Uw man op de publieke tribune – Assange’s hoorzitting, dag 3

Facebooktwittergoogle_plusmail

Maandag 24 februari, begonnen in Londen de hoorzittingen die moeten bepalen of WikiLeaks-redacteur Julian Assange aan de Verenigde Staten zal worden uitgeleverd. Craig Murray, auteur, mensenrechtenactivist en voormalig Brits ambassadeur in Oezbekistan volgt de hoorzitting en doet verslag. Hieronder in vertaling het verslag van dag 3.

In de gerechtelijke procedure van gisteren heeft het Openbaar Ministerie zo’n grimmige en schijnbaar onredelijke argumentatie aangenvoerd dat ik me afvraag hoe ik ze moet opschrijven op een manier die niet lijkt op een karikatuur of op een oneerlijke overdrijving van mijn kant. Wat er in deze rechtbank gebeurt, is al lang niet meer karikaturaal. Het enige wat ik kan doen is u mijn persoonlijke verzekering geven dat wat ik vertel eigenlijk is wat er is gebeurd.

Zoals gewoonlijk zal ik me eerst bezighouden met procedurele zaken en Julian’s behandeling, voordat ik de juridische argumenten uiteenzet.

Vanessa Baraitser heeft duidelijk de opdracht om haar bezorgdheid te pretenderen door aan het einde van elke sessie, vlak voor we pauzeren, te vragen of Julian zich goed voelt en of hij een pauze wil. Ze negeert dan routinematig zijn antwoord. Gisteren zei hij dat hij niet goed kon horen in zijn glazen kooi en niet met zijn advocaten kon communiceren (op een bepaald moment gisteren begonnen ze hem te beletten notities aan zijn raadsman door te geven (wat volgens mij de reden was waarom ze agressief hebben voorkomen dat hij Garzon’s hand schudde toen die afscheid nam).

Baraitser stond erop dat hij alleen gehoord zou worden via zijn advokaten, wat gezien het feit dat hij belemmerd werd om hen te instrueren een beetje vreemd was. Dit gezegd zijnde, kregen we tien minuten verdaging, terwijl Julian en zijn advocaten in de cellen mochten overleggen – vermoedelijk daar waar ze weer eens beter afgeluisterd konden worden.

Toen de zitting herbegon diende Edward Fitzgerald een formeel verzoek in om Julian naast zijn advocaten in de rechtbank te laten zitten. Julian was “een zachtaardige, intellectuele man” en geen terrorist. Baraitser antwoordde dat Assange vrijlaten uit zijn kooi in de zaal van de rechtbank zou betekenen dat hij uit hechtenis zou worden vrijgelaten. Om dat te bekomen zou een aanvraag voor borgtocht nodig zijn.

Opnieuw intervenieerde de openbare aanklager James Lewis ten voordele van de verdediging om te proberen Julian’s behandeling minder extreem te maken. Hij was er niet, zo suggereerde hij, vrij zeker van dat het juist was dat er borgtocht nodig was voor Julian om in de rechtbank zelf te zitten, of dat het feit dat wanneer hij vergezeld door veiligheidsagenten in de rechtbank zat betekende dat een gevangene niet langer in hechtenis was. Gevangenen, zelfs de gevaarlijkste terroristen, hebben vanuit de getuigenbank in de rechtbank getuigenis afgelegd tussen de advocaten en de magistraten in. In het Hooggerechtshof zaten gevangenen vaak samen met hun advocaten in uitleveringszittingen. In extreme gevallen van gewelddadige criminelen waren die aan een veiligheidsagent geboeid.

Baraitser antwoordde dat Assange een gevaar voor het publiek zou kunnen vormen. Het was een kwestie van gezondheid en veiligheid. Hoe dachten Fitzgerald en Lewis in staat te zijn om de noodzakelijke risico-evaluatie te doen? Het zou aan Groep 4 toekomen om te beslissen of dit mogelijk is.

Ja, dat heeft ze echt gezegd. Groep 4 zou moeten beslissen.

Baraitser begon jargon uit te braken zoals een Dalek wanneer hij doordraait. “Risicobeoordeling” en “gezondheid en veiligheid” kwamen veel voor. Ze begon te lijken op iets ergers dan een Dalek, een bijzonder domme lokale overheidsmedewerker van een zeer laag niveau. “Geen jurisdictie”“het is aan Groep 4”. Een beetje bijgekomen, verklaarde ze ferm dat de bevrijding uit hechtenis alleen maar kan betekenen bevrijding in de beklaagdenbank van de rechtbank, nergens anders. Als de verdediging hem in de rechtszaal zelf wilde hebben waar hij de procedure beter kon horen, konden ze alleen maar verzoeken om borgtocht en zijn vrijlating in het algemeen. Ze gluurde toen naar de beide advocaten in de hoop dat dit hen weer zou doen neerzitten, maar ze stonden allebei nog steeds op hun beide voeten.

