8 maart: activistes in Iran lijden, maar zwichten niet

Zes maanden nadat de protestbeweging tegen het theocratische regime in Iran uitbrak, blijven de demonstranten volharden. Het aantal betogingen is wel gedaald, maar het protest is zeker nog niet gaan liggen. Op de Internationale Dag van de Vrouw vestigen we de aandacht op de vrouwen in de voorhoede van het huidige protest en de Iraanse activistes die hen voorgingen. Allemaal betalen ze een zware prijs voor hun strijd.

Afgelopen woensdag kwam het bericht dat een aantal schoolmeisjes in Teheran naar het ziekenhuis waren overgebracht met vergiftigingsverschijnselen. De meisjes zouden in contact zijn gekomen met een toxisch gas, wat ervoor zorgde dat ze duizelig werden, moeilijk konden ademen en moesten kotsen. Hoewel zonder ernstige gevolgen, betreft het naar verluidt een chemische aanval die met opzet gepleegd is.

Er wordt nu een onderzoek ingesteld, maar het mysterieuze fenomeen is al enkele maanden aan de gang. Honderden leerlingen en studenten -voornamelijk meisjes- in meer dan 30 scholen in ten minste vier verschillende steden werden al getroffen door ziekteverschijnselen nadat ze een vreemd gas geroken hadden. De eerste meldingen dateren van november in de stad Qom.

De officiële informatie is schaars. Het is onduidelijk wie er achter de vergiftigingen zit – of het om een georganiseerde groep gaat, of om kopieergedrag. Sommigen denken dat het om religieuze extremisten gaat die willen dat de scholen sluiten en onderwijs voor meisjes wordt afgeschaft. De Iraanse president, Ebrahim Raisi, veroordeelde de incidenten als “een nieuw complot van de vijanden” van Iran. Anderen geloven dan weer dat de regering zelf achter de vergiftigingen zit. Volgens de Iraanse minister van Binnenlandse Zaken, Ahmad Vahidi, zijn er in ieder geval nog geen arrestaties verricht in het dossier.

In zijn eerste commentaar op de mysterieuze vergiftigingen zei de Iraanse opperste leider Ayatollah Ali Khamenei deze week dat degenen die erachter zitten “de maximale straf” moeten krijgen voor deze “ernstige en onvergeeflijke misdaad” en dat er “geen genade zal zijn voor de daders”. Het hoofd van de rechterlijke macht, Gholamhossein Mohseni Ejei, zei dat iedereen die in deze zaak gearresteerd wordt voor het gerecht zal worden gebracht op beschuldiging van ‘corruptie op aarde’, een aanklacht waarop in Iran de doodstraf staat.

Tussen 2009 en 2012 waren er een reeks soortgelijke incidenten in buurland Afghanistan. Men heeft toen nooit kunnen bewijzen dat de getroffen vrouwelijke leerlingen ziek waren geworden door vergiftiging. De Wereldgezondheidsorganisatie suggereerde zelfs dat het om een geval van MPI ‘mass psychogenic illness’ kon gaan.

De vergiftigsgevallen in Iran wakkeren de volkswoede aan en geven een extra impuls aan het anti-regeringsprotest.

Hoe dan ook, te midden van de aanhoudende protesten tegen het theocratische regime die uitbraken op 16 september na de dood in politiehechtenis van Jina (Mahsa) Amini – de jonge Koerdische vrouw die opgepakt werd omdat ze de strenge kledingvoorschriften voor vrouwen overtreden zou hebben – wakkeren de vergiftigingsgevallen het debat over de behandeling van vrouwen en meisjes in Iran opnieuw aan. De woede over de gebeurtenissen geeft ook een extra impuls aan het antiregeringsprotest, onder meer doordat familieleden van getroffen meisjes zich aansluiten.

Binnen de protestbeweging -geïnitieerd door vrouwen onder de slagzin ‘Jin, Jîyan, Azadî’ (Vrouw, leven, vrijheid)- blijft het aandeel van vrouwen cruciaal, ondanks de zware repressie van de Iraanse autoriteiten. Ondertussen zijn er al vier jonge mensen geëxecuteerd omwille van hun betrokkenheid bij het protest, en tientallen anderen hangt de doodstraf boven het hoofd. Er zijn ook al honderden doden gevallen, waaronder tientallen kinderen, en zo’n 20.000 mensen werden gearresteerd, onder wie heel wat vrouwen.

Tussen wanhoop en hoop

Dat de vrouwelijke activisten niet de intentie hebben om te zwichten voor het regime, wordt perfect geïllustreerd door een audioclip die verscheen op de sociale media. “Luister naar dit! Een. Twee. Drie!” Over een krakende telefoonlijn vanuit de vrouwenvleugel van de beruchte Evin-gevangenis in Teheran beginnen gedetineerden uitbundig te zingen ter ondersteuning van de ‘Vrouw, leven, vrijheid’-protesten. Het is een Perzische uitvoering van het Italiaanse protestlied ‘Bella Ciao’. De audioclip van het telefoongesprek daterend van januari, is een symbool geworden van de moed en het doorzettingsvermogen van vrouwen achter de tralies in Iran, maar ook van hun wil om de vrouwen die vandaag overal in het land op straat komen, te steunen.

