Gedroegen de Black Lives Matters-manifestanten zich in Brussel onverantwoord?

Betoging, Brussel 7 juni 2020 (foto: LDB)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Ik wil toch even reageren op de discussies in de media en verderop op deze pagina n.a.v. de ‘Black Lives Matters-manifestatie in Brussel gisteren.

De moord op George Floyd heeft niet toevallig ook in Europa repercussies. Neen, dit is de VS niet, maar we leven wel in het Avondland waar extreemrechts opnieuw een belangrijke kracht is geworden alsof de gruwelijke geschiedenis in de eerste helft van de 20ste eeuw uit het collectieve geheugen is gewist. Dat is verontrustend. In Hongarije is racisme en discriminatie, is neofascisme beleid geworden.

Veel jongeren, in een solidaire mix van kleuren, voelen zich dan ook genoodzaakt om de erfenis van de verlichting, die de basis heeft gelegd van het gelijkheidsbeginsel, de mensenrechten en burgerrechten, te verdedigen tegenover een establishment dat niet de neiging vertoont om grondig geïnstitutionaliseerde vormen van discriminatie aan te pakken en te bannen. Zij vinden het verontrustend dat extreemrechtse partijen, groepen en individuen zonder schroom hun racistische bagger op sociale media loslaten. Soms rauw, soms met de welbekende openende zinsnede, ‘ik ben geen racist, maar….’

Een gesprek met jonge mensen met wortels in de migratie maakt vlug duidelijk hoe ze er voortdurend aan herinnerd worden dat ze niet ten volle aanvaard worden door de maatschappij waarin ze leven. Een andere kleur of ‘vreemde’ naam kan al voldoende zijn voor ordediensten om je identiteitskaart boven te halen, gefouilleerd te worden en niet zelden verbale vernederingen te ondergaan. Dat er sprake is van ‘ethnic profiling’ is al voldoende aangetoond, alleen gebeurt er niet veel tegen. Er zijn de spreekwoordelijke ‘rotte appels’, maar er is ook een geïnstitutionaliseerd mechanisme. De grondwettelijke rechten worden aan diggelen geslagen op de woningmarkt waar het gelijkheidsbeginsel voor mensen met een andere kleur of naam een hol recht is. Bij sommigen leidt de perceptie van zich niet langer thuis te voelen in onze maatschappij tot frustraties en soms tot uitwassen, waardoor jonge mensen gefundenes Fressen zijn voor rekruteerders van extremistische religieuze groeperingen.

En ja, zo kwamen jonge mensen afgelopen weekend niet alleen in de VS, maar ook in Europa massaal op straat hoewel het corona-virus zich nog altijd onder ons bevindt. Ze hadden geen andere keus. Ze voelen zich verplicht om ervoor te strijden dat ze effectief met gelijke kansen aan een toekomst kunnen bouwen. Met stijgende verbazing zie ik hoe een grootschalige beweging tegen racisme en politiegeweld nu gestigmatiseerd wordt omdat ze zich – in Brussel – onverantwoord zou hebben gedragen. Ik wil hierbij toch even benadrukken dat de manifestanten hun uiterste best deden en ikzelf bijna niemand heb gezien zonder mondmasker. Sommige van de reacties hebben te maken met een gegronde bekommernis over de volksgezondheid. Maar er zijn er ook met ideologische bijbedoelingen, van diegenen die geen kans onverlet laten om deze beweging voor gelijke rechten te stigmatiseren en te beschadigen.

En nu tot de kern van het debat dat na de manifestatie op gang is gekomen: Is het de schuld van de manifestanten dat ze afgelopen zondag in Brussel te maken kregen met een onverwacht hoge opkomst, nota bene mede door de media-aandacht die er vooraf aan werd gegeven? Diezelfde media die nog diezelfde dag via hun websites een platform bieden met ronkende titels om de protestacties te veroordelen of te bekritiseren zonder moeite te doen om het breder plaatje te brengen of kritische bedenkingen te plaatsen bij de aanpak van de ordediensten. Het had nochtans anders gekund. Het was heel vlug duidelijk dat de bereidheid om op straat re reageren zeer groot was. Er was in Brussel geen formele toelating, wel een tolerantie om te manifesteren. Maar die tolerantie had een actieve vertaling nodig. Waarom zijn er geen voorzorgsmaatregelen getroffen en is er niet voor een ander scenario gekozen? De manifestanten waren verplicht om met duizenden enkele vierkante meters voor het Justitiepaleis te delen. Een grondige planning met een reeks maatregelen had ervoor kunnen zorgen dat ook de Corona-gevaren tot een minimum konden worden beperkt. Dan zou de manifestatie een optocht kunnen zijn geweest langs brede straten in blokken en rijen met voldoende ruimte tussenin. En zo zijn er nog wel creatieve maatregelen te bedenken.

Ik ben ervan overtuigd dat de meeste aanwezigen hun best zouden hebben gedaan om mits een goede briefing afspraken te respecteren zodat alles veiliger kon verlopen. Ook de spijtige donkere schaduw van de rellen die uitbraken na deze vreedzame manifestatie en uitging van enkele heethoofden die hun eigen ruiten ingooiden (als ze al met de manifestatie iets vandoen hadden), hadden mits een betere communicatie en deftige planning misschien kunnen worden voorkomen.

Ludo De Brabander studeerde pers- en communicatie aan de Universiteit Gent. Sinds 1995 werkt hij voor Vrede vzw, een linkse vredesorganisatie met kantoor in Gent. Tegenwoordig is hij er de woordvoerder. Hij is auteur van o.m. 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009 - samen met Georges Spriet), 'Oorlog zonder grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van oorlog. Over militarisme en antimilitarisme (EPO, 2019).' Hij is van bij de start (1999) redactielid van Uitpers .