60 jaar Israël: Wat valt er te vieren?

In mei 1948 werd de staat Israël opgericht. Dat wordt zo wat overal in Europa gevierd. Valt er eigenlijk wat te vieren? is de vraag die je kan stellen bij het lezen van The Etnic cleansing of Palestine van de Israëlische historicus Ilan Pappé. Het boek werd al eerder in Uitpers besproken, maar nu verscheen net de Nederlandse vertaling, De Etnische zuivering van Palestina.(1)

Voor de Palestijnen betekent de oprichting van de joodse staat het begin van al hun miserie.

Israël werd letterlijk opgericht op de ruines van het grootste deel van Palestina. 418 Palestijnse dorpen en zes grote steden werden etnisch gezuiverd. Het was geen collateral damage in een oorlog, maar lang voorheen gepland. Pappé vertelt in zijn boek hoe al vanaf de jaren dertig de plannen ervoor werden uitgetekend. The Jewish Agency, dat is het joods bestuur dat de Britten in hun kolonie Palestina hadden opgericht en dat van dit Arabisch land een zuiver joodse staat wou maken, gaf al in de jaren dertig opdracht aan de academicus Benzion Luria een inventaris op te maken van alle Arabische dorpen in Palestina en te evalueren hoe die zouden kunnen worden overgenomen. Eind jaren 1930 was de inventaris ongeveer compleet, maar de data werden systematisch bijgewerkt door het zionistische leger, de Hagana. Het waren zij trouwens die er later zouden moeten van gebruik maken. Zoals een van hun officieren schreef waren zij erg praktisch: “Wij moesten de basisstructuur van elk Arabisch dorp kennen. Dat wil zeggen, de manier waarop je het best het kon aanvallen. Op de militaire school hadden we geleerd hoe een Europees dorp aan te vallen, niet een primitief dorp in het Midden-Oosten.”

En gemoord werd er. Van sommige slachtpartijen is de naam van het dorp nog in het collectieve Palestijnse geheugen gegrift: Tirat Haifa, Tantura, Ain al Zaitun, Dawaymah, Nasr al Din, Balad al Shaykh, Deir Yassin.

Hele steden werden van hun Arabische bevolking ontdaan: Safad, Akka, Tiberias, Baisan (nu Bethsean), Jaffa, Haifa. In Haifa ging het er zo aantoe: De stad ligt aan de voet van het Karmelgebergte en is erg heuvelachtig. ‘Van bovenaf rolden de Joodse troepen olievaten gevuld met springstof en stalen kogels naar beneden, in de Arabische woonwijken. Daarna goten ze een mengsel van olie en benzine in de straten en staken het aan. Dat deed de vaten ontploffen. De bewoners die in paniek door de vuurzee hun huizen verlieten werden dan met machinegeweren neergemaaid. ‘

Op deze manier verkreeg Israël de controle over 78% van de grond van Palestina (slechts 6,7% was eerder aangekocht) en werd tweederde van de oorspronkelijke bevolking verdreven.

Daarnaast legde Israël beslag op alle huizen en hun inboedel, op alle banktegoeden van de Palestijnen. Volgens David Horowitz, de eerste gouverneur van de Israëlische nationale bank bedroegen die banktegoeden meer dan 100 miljoen pond, dat is, in huidige waarde, 3, 6 miljard euro!

Om te zorgen dat niemand zou terugkeren en zijn bezit opeisen werden in het pasopgerichte parlement enkele fundamentele wetten gestemd.

De Palestijnse nationaliteit, die door de Britten was ingevoerd en gold voor Joden en Palestijnen wordt afgeschaft. Er komt een aparte regeling voor de autochtone Palestijnen en de pas gearriveerde kolonisten:

De Wet op Terugkeer geldt enkel voor joden en werd gestemd op 5 juli 1950. Het criterium dat bepaalt wie jood is, werd niet het strikte religieuze criterium: alleen wie uit een joodse moeder wordt geboren is joods, maar wel het zelfde criterium als dit van de Nurembergwetten: al wie joodse ouders heeft, wie getrouwd is met een jood of waarvan een van de grootouders joods is. Deze joden hebben het recht op terugkeer en kunnen op eenvoudig verzoek het staatsburgerschap krijgen. Door de zeer ruime definitie van wie jood is leven er meer dan 250.000 ‘Russische joden’ die de facto niet joods zijn. 25.000 beschouwen zich atheïst en 200.000 verklaren zich orthodoxe christenen. Tegenwoordig zijn 70 percent van de nieuwe immigranten uit het voormalige Oostblok niet-joden.

Voor de Palestijnen geldt een aparte wet, de nationaliteit door residentie, goedgekeurd twee jaar later, in 1952. Om Israëliër te worden, en dus in hun land te kunnen wonen, moeten zij aan zeer strenge voorwaarden voldoen:

  • De Palestijnse nationaliteit bezeten hebben voor 1948.
  • Een bewijs voorleggen dat zij op het moment dat de wet werd gestemd ingeschreven waren in de bevolkingsregisters
  • Bewijzen dat ze effectief in Israël verbleven op de dag dat de wet in voege kwam (14/7/1952)
  • Bewijzen dat hij continu in zijn verblijfplaats heeft verbleven tussen de datum dat de staat Israel werd uitgeroepen (15 mei 1948) en de datum dat de wet in voege kwam.

