Irak, een zware desillusie

Facebooktwittergoogle_plusmail

 

Tien jaar, van 2008 tot eind 2019 heeft de Nederlandse journaliste Edit Neurink het volgehouden in Irak. Een hele prestatie weet iedereen die de berichtgeving over Irak sedert de Amerikaanse invasie van 2003 volgt. Want het is een geschiedenis van geweld, roof, plundering, moord, brandstichting, vernieling, aanslagen, ontvoeringen, verraad, corruptie en voortdurende onzekerheid voor de burgers.

Uiteindelijk kon ook Edit Neurink het niet meer aan. Ze gaf het gedesillusioneerd op en trok zich terug in de Griekse hoofdstad Athene. “Ik was moe en had de hoop verloren dat het in Irak ooit nog goed zou komen”, schrijft ze. Nochtans had ze al die jaren haar standplaatsen in Sulaymaniya en Erbil, beide in Koerdistan, het meest veilige deel van Irak – ook al hebben de twee grootste partijen van dit autonomie gebied elkaar jaren lang met de wapens bestreden.

Dit boek is de neerslag van haar tien jaar in Irak, het resultaat van haar talloze gesprekken met Irakezen allerhande (Arabieren, soennitische en sjiitische moslims, Jezidi’s, Turkmenen, Christenen…). En de weerslag van bezoeken aan steden en al dan niet vernielde dorpen allerhande. Het vult zeer goed de details in van wat er in Irak leeft en gebeurt en waarover de media meestal enkel schematisch de grote lijnen weergeeft. Zeer aanbevolen lectuur dus.

Er zit er wel iets meer dan moeheid achter Neurink’s beslissing de Koerdische hoofdstad Erbil in te ruilen voor Athene: ze kon er financieel niet meer rond komen met haar verslaggeving sedert de “Islamitische Staat” verslagen is. De pers is niet meer geïnteresseerd en onder allerlei voorwendsels worden haar stukken afgewezen of slechter betaald. “Het is een ontwikkeling die veel buitenlandse correspondenten treft. We lopen risico’s en raken opgebrand, maar onze honoraria gaan niet omhoog. Onze verhalen zijn letterlijk steeds minder waard. Ik moet leuren met mijn artikelen om ze geplaatst te krijgen”, schrijft ze. Ze hoopt wel af en toe nog eens terug naar Irak te kunnen. We gunnen het haar, want ze werkt heel degelijk en met kennis van zaken – wat spijtig genoeg in de huidige perswereld geen pluspunt meer is.

Van Al-Qaeda tot ISIS

Neurink was is 2003 na de val van Saddam Hoessein voor het eerst in Irak en merkte er de hoop dat het allemaal beter ging worden na het verdwijnen van de dictator. Dat alras de bodem van de hoop op een nieuw Irak, al snel werd ingeslagen, heeft vele oorzaken, aldus Neurink. Een ervan is Paul Bremer, de eerste Amerikaanse pro-consul in Irak. Die brak het hele door de soennitische moslims gedomineerde staatsbestel af door grootscheepse zuiveringen en legde de kiemen van gewapend anti-Amerikaans verzet door iedereen die ooit wat met de Baath-partij van Saddam Hoessein te maken had op straat te gooien. Onder wie tienduizenden soldaten die door de ontbinding van het leger zonder job en inkomen kwamen te zitten. Ze leverden terreurgroep Al-Qaeda de militaire expertise om het de Amerikanen maanden lang lastig te maken.

Na het vertrek van de Amerikaanse troepen eind 2011 begon Al-Qaeda concurrentie te krijgen van dissidenten die ISIS (Islamitische Staat in Irak en Syrië) oprichtten. In juni 2014 overvielen die het wereldtoneel met hun snelle opmars vanuit Syrië. Ze rukten op tot in de buurt van de Iraakse hoofdstad Bagdad en van de Koerdische hoofdstad Erbil. Mosoel, de derde grootste stad van Irak viel eveneens in hun handen.

De verovering van de stad en de provincie Sinjar, waar vooral Yezidi’s, aanhangers van een syncretistische godsdienst, wonen is een gebeuren dat Edit Neurink heel diep heeft getroffen, en dat haar ziek maakte zodat ze soms nauwelijks nog kon werken. Door de Islamitische Staat worden de Yezidi’s beschouwd als ongelovigen die mogen worden vermoord. Wat ze ook deden, althans wat de mannen betreft. En dat gebeurde op grote schaal. Vrouwen en kinderen werden meegenomen en als slaven verkocht, de vrouwen vooral als seksslavinnen.

Egoïsme van de politici

De genocide heeft zeker bijgedragen tot Neurinks afkeer van de Iraakse politici, die, zo schrijft ze, alleen maar op eigen gewin belust en door en door corrupt zijn. Dat geldt ook voor de Koerdische onder wiens bestuur Sinjar toen stond, maar de Yezidi’s in de steek lieten toen de IS-strijders oprukten. Ze spreekt zonder meer van een kleptocratie. Zo citeert ze een bericht van de Saoedische krant “al Watan” (Het Vaderland) dat Massoud Barzani, die tot 1 november 2017 president van de Koerdische Autonome Regio was, “begin 2018 48 miljard dollar aan aandelen, onroerend goed en investeringen in Zwitserse, Duitse en Italiaanse bedrijven” bezat. Barzani ontkende dat. Onder politieke druk excuseerde de krant zich maar trok het bericht niet terug. Ook de tweede grote familie van Iraaks Koerdistan, de Talabani’s geconcentreerd rond Sulaymaniya, zou ook miljardair zijn.