Op zijn bedeesde manier (die ik moet ik toegeven steeds leuker vind) zei Lewis “de aanklager is neutraal over dit verzoek, natuurlijk, maar ik denk echt niet dat dat correct is”. Hij keek haar aan zoals een vriendelijke oom wiens favoriete nichtje op een familiefeestje net begonnen is tequila uit de fles te drinken .

Baraitser sloot de zaak af met de mededeling dat de verdediging morgen om 10 uur ’s ochtends over dit punt schriftelijke argumenten zou moeten indienen, en dat ze dan een aparte hoorzitting zou houden over de kwestie van Julian’s plaats in de rechtbank.

De dag was begonnen met een zeer boze Baraitser die de publieke tribune toesprak. Gisteren, zei ze, was er een foto genomen in de rechtszaal. Het was een strafbaar feit om foto’s te nemen of te proberen te nemen in de rechtszaal. Vanessa Baraitser keek op dit punt alsof ze heel graag iemand wilde opsluiten. Ze leek in haar woede ook de ongegronde veronderstelling te maken dat degene die dinsdag de foto vanop de publieke tribune nam, er woensdag nog steeds was; ik vermoed van niet. Willekeurig boos zijn op het publiek moet voor haar erg stressvol zijn. Ik vermoed dat ze veel roept in de trein.

Mevrouw Baraitser houdt niet van fotografie – ze lijkt de enige publieke figuur in West-Europa te zijn die geen foto op het internet heeft. De gemiddelde eigenaar van een landelijke carwash heeft zelfs meer bewijs van zijn bestaan en levensgeschiedenis op het internet achtergelaten dan Vanessa Baraitser. Dat is geen misdaad van haar kant, maar ik vermoed dat de anonimisering niet zonder veel moeite tot stand is gekomen. Iemand suggereerde me dat ze misschien een hologram is, maar ik denk van niet. Hologrammen hebben meer empathie.

Ik was geamuseerd door het strafbare feit van de poging foto’s maken in de rechtszaal. Hoe incompetent kan je zijn om te proberen een foto te maken en dat niet te doen? En als er geen foto is genomen, hoe bewijzen ze dan dat je probeerde een foto te maken en niet een sms naar je moeder te sturen? Ik veronderstel dat een “poging tot het maken van een foto” een misdaad is als je iemand zou kunnen betrappen op het verschijnen met een grote camera, een statief en meerdere gemonteerde spots, maar niets van dat alles bleek tot op de publieke tribune te zijn geraakt.

Baraitser gaf niet aan of het een strafbaar feit was om een foto genomen in een rechtszaal te publiceren (of zelfs om te proberen een foto genomen in een rechtszaal te publiceren). Ik vermoed van wel. In ieder geval heeft Le Grand Soir gisteren een vertaling van mijn verslag gepubliceerd, en daar kun je een foto van Julian zien in zijn kogelvrije glazen anti-terreurkooi. Niet, ik haast me dat eraan toe te voegen, door mij genomen.

We komen nu bij de overweging van de juridische argumenten van gisteren over het uitleveringsverzoek zelf. Gelukkig zijn deze in principe vrij eenvoudig samen te vatten, want hoewel we vijf uur van juridische discussie meemaakten, bestond het grotendeels uit het aanhalen van tientallen “autoriteiten”, bijvoorbeeld dode rechters, om hun standpunt te ondersteunen, en op die manier dezelfde argumenten met weinig toegevoegde waarde van de ontelbare citaten voortdurend te herhalen.
Zoals de officier van justitie Baraitser gisteren heeft geargumenteerd, zou artikel 4, lid 1, van het uitleveringsverdrag tussen het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten geen rechtsgrond hebben.

De regeringen van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten zeggen dat de rechtbank het nationale recht handhaaft, niet het internationale recht, en daarom heeft het verdrag geen status. Dit argument is in schriftelijke vorm aan de rechtbank voorgelegd, ik heb er dan ook geen inzage in. Maar uit de discussie in de rechtbank bleek duidelijk dat het Openbaar Ministerie stelt dat de uitleveringswet van 2003, waaronder de rechtbank opereert, geen uitzondering maakt voor politieke delicten. Alle eerdere uitleveringswetten hadden uitlevering voor politieke delicten uitgesloten, dus het moet de bedoeling van het soevereine parlement zijn dat politieke delinquenten nu kunnen worden uitgeleverd.

In het begin van zijn betoog argumenteerde Edward Fitzgerald dat de uitleveringswet van 2003 alleen niet voldoende is om tot een daadwerkelijke uitlevering te komen. Voor de uitlevering zijn twee dingen nodig: de algemene uitleveringswet en het uitleveringsverdrag met het betrokken land of de betrokken landen. “Geen verdrag, geen uitlevering” was een onverbreekbare regel. Het Verdrag was de basis van het verzoek. Dus om te zeggen dat de uitlevering niet werd geregeld door de bepalingen van het verdrag zelf, was het creëren van een juridische absurditeit en dus een misbruik van de procedure. Hij haalde voorbeelden aan van arresten van het Hogerhuis en de Privy Council waarin de rechten uit hoofde van het Verdrag afdwingbaar werden geacht ondanks het feit dat ze niet in de nationale wetgeving waren opgenomen, met name om te voorkomen dat mensen werden uitgeleverd aan een mogelijke executie door Britse koloniën.