Die wet heeft tot gevolg dat alle vluchtelingen en alle bewoners van de westelijke Jordaanoever en Gaza uit de boot vallen. Slechts 1.000.000 van de 6.000.000 Palestijnen zijn in dit geval en kregen, of beter slaagden erin, het staatsburgerschap te verwerven. Deze nieuwe nationaliteitswet had als doel, zoals de eerste Israëlische premier, Ben Goerion zei ‘te zorgen dat zij niet terugkeren’.

Dit is niet alleen geschiedenis, het heeft implicaties voor nu. Als er vanuit Gaza nu Qassam-raketten worden afgeschoten naar Sederot, Ashdod of Ashkelon, weet dan dat die plekken vroeger andere namen droegen: Najd, Isdud, Majdal Ashekelan en dat hun vorige bewoners in Gaza als vluchteling leven. Najd, het huidige Sederot heeft 5.000 vluchtelingen in Gaza, Isdud/Ashdod 35.000 en Ashkelon 71.000.

En dan is er De Wet op het eigendom van afwezigen (wet gestemd in 1950)

Deze wet heeft als doel alle grond en ander bezit van de vluchtelingen over te dragen naar de Staat en het Joods Nationaal Grondfonds, die deze gronden gezamenlijk beheren volgens de statuten van de het JNF die zeggen: “Verkoop, verpachting of ruil kunnen slechts plaats vinden als die dienen voor de inplanting van joden in het land.” Op deze manier werd 93% van het Israëlisch grondgebied “onvervreemdbaar eigendom van heel het joodse volk”. Onder deze wet valt ook het eigendom van de waqf. Waqf-eigendom kan je vergelijken met de kerkfabriek van de katholieken. Het zijn onroerende goederen: grond, gebouwen die door de eigenaar bij testament worden geschonken aan God. God wordt de eigenaar, de opbrengst gaat naar de moslimgemeenschap als geheel en die gebruikt die waqf-inkomsten vooral om behoeftigen te helpen, of om de eredienst te subsidiëren. Nu kan je niet stellen dat de moslim gemeenschap opgehouden heeft te bestaan binnen Israël, er is altijd een residu van zo’n 20% Palestijnen in het land gebleven. Toch werden die waqf-goederen door de staat aangeslagen op basis van de wet op de afwezigen. Hieruit kan je alleen maar concluderen dat volgens de Israëlische wet God officieel afwezig is in het Heilig Land. Kafka was een jood. Waqf-eigendommen zijn erg belangrijk. Voor 1948 behoorden in Arabische steden als Jaffa of Akka ongeveer zeventig procent van alle handelszaken toe aan het waqf.

Om die verjoodsing ook in de terminologie vast te leggen werden alle plaatsnamen verhebreeuwst. In 1949 richtte Ben Goerion daartoe een speciaal comité op en Jaffa werd Yafo, Akka/ Akko, Beisan/Bethshean, Lydda/Lod. Om het Arabische uitzicht van die steden te veranderen werden de huizen met de mooiste architectuur systematisch, op bevel van Ben Goerion verwoest: 227 huizen in Haifa, 500 huizen in Tiberias en gelijke aantallen in Jaffa en West-Jeruzalem dat nu officieel joods werd. Nog om het joods karakter van de staat te onderlijnen vroeg men alle immigranten om zoveel mogelijk hun Europese familienaam te verhebreeuwsen: David Grün werd Ben Goerion; Golda Meyserson-Mabovitz, Meir; Simon Persky, Peres; Isaak Rabinowitz, Yitzak Rabin; Ehud Berkovitz, Barak; Ariel Scheinerman, Sharon; Benjamin Mileikowsky, Natanyahu en de bekende schrijver Amos Oz heet oorspronkelijk Klausner.

Wat heeft deze nieuwe ‘Europese staat’ in het Midden-Oosten gebracht?

Een nieuwigheid als terreur. De eerste zionistische militie in Palestina, Bar Giora (gesticht in 1907) had reeds als motto ‘In vuur en bloed zal Juda heropstaan’ (ter herinnering, de eerste fundamentalistische partij in het Midden-Oosten dateert uit 1928). En aan dit motto heeft Israël zich gehouden.

Toen in 1948 UNO-gezant Graaf Folke Bernadotte de grenzen van Israël in het voordeel van de Palestijnen wou wijzigen werd hij vermoord door een militie onder leiding van de latere premier Yitzak Shamir. Dezelfde militie gaat er prat op dat zij tussen 1936 en 1948 57 massamoorden op haar actief heeft, met in het totaal 5.000 doden, waaronder in 1946 het opblazen van het King David Hotel (100 doden).