Veel van de vrouwelijke activisten achter slot en grendel werden gearresteerd vóór de huidige, door vrouwen geleide protesten uitbraken. Evin is de bekendste Iraanse gevangenis voor dissidenten, maar er zitten ook vrouwelijke politieke gedetineerden in andere gevangenissen in het land. Sommigen zitten al jaren vast, anderen verbleven het afgelopen decennium afwisselend in en uit de gevangenis. De rangen van opgesloten vrouwelijke activisten zijn echter aanzienlijk aangegroeid sinds midden september 2022.

De laatste weken werden een aantal vrouwen vrijgelaten, onder wie de Frans-Iraanse academica Fariba Adelkhah en Alieh Motalebzadeh, de journaliste en vrouwenrechtenactiviste wiens dochter de clip van het ‘Bella Ciao’-protestlied postte. Maar mensenrechtenverdedigers en de demonstranten zien de amnestie voor een beperkt aantal vrouwen als een PR-stunt van het regime. Heel wat sleutelfiguren blijven immers opgesloten, zoals de politieke activiste Sepideh Qolian die de eerste keer werd opgepakt in november 2018 terwijl ze verslag uitbracht van een arbeidersprotest; de milieuactivisten Niloufar Bayani en Sepideh Kashani, die in 2019 tot lange gevangenisstraffen werden veroordeeld wegens spionage; de mensenrechtenactiviste Narges Mohammadi; vrouwenrechtenactivisten Yasaman Aryani en Saba Kord Afshari; politiek activiste Maryam Akbari Monfared; de prominente advocaat en mensenrechtenactiviste Nasrin Sotoudeh; de journaliste Golrokh Iraee, enzovoort.

Verschillende van deze vrouwen getuigden in de loop der jaren, tussen gevangenisstraffen in of via brieven die vanuit hun cel gesmokkeld werden, over de mishandelingen die ze te verduren kregen (en krijgen) tijdens hun detentie. Hoewel ondervragers en politieagenten alle politieke gevangenen kunnen onderwerpen aan verschillende gradaties van mishandeling, komt daar in het geval van vrouwen nog de factor seksueel geweld bovenop. Dat gaat van het systematisch uitschelden voor ‘hoer’ tot brutale aanrandingen en verkrachtingen.

Alle politieke gevangenen kunnen onderworpen worden aan mishandeling, maar in het geval van vrouwen komt daar seksueel geweld bovenop.

Narges Mohammadi, die onder meer campagne voerde tegen de doodstraf, postte in februari 2021 een video op de sociale media waarin ze het seksueel misbruik en de mishandelingen aanklaagt waaraan ze onderworpen werd tijdens haar eerdere opsluitingen. Ze stelde ook dat de autoriteiten niet reageerden op de klacht die ze daarover ingediend had eind december 2020. In november 2021 werd de mensenrechtenactiviste opnieuw achter de tralies gezet, maar het ijzingwekkende verslag dat ze maakte van de inhumane behandeling en het seksueel misbruik van 12 vrouwelijke gedetineerden deed ondertussen de ronde.

In december 2022 onthulde ze in een open brief die uit de gevangenis gesmokkeld werd, het schokkende misbruik dat vrouwen die opgepakt worden tijdens de huidige demonstraties te verduren krijgen. Sommigen van hen werden overgebracht naar de Evin-gevangenis, waar Mohammadi hun relaas hoorde. “Ik geloof dat wij, de dappere, veerkrachtige, levendige en hoopvolle vrouwen van Iran […] zullen blijven vechten ondanks de repressieve en gewelddadige maatregelen van de regering en ondanks het gevaar van aanranding en zelfs verkrachting”, eindigde ze haar brief in een uiting van steun aan de huidige protestbeweging.

Ook de activiste Sepideh Qolian, die een straf van vijf jaar uitzit op beschuldiging van het bedreigen van de nationale veiligheid, beschrijft in een hartverscheurende brief die uit de Evin-gevangenis gesmokkeld werd de brutale methodes die door ondervragers worden gebruikt om valse bekentenissen af te dwingen. Ze vertelt dat een hele vleugel van het gebouw getransformeerd is in een martel- en ondervragingsruimte voor opgepakte demonstranten. Net zoals haar collega-politieke gevangenen put ze echter hoop uit de huidige protestbeweging. Zo schrijft ze: “Vandaag zijn de geluiden die we horen in de straten van Marivan, Izeh, Rasht, Sistan en Baluchistan, en in heel Iran luider dan het geschreeuw in de verhoorkamers, dit is het geluid van een revolutie, het ware geluid van Vrouw, leven, vrijheid.”

De verhalen van vrouwelijke demonstranten die opgepakt worden door de politie bevestigen het wijdverbreide gebruik van mishandeling en seksueel geweld. Amnesty International publiceerde vorige maand een rapport met gedetailleerde getuigenissen over verkrachtingen, afranselingen en martelingen door Iraanse veiligheidstroepen. De Britse krant The Guardian sprak eveneens met verschillende slachtoffers. Sommige vrouwelijke demonstranten zeggen dat ze seksueel aangerand werden in een politiebusje of gewoon op straat, anderen tijdens hun hechtenis op politiebureaus of in gevangenissen. Een verpleegster van een ziekenhuis in Gilan bevestigde aan The Guardian dat ze de laatste maanden verschillende jonge vrouwen behandelde die tekenen vertoonden van verkrachting en die haar toevertrouwden dat ze aangerand waren in politiehechtenis.

Print Friendly, PDF & Email

Visited 119 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook