‘In Europa 2’ volgens Mak

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het is alweer twintig jaar geleden dat ‘In Europa’, het vuistdikke boek van Geert Mak over Europa in de twintigste eeuw verscheen. Deze publicatie – en ook zijn andere – bekleden een ereplaats in mijn bibliotheek. Ze staat vol met potloodaantekeningen en ook nu weer heeft dit handig leesinstrumentje heel veel blikvangers vastgelegd als bewijs dat de 20 jaar oudere auteur de grote verwachtingen alvast van deze lezer heeft ingelost.  

Of die grote verwachtingen voor het Europa van de twee eerste decennia van de 21ste eeuw ook werden ingelost laat Geert Mak echter wijselijk in het midden. Hij is immers een betrokken tijdgenoot die zich aan een verhaal waagt dat nog alle dagen geschreven wordt. Je moet het trouwens maar durven om daarin zonder recul onder te duiken. In zijn proloog verwijst de auteur naar die nog niet bestaande slimme geschiedenisstudent die in 2069, na een halve eeuw, over onze tijd zal schrijven. Die heeft wél een veilig vangnet en daarom schrijft Mak: ‘Mijn jeugdige historicus heeft, met zijn afstand in de tijd, een goed overzicht. Ik niet. Hij maakt me jaloers.’ (p. 14) Natuurlijk, je zou voor minder. Maar gezien ‘uit de tijd treden’ vooralsnog niet des mensen is, doet Mak een uiterst ambitieuze poging om van binnenuit een voortschrijdend historisch proces te beschrijven.

Hoe probeert Mak dan met die historische ‘handicap’ om te springen? Door te doen wat hij al heel zijn leven doet: heel veel reizen en heel veel lezen om zich in het hic et nunc van zijn onderwerp in te graven maar dan wel met zijn intellectuele voelsprieten gericht op het verleden en de mogelijke toekomst van het ‘nu’. Met heel veel nadruk stelt hij in zijn verantwoording dat dit boek niet geschreven had kunnen worden indien hij niet had beschikt over het werk van honderden journalisten – hij noemt ze de ware chroniqueurs van deze tijd – dat hij heeft kunnen raadplegen. In zijn verwijzingen naar literatuur en andere bronnen valt het trouwens op dat hij vaak artikelen uit ‘De Groene Amsterdammer’ aanhaalt, het blad waaraan hij zelf een tiental jaar als redacteur heeft meegewerkt en dat nog steeds over diepgravende journalisten met uitstekende pennen beschikt.

Groothoeklens

Het is een vrijwel onmogelijke opgave om dit rijke boek samen te vatten – lezen dus maar, je krijgt er als lezer heel wat informatie en denkstof voor in de plaats – daarom beperk ik me voor deze bespreking tot het signaleren van enkele smaakmakende elementen. Dit boek is een journalistieke speurtocht, je kunt het ook wat plechtiger een ‘historische verhandeling’ noemen, zowel in de tijd als in de (Europese) ruimte waarin Geert Mak zich al jaren beweegt van de verste uithoeken in het hoge noorden die dan bijvoorbeeld Kirkenes heten, