50 jaar Congo, de gemiste kans

30 juni 2010. Straks viert Congo de vijftigste verjaardag van zijn onafhankelijkheid en het officiële België doet stevig mee. Het stuurt zelfs Albert II naar Kinshasa om het feestgedruis kleur te geven. Dat kan hallucinante taferelen opleveren. Hoor hem de Congolezen al onderhouden over de eenheid van het land en politieke stabiliteit. De ontslagnemende premier zal werk hebben om ‘s konings bezoek in goede banen te leiden.

Alle gekheid op een stokje. We moeten maar eens ophouden om te discussiëren over het voor en tegen van Alberts reis naar Kinshasa. De 30e juni en dus de vijftigste verjaardag had voor de politieke klasse in België een prima aanleiding kunnen zijn om zich over een ander te bezinnen.

Nood aan reflectie

België had in deze periode bv. zijn beleid t.a.v. de voormalige kolonie onder de loep kunnen nemen. Is dat niet logisch als besmuikte signalen niet helpen en openlijke kritiek evenmin? Het is hoog tijd om erover na te denken welk impact het op je beleid heeft, als na jarenlange, miljoenenvretende inspanningen om een operationeel leger op de sporen te helpen zetten Congolese militairen nog altijd moordend en plunderend, brandschattend en verkrachtend grote delen van hun land onveilig maken. Dan moet je zo’n moment als de 30e juni aangrijpen om uit te maken hoe je het anders aan boord legt en hoe je die uitwassen – en andere, als de alle regimes overlevende mal zaïrois, de democratisering die tot stilstand gekomen is en het muilbanden van media en mensenrechtenactivisten – aanpakt.

De vijftigste verjaardag van de onafhankelijkheid is de gelegenheid voor iets bijzonders. Zoals het Africa Museum in Tervuren begrepen heeft. Van 26 april tot 11 juni varen veertig onderzoekers de Congo af, van Kisangani tot Kinshasa. Voor zeven weken wetenschappelijk werk, op het water en aan de oevers. Aan boord : archeologen, botanisten, geologen, linguïsten, noem maar op.

Is het museum de enige wetenschappelijke instelling waar ze hoogwaardige informatie over Congo in huis hebben? Van geen kanten. Trek op de Universiteit Gent de achtergronden na van het conflict in Kivu, de controle over de mijnsites en de machtsstrijd die er plaatsvindt en steek er je licht op over de grensoverschrijdende handelsstromen. Ga op de Universiteit Antwerpen na waarom er in Kinshasa tegenwoordig minder ondervoeding is en loop binnen bij de beste analisten van het reilen en zeilen in de Congolese politiek. Bekijk Cemetery State, waarmee Leuvense antropologen je binnenleiden in een wereld van verval en groeiend ongenoegen op een kerkhof in Kinshasa, een afspiegeling van de samenleving. Laat je ten slotte op de Vrije Universiteit van Brussel vertellen hoe het met de koperproductie in Katanga gesteld is. Een tocht door de academische wereld levert schatten aan informatie op. Dat was vroeger zo en dat is nu niet anders.

Wat doet België met die kennis? Inspireert ze het beleid? Harde kritiek zonder nazorg of debat kenmerkt de ene minister van Buitenlandse Zaken, glimlachend het glas heffen met de president noemt de andere een stijlbreuk. Zijn collega van Ontwikkelingssamenwerking neemt zonder blikken of blozen de prioriteiten van de president over en die zet niet in op goed bestuur of een betere werking van de instellingen.

Je vraagt je af waarvoor die academische research dient. Heeft België een strategie uitgewerkt om met zijn 75 miljoen € per jaar de Chinese tsunami te counteren? Neen, de reis van Albert gaat voor. Straks haalt iemand het in zijn hoofd om Bwana Kitoko II de gerenoveerde elektriciteitscentrale in Kisangani in te laten inwijden, die zijn illustere broer 55 jaar terug voor open verklaard heeft. Boudewijns handtekening staat vooraan in het gulden boek. Met die van Albert kunnen de boeken dicht.

De factor Rwanda

Vragen over zijn beleid zijn niet de enige die België zich in deze periode had kunnen stellen. In het aanslepende conflict in het oosten van Congo speelt Rwanda een vuile rol, zij het iets meer op de achtergrond dan tijdens de oorlogsjaren het geval was. De graaizucht naar Congo’s waardevolle ertsen is er niet minder om. Er is veel grotere internationale pressie nodig op president Kagame dan nu het geval is, i.p.v. door genocidekrediet geïnspireerde tegemoetkomendheid. Er is een wanverhouding tussen de repressieve houding van het regime tegenover diegenen die bij de komende presidentsverkiezingen in augustus tegen Kagame opkomen en de schroomvallige kritiek van de buitenwereld op de gang van zaken. Als België echt nog iets betekent in Centraal-Afrika, wat het altijd voorhoudt, dan zou het – waarom niet tijdens het Belgische voorzitterschap van de EU, dat net na de grote feestdag een aanvang neemt? – bv. het nieuwe Groot-Brittannië van David Cameron en Nick Clegg kunnen bewerken om dat land zijn pro-Kagame koers van het voorbije decennium bij te sturen.

Onderzoek naar het verleden

Ook met de herziening van de relatie met Rwanda houdt het niet op. Binnenkort is het vijftig jaar geleden dat België zijn kolonie onafhankelijk gemaakt heeft. Sindsdien is het daar nooit meer goed gekomen. Burgeroorlog, rebellieën, huurlingen, moordpartijen, dictatuur, uitverkoop van rijkdommen, het Ebolavirus, aids, opstanden, economische plundering, ingestorte kopermijnen, smokkeldiamanten, bloed aan onze gsm, verkrachting als terreurwapen, honderdduizenden ontheemden en vluchtelingen. Zo hebben we Congo in de loop der jaren leren kennen. Wat een erfenis! Moeten we maar eens bij stilstaan, zou je denken. De 30e juni en dus de vijftigste verjaardag was een uitstekende gelegenheid geweest om de draad van de Lumumba-commissie weer op te pikken.

Zowel bij Congolezen als Belgen is er sprake van een onverwerkt verleden, stelt ze in haar eindrapport van 2002 vast. Er bestaan “grieven over de gebeurtenissen in de koloniale en de post-koloniale periode […], tal van grieven […] blijven voortwoekeren“. Is met het rapport van de commissie de eerste stap naar verwerking gezet, over het vervolg rijzen er vragen. Bij de goedkeuring van het eindverslag, biedt minister van Buitenlandse Zaken, Louis Michel, de Congolezen zijn verontschuldigingen en betuigt hij zijn spijt over wat er gebeurd is. Hij kondigt ook de oprichting van een Fonds Patrice Lumumba aan, 3,75 miljoen € voor conflictpreventie in Congo, de opbouw van een rechtsstaat en studiebeurzen. De regering wil het fonds jaarlijks met minstens een half miljoen spijzen en de familie Lumumba bij het beheer ervan betrekken. Vanaf het aantreden van Verhofstadt-II in de zomer van 2003 is Michel expliciet bevoegd voor conflictvoorkoming. De werking van het fonds ligt m.a.w. in zijn handen. Bij een bezoek aan Kinshasa in oktober 2003, maakt een gesprek met Lumumba’s dochter deel uit van Michels programma. Daarna heeft niemand nog wat van het Fonds Patrice Lumumba vernomen.

Ook andere aanbevelingen van de Lumumba-commissie zijn nooit aan een begin van uitvoering toegekomen. Zo pleit ze ervoor om het koninklijke archief behoorlijk te inventariseren en daarvoor geld uit te trekken en personeel in te zetten. De deskundigen hebben inderdaad belangwekkende informatie opgespit tijdens hun zoektocht in de stoffige, ongeordende archieven. Er was toeval mee gemoeid om uit onbenoemde mappen waardevolle documenten op te diepen. Je kunt zelfs de vraag stellen of het paleis zijn deuren even wagenwijd opengezet zou hebben, mocht middels een goede inventarisatie duidelijk geweest zijn welke schatten er te vinden waren en hoe ze de koning in verlegenheid konden brengen.

Zoals andere adviezen, als bijvoorbeeld internationaal historisch onderzoek stimuleren naar het onverwerkte verleden, is ook die aanbeveling m.b.t het koninklijke archief in de wind geslagen. Zoals ook het voornemen van de regering na de abortuskwestie om de constitutionele positie van de monarchie beter te regelen, nooit tot concrete maatregelen geleid heeft. Ook nu weer, met het oog op de verkiezingen van 13 juni blijken de grondwettelijke bepalingen over de vorst, anders dan vele andere artikelen die ongeveer elk parlement op het einde van de legislatuur voor herziening vatbaar verklaart, ten eeuwige dage bevroren. Opvallend was het overigens hoe op de plenaire zitting van de Kamer die het werk van de Lumumba-commissie afsloot Michel zich distantieerde van de kritiek die het rapport op het gedrag van Boudewijn formuleert. De onaantastbaarheid van de monarchie zat eraan te komen. De kroon ontbloot je niet.

Ook andere voorstellen van commissieleden, bedoeld als een vorm van nazorg op hun werk of zelfs Wiedergutmachung, zijn nooit het stadium van het goede idee ontgroeid. Agalev-volksvertegenwoordiger Leen Laenens wou van de Leopold II-laan die het centrum van Brussel doorkruist, de Patrice Lumumbalaan maken en in het vernieuwde Africa Museum een zaal aan Lumumba wijden. CD&V-Kamerlid Herman van Rompuy, die zwijgzaam als een sfinx de debatten in de commissie volgde en moest incasseren hoe desastreus en bijwijlen misdadig de vorige generatie uit zijn partij de Congo-aanpak ingekleurd had, wou dat het na de goedkeuring van het rapport tot een grondig debat over een gezamenlijk Congo-beleid kwam, over de partijgrenzen heen.

Maar na 21 februari 2002, met de goedkeuring van het rapport van de Lumumba-comissie, was het voorbij. Geen enkel voorstel, symbolisch of inhoudelijk, is nog opgerakeld. Of het over de monarchie of de archiefwet gaat, over verder historisch onderzoek naar het koloniale verleden of de controlerende rol van het parlement, de Belgische politieke klasse heeft niet alleen een bladzijde omgeslagen, maar het boek voorgoed in de rekken teruggeplaatst.

Een laatste belangrijke conclusie is dat ondanks de voortreffelijke afhandeling van de vraag die de Lumumba-commissie voorgeschoteld kreeg – met name uitzoeken hoe België betrokken was bij de moord op Lumumba – eens te meer gebleken is hoe lastig dat soort onderzoek in België ligt. Niet alleen is het zo’n dertig jaar na de feiten gebeurd, het komt er ook maar omdat één man zijn levenswerk ervan gemaakt heeft om de juiste toedracht te proberen te achterhalen. Ludo de Witte moest eerst Moord op Lumumba schrijven voor de Kamer het initiatief nam om een onderzoekscommissie op te richten. Eén man alleen, niet verbonden aan een of andere instelling, ging zonder subsidies aan de slag, verbeten om te weten. Geen enkele historicus of politicoloog van een van de gevestigde universiteiten of andere wetenschappelijke centra heeft hem de weg gewezen. Dat de Lumumba-commissie op een aantal punten de conclusies van De Wittes boek gecorrigeerd heeft, doet niets af van zijn verdienste.

Ongeveer vijftien jaar eerder heeft de historicus Daniël van Groenweghe een soortgelijke ervaring beleefd. In 1985 publiceert hij Leopold II & Kongo, het verhaal van de rubbercampagne van de koning dat op een grootschalige moordpartij en een humanitaire ramp uitdraaide. Hij geeft het boek in eigen beheer uit, een versie die zo uit zijn tekstverwerker gerold is, omdat hij in eerste instantie geen uitgever vindt, ook niet in academische kringen. Pas als Van Groenweghes werk in de media ophef maakt, komt het onder de titel Rood Rubber als een heus boek op de markt. Het officiële België is meesterlijk in het gebruik van de mantel der liefde.

De schamele praktijk

Van de goede voornemens van de Lumumba-commissie vinden we in deze periode van herdenkingen niets terug. Alsof niets de feestvreugde in de weg mag staan. Dat is het hem net, niets màg de feestvreugde in de weg staan. Als het Afrika Filmfestival de films Lumumba en Mobutu, roi du Zaïre wil vertonen, krijgt het van Buitenlandse Zaken te horen dat een dergelijke programmatie zijn subsidies in het gedrang brengt. Dezelfde boodschap gaat naar het festival Afrique Taille XL, dat ook Lumumba op de affiche heeft staan. Je houdt het niet voor mogelijk: dat zijn algemeen geprezen films, die de voorbije jaren gewoon in de zaal te zien geweest zijn !

Uiteindelijk trekt Buitenlandse Zaken zijn staart in en blijven de subsidies behouden maar het is al bij al ontstellend dat er daarover discussie geweest is. Zijn de gevoelige tenen in Kinshasa zo groot of maakt op het departement in Brussel een stelletje angsthazen de dienst uit? Dit was de kans bij uitstek geweest om bij het nuttigen van een glas vruchtensap de president van Congo uit te leggen wat vrije meningsuiting, persvrijheid en culturele openheid betekenen? Mogen we ervan uitgaan dat als straks in Damascus enkele heethoofden een ambassade aanvallen – de Belgische, stel je voor – omdat ze een spotprent over de profeet Mohammed in een krant niet kunnen hebben, de overheidssteun aan dat blad in het gedrang komt?

Kinshasa is geen haar beter

Wat over het gebrek aan visie van de Belgische politieke elite te zeggen valt, geldt mutatis mutandis evengoed voor de Congolese leiders. Ze maken tegenwoordig meer werk van de weerlegging van onweerlegbare feiten dan van kundig bestuurswerk. Congo is een land met twee gezichten. Aan de ene kant is het een onbestuurd en ongeleid projectiel, een land dat erg moeizaam probeert om zich weer als een heuse staat op de kaart te zetten. Congo is een land, dat de veiligheid van zijn burgers niet kan waarborgen, waar de infrastructuur en het bankwezen zo goed als onbestaande zijn, straffeloosheid regel is en dat de zorg voor zijn zieken en schoollopende kinderen aan anderen overlaat. Aan de andere kant wringt de regering, zich beroepend op haar legitimiteit na de verkiezingen van 2006, zich in alle bochten om kritiek op haar doen en laten, of ze van haar eigen onderdanen komt of niet, als onjuist en ongerijmd af te doen, een aanfluiting van de werkelijkheid en à la limite niet gespeend van een racistische ondertoon. De inspanningen die ze zich daarvoor getroost, zijn een betere zaak waardig.

De verkiezingen hebben hooguit tot een tijdelijke vorm van euforie geleid, die iets langer geduurd heeft dan met de Dipenda van 1960. Een aanzet tot een zich dieper wortelende democratisering en een grotere betrokkenheid van de bevolking bij het politieke en maatschappelijke gebeuren hebben ze niet gevormd. Integendeel, wie wijst op onvolkomenheden of grove tekortkomingen, of het nu Asadho, Amnesty International of Global Witness is, de Duitse ontwikkelingsorganisatie GTZ of Human Rights Watch, het International Rescue Committee of de International Crisis Group, of de berichten nu in de internationale of de Belgische pers verschijnen, ze maken in de ogen van Congolese gezagsdragers allemaal deel uit van een groot westers complot. Van een gemiste kans gesproken. De Congolezen hadden voor de vijftigste verjaardag van hun land recht op een mooier geschenk.

(Uitpers nr. 121, 11de jg., juni 2010)

Guy Poppe is auteur van:

1. “De boom waarnaar ze stenen gooien, Congodagboek 1996-2009”, Meulenhoff/Manteau, september 2009

2. “Land zonder Staat, Congo 50 jaar onafhankelijk”, Borgerhoff&Lamberigts, april 2010

Visited 16 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Guy Poppe

Guy Poppe (73) is journalist. 31 jaar heft hij op het radionieuws gewerkt, tot in 2007. Afrika heeft altijd zijn bijzondere aandacht gekregen.