De kinderen van de mondialisering

foto Francine Mestrum
Facebooktwittergoogle_plusmail

Er is iets aan het veranderen en het is zeer positief.

Natuurlijk zijn er nog steeds diegenen, zeker in Vlaanderen, die onder de kerktoren blijven murmelen dat ze alle problemen in Brussel of in Neder-over-Heembeek kunnen oplossen. Het ga hen goed. Sommige politici schieten pas vandaag wakker en kijken met ogen vol verwondering naar de vernieling van standbeelden – was er dan iets fout met onze koningen?

Gelukkig zijn er anderen die een breder plaatje zien en volgen wat er in de wereld gebeurt. Hoewel er ook bij hen mensen zijn die iets kunnen leren uit de romans van Vargas Llosa en de onvermijdelijke dualiteit van mensen. Met rode verf kan je aandacht vragen, iets oplossen vergt meer.

In dit artikel wil ik het hebben over het hedendaagse mondiale verzet tegen de wrede wereld waarin we leven, wat er is bereikt en wat er nog ontbreekt.

Protest

Verzet en protest tegen het onmenselijke neoliberale soberheidsbeleid dat zowat alle landen in de hele wereld teistert is er al lang. De afgelopen jaren namen het in hoog tempo toe en vandaag kunnen de eerste gemeenschappelijke kenmerken van al die betogingen en bezettingen stilaan herkend worden.

Het begon min of meer met de Arabische lente, na de grote crisis van 2008-2009. En het ging verder, jaar na jaar, met indignados en gilets jaunes, tot in 2019 zowat de hele wereld in brand stond. Het bleven allemaal losse, nationale brandjes in grote wereldsteden, van Hong Kong tot Santiago de Chile, van Khartoem tot Beiroet en Baghdad, van Bogota tot Parijs en Algiers. Weinig landen bleven gespaard, maar een uitslaande brand werd het niet.

De afgelopen twaalf maanden zijn er wel drie grote mondiale acties geweest die het protest een andere dimensie kunnen geven. Er waren afgelopen lente de wereldwijde acties van Fridays for Future, miljoenen jongeren die wekelijks de straat op kwamen voor een degelijk milieubeleid, er was de indrukwekkende mondiale vrouwenmars op 8 maart, gevolgd door een stakingsdag, en er zijn nu de in de V.S. begonnen acties tegen racisme en discriminatie.

Sommigen menen hierin een ‘post-COVID’ actie te zien, maar de pandemie is m.i. geen scheidingslijn, het verzet was al veel eerder begonnen. De coronacrisis heeft het even stil gelegd en kan eventueel de wil om ‘basta’ te zeggen nog wat versterken. Want lang niet iedereen wordt even hard getroffen, noch door het virus, noch door de lockdown.

Onderzoek

Een onderzoek van enkele jaren terug in opdracht van de Friedrich Ebert Stiftung toont aan hoe een eerste algemeen kenmerk van al deze protesten het ongenoegen is over het bestaande politieke, economische en sociale systeem. Dat is een heel algemeen besluit dat enigszins voor de hand ligt, maar tegelijk aangeeft dat dit ongenoegen breed wordt gedeeld. Vooral jonge mensen vinden hun draai niet in deze wereld, ze zijn ontgoocheld en hebben geen vertrouwen in regeringen en instellingen. Ze klagen het gebrek aan echte democratie aan, ze willen hun stem laten horen , maar naar die stem wordt niet geluisterd. Ze werden gevoed met mooie verhalen over democratie en vrijheid en ontwikkeling, wereldwijd, maar stellen verbouwereerd vast dat dit voor een meerderheid nooit waarheid wordt.

De meeste eisen gaan over economische en sociale rechtvaardigheid. Mensen eisen hun rechten op. Ze richten zich tot hun nationale regeringen, maar ook meer en meer tot internationale instellingen, zoals de Wereldbank, het IMF of de WTO.

Interessant en belangrijk is vooral dat er meer en meer mondiale bewegingen zijn en dat grote acties met meer dan één miljoen deelnemers alsmaar vaker voorkomen.

Millennials

De drie grote mondiale acties van het afgelopen jaar zijn al vermeld: voor het leefmilieu, voor gendergelijkheid en tegen racisme.

Wat deze drie bewegingen gemeen hebben is dat het in hoofdzaak om jonge mensen gaat voor wie de eisen zo klaar als een klontje zijn. Dit zijn kinderen van de mondialisering die je niet meer moet overtuigen van de klimaatverandering, het zijn vrouwen die al decennialang hun werk doen maar daar nog steeds niet voor erkend worden, het zijn jonge mensen met zwarte en bruine, blanke en gele vriendjes. Zij zien het kleurenprobleem zelfs niet. En ze krijgen maatschappelijke steun, van alle generaties en van alle klassen.

Dit zijn jonge mensen die, vanuit het Noorden, reizen naar Peru en naar Cambodja, die gaan werken in de vakantie en zelfs een jointje durven roken. In het Zuiden zijn het jongeren die ook wat willen maar telkens opnieuw de deur voor hun neus zien dichtvallen.

Dit zijn ‘millennials’, mensen geboren en getogen in één wereld, luisterend naar verhalen over de wereld mijn dorp. Zij hechten minder belang aan ‘mijn’ fiets of ‘mijn’ huis, accepteren alle nieuwe technologie die de communicatie bevordert, gebruiken Über en Amazon en zullen de markt niet in vraag stellen. En ja, sommigen vinden wel dat ze de 5G-masten in brand moeten steken, of ze geloven in chemtrails, maar dat is echt een kleine minderheid.

Millennials hebben geen zware linkse theorieën nodig om hun eisen te verantwoorden en op tafel te leggen, vaak nemen ze zelfs afstand van elke linkse draverij. Dit zijn humanisten die in deze nieuwe wereld gewoon de kansen willen krijgen die hen werden beloofd en waar ze allemaal recht op hebben.

Organisatie

Hoe positief dit ook is, de klemijzers liggen klaar. In deze tijd waarin al te makkelijk alles tot persoonlijke eigenschappen en deugden wordt herleid, gaat bij velen toch langzamerhand een belletje rinkelen dat racisme ook institutioneel kan zijn, dat je gelijkheid kan promoten met stimulerende én sanctionerende maatregelen, dat je voor een schoner milieu verder moet kijken dan de plastic strootjes in het café. Of met andere woorden, er zijn structurele veranderingen nodig die nationaal én mondiaal moeten afgedwongen worden. Enkel individueel handelen helpt ons geen zier vooruit. Dat besef moet groeien.

Je mag ‘de markt’ normaal vinden, gratis toegang tot gezondheidszorg zal je er niet vinden. Nieuwe technologische snufjes hebben een prijs en je zal ze niet vinden op plekken waar nauwelijks water of stroom beschikbaar is. Of nog met andere woorden, miljoenen jongeren zijn uitgesloten van al die makkelijke dromen en dat besef is niet altijd doorgedrongen bij de hippe jongens en meisjes uit het Noorden die met de zeilboot naar Amerika kunnen. En voor gratis gezondheidszorg, zo dringt langzaam door, heb je sociale bescherming nodig en een overheid die zich daar achter zet.

Een ander probleem is dat al die massabetogingen nog niet leiden tot enige verandering, laat staan tot echt mondiale druk op regeringen en instellingen om er over na te denken. Wat nog ontbreekt zijn organisaties die deze betogingen kunnen plannen en laten samenvallen met momenten van overleg of onderhandeling. Door hun horizontale en anti-hiërarchische ingesteldheid, hebben veel bewegingen niet eens woordvoerders.

Hoeveel kritiek er vandaag ook mogelijk is op vakbonden die zich toespitsen op sociale dialoog en uitsluitend materiële verbeteringen voor hun achterban eisen, hun organisatiemodel kan wel een voorbeeld zijn van hoe het kan. Veel groenen kijken neerbuigend neer op vakbonden en oordelen enkel op basis van hun standpunten. Minstens even belangrijk zijn echter hun organisatie en hun ledental. Zonder de vakbonden zijn de sociale bewegingen niets, gisteren niet en vandaag niet.

We gaan mondiaal

Langzaam dringt het ook door dat lokale en nationale acties broodnodig zijn, maar nooit efficiënt kunnen zijn zonder mondiale ondersteuning en omkadering.

Wat we vandaag zien gebeuren zijn enerzijds massabewegingen van mensen die streven naar een betere wereld maar niet altijd weten hoe dat moet, en anderzijds tientallen organisaties die al jaren proberen aan de kar te trekken voor mondiale belastingen, voor eerlijker handel, voor mondiale milieu- en sociale regels, voor een betere mobiliteit, enzovoort. Vaak zijn het roependen in de woestijn, tot plots een massa volk de straat opkomt en ontdekt dat alle problemen al lang zijn overdacht. Een eerste stap is daarom die twee bij elkaar te brengen om kennis met de mobilisaties te verzoenen.

De tweede stap is te kijken naar de grote diversiteit binnen al die bewegingen en te zoeken naar datgene wat hen bindt. Dat kan moeilijk lijken, maar onoverkomelijk is het niet. Want voor de meeste grote dossiers van de dag – breedweg politieke en burgerrechten, economische, sociale en culturele rechten, ecologie – kan vrij makkelijk een gemeenschappelijke kern gevonden worden. Telkens opnieuw gaat het over de nog steeds erkende en onvervreemdbare mensenrechten. Hoe die zullen worden ingevuld zal verschillen van land tot land, van stad tot stad. Wie opkomt voor een schoner milieu vecht vanzelf tégen multinationals die toxische residuen in het eten achter laten. Wie vecht voor gezondheidszorg, komt vanzelf op voor zuiver water en schone lucht.

Al deze zaken houden verband met elkaar en precies daarom kunnen ze moeilijk nationaal worden opgelost. Gezondheidszorg houdt verband met het milieu en met goede arbeidsvoorwaarden, met degelijke woningen en met water. Ze houdt verband met gezonde voeding en dus met landbouw. Ze houdt verband met schone lucht en dus met mobiliteit én met handel . Ze houdt verband met leefbare steden en met veel groen.

Nieuwe initiatieven

Het zijn al deze eisen die de verschillende bewegingen met elkaar verbinden. Gelukkig komen er opnieuw initiatieven van de grond om er iets mee te doen: nieuwe vakbondsinitiatieven, een heroplevend Wereld Sociaal Forum, een Progressieve Internationale, een Globale Dialoog… misschien alweer iets te veel, maar het zal hopelijk tot twee, drie initiatieven kunnen beperkt blijven die ook de handen in elkaar kunnen slaan. De fragmentering is vandaag nog redelijk groot. In de milieubeweging staan velen vijandig tegenover alles wat links is, in de vrouwenbeweging staan feministen met hun strategische belangen tegenover vrouwen die vechten voor hun directe praktische belangen, in de beweging tegen het racisme staan antikapitalisten tegen jongeren die gewoon hun vrienden en buren willen verdedigen.

We moeten daarom hopen dat iedereen de sectaire belangen even opzij zet. Er is vandaag een enorm potentieel om nieuwe machtsverhoudingen op te bouwen en veranderingen af te dwingen. Jonge mensen staan klaar om op te komen voor een echte democratie, voor een schoner milieu, voor een waardig leven voor iedereen, werkend of niet werkend, blank of zwart of geel of bruin. Het is een beweging die niet het antikapitalisme voorop zet, maar die, via datgene wat ze vraagt, het kapitalisme uiteindelijk wel op de helling zet. Linksen moeten daarom nadenken over de volgorde van de eisen die ze stellen. Wie nadenkt over hoe institutioneel racisme in zijn werk gaat, hoe geweld tegen vrouwen kan ingebakken zitten in de samenleving, hoe het milieu wordt vernietigd door de winsthonger van grote en kleine bedrijven, komt vanzelf uit bij een systeem dat mens en natuur vernietigt.

Alle dossier zijn met elkaar verbonden, zoals alle mensen van elkaar afhankelijk zijn. Dat besef moet verder doordringen. Meer dan het leefmilieu en het dodelijke virus zijn niet nodig om dit aan te tonen. De mondialisering kan ook zijn goede kanten tonen, een mondialisering van mensen en niet van goederen of kapitaal. De nieuwe bewegingen bieden hoop, hoop op sterke mondiale acties die nodig zijn om de tanker van koers te doen veranderen.

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.