Nieuwe uppercuts van Rebecca Solnit

Facebooktwittergoogle_plusmail

De Amerikaanse auteur, historica, activiste en feministe Rebecca Solnit (°1961) heeft intussen meer dan twintig boeken geschreven. Het zijn evenveel gefundeerde, goedgerichte maar ook gestileerde uppercuts naar de kin van de machtshebbers in deze wereld. Een aanrader.

Meestal, zoals ook nu weer, zijn het bundels van essays en artikels waarvan een groot aantal eerst in o.a. The Guardian en Harper’s Magazine verschenen. Dank zij uitgeverij Podium kan nu ook een Nederlandstalig publiek kennis maken met de zeer eigen stijl van Rebecca Solnit. Na ‘De moeder aller vragen’ en ‘Mannen leggen me altijd alles uit’ volgt nu de vertaling van haar laatste ‘Whose story is this? Old conflicts, New Chapters’ dat in 2019 verscheen.

Kathedralen en wekkers

Solnit is een inspirerende en geëngageerde auteur. In al haar werken is een optimistische ondertoon aanwezig. Inderdaad, het gaat er niet zo fraai aan toe in deze wereld en dat maakt haar vaak woedend, maar er is steeds ‘Hope in the dark’ zoals de titel van een van haar essaybundels, in het Nederlands vertaald als ‘Optimisme, protesten die de wereld veranderen’, luidt. ‘Hoop’ is daarin een sleutelwoord voor haar en daarvoor verwijst zij met instemming naar de Tsjechische dissident, auteur en politicus Václav Havel: ‘Hoop is geen profetie. Het is een oriëntatie van de geest, een oriëntatie van het hart, die uitstijgt boven de wereld van de onmiddellijke ervaring en die ergens voorbij de horizon verankerd is. Hoop, in deze diepe, krachtige zin, is niet hetzelfde als vreugde dat de zaken goed gaan, of bereidheid in ondernemingen te investeren die duidelijk op weg zijn naar onmiddellijk succes, maar eerder het vermogen om ergens aan te werken omdat het goed is en niet alleen omdat het kans van slagen heeft.’ De Duitse filosoof van de hoop en de concrete utopie Ernst Bloch zegt het zo: ‘De werking van de hoop vereist mensen die zich actief storten op het wordende, waartoe ze zelf behoren. Hopen is jezelf aan de toekomst geven, en dat engagement met de toekomst maakt het heden leefbaar.’ Maar daarvoor is ook geduld nodig, veel geduld. Te veel optimisme op korte termijn moet worden getemperd, zeker als je radicale doelen voor ogen hebt, waarvoor een langere horizon nodig is. Nogmaals Václav Havel: ‘We hebben geen enkele reden om ongeduldig te zijn, op voor¬waarde dat we goed zaaien en begieten. Het wachten heeft een zin, omdat het uit hoop voortkomt en niet uit wanhoop, uit geloof en niet uit radeloosheid, uit nederigheid tegenover de tijd van deze wereld en niet uit vrees.’
‘Verandering’, dat is nog zo’n sleutelwoord in het werk van Rebecca Solnit. ‘Verandering zien, begrijpen hoe die werkt en waar ieder van ons daarin macht heeft; erkennen dat we in een overgangstijd leven, en dat dit proces verder zal gaan dan we ons nu kunnen voorstellen.’ (p. 10) Dat schrijft ze in haar inleiding ‘Kathedralen en wekkers’ bij ‘Wiens verhaal is dit?’ Solnit wil meehelpen aan het bouwen van kathedralen van woorden, tot het schrijven van nieuwe verhalen, nieuwe narratieven die vooralsnog geen mainstream zijn kunnen worden omdat ze onvoldoende uitgedragen werden ofwel weggelachen en – erger nog – verboden werden. ‘Tot de leeuw leert schrijven, zal elk verhaal de jager loven,’ zegt een Afrikaans spreekwoord. Dat is de verandering waarop Solnit doelt en om dat ontwaken mogelijk te maken zijn er ‘wekkers’, de vertaling van alarm clocks, nodig.

De schreeuwers en de gesmoorden

‘Wiens verhaal is dit?’ bestaat uit 20 essays/artikels opgedeeld in twee delen. In het eerste en langste deel ‘De schreeuwers en de gesmoorden’ (in het Engels the shouters and the silenced) is voornamelijk de feministische stem van Rebecca Solnit te horen. Het titelverhaal ‘Wiens verhaal (en land) is dit?’ gaat over de strijd om nieuwe verhalen te kunnen lanceren en dat is geen makkie. Volgens haar is er soms een veldslag gaande tussen ‘de schreeuwers en de gesmoorden’ over wiens verhaal er verteld moet worden. ‘Bepaalde vrouwen in diskrediet brengen en narratieven verzinnen waarin vrouwen onbetrouwbare vertellers zijn en mannen de waarheid in pacht hebben, hoort bij de oude vodden van de keizer, en die zou ik graag in de fik steken.’ (p. 103)
Over wie gaat het verhaal, wie doet ertoe en wie heeft het voor het zeggen? Dat zijn de vragen die moeten worden gesteld en dat doet Solnit, zeer indringend en met provocerende titels als ‘Ze denken dat ze de waarheid kunnen kneden’ en ‘Leugens worden wetten’. Neem nu de beperkende abortusverboden in de wetgeving van verschillende staten in de VS. De ‘foetale-hartslagwetten’ die daarin werden opgenomen zijn ook van toepassing op embryo’s die nog geen foetus zijn en waarvan de cellen nog geen complexe organen zijn, zoals een volledig gevormd hart. Deze nieuwe wetten zouden kunnen leiden tot een wijdverbreide criminalisering van miskramen en daarom besluit Solnit: ‘Miskramen criminaliseren betekent dat vrouwen die zwanger zouden kunnen worden na seks met mannen, het risico lopen gestraft te worden voor gewone biologische gebeurtenissen waar ze geen invloed op hebben.’ (p. 79)