Fitzgerald wees erop dat de uitleveringswet van 2003 weliswaar geen uitleveringsverbod voor politieke delicten bevatte, maar dat er in de uitleveringsverdragen geen dergelijke verbodsbepaling kon worden opgenomen. En het uitleveringsverdrag van 2007 werd geratificeerd na de uitleveringswet van 2003.
In dit stadium onderbrak Baraitser hem en zei dat het duidelijk de bedoeling van het parlement was dat er uitleveringen wegens politieke delicten zouden kunnen plaatsvinden. Anders zou het verbod in eerdere wetgeving niet zijn opgeheven. Fitzgerald weigerde akkoord te gaan en zei dat de wet niet zei dat uitlevering voor politieke misdrijven niet kon worden verboden door het verdrag dat uitlevering mogelijk maakt.

Fitzgerald bleef vervolgens herhalen dat de internationale jurisprudentie al een eeuw of langer accepteerde dat je geen politieke delinquenten uitleverde. Het Europees Verdrag betreffende uitlevering, het modelverdrag van de Verenigde Naties inzake uitlevering en het Interpol-verdrag betreffende uitlevering bevatten geen politieke uitlevering. Het stond in alle uitleveringsverdragen van de Verenigde Staten met andere landen, en dat was, op aandringen van de Verenigde Staten, al sinds meer dan een eeuw zo. Het was verbazingwekkend dat zowel de Britse als de Amerikaanse regering zeiden dat het niet van toepassing was en het zou een vreselijk precedent scheppen dat dissidenten en potentiële politieke gevangenen uit China, Rusland en regimes over de hele wereld die naar derde landen waren ontsnapt, in gevaar brengen.

Fitzgerald verklaarde dat alle belangrijke autoriteiten het erover eens waren dat er twee soorten politieke misdrijven zijn. Het zuivere politieke misdrijf en het relatieve politieke misdrijf. Een “zuiver” politiek misdrijf werd gedefinieerd als verraad, spionage of opruiing. Een “relatief” politiek misdrijf was een handeling die normaal gesproken strafbaar is, zoals mishandeling of vandalisme, uitgevoerd met een politiek motief. Elke aanklacht tegen Assange was een “zuiver” politiek misdrijf. Op één na waren het allemaal beschuldigingen van spionage, en de aanklacht van computermisbruik was door het Openbaar Ministerie vergeleken met het schenden van de officiële geheimhoudingswet om te voldoen aan de dubbele strafbaarheidstest. De doorslaggevende beschuldiging dat Assange probeerde de politieke en militaire belangen van de Verenigde Staten te schaden, viel onder een politiek misdrijf bij alle autoriteiten.

In zijn antwoord verklaarde Lewis dat een verdrag niet bindend kan zijn in het Engelse recht tenzij het Parlement het specifiek in het Engelse recht opneemt. Dit was een noodzakelijke democratische verdediging. Verdragen werden opgesteld door de uitvoerende macht, die zelf geen wet kon maken. Dit ging dan naar het soevereine Parlement. Lewis citeerde veel vonnissen waarin hij stelde dat internationale verdragen die door het Verenigd Koninkrijk waren ondertekend en geratificeerd, niet door Britse rechtbanken konden worden afgedwongen. “Het kan een verrassing zijn voor andere landen dat hun verdragen met de Britse regering geen rechtskracht kunnen hebben”, grapte hij.

Lewis zei dat er hier geen sprake was van misbruik van het proces en dat er dus geen rechten werden ingeroepen in het kader van de Europese Conventie. Het was gewoon de normale werking van de wet dat de verdragsbepaling over geen enkele uitlevering voor politieke delicten geen juridische status had.

Lewis zei dat de Amerikaanse regering betwist dat de overtredingen van Assange politiek zijn. In het Verenigd Koninkrijk/Australië/VS was er een andere definitie van politiek delict dan in de rest van de wereld. We zagen de “zuivere” politieke misdrijven van verraad, spionage en opruiing niet als politieke misdrijven. Alleen “relatieve” politieke misdrijven – gewone misdrijven met een politiek motief – werden in onze traditie als politieke misdrijven beschouwd. In deze traditie was de definitie van “politiek” ook beperkt tot het ondersteunen van een strijdende politieke partij in een staat. Lewis gaat morgen verder met dit argument.

Daarmee is mijn verslag van het proces afgesloten. Ik heb hier een aantal belangrijke opmerkingen over en zal later vandaag proberen nog een bericht te schrijven. Nu haast ik mij naar de rechtbank.

Dit artikel is volledig gratis te reproduceren en te publiceren, ook in vertalingen, en ik hoop van harte dat mensen dit actief zullen doen. De waarheid zal ons bevrijden.

Het verslag van dag 1 en 2 vind je hier en hier

Het originele artikel kan je vinden op Craig’s blog.

Vertaling: Francis Jorissen