Aanslagen en groeiende economische crisis in Afghanistan

Wereldwijd kwamen Hazara op straat om te reageren op de golf van aanslagen tegen hun gemeenschap in Afghanistan. Ondertussen worstelt het land ook met een ernstige humanitaire en economische crisis.

Volgens een rapport van Human Rights Watch van begin september zijn er sinds de machtsovername door de Taliban in augustus 2021 al minstens 700 doden gevallen bij 13 aanslagen op moskeeën en scholen. Het gaat om aanslagen die zijn opgeëist door de ‘Khorason Provincie van de Islamitische Staat’ (IS-KP), een lokale tak van de terreurorganisatie IS.

De jongste aanslag op een onderwijscentrum in Kaboel op 30 september eiste een nieuwe hoge tol aan jonge mensenlevens. In totaal kwamen 53 studenten om en vielen er nog eens 110 gewonden. Het grote merendeel van de dodelijke slachtoffers zijn jonge vrouwen van de etnische Hazara-minderheid. Hazara kennen een lange geschiedenis van vervolging en discriminatie. Een deel van de Hazara behoort tot sjiitische takken van de islam in een land dat door de Taliban-regering geleid wordt op basis van een conservatieve interpretatie van de Soenni-islam. Een ander deel van de Hazara is soennitisch.

De aanslag is niet opgeëist, maar sinds de Taliban aan de macht zijn, slagen ze er niet in om een antwoord te bieden op het geweld tegen de Hazara. Volgens de Hazara-gemeenschap is er sprake van een genocide. De Taliban zelf hebben zich in het verleden zelf schuldig gemaakt aan discriminaties en tientallen aanvallen gepleegd tegen Hazara. Daarbij vielen de afgelopen drie decennia duizenden doden. Tegenwoordig lijken de Taliban deze etnisch-religieuze minderheid minder te viseren. Hoewel het regime in Kaboel strijd voert tegen de IS-KP, luidt de kritiek dat ze te weinig doen om de Hazara te beschermen.

In Brussel riepen honderden leden van de Hazara-gemeenschap de Verenigde Naties op om de systematische aanslagen tegen hun volk als een genocide te erkennen, op basis van het ‘Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide’. Ook willen ze dat de VN een onderzoek instelt en dat er maatregelen komen die de getroffen gemeenschap helpen beschermen.

Zware humanitaire en economische crisis

Het geweld vindt plaats in een bar sociaaleconomisch klimaat. Volgens een pas verschenen rapport van het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties speelt zich een humanitaire crisis af in het land, dat economisch volledig aan de grond zit. Sinds de machtsovername door de Taliban kromp de economie met 20 procent. De internationale hulp is zo goed als opgedroogd. In het verleden dekten internationale geldstromen 75 procent van de overheidsuitgaven en vertegenwoordigden ze 40 procent van het Bruto Binnenlands Product.

De VN probeert de humanitaire hulp terug op de sporen te krijgen, maar kon tot nu maar de helft van de benodigde 4,4 miljard dollar bijeenrapen. In de VS ligt nochtans 7 miljard dollar aan reserves van de Afghaanse centrale bank die Washington bevroor nadat de Taliban de macht grepen. De regering Biden kondigde vorige maand aan dat ze met de helft van die reserves een fonds zal oprichten dat ‘gebruikt kan worden’ om de humanitaire crisis in het land het hoofd te bieden, evenwel zonder dat de Taliban de controle over de middelen zouden verwerven. De VN krijgt evenmin de controle over dat geld. De andere helft wil Washington uitkeren aan de slachtoffers van de aanslagen van 9/11, hoewel Afghanistan, noch onderdanen van het land de hand hadden in de terreurdaden.

Het valt te vrezen dat de crisis in Afghanistan de komende maanden alleen maar zal toenemen. De prijzen van essentiële voedingswaren stegen met 35 procent. Als gevolg leven 20 miljoen Afghanen in voedselonzekerheid. Omdat vrouwen geleidelijk aan uit het publieke leven en de arbeidsmarkt worden gestoten als gevolg van opgelegde restricties, tast dit het inkomen aan van heel wat gezinnen. De werkloosheid is ook in het algemeen sterk toegenomen. Inmiddels wordt 80 procent van de arbeidsmarkt ingenomen door de informele en illegale economie. Alleen op het platteland lijkt de werkgelegenheid gestegen, vermoedelijk omdat de algemene veiligheidssituatie na het vertrek van de buitenlandse troepen daar is verbeterd, ondanks de terreuractiviteiten van IS-KP.

Print Friendly, PDF & Email

Visited 123 Times, 2 Visits today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is auteur of co-auteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018), 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019), 'Voordat de bom valt' (2022) en 'Oorlogskoorts' (2022).

zie ook