Aan de heer Wilfried Martens, inzake Silvio

Geachte Heer Martens

Dit open briefje in uw hoedanigheid van voorzitter van de Europese Volkspartij die staat voor de verdediging van waarden. Het betreft een van uw vooraanstaande leden, de heer Silvio Berlusconi, zakenman, partijleider en premier van een van de belangrijkste lidstaten van de Europese Unie, Italië.

Media als het Britse ‘The Economist’ en de Franse ‘Le Monde’ hebben ernstige twijfels aan de geschiktheid van Silvio Berlusconi om Italië te regeren, laat staan de EU te leiden. Zijn hun twijfels ingegeven door vooroordelen? Of zijn het dezelfde twijfels die uw partijgenoten van de toenmalige CVP en andere Europese christen-democraten ook al jaren geleden hadden toen Berlusconi vroeg om met zijn fractie in het Europees Parlement tot de EVP-fractie toe te treden?

U hebt Berlusconi toen door dik en dun verdedigd, onder meer door te zeggen dat diens Forza Italia slechts tot de fractie toetrad, niet tot de EVP zelf. Ondertussen heeft de EVP als partij wel de rode loper uitgelegd voor Berlusconi, want diens zetels zorgen er mee voor dat de EVP in het EP de grootste fractie is.

Berlusconi krijgt van zijn buitenlandse critici vooral te horen dat hij aan belangenvermenging doet, dat hij als regeringsleider in de eerste plaats zijn eigen belangen verdedigt, als het moet ten koste van het algemeen belang.

Overdreven, zei zijn Forza Italia aan het begin van de zomer, want er zijn in twee jaar op ongeveer 250 wetten slechts drie wetten waarvan men kan zeggen dat ze op Berlusconi’s maat zijn gesneden. Dit is geen surrealisme, maar realisme. "Slechts drie". Het gaat onder meer over het bemoeilijken van rogatoire commissies die onderzoeken moeten instellen naar het witwassen van frauduleus verworven kapitalen, om een uitgebreide fiscale amnestie (zonder boetes), om de "wet Cirami" die het gemakkelijker maakt magistraten die de beklaagde niet aanstaan, te wreken.

Er zijn niet alleen de wetten. Er zijn ook de campagnes tegen magistraten die onderzoeken naar corruptie voeren, er is de intimidatie van de pers, de controle over de overheidszender Rai waar kritische stemmen worden gesmoord en journalisten worden ontslagen om ook van deze zender een spreekbuis van de regering te maken. Kortom, een autoritaire aanpak.

De jongste maanden kunnen we spreken van een autoritaire ontsporing. Er was eerst de inderhaast goedgekeurde wet waardoor de premier immuniteit krijgt en de magistraten die tegen hem onderzoek voeren, een neus zet. Een nieuwe mediawet geeft Berlusconi met zijn Mediaset nog meer mogelijkheden om het medialandschap te controleren. De op stapel staande wet inzake belangenvermenging komt neer op een bevestiging van die vermenging.

Na de veroordeling van Berlusconi’s trouwste ‘juridische adviseur’, Cesare Previti, is het echt de spuigaten gaan uitlopen. Previti, die een zwarte rekening verantwoordde met het argument dat het gewoon om zwart geld ging, geen corruptiegeld, is schuldig bevonden aan het omkopen van magistraten die onder meer vonnissen uitspraken om Berlusconi controle te verschaffen over een belangrijk deel van de geschreven pers. Wat doet Sandro Biondi, de woordvoerder van Forza Italia? In naam van de partij eist hij ene parlementaire onderzoekscommissie naar een mogelijke samenzwering van communistische magistraten tegen Berlusconi en zijn vrienden. De magistratuur protesteert eenparig tegen deze intimidatie, maar krijgt te horen dat zij het beginsel van de scheiding der machten schendt. Forza Italia wil, tot ontzetting van haar partners, doorgaan met dat intimiderend onderzoek. Dit is geen groteske vaudeville, dit is een regelrechte autoritaire ingreep tegen wat rest van onafhankelijke rechtspraak.

Decennia lang knepen veel Italianen en hun buitenlandse partners hun neus dicht voor de praktijken van de Italiaanse Democrazia Cristiana, uit naam van de strijd tegen het communisme. Berlusconi werpt zich graag op als een erfgenaam van de grote Italiaanse christen-democratie. Zeker op het vlak van bedenkelijke verrijking heeft hij gelijk, maar hij gaat in vele opzichten nog een stap verder, bij voorbeeld in de onverdraagzaamheid tegenover alles wat naar kritiek ruikt.

Daarbij is het bijzonder merkwaardig dat Berlusconi zo goed kan rekenen op de zusterpartij van het Vlaams Blok, zijnde de Lega Nord. Hij heeft ze niet eens nodig voor een meerderheid, maar toch is het die extreem-rechtse partij die de minister van Justitie levert om Berlusconi en zijn omgeving af te schermen en het leven van ernstige magistraten zuur te maken en hun werk onmogelijk te maken.

Zit iemand als Berlusconi dan wel op zijn plaats in de EVP? Of is die EVP niet meer wat ze beoogde te zijn, een partij opkomend voor democratische waarden, solidariteit en verdraagzaamheid? Als we zien hoe aanstekelijk Berlusconi’s aanpak werkt op onder andere zijn Spaanse collega Aznar, vrezen we dat de EVP van vóór Berlusconi’s komst niet meer dezelfde is als nu. Maar blijkbaar is dat niet belangrijk, het enige wat lijkt te tellen is in het EP de grootste zijn, kieskeurigheid is uit den boze. Het is erg als men niet eens meer beschaamd is om in dergelijk (Berlusconi’s) gezelschap te vertoeven.

Freddy De Pauw
Journalist

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 50 Times, 2 Visits today

Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.