Openingen

In het kortere tweede deel ‘Openingen’ komen meer algemene thema’s aan bod om andere kathedralen van narratieven te bouwen en daarin komt ook de filosofische kant van Rebecca Solnit meer aan bod. In ‘Crossing over’, geschreven bij een tentoonstelling van kunstenares Mona Hatoum, heeft zij het over de diepere en vaak andere betekenis van woorden als men de etymologische stam ervan blootlegt. Zo betekent ‘transgressie’, een nomadisch woord dat reisde van het Latijn naar het Nederlands, overschrijding van een wet of gewoonte. Het is een drempel waar men overheen moet, zowel letterlijk al figuurlijk. Met dat liminale, limen in het Latijn is drempel, gaat ze dan aan de slag om allerlei nieuwe verbanden te leggen, met nationalisme bijvoorbeeld. ‘Het idee van illegale immigranten komt voort uit het idee van de natie als een lichaam waarvan de zuiverheid is bezoedeld door vreemde lichamen, en van een grens van iets dat kan en moet worden verzegeld.’ (p. 176).
Ook metaforen zijn volgens haar niet de manier waarop we territoria definiëren, maar de manier waarop we over drempels tussen categorieën reizen. Het zijn bruggen over categorieën en verschillen. We verbinden hiermee het abstracte en het concrete, het kleine en het grote, het levende en het onbezielde, het menselijke en het niet-menselijke. Zo werkt taal, zegt de taalkunstenaar in haar, want ‘metafoor’ betekent letterlijk iets overdragen en dat is de basisfunctie van taal, ‘omdat taal bestaat uit grote netten die we weven om betekenis vast te houden.’
In het uitstekende ‘Een held is een ramp’ breekt Solnit een lans voor collectief optreden. Volgens haar zorgt het narratief van individuele verantwoordelijkheid en verandering voor stagnatie. ‘Onze grootste problemen zullen niet door helden worden opgelost. Als ze al opgelost worden, zal dat zijn door bewegingen, coalities, de burgercultuur.’ (p. 197) En als toemaatje voegt ze er nog aan toe: ‘Het effectiefste dat we als individu voor het klimaat kunnen doen is niet langer individueel zijn.’
Die laatste uitsmijter van Solnit geldt zeker ook voor de Black Lives Matter-beweging, want ik schrijf uitgerekend deze recensie op de dag dat George Floyd in Texas wordt begraven. Rond die tragische gebeurtenissen wordt nu wereldwijd een nieuw narratief geschreven. Wiens verhaal is dit? Het tragische verhaal van George Floyd deint uit over de hele wereld, want ‘verandering’ heeft zeker ook met schaal(vergroting) te maken. ‘Schaal is een vorm van oriëntatie, door die te veranderen ontstaat desoriëntatie die de ogen en de geest wakker schudt.’ (p. 178)

Solnit en Arendt

‘Wiens verhaal is dit?’ is een mooi boek en daar heeft ook de uitgever zijn steentje toe bijgedragen. De zeer verzorgde uitgave helpt zeker om elk woord van Rebecca Solnit te savoureren. Een goede uitgever is ook een stilist. (Ik hoop dat uitgeverij Podium zich verder zal willen ontfermen over het werk van Rebecca Solnit en dan stel ik alvast een vertaling voor van ‘A field Guide to Getting Lost’ uit 2005 en ‘Call them by Their True Names’ uit 2018.)
En dan zijn er in ‘Wiens verhaal is dit?’ natuurlijk ook nog de vele geografische kaarten van de US Geological Survey die het boek een eigen VS-tintje geven, maar ondanks het specifieke van de geografie, van de namen en de gebeurtenissen die in de tekst van Solnit voorkomen blijft de provocerende titel ‘Wiens verhaal is dit?’ toch in de eerste plaats een universele vraagstelling en een aanzet tot verzet. Rebecca Solnit haalt niet toevallig de woorden van Hannah Arendt aan:
‘De ideale onderdanen van een totalitair regime zijn niet de overtuigde nazi of de overtuigde communist, maar mensen voor wie het onderscheid tussen feit en fictie (dat wil zeggen het werkelijkheidsgehalte van de ervaring) en het onderscheid tussen waar en onwaar (dat wil zeggen de maatstaven van het denken) niet langer bestaan.’
En Solnit voegt er voor eigen rekening nog aan toe: Dat onderscheid maken, ernaar streven helder te zijn, dat is verzet.’ (p.57)

Wiens verhaal is dit?
Rebecca Solnit
Podium, Amsterdam
238 blz.
9789057595110
Walter Lotens is een gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher. Hij werkt mee aan www.uitpers.be, www.dewereldmorgen.be en www.apache.be en schrijft boeken over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Walter houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterlotens.net).