200 Jaar onafhankelijkheid verdeelt Guatemala

In september dit jaar herdacht Centraal-Amerika het feit dat tweehonderd jaar geleden de creolen (afstammelingen van de Spaanse veroveraars en kolonisators) van de ‘provincie Guatemala’ zich op 15 september 1821 onafhankelijk verklaarden van de verzwakte Spaanse Kroon. Die provincie omvatte toen het huidige El Salvador, Honduras, Costa Rica, Nicaragua en Guatemala. Ook in Guatemala werden hoge verwachtingen gesteld rond de vieringen van ‘200 jaar onafhankelijkheid’ van het land. Het Ministerie van Cultuur en Sporten voorzag begin dit jaar allerlei culturele, literaire en sportieve activiteiten te beginnen vanaf einde februari tot 15 september, een tweehonderdtal in totaal. Maar de pandemie gooide handenvol roet in het eten. Einde augustus kondigde het ministerie de opschorting af van alle nog geplande life activiteiten. Dan maar gegrepen naar de digitale uitweg. De Guatemalteekse bovenlaag staat bekend als onovertroffen uitblinker in het idealistisch formuleren van de geschiedenis en de autochtone cultuur, weliswaar die van weleer. De aanhef van de officiële feestelijke voorstelling van de herdenking spreekt boekdelen:

“200 jaar onafhankelijkheid en 3000 jaar culturele rijkdom. De Maya’s worden beschouwd als de Grieken van Amerika. Hun bijdragen in de wiskunde, zoals het creëren en het gebruik van het getal nul, hun architectuur, beeldhouwkunst, astronomie, hun liefde voor het leven en voor de aarde zijn een bron van verwondering voor de wereld. Wij hebben meer dan vijfduizend archeologische sites van de Maya-cultuur in het hele land, zoals Tikal, Yaxhá, Tak’alik Ab’aj, Naj Tunich, El Mirador. Hoe kunnen wij ons niet trots voelen, zorg dragen voor en waarde hechten aan onze culturele rijkdom! Wij zijn een land met veel culturele diversiteit, en dat is onze rijkdom. We zijn allemaal verschillend en dat is onze kracht tegenover de wereld. Onze waarden, onze manier van zijn, onze tradities maken ons uniek. Maar alleen door onze verschillen te erkennen en te respecteren, zullen wij onze identiteit aanvaarden. We zijn afstammelingen van hetzelfde gevoel van nationale trots, we zijn allemaal Guatemalteken. Laten we ons tweehonderdjarig bestaan vieren, maar laten we vooral vieren dat we trots zijn op wat we zijn, uniek en onvergelijkbaar.”

Vieren of niet vieren?

De litanie van uitdagingen waarmee het land geconfronteerd wordt, vertroebelt de pogingen tot nationale viering. Aan de ene kant blijven covid-19 en zijn meest besmettelijke en gevaarlijke deltavariant het land teisteren. De samenleving gaat bovendien gebukt onder corruptieschandalen bij de overheid. Anderzijds slaagt het op drift geraakte politieke systeem er niet in tegemoet te komen aan de levensbelangrijke behoeften van de bevolking en wordt het onvermogen van de huidige regering om de pandemie naar behoren te beheren steeds duidelijker.

Daar bovenop komt de vermoeidheid en de verontwaardiging van de bevolking over het feit dat het Speciaal Parket tegen de Straffeloosheid (FECI) de vleugels afgesneden werd, nadat de sleutelfiguur procureur Juan Francisco Sandoval op bedenkelijke wijze ontslagen werd. Om het niet te hebben over de drastische maatregelen van de president die de staat van beleg wilde afkondigen. Dit alles  wekte bij de meerderheid zo niet een afwijzing van het tweehonderdjarig bestaan, dan toch een totale onverschilligheid jegens dit initiatief.

In intellectuele kringen grepen debatten plaats over het al dan niet herdenken van die heuglijke gebeurtenis. Die gedachtewisselingen deden zich meestal voor op initiatief van mestiezen en hoofdzakelijk onder mannelijke deelnemers. Sommigen waren gewonnen voor een herdenking. Een auteur haalde er de tekst van de nationale  hymne bij: ‘en slaagden erin zonder bloedvergieten…’ De geboorte van een autonoom en onafhankelijk land, en dat zonder bloed vergieten, is meer dan de moeite waard om herdacht te worden, vond hij.

Aan de Universiteit van San Carlos in Guatemala coördineerde schrijver en academicus Mario Roberto Morales sinds het begin van dit jaar een reeks discussies over de betekenis van het tweehonderdjarig bestaan. In tegenstelling tot de voorstanders van een viering was hij van mening dat de datum absoluut niet moest gevierd worden, omdat het een uitsluitend Creools politiek project is. Hij was eerder gewonnen voor het kritisch herdenken, waarbij de wetenschappelijke verklaring van de oorzaken, ontwikkelingen en gevolgen van die onafhankelijkheidsverklaring van 1821 voor het land en de regio vooropstaan.

Veelzeggende metafoor

Politicoloog Rosa Tock verwees in de digitale krant Plaza Pública als welsprekende metafoor voor de wijdverbreide afwijzing van de Guatemalteekse staat 200 jaar na de ondertekening van de Onafhankelijkheidsakte naar een foto die op de sociale media circuleerde. ‘De foto stelde een klaslokaal voor in een bouwvallig en verlaten schooltje. Er waren verschillende schoolbanken en materialen te zien, vernield en opgestapeld onder een dak dat nog net niet instortte. Alles stond opgestapeld tegen een muur waar, ironisch genoeg, de vlag van het land hing. In het midden hing de beroemde Onafhankelijkheidsakte, waarop de quetzal neerstrijkt, de mythische vogel van onze vrijheid en van die historische verwezenlijking waarbij het zogenaamde volk zich wist te bevrijden van de Spaanse Kroon. De foto spreekt voor zich. Of niet? Eigenlijk schreeuwt ze het uit. En niet noodzakelijk de roep om onafhankelijkheid.’

Het rijk van de creolen

Voor de ‘creolen’ – vandaag de heersende mestiezen – zijn er niet echt twee volkeren in Guatemala, elk met zijn eigen cultuur, gewoonten, rechten en plichten. De oorspronkelijke bevolking, Maya’s, Xinca en Garífuna waren eertijds toevallige buitenkansen die als slaven ingeschakeld werden om de Spaanse Kroon en de bezetters rijk te maken. Ze hoorden bij de natuur, naast de vulkanen, meren, rivieren en uitgestrekte wouden. Ze stierven in grote getale van uitputting. De Spaanse Kroon sloeg alarm om het geleidelijke verlies van die levende en tanende geldbron en promoveerde de bevolking van slaven tot vrije belastingbetalers. De nakomelingen van de Spaanse veroveraars en kolonisators vonden het op zeker ogenblik welletjes. Ze wilden zich ontdoen van de Spaanse Kroon en alle winsten die uit de arbeid van de bevolking gehaald werden voor zich houden. Wat hadden zij met Spanje te maken? Niks! En het moederland dan? Kennen we niet. Meerderen zijn er nooit geweest. Zo werd op 15 september 1821 de onafhankelijkheidsakte ondertekend. Naderhand hadden onderlinge twisten onder lokale creolen de inwendige scheiding van de ‘Provincie Guatemala’ en de vorming van de huidige Centraal-Amerikaanse staten tot gevolg. Voor de oorspronkelijke bevolking had de ‘onafhankelijkheid’ geen positieve gevolgen. Het enige verschil voor en na was dat de opbrengsten van hun arbeid niet meer deels richting Madrid gingen, maar integraal in de zakken van de creolen terecht kwamen.

Als men dan toch kan spreken van een onafhankelijkheidsstrijd, dan wel deze die de gemeenschappen van Quetzaltenango, Totonicapán-Huehuetenango, Sololá en Suchitepéquez onder leiding van Atanasio Tzul en Lucas Aguilar op 12 juli 1820 ontketenden.  Die regio kwam in opstand tegen de belastingen die de heersers hen oplegden. Beducht voor de mogelijkheid dat de lokale bevolking een eigen inheemse staat wilde oprichten, bevolen de heersers het leger komaf te maken met die pogingen. Vandaar herdacht Totonicapán de onafhankelijkheid op 12 juli 2020.

De inheemse volkeren zijn klaar wakker

De laatste decennia horen we meer en meer uit de mond van de woordvoerders van de Maya’s de klacht dat ze ‘onzichtbaar gemaakt werden.’ Wat kunnen we ons daarbij voorstellen? Yolanda Gutiérrez, een Maya K’iche’ leidster verwijst naar het feit dat ze nooit beschouwd noch behandeld werden al protagonisten van de geschiedenis van het land met een eigen identiteit naast en met de heersende mestiezen. Ze waren simpelweg indígenas en (slecht betaalde) werkkrachten. Vele decennia lang was de staat totaal afwezig  in de streken van de inheemse bevolking. Ze telde gewoon niet mee. Het woord ‘indígenas’ dat zij zelf doorheen de geschiedenis overnamen, werd enkele decennia geleden door hen uitgewist. Nu hebben ze het resoluut over volkeren, ‘de verschillende Maya, Xinca en Garífuna volkeren.’

En nu geven ze aan de tweehonderdste verjaardag een eigen antwoord. In de vroege morgen van 15 september hielden inheemse autoriteiten een Maya-ceremonie op het Plein van de Grondwet (het centrale plein in de hoofdstad.) ‘Vanuit de volkeren, voor de Spaanse invasie, voor de 200 jaar, hebben we het leven gevierd, met dank aan Moeder Aarde (…). Dit is een manifestatie tegen het tweehonderdjarig bestaan, want dat was het moment waarop deze republiek werd opgericht, die er een is van veel racisme, discriminatie, uitsluiting,’ zei Rolando López van de inheemse autoriteiten.

Tegelijkertijd kondigde het Comité voor de Ontwikkeling van de Boeren (Codeca) manifestaties aan in de 22 departementen van Guatemala. Om 8 uur ‘s morgens gingen ze van start om te protesteren tegen de autoriteiten van de regering en tegen de herdenking van het tweehonderdjarig bestaan. Zo namen tweeduizend mensen deel aan een wandeling van de plaats die bekend staat als “el Monumento” naar het centrale park van Cobán, Alta Verapaz. Begonnen om acht uur ‘s morgens eindigde de manifestatie de dag nadien op 15 september om 12 uur ‘s middags. Carlos Chon, lid van Codeca, zei: ‘We hebben niets te vieren, het is tijd om veranderingen aan te brengen in de creoolse staat, we zijn tegen het systeem, de regeringen bestelen ons, geen enkele regering vertegenwoordigt het volk.’ Een van de deelnemers verklaarde dat zij de blauw-witte vlag (de nationale vlag) niet droegen, ‘omdat het de vlag van de creolen is, (…) in scholen zijn we misleid om de onafhankelijkheid te vieren, we hebben ons vergist, nu beseffen we dat onafhankelijkheid ons als inheemse volkeren niet vertegenwoordigt.’

 Strijd voor de echte onafhankelijkheid

Vandaag de dag blijven de inheemse volkeren van Guatemala zich verzetten tegen de plundering van hun land en de hardnekkige poging om hen onzichtbaar te maken. ‘We moeten ons verzetten tegen de volle macht van de regering, de economische macht en de militaire macht. Wij zijn in verzet,’ benadrukte Roberto Lacán, burgemeester van het dorp Nimapá, Totonicapán in verband met de roofzuchtige belangen van de staat en de bedrijven in die gemeenschappen, waar ze grote hydro-elektrische stuwdammen instaleren en uit zijn op de hulpbronnen zoals water en mineralen.

Terwijl het tweehonderdjarig bestaan voor sommigen een reden tot feest is, gaat in Totonicapán en andere Maya-dorpen de strijd voor echte onafhankelijkheid door, een onafhankelijkheid die hen bevrijdt van ongelijkheid, uitsluiting en discriminatie, zodat Guatemala eindelijk volledig wordt erkend als een multi-etnische en multiculturele samenleving.

(Visited 45 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 119 Times, 3 Visits today

Tags :

zie ook