Hoe relevant is armoedebestrijding?

Facebooktwittergoogle_plusmail

In Gent zijn de aanvragen bij het OCMW de jongste tijd met 80 % toegenomen, hoorde ik vanmiddag op het nieuws.

Daar kijk je wel even van op, goed wetend dat zo’n aanvragen niet betekenen dat de armoede is toegenomen, maar wel dat de kans op de groei van de armoedecijfers er dik in zit. In een ideale situatie zou een goedgekeurde aanvraag moeten leiden tot een uitkering van minstens het bedrag van de armoededrempel, maar we weten dat dit niet zo is. In een ideale situatie zou een OCMW de armoede moeten kunnen voorkomen, maar ook dat is niet zo.

Hoe je het draait of keert, en de armoedeverenigingen zullen wellicht weer steigeren, armoede is een geldtekort. Alleen met een voldoende hoog inkomen voor een menswaardig bestaan kan men zeggen dat iemand uit de armoede is geraakt. En ja, misschien zijn er ook andere hulpmaatregelen nodig, zoals budgetbeheer of diverse maatschappelijke vaardigheden. Maar zonder inkomen helpt ook al dat andere niet.

De armoedeverenigingen doen ontzettend goed werk, ik wil hen dus geenszins met de vinger wijzen. Zij kunnen arme mensen met raad en daad bijstaan om in moeilijke omstandigheden te overleven. Maar zolang zij geen voldoende inkomen kunnen garanderen, blijft het vechten tegen de bierkaai.

Indien men echt aan armoedebestrijding wil doen, zijn er twee dingen nodig:

Een, het armoedefabriekje stil leggen. Zolang er armoede wordt geproduceerd is het eigenlijk zinloos om helemaal aan het eind van de rit de schade op te meten en proberen te herstellen. Als we de armoede willen bestrijden moeten we de armoede willen voorkomen, vermijden dat er enkel end-of-the-pipe pseudo-oplossingen in de aanbieding zijn. Armoede voorkomen betekent dat de OCMW’s veel soepeler en vlotter kunnen werken en uitkeringen kunnen geven waarmee men werkelijk aan de armoede ontsnapt. Het betekent ook dat de sociale bescherming wordt aangepast en uitgebreid en dat iedereen die werkt zonder of met een onzeker statuut wel degelijk recht heeft op een werkloosheidsuitkering. Het betekent verder dat het principe van het samenwonen wordt afgeschaft zodat niemand nog gevangen zit in een relatie van afhankelijkheid. Het betekent dat de werkloosheidsuitkering niet degressief wordt gemaakt. En het betekent tenslotte dat er geen pensioenen onder de armoedegrens worden uitbetaald. Dat zou pas echte armoedebestrijding zijn.

Het tweede punt vloeit hieruit voort. Het kan niet dat lonen en uitkeringen onder de armoedegrens blijven hangen. Iedereen heeft recht op een menswaardig bestaan, dat is een mensenrecht. Het helpt dan niet te spreken over ‘dilemma’s’ die academisch onder de loep kunnen genomen worden. Als de minimumlonen derhalve moeten stijgen, dan moeten die stijgen om evenmin onder de armoededrempel te vallen.

Een spiraal

Het armoedeproces werkt als een spiraal. Het begint bijvoorbeeld met je werk verliezen, dan je uitkering verliezen, dan je partner verliezen, dan je huis verliezen … dan sta je op straat en binnen de kortste keren zijn er zware psychologische problemen. Mijn grote bewondering en respect gaan naar straathoekwerkers die al die problemen trachten op te vangen, maar nogmaals, dat is veel te laat.

In een rijke en beschaafde samenleving kan en mag geen armoede bestaan. In een rijke en beschaafde samenleving kunnen en mogen er geen mensen zijn zonder rechten. En al zeker geen mensen mét rechten maar zonder toegang tot gezondheidszorg, zoals de bejaarden in onze woon- en zorgcentra. In een rijke en beschaafde samenleving mogen academici zich enkel met de nittiewittie van de armoede bezig houden indien ze eerst het grote pijnpunt van het inkomen blootleggen en indien ze liefst ook eens kijken naar de handel en wandel van de rijken.

Deze crisis heeft al hel wat gaten blootgelegd in ons systeem van sociale bescherming. Gisteren, op 1 mei, waren weer erg veel mooie en hartenswaardige woorden te horen over solidariteit.

Indien we dat au serieux nemen, dan moeten we hoogdringend de armoede effectief uitroeien en iedereen toegang verlenen tot gezondheidszorg, huisvesting en andere essentiële sociale diensten. Mét een voldoende inkomen.

Solidariteit is wederkerigheid en dat betekent dat we pas echt een samenleving kunnen zijn en blijven indien we voor elkaar zorgen, structureel en niet met liefdadigheid,  eenrichtingsverkeer en een nauwelijks op te lossen machtsrelatie.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.