Neurink is ongetwijfeld met veel sympathie voor de Koerden en Koerdistan naar Irak gekomen. Maar sedert het onafhankelijkheidsreferendum dat president Massoed Barzani op 25 september 2017 organiseerde, dat een politieke catastrofe werd en tot zijn aftreden leidde, is ze haar vertrouwen in de Koerdische leiders “definitief kwijt”. “Ik was tot de conclusie gekomen dat Barzani zijn volk had geofferd voor zijn eigenbelang”.

Joods Vertegenwoordiger

Omdat tijdens de campagne voor het referendum ene Sherzad Omer Mamsani, die officieel Joods Vertegenwoordiger bij de Koerdische regering was, in Erbil met een Israëlische vlag zwaaide kreeg Barzani een fikse rekening gepresenteerd. De Iraakse regering blokkeerde Koerdistan, trok een deel van de Koerdische autonomie in en liet het leger alle betwiste gebieden (o.a. Kirkoek en Sinjar) die Barzani in 2014 inpalmde gebruik makend van de opmars van IS, weer onder controle van Bagdad brengen. Ze kreeg daar de steun voor van alle landen in de regio die bang waren voor een Israëlische aanwezigheid in Koerdistan.

Onderzoek van Judit Neurink bracht aan het licht dat Omer Mamsani in het geheel geen Jood was. Zij ontdekte dat hij tot een Turks-islamitische familie behoorde, waarvan sommige leden samenwerkten met de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). In opdracht van de Koerdische regering pleegde hij in 1997 een aanslag op de PKK in Erbil, een wapenfeit waarvoor hij tot “Joods Vertegenwoordiger” werd gepromoveerd. In die functie kon hij buitenlandse reizen maken. En hij gebruikte de om geld te vragen voor visa voor Israël die nooit werden afgeleverd. Momenteel verblijft de man in Duitsland, waar hij als “Jood” asiel aanvroeg. In eerste instantie is de aanvraag verworpen.

Jongerenrevolutie

Irak is rijk aan olie, maar het geld verdwijnt grotendeels in de zakken van de politici. Zeventien jaar na de val van Saddam Hoessein is er nog altijd maar enkele uren per dag elektriciteit beschikbaar. Onder Saddam was die, telkens de Amerikanen elektriciteitsinstallaties hadden gebombardeerd, al na een paar dagen weer beschikbaar. Ook de watervoorziening is slecht en van waterzuivering is er nauwelijks sprake. Ook andere diensten zoals gezondheidszorg en onderwijs blijven stiefkinderen in Irak. Dat alles terwijl de middelen beschikbaar zijn, maar elders terecht komen: in de zakken van de politici denken de Irakezen.

Neurink stelt vast dat er politiek gesproken niets is veranderd in Irak sedert 2003. Vele Irakezen denken daarom met heimwee aan de tijd van Saddam, toen er op zijn minst veiligheid, stabiliteit en goed werkende instellingen waren. Geen wonder dat er bij het uitblijven van enige vooruitgang in de openbare diensten in oktober vorig jaar een jongerenrevolutie uitbrak die haar centrum heeft op het Tahrir-(Bevrijdings)plein in Bagdad. President Adil Abdul-Mahdi probeerde die met geweld en veel bloedverlies – er is sprake van honderden doden – te onderdrukken. Maar dat lukte hem niet. Eerder deze maand februari moest hij aftreden, maar hij blijft wel waarnemend president tot de aanduiding van een opvolger.

Brengt de jongerenrevolutie en het aftreden van Abdul-Mahdi opnieuw hoop op verandering? Judit Neurink ziet eerder een nieuwe geweldspiraal opdoemen. “In Irak is het einde van de opeenvolgende geweldspiralen nog lang niet in zicht. Er zijn te veel factoren die dat voorkomen, zoals de talloze trauma’s, het grote aantal jongeren in uitzichtloze situaties, politici die alleen aan zichzelf denken, de aanwezigheid van milities in de samenleving, een zwakke overheid en niet e vergeten de geopolitiek”.

“Minstens zo gevaarlijk is ISIS”, meent ze. Ze ziet een radicaliseringspotentieel in de manier waarop de gevangenen worden aangepakt in de overvolle Iraakse gevangenissen, waar ongeveer 20.000 IS-mannen vast zitten, sommigen al bijna drie jaar. Bovendien sprak Bagdad af met de Syrische Koerden dat ongeveer 30.000 ISIS-families en – strijders naar Irak zouden worden overgebracht.

, , , ISBN , 320 p – € 22,99

Geweld is nooit ver weg. Tien jaar berichten uit Irak
Judit Neurink
Uitgeverij Jurgen Maas & EPO Distributie
2020
320, € 22,99
9789491921681
Historicus en actief gepensioneerd journalist. Werkte bijna 30 jaar in de dagbladpers. Schreef talloze krantenartikels en achtergrondbijdragen voor tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast ook een aantal boeken, zoals over de opkomst van het islamitisch fundamentalisme (1995) en de Koerdische kwestie. Werd medeoprichter van Uitpers uit onvrede met de berichtgeving in de mainstreampers, die zich meer laat meeslepen door desinformatie en propaganda.