Turkije bombardeert Koerdistan

Facebooktwittergoogle_plusmail

Op 15 juni, middernacht, zijn 60 Turkse vliegtuigen begonnen met bombardementen op 81 verschillende plekken in Koerdistan, met inbegrip van Makhmur, Sinjar, Qandil, Zap en Xakurk, waar burgers wonen. De Turkse pers spreekt zoals gewoonlijk over legitieme acties tegen ‘terroristen’.

In Noord-Koerdistan doet de Turkse Staat alles om te beletten dat het Koerdische volk deelneemt aan het democratische leven. In meer dan 100 gemeenten die door de Koerden worden bestuurd zijn lokale raadsleden en parlementsleden naar de gevangenis gestuurd. Ook op Syrisch en Iraaks grondgebied begint Turkije met bezettingen. De internationale instanties zwijgen. Turkije probeert Rojave en Zuid-Koerdistan permanent te bezetten, net zoals destijds in Cyprus is gebeurd.

Het bombardement op Koerdistan was gepland. Men wil niet dat de Koerden voordeel halen uit de gebieden die ze hebben bevrijd. Het hoofd van de Turkse inlichtingendienst, Hakan Fidan, bracht heimelijk een bezoek aan Irak op 11 juni om de aanval met de federale regering en met de regionale Koerdische regering te bespreken. Beide regeringen hebben niet gereageerd op het bombardement.

We denken dat de internationale coalitie tegen ISIS en Rusland eveneens op de hoogte waren. Ze hebben niet gereageerd, noch geprotesteerd tegen het gebruik van het Iraakse luchtruim.

Eén van de gebombardeerde plaatsen was het vluchtelingenkamp van Makhmur, op 60 km van Erbil, met een bevolking van 15.000 mensen. Ze vluchtten in de jaren ’90 uit Turkije, toen hun dorpen werden vernield door de Turkse Staat. Het kamp staat nochtans onder V.N. bescherming.

Ook Sinjar werd gebombardeerd, de plaats waar de Yezidi leven die in 2014 door ISIS werd aangevallen. 5000 vrouwen werden gegijzeld en als seksslaven verkocht. Vandaag zijn ze het slachtoffer van Turkije.

De Verenigde Naties, de Verenigde Staten, de regionale regering van Koerdistan en de Europese Unie dragen elk een deel van de verantwoordelijkheid voor deze aanvallen in Syrië en Irak. Turkije gebruikt het luchtruim van deze twee landen en schendt op die manier hun soevereiniteit en hun zelfbeschikkingsrecht.

Volgens het internationale recht kunnen  Staten zich niet mengen in de binnenlandse aangelegenheden van andere Staten. Diegenen die de wereldvrede en -veiligheid bedreigen moeten economisch, diplomatiek en zonodig militair worden gesanctioneerd.

Alle landen die bilaterale betrekkingen hebben met Turkije en nu niet reageren zijn deels verantwoordelijk voor deze aanvallen en voor de aangerichte schade. Het zijn deze landen die nu een standpunt moeten innemen.

Turkije begaat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid. De internationale gemeenschap kan dit niet laten gebeuren.

Turkije wijst met de vinger naar de Koerden en naar alle volken die in Koerdistan leven. De Koerden, de Assyrie-Chaldeeërs, christenen, yezidi’s, moslims en alle etnische en religieuze minderheden van Koerdistan worden bedreigd met genocide. Wij doen een oproep tot iedereen om het Koerdische volk tegen deze aanvallen te steunen.

Nationaal Congres van Koerdistan

(vertaling Francine Mestrum)

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.