De schande, het raadsel en het onvermogen

Facebooktwittergoogle_plusmail

Wat ik me vorige week afvroeg: is het makkelijker als je thuis bent om met wrede feiten om te gaan, of is het dan juist moeilijker?

Met de aanslagen op 13 november 2015 in Parijs was ik er niet, en dat was eigenlijk moeilijk; Ik had niemand om er over te praten. In maart het jaar daarop was ik wel in Brussel, en ik vond het een stuk makkelijker. Je kon bloemen leggen aan de Beurs, je kon gaan praten met mensen en de pijn en het verdriet delen.

Deze week, met de wrede en ondraaglijke beelden van Idlib en van de Grieks-Turkse grens was ik niet in Europa, en ik was er blij om. Want de berichten die je daarover leest, in de pers en op facebook, zijn al even ondraaglijk. Niemand heeft een antwoord, we schrijven er maar op los, de verwijten gaan alle kanten uit.

Onze waarden en normen

Wie vandaag de dag nog durft te spreken over ‘onze waarden en normen’ moet sterk op zijn benen staan. Wie een burgerbevolking bombardeert of wapens levert aan wie dat doet, wie vluchtelingen mishandelt heeft géén recht van spreken.

Het schrijnendst was inderdaad de foto van Ursula met haar akolieten die vanuit een helikopterraampje neerkijkt op de menselijke ellende beneden. Afdalen zullen deze mensen niet doen, dat is te gevaarlijk, te vuil, te vernederend. En wat zouden ze te zeggen hebben?

Duizenden mensen zijn al verdronken in de Middellandse Zee, duizenden worden mishandeld in Libië, in de Sahara, in de Sinaï. Nu ook aan de Turks-Griekse grens. Dit is onaanvaardbaar, daar zijn geen woorden voor.

Het is een regelrechte schande die geen enkel Europees land te boven kan komen. De geschiedenis zal oordelen. De verantwoordelijkheid van de Europese instellingen, Raad en Commissie is even groot.

De volgende vraag is dan: welke oplossing verkiezen we? En daar begint het probleem.

Aan de rechterzijde wil ik geen worden vuil maken, dat is gewoon alledaags geworden racisme.

Het makkelijke antwoord aan progressieve kans van ‘open grenzen’ is geen antwoord. Asiel en migratie moeten op z’n minst geordend verlopen. Er is opvang nodig, een behoorlijk budget en begeleiding. Dat is veel werk dat we, met enige goede wil, best aankunnen.

De Europese landen zouden, mochten ze dat willen, best een miljoen vluchtelingen kunnen opvangen, of zelfs meer.

Alleen moet je er dan wel rekening mee houden dat je extreem-rechts een paar vleugels geeft. Het efficiënte Duitsland dat op z’n eentje een miljoen mensen opving, weet er alles van. Zweden eveneens. Aan de Grieks-Turkse grens zijn het niet de vluchtelingen die in opstand komen, maar de lokale bevolking, geholpen door racistisch tuig uit andere landen. Nooit vergeten.

Onvermogen

Bijna alles wat ik deze week las, gaf blijk van een groot onvermogen, van onkunde en een gebrek aan kennis.

Alle verwijten aan ‘Europa’ om te beginnen. Wie is dat? De Raad? De Commissie? Frontex? Weet er dan niemand dat die nauwelijks iets kunnen doen zonder mandaat en akkoord van de Lidstaten? En die Lidstaten zeggen nee, allemaal. Wat doe je dan? Druk uitoefenen natuurlijk, betogen, massaal op straat komen, roepen en schreeuwen.

Maar dat gebeurt niet. Ten eerste vond ik de petities die ik las bijzonder flauw en naast de kwestie, de lokale betogingen hebben ook nauwelijks een paar honderd mensen op de been gebracht. Want kijk, ook, in België staat de bevolking niet te springen om meer vluchtelingen te helpen.

We kunnen protesteren, facebook vullen, petities schrijven, coöperaties oprichten in vluchtelingenkampen, met een volle auto naar Calais rijden, en dan? Hebben we iets opgelost? Alles wat dan rest is een leeg verwijt aan ‘Europa’. De nationale regeringen gaan dan vrijuit.

Opvallend ook hoe stil de ‘municipalisten’ zijn gebleven. Stel dat elke stad van minstens honderdduizend inwoners een duizendtal vluchtelingen zou opvangen. Dat is 1 % van de bevolking. Moet toch kunnen? Ik heb niets gehoord van al diegenen die dag in dag uit pleiten voor meer lokaal beleid. Slechts twee Europese steden, zag ik, deden een oproep. Ja, het klopt, ook zij hebben toestemming nodig van hun nationale regering, of hoe m.a.w. steden in belangrijke zaken als deze ook machteloos zijn.

Onkunde

Wat eens te meer is gebleken is dat onze kameraden veel harde woorden hebben, hard kunnen roepen, maar niet goed weten wat ze moeten roepen. Het spreekt voor zich dat de Europese Unie een grote verantwoordelijkheid draagt voor het gebrek aan beleid, maar wat ze doet, of niet doet, wordt haar opgedragen door de nu 27 nationale regeringen. Die 27 landen doen elk op hun beurt nagenoeg niets, ze kijken de andere kant uit. Zelfs de landen die akkoord gingen met het verdelingsbeleid, komen hun beloften niet na. Ze durven er geen budget voor uittrekken en zijn bang voor extreem-rechts. Gek eigenlijk en zeer ironisch, dat de regeringen voor één keer een beleid voeren dat hun bevolking in meerderheid ook wil …

Het grofst vond ik de commentaar op wat Jean Ziegler had geschreven: ‘nous sommes tous complices’, we zijn allemaal mee schuldig. Dat is depolitiserend, zo werd geroepen! Want ja, we verwachten alles van ‘de politiek’ en willen zelf onze handen in onschuld wassen! Maar wat is de bron van politiek? Zijn dat niet wij, alle burgers met rechten en plichten, met een gedeelde verantwoordelijkheid voor elkaar? Als wij niets beters kunnen verzinnen dan een petitie en een ritje naar Calais, dan zijn wij inderdaad mee schuldig.

‘Wir haben es nicht gewusst’, gaat niet op, hoeveel desinformatie er ook is over de hele situatie. We weten wat er gebeurt, we kijken op ons scherm naar hoe mensen worden mishandeld, we zeggen dat het een grote schande is en drinken ons glas wijn leeg. Dat is ‘Europa’ vandaag.

Asiel en migratie zouden geen crisis mogen zijn. De bevolking van onze Europese landen is best in staat tot solidariteit, maar het beleid moet hen er op voorbereiden, moet budgetten uittrekken, moet uitleg geven. En met de hulp van lokale mensen kan er zo erg veel gebeuren om de slachtoffers van zinloze oorlogen te helpen.

Want daar ligt uiteraard de bron van alle kwaad. Wie het wespennest van het Midden-Oosten nog kan ontwarren, weet wel beter. Wie de gefaalde ‘ontwikkeling’ in Afrika ietwat kent, weet ook veel beter.

En zolang daar aan niets gebeurt, we niet met volle kracht wil inzetten op een vredesbeleid met economische, sociale en klimaatrechtvaardigheid zal moeten blijven roepen dat ‘Europa’ te laf is. Dat zijn wij allemaal.

Want: Wie brengt een betoging van 300.000 mensen op de been voor een beter Europees en nationaal beleid? Wie organiseert het beleg van de instellingen? Op 8 maart hebben vrouwen met miljoenen in de hele wereld, getoond hoe het kan. Waarop wachten we? Of zijn we met te weinig?

Mensenrechten, weet je wel.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.