de bevolking. In de Negeb wonen 400.000 joden en 145.000 bedoeïenen.

De helft van deze Palestijnen leeft in getto-townships, die door de staat voor hen werden opgericht maar die niet de minste voorzieningen hebben. De grootste stad is Rahat, met 45.000 inwoners, ze heeft enkel een postkantoor en een bank. In het Arabische stadje Wadi al Naam, net naast Beersheba, plantte Israël de elektriciteitscentrale neer die alle joodse nederzettingen in de Negeb bevoorraadt, maar niet het stadje zelf. Zoals burgemeester Abu Afash zei: “De voltages zinderen dag en nacht in onze oren, maar geen enkel van onze huizen heeft elektriciteit”.

De andere helft van deze Palestijnse bedoeïenen leeft van de landbouw in 45 niet erkende dorpen. Dat wil zeggen dat de Israëlische staat ze daar geen voorzieningen geeft om ze zo weg te pesten. Dit gebeurt ook actief door een speciale afdeling van het Israëlische leger, de Green Patrol, in 1976 opgericht door Ariël Sharon, toen minister van Landbouw. Zij bulldozeren ‘illegale’ huizen en slachten ‘illegaal’ vee. Ook de luchtmacht wordt regelmatig ingezet om met sproeivliegtuigen de oogst van de bedoeïenen chemisch te vernietigen, soms terwijl de mensen op het land aan het werk zijn. Tussen 2002 en 2004 waren er zeven zo’n raids.

Het is een oude zionistische droom van de Israëlische regering om Galilea en de Negeb te verjoodsen. Anders dreigt Israël zijn joods karakter te verliezen. Of zoals Prof. Arnon Sofer van Haifa-universiteit het uitdrukte: “Anders, zullen we binnen een paar jaar opgescheept zitten met een Arabische bevolkingsas die loopt van Biram (aan de Libanese grens in Galilea), over Akka naar Shafa’amr (twee steden in Galilea die overwegend Arabisch zijn) over Jeruzalem tot de Negeb, terwijl de joden op de terrassen van Tel Aviv zitten koffie te drinken, wachtend op het einde van de joodse staat”. Arnon Sofer is de geestelijke vader van de ‘separation fence’, de beruchte Muur. Twee ministeries zijn bevoegd voor deze ‘verjoodsing’, dit van Binnenlandse Zaken en dit van Huisvesting, maar alles gebeurt in stilte. De commissies die er zich mee bezighouden vertrekken van het punt dat Arabische bevolkingscentra door inplanting van joodse nederzettingen moeten worden geremd in hun uitbreidingsmogelijkheden, maar, zoals Dudu Cohen, verantwoordelijke voor het Zuidelijke District bij Binnenlandse Zaken, zei: “Sommige zaken mag je niet luidop zeggen, dergelijke omschrijving moet je vermijden in officiële, publieke documenten”. De krant Haaretz citeerde hem toch.

Betaald door de Amerikanen.

De verjoodsing van deze twee overwegend Arabische gebieden lukte tot nu niet zo best om twee redenen: gebrek aan immigranten en vooral gebrek aan fondsen. En daar zullen dus de Verenigde Staten aan verhelpen. Sharon wil met dit Amerikaans geld 350.000 nieuwe immigranten in 45 nieuwe settlements, als wiggen tussen de Palestijnse dorpen inplanten. Daarnaast voorziet hij nog een route met 36 grote private ranches in de Negeb, net als zijn eigen Sycamore Ranch, waarin druiven zullen worden gekweekt, en die zo een toeristische wijnroute moeten worden. Zijn manier om de woestijn te laten bloeien. Zijn eigen ranch, ooit een geruchtmakende aankoop want betaald met smeergeld, is 40ha groot, oorspronkelijk akkerland van de Palestijnse Tarabin-bedoeïenen.

Ach ja, ik ben nog iets vergeten. Het geld zal ook dienen om de tweede ‘fence’ rond de Gazastrook af te werken, er nog een derde aan toe te voegen en een lange muur in zee te bouwen aan de grens met Israël. Waardoor dit gebied nog meer op een gevangenis zal lijken en nog beter afgegrendeld. Hiermee is dan de veel aangeklaagde Muur op de Westoever, voorzien van een even efficiënte tegenhanger.

Sharon wint op alle vlakken.

Voor Sharon zit er een drievoudig politiek voordeel aan deze ontruimingen.

In de media wordt de verhuis van de kolonisten afgeschilderd als een enorm leed. De Jeruzalem Post durfde het zelfs aan om deze verhuis te vergelijken met wat de Palestijnen in 1948 overkwam.

Binnen het kader van het vredesproces is Sharon nu de man die toegevingen doet, en een eerste ‘belangrijke’ stap heeft gezet. Ondertussen kan hij rustig verder door koloniseren, daar waar het strategisch nodig is.

De ontruiming moet ook worden gezien als een poging om de demografische situatie in Palestina terug in het voordeel van de joodse bevolkingsgroep te verbeteren. Zoals de krant Ha’aretz schreef (11/8/05) was het aandeel van de joden in de gebieden onder Israëlische controle (dat is Israel, Gaza en de Westbank nvda) gedaald onder de helft, namelijk tot 49 procent. Een psychologische drempel, voor alle zionisten van links tot extreemrechts. Door een klein stukje bezet gebied te ontruimen, dat ideologisch en economisch niet veel ter zake deed, vermindert hij het Palestijnse aandeel in de bevolking met 1, 4 miljoen. Daardoor krijgt het joodse bevolkingsdeel opnieuw een meerderheid van 56,8 %, en daarmee zegt Prof Sergio Della Pergola van de Hebreeuwse Universiteit, “zitten we weer goed voor de volgende twintig jaar”.

(Uitpers, nr. 67, 7de jg., september 2005)

Bronnen: Haaretz, Jerusalem Post, Al Ahram weekly, Statistical Abstract of Israel 1987 en 2004, Village Statistics, Palestine Governement 1945.

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook