Coronavirus: ieder zijn dada of first things first?

Facebooktwittergoogle_plusmail

’t Is me wat, dat coronavirus. Die uitstapjes naar Sluis en de lockdown parties zijn natuurlijk typisch Belgisch, wat de overheid ook zegt, we geloven het niet. Allemaal zakkenvullers. Of deze mensen overmorgen nog in de spiegel kunnen kijken is, inderdaad de vraag.

Grappig is wel dat zeer veel mensen deze crisis hanteren om hun eigen dada nog eens in de kijker te zetten.

Je hebt de tegenstanders van de Europese Unie, om te beginnen. ‘Europa’ doet weer niets voor de mensen, alleen maar voor de bedrijven, zo luidt het. Het helpt dan niet dat zowel Christine Lagarde van de Europese Centrale Bank en Ursula von der Leyen van de Europese Commissie steun beloven voor werknemers, voor huishoudens en voor alle slachtoffers van deze crisis, dat de volledige flexibiliteit zal gelden voor de begrotingsregels, neen, ‘Europa’ doet niets. Alsof sociaal beleid geen nationale bevoegdheid is en alsof je van een Bank een uitkering verwacht. Vandaag zijn het helaas de Europese instellingen die nog een zwakke poging tot solidariteit voorstellen, de Lidstaten geven forfait.

Dan heb je de liefhebbers van komplotten. Voor hen werd het virus van de Verenigde Staten naar China uitgevoerd en ze zien nu de VS-militairen mét hun materiaal landen in Europa. Of ze denken aan een grote campagne om iets te doen aan de overbevolking op deze planeet.

Eén graad lager staan de voorstanders van de shock-doctrine. Men zal van deze crisis gebruik maken om onze hele sociale zekerheid onderuit te halen. Of alle kleine bedrijven moeten eruit om een monopolie te geven aan de multinationals.

En je hebt ook futurologen die nu een totale collapse zien gebeuren, met alle gevolgen vandien. Welke? Zelf bedenken. Ook de gebruikelijke tegenstanders van de mondialisering staan paraat, gedaan ermee, voortaan produceren we enkel nog lokaal.

En dan, de ecologisten. De vleeseters! Komt het virus niet van de schubachtige pangolin die ze in China zo graag eten? Of van vleermuizen? Alweer, het helpt dan niet dat wetenschappers aantonen dat niet deze dieren, maar wel de hygiëne waarmee ze worden bereid schuldig kan zijn.

En uiteraard, de dromers van het basisinkomen: geef iedereen toch gewoon wat geld, dan kan iedereen ook z’n plan trekken.

Tenslotte, onvermijdelijk, de kansengroepen. Hoeveel moeilijker is deze situatie niet voor daklozen, vluchtelingen, kinderen, alleenstaande ouders, enz. Waar, zonder meer.

En gelukkig heb je ook diegenen die eens te meer de grote solidariteit zien ontstaan, buren helpen, zingen op het balkon, steun voor de zorgverstrekkers, en ga zo maar door.

Eén grote noodzaak

Je moet vandaag toch wel erg pienter zijn om met enige aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid iets over de toekomst te kunnen zeggen. De crisis begint pas, zoveel is zeker. Veel zal afhangen van mogelijk nieuwe medicijnen, van mogelijke hulp uit Cuba, van een mogelijk toekomstig vaccin. En van de daadkracht van gezondheidsdiensten én regeringen om te zorgen voor maskers, beschermende kleding, materiaal en opvang.

En kijk, laat dat nu toevallig míjn dada zijn.

Want net zoals met de ebolacrisis enige tijd geleden is één ding van het allergrootste belang in tijden van gezondheidsproblemen: een degelijke gezondheidszorg, liefst openbaar, in elk geval met een grote publieke verantwoordelijkheid.

Wat ben je met een advies om je handen te wassen als een kleine helft van de wereldbevolking geen water of zeep heeft? Wat helpt een aanbeveling voor ‘social distancing’ als je in slums of een vluchtelingenkamp op elkaar gepakt zit? Als je niet eens een dak boven het hoofd hebt? Wat doe je zonder geld als een test een paar duizend Dollar kost? Als je geen toegang hebt tot enige decente gezondheidszorg?

Universalisme en solidariteit

Deze crisis maakt twee dingen heel erg duidelijk: een universele en toegankelijke gezondheidszorg is essentieel en raadgevingen om binnen te blijven zijn er niet enkel voor jezelf maar vooral om alle kwetsbare anderen eveneens te beschermen. Twee keer: solidariteit.

Gezondheidszorg past in een breed concept van sociale bescherming, met een goede sociale zekerheid voor iedereen, degelijke uitkeringen, een goed arbeidsrecht met een uitkering in geval van ziekte, in geval van al dan niet tijdelijke werkloosheid, ook voor zelfstandigen. Denk maar even aan al de jonge ondernemers die net met een eettentje waren begonnen. Of de cultuurwerkers. Of de platformdrivers. Een gegarandeerd minimuminkomen is nodig.

En dat betekent eens te meer dat we moeten vaststellen dat ook onze sociale bescherming ontoereikend is.

Om te beginnen uiteraard om al die kansengroepen op te vangen en degelijk te beschermen.

Ten tweede om iedereen die al dan niet tijdelijk uit de boot valt op een ernstige manier te kunnen helpen.

Ten derde om voor voldoende opvang in de ziekenhuizen te kunnen zorgen, waar té veel diensten nu al onderbemand zijn en onvoldoende middelen hebben.

Ten vierde om de zorgverstrekkers ruim te kunnen ondersteunen. Zij staan aan het front, zij moeten de moeilijke keuzen maken en worden met schrijnende toestanden geconfronteerd. Dit wordt voor zeer veel mensen een erg moeilijke periode.

Om al deze redenen kan en moet ons gezondheidssysteem beter en anders georganiseerd worden. Ri De Ridder, voormalig directeur van het RIZIV schreef er een erg lezenswaardig boek over. Over de problemen van de betaling per prestatie, over de arbeidsorganisatie van de zorgverstrekkers en hoe er met een multidisciplinaire zorg erg veel problemen kunnen opgelost worden. De wijkgezondheidscentra tonen het voorbeeld. Inspraak van patiënten is broodnodig. En zo kom ik weer bij de sociale commons die nu precies, in tijden van crisis, zo erg nuttig zouden kunnen zijn. Want zonder solidariteit onder alle burgers komen we er niet.

Een nieuwe visie op sociale bescherming, verder weg van de status quo verdediging van vakbonden, het kan. Het zou een mogelijkheid zijn om meer preventief dan curatief te werken, maar zoals Ri De Ridder duidelijk uitlegt, we moeten weg van het systeemdenken, van de angst om te veranderen.

Een goede gezondheidszorg voor iedereen, in België, in Europa, wereldwijd, we worden er allemaal beter van. Nooit eerder was dit zo duidelijk als vandaag. We moeten dus niet enkel de zorgverstrekkers danken voor hun heldhaftigheid, de politici van goede wil danken voor hun daadkracht, we moeten daarnaast dringend werk maken van wat een vanzelfsprekendheid zou moeten zijn. Echte oplossingen voor wie zwak staat bij ons, zoals daklozen en vluchtelingen, echte oplossingen voor wie morgen in Afrika, Azië of Latijns Amerika geen enkele hulp kan krijgen.

Met een vernieuwde visie op sociale bescherming, een versterking van de sociale zekerheid, goede openbare diensten, een beschermend arbeidsrecht en een veel betere bijstand zouden we ook in België zoveel sterker staan in de bestrijding van het coronavirus. En het reikt nog verder: ook naar de octrooien moet opnieuw gekeken worden, want het is uiteraard onaanvaardbaar dat één bedrijf of één land zich het monopolie zou toeëigenen van een mogelijk medicijn of vaccin.

Vernieuwend denken over sociale bescherming en preventieve gezondheidszorg, goede openbare diensten, patenten die werelderfgoed zijn, ach, je zou er ook het milieu en het klimaat mee helpen. Maar de oogkleppen en het hokjesdenken zijn te groot. Dit wordt een zware crisis. We moeten hopen dat toch hier en daar een deur kan worden open gewrikt, in het voordeel van iedereen.

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.