Euthanasie: de strijd is nog niet gestreden

Facebooktwittergoogle_plusmail

Drie artsen, respectievelijk een huisarts, een uitvoerend arts en een psychiater, die betrokken waren bij de uitvoering van euthanasie werden door het Gentse Hof van Assisen vrijgesproken van moord door vergiftiging. Dat de tegenstanders van euthanasie nu zullen ontwapenen is een illusie. Ze gaan integendeel opnieuw in het offensief door een aanpassing van de euthanasiewet en een strengere controle op de naleving ervan, sancties inbegrepen, te eisen. Dit offensief wordt door allerlei drogredenen gevoed en steunt op een miskenning van het zelfbeschikkingsrecht, meer bepaald het recht op levensbeëindiging.

De vrijspraak van de dokters is niet alleen voor hen, maar voor de hele Belgische samenleving een ware opluchting. Maar toch is die vrijspraak een overwinning met een bittere nasmaak. Meerdere artsen hebben al laten weten veel terughoudender te zullen zijn tegenover euthanasie, terwijl de tegenstanders van euthanasie al een campagne hebben gelanceerd voor een aanpassing (lees: verstrenging) van de euthanasiewet en een strengere controle op de toepassing ervan. Zo zou de wet precies moeten bepalen wat uitzichtloos lijden (fysiek of psychisch) is en zou ook een strafmaat in de wet moeten worden opgenomen.

Het aantal denkfouten die de tegenstanders van euthanasie maken is niet te tellen. Zo had Rik Torfs, hoogleraar kerkelijk recht, het tijdens het VRT-programma De Afspraak op 14 januari 2020 over ‘leven én dood’. De professor weet dus niet dat de dood tot het leven behoort. Ze is er gewoonweg het laatste deel van, het einde. De dood is dus de normaalste zaak van de wereld, want alles wat bestaat verdwijnt. We aarzelen om nog meer wartaal van de hoogleraar weer te geven. We doen het toch om aan te tonen op wat voor foutieve redeneringen de tegenstand tegen euthanasie stoelt. Zo zei Torfs: ‘Voor het leven kan men iedere dag kiezen, voor de dood maar een keer’. Wat voor onzin is dat? Voor het leven kan men helemaal niet kiezen. Niemand kan kiezen om al dan niet geboren te worden.

Hunker naar meer dood?

Een andere hoogleraar, Ignaas Devisch, die medische filosofie en ethiek doceert, deed er tijdens diezelfde uitzending nog een schepje bovenop: ‘Met de dood zijn we nooit klaar’. De dood, geachte professor, is gewoonweg het einde van het verhaal. Devisch gaat voort op zijn subjectief aanvoelen en niet op de feiten. Zo schrijft hij in De Standaard (28 januari 2020) dat hij niet kan begrijpen (hij moet ervan ‘slikken’) dat iemand kan vaststellen dat zijn leven voltooid is en dus ook mag worden beëindigd. Het is niet omdat Ignaas Devisch iets niet begrijpt dat het fout is. Bij een voltooid leven dat leven ook willen voltooien, heeft niets met ‘hunker naar meer dood’ te maken, zoals Devisch schrijft, maar met het (nog niet erkend) recht op levensbeëindiging en het verlangen om waardig te sterven. Het argument dat weigering van euthanasie tot zelfdoding kan leiden, wijst Devisch van de hand. Is hij blind voor de werkelijkheid? Kent hij de statistieken over het aantal zelfdodingen niet? Is hij ongevoelig voor de gruwelijke omstandigheden waarin die zelfdodingen plaatsvinden?

Devisch gaat nog meer uit de bocht wanneer hij zich afvraagt of mensen die hun leven willen beëindigen wel degelijk het leven als dusdanig beu zijn of alleen de omstandigheden waarin ze moeten leven. Voor die omstandigheden heeft de hoogleraar geen begrip, want zijns inziens is het leven altijd ‘maakbaar’. Dat Devisch niet op die omstandigheden wil ingaan bewijst hoe wereldvreemd hij is. Heeft hij nooit gehoord van de vele zelfdodingen die een tijd geleden bij France Télécom plaatsvonden? Hij moet dringend het boek van dokter Dirk Van Duppen lezen (‘Zo verliep de tijd die me toegemeten was’ – EPO), waarin Van Duppen uit ervaring stelt dat de omstandigheden op het werk tot gedachten aan zelfdoding kunnen leiden. Devisch praat als een pastoor als hij schrijft dat er ‘nog altijd heel wat goeie redenen zijn om wel in leven te blijven, ook al gaat er lijden mee gepaard’. Over die redenen rept hij met geen woord.

Heel wat realistischer klinkt Luc Van Gorp, voorzitter van de CM, in De Standaard van 31 januari 2020. Voor wie het nog niet zou weten schrijft hij dat ‘niemand onsterfelijk is’ en dat ‘vroeg of laat er een probleem opduikt dat niet meer op te lossen is’.

Zelfbeschikking

Voor de tegenstanders van euthanasie mag die in geen geval een recht worden. Het woord zelfbeschikkingsrecht klinkt hen als een vloek in de oren. Al zijn er nuances. Raf De Rycke, voorzitter van de Broeders van Liefde, keerde zich tegen de algemene overste van die congregatie, René Stockman, door euthanasie toe te laten in de psychiatrische inrichtingen van de Broeders van Liefde. Voordien werden patiënten van de Broeders van Liefde die euthanasie vroegen naar een ander ziekenhuis gebracht en daar kon het dan wel. Een staaltje van katholieke schijnheiligheid. Daar heeft De Rycke dus een punt achter gezet. Maar volgens De Rycke mag euthanasie toch geen recht worden. Daarmee bedoelt hij dat een mens niet het recht heeft over zijn levenseinde te beslissen. Journalist Bart Brinckman dacht een genuanceerd commentaar in De Standaard (1 februari 2020) te schrijven door zich tegen het ‘absolute’ recht op zelfbeschikking te kanten. Volgens hem moeten ook familieleden en/of naasten hun woordje meespreken. In welke eeuw leven we?

Marc Desmet, palliatieve zorgarts en voorzitter van de Stuurgroep Ethiek van de pluralistische Federatie Palliatieve Zorg Vlaanderen, probeerde eveneens in De Standaard (28 januari 2020) nog genuanceerder te zijn door te stellen dat volgens de wet euthanasie ook kan zonder instemming van de familieleden, maar in de praktijk zijn familieleden zijns inziens wel belangrijk, ‘omdat zij hun naaste overleven’. Ja, dat is wellicht altijd het geval als iemand overlijdt. Maar hoe kan dat het zelfbeschikkingsrecht van een mens beperken? Op Radio 1 ging Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten regelrecht tegen dat soort beperking in: ‘Ieder mens heeft recht op zelfbeschikking, iedereen is meester over zijn eigen leven’.

Wet in het gedrang

Meteen na het Assisenproces van Gent gingen allerlei stemmen op om voor een herziening van de euthanasiewet te pleiten. Oh neen, het zou geenszins om een uitholling van de wet gaan, wel om een verfijning, precisering, verduidelijking en dies meer. Ontslagnemend minister van Justitie Koen Geens (CD&V) pleitte tijdens het VRT-programma De Zevende Dag op 26 januari 2020 voor een ‘evaluatie’ van de euthanasiewetgeving. Zijn partijvoorzitter Joachim Coens liet onmiddellijk optekenen dat afspraken over ethische dossiers in het regeerakkoord moeten staan.

Beslissingen over ethische onderwerpen zullen dus binnen de regering en niet door het parlement worden genomen. Als de CD&V in de volgende regering zit, zal bijgevolg over ethische kwesties niets beslist kunnen worden zonder instemming van die partij. Voor Open VLD-parlementslid Jean-Jacques De Gucht betekent dit dat ‘de oude CVP de euthanasiewet probeert uit te hollen’.

Over wat voor wijzigingen zou het zoal kunnen gaan? Over een uitbreiding van de wet om euthanasie mogelijk te maken ingeval van dementie en bij voltooid leven? Daar wil Raf De Rycke niet van weten. Zoals gezegd wil hij ook niet dat euthanasie een recht wordt. Hij kan evenmin aanvaarden dat ziekenhuizen zouden verplicht worden euthanasie uit te voeren. Maar euthanasie bij psychisch lijden moet zijns inziens niet uit de wet worden gehaald. Minister Geens wil evenwel dat het begrip ‘psychisch ondraaglijk lijden’ beter wordt omschreven. In het voordeel van de betrokken persoon? Neen, wel ‘zodat de interpretatie door de rechtspraak gemakkelijker valt’. Dokter Dirk Van Duppen onderstreept evenwel dat psychisch lijden onderschat wordt.

Tijdens de uitzending van De Zevende Dag onderstreepte Ariane Bazan, hoogleraar klinische psychologie, dat de patiënt zelf moet beslissen over de ondraaglijkheid van zijn of haar lijden. En of een toestand uitzichtloos is kan volgens haar bij psychisch lijden niet medisch worden vastgesteld. Ze pleitte er ook voor medische begeleiding bij zelfdoding toe te staan, zoals in Nederland al het geval is. Niet de arts dient dan het levensbeëindigende middel toe, maar de betrokken persoon neemt het zelf. Joris Vandenberghe , psychiater-psychotherapeut, schreef namens de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie het volgende in De Standaard (1 februari 2020): ‘Als patiënten aangeven op te zijn en niet meer kunnen en alle behandelingen ten overvloede zijn geprobeerd, is een zoveelste medicament of gesprekstherapie niet het juiste antwoord. Het woord ‘uitbehandeld’ staat niet in de euthanasiewet’.

Er gaan ook stemmen op ten gunste van een uitbreiding van de euthanasiewet, bijvoorbeeld om euthanasie mogelijk te maken bij dementerenden. De politieke partijen sp.a en Open VLD pleiten hiervoor. Open VLD-voorzitster Gwendolyn Rutten wil dat euthanasie ook toegestaan wordt bij voltooid leven.

Voorstanders van een aanpassing van de euthanasiewet zijn CD&V en N-VA. Die laatste partij pleit zelfs voor een voorafgaande controle door externe experts. Raf De Rycke wil dat ‘ voorafgaand aan de uitvoering van euthanasie groen licht gegeven wordt door bijvoorbeeld de lokale ethische commissie van het ziekenhuis of de zorgvoorziening’. Waar blijft dan de wil van de betrokken persoon en het oordeel van de behandelende artsen? Bij monde van minister Geens en parlementslid Els Van Hoof eist de CD&V dat in de wet sancties ingeval van inbreuken worden opgenomen. Die sancties of strafmaat zijn nu niet voorzien.

Het meest cynische in dit hele debat rond euthanasie is wel dat de tegenstanders van euthanasie ook tegenstanders van zelfdoding zijn, terwijl de weigering van euthanasie in tal van gevallen tot zelfdoding leidt.