De eerste kaping van een burgervliegtuig in het Midden-Oosten gebeurde in december 1954, onder leiding van Moshe Dayan. Het was een Syrisch lijntoestel en de bedoeling was ‘gijzelaars te nemen om onze gevangenen vrij te krijgen.’

De eerste bombrieven werden in 1962 door Israël verstuurd naar Duitse wetenschappers die voor Egypte werkten.

Het eerste flatgebouw dat uit louter politieke terreur werd opgeblazen, stond in Beiroet en werd door een commando van het Israëlisch leger met bewoners en al in 1973 de lucht ingeblazen.

Eind jaren 1960 en begin jaren 1970 bombardeerde Israël massaal Palestijnse vluchtelingenkampen in Jordanië met napalm- en splinterbommen. Hamas werd twee decennia later pas opgericht.

Israël heeft toch democratie gebracht? Hoe vaak lezen we het niet in de kranten ‘de enige democratie in het Midden-Oosten’? Voor joden ja, niet voor de oorspronkelijke bevolking. De man die dit ooit het mooist formuleerde is Ariël Sharon. Ter gelegenheid van de 45ste verjaardag van de staat Israël pleegde hij een essay in Yediot Aharonot (Het Laatste Nieuws), de meest gelezen krant van Israël. Enkele frappante citaten:

‘De Onafhankelijkheidsverklaring van Israël verwijst nergens naar een “democratische” staat, zelfs niet naar een zionistische of een staat voor de joden, maar wel naar een Joodse, een zuiver Joodse staat… de termen “democratie” of “democratisch” komen nergens in de Onafhankelijkheidsverklaring voor. Dit is geen toeval. Het doel van het Zionisme was niet om hier democratie in te voeren. De bedoeling was om hier een Joodse staat voor heel het Joodse volk te stichten, en alleen voor het Joodse volk. Daarom behoort hij toe aan elke Jood, waar ook. Deze duidelijke tegenstelling tussen De Terugkeer naar Zion en de principes van democratie is al lang bekend. Voor de Arabieren en hun bondgenoten is het duidelijk dat het niet democratisch is om een land te schenken aan miljoenen nieuwkomers, tegen de wil van de oorspronkelijke bevolking in. Dit land is gesticht door vreemdelingen die immigreerden tegen de wet in en met wapengeweld. Israël heeft een oorlog gevoerd tegen de bewoners van dit land en hun steden veroverd. Het verplichtte de inwoners te vertrekken, en als ze niet meewerkten werden ze gedeporteerd..

Bestaat er iets meer ondemocratisch en discriminatorisch dan De Wet op Terugkeer?… Zoals u weet stelt deze wet concreet dat automatisch de nationaliteit wordt verleend aan iedere Jood die buiten het land is geboren (en dit tot in de vierde generatie). Tezelfdertijd ontzeggen wij dit Recht op Terugkeer aan wie hier woonde en aan hun nakomelingen, en die door het geweld van een veroveringsoorlog moesten vluchten of gedwongen werden te vluchten en hun land en huizen achter te laten.

Van in het prille begin had het zionisme geen andere keus dan tegen de principes van de democratie in te gaan. Bij het begin van het Brits Mandaat, vroegen de Arabieren, toen 90 procent van de bevolking een democratisch zelfbeschikkingsrecht. De zionistische beweging moest zich tegen deze democratische eis met alle middelen verzetten… In 1947 keurde de UNO een verdeelplan goed dat inging tegen de wil van de Arabieren, toen nog steeds de overgrote meerderheid van de bevolking…

‘Om al deze redenen, moeten wij ons verzetten tegen het toepassen van democratische principes als het gaat om ons fundamenteel belang, want dat zou steun betekenen voor het Palestijnse nationalisme. Het zou een idiotie zijn die lijnrecht ingaat tegen de geschiedenis van het Zionisme en van onze Joodse aanwezigheid. Het zou nationale zelfmoord betekenen.’

Yedioth Aharonoth, 28 mei 1993. (2)

Democratie valt er dus ook al niet te vieren. Wat valt er eigenlijk te vieren?

(Uitpers, nr 97, 9de jg., april 2008)

Noot:

(2) The Journal of Palestine Studies, vol. Xxxvi, n°4, pp 100-103, University of California, Berkeley, USA

 

(1) Ilan PAPPÉ. De etnische zuivering van Palestina. Uitg. Kok/Ten Have, i.s.m. het Davidsfonds Leuven. 320 blz. € 24,90.

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

Een bespreking van de originele Engelse versie van het boek van Pappé verscheen in Uitpers nr. 89, september 2007:onder de titel: “De verborgen geschiedenis van de verdrijving van de Palestijnen”.

Ilan PAPPÉ. The Ethnic Cleansing of Palestine, Oxford, uitg. Oneworld, 2006. ISBN-13:078-1-85168-467-0.

U kunt de Engelse versie via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=484170&refsource=uitpers

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 67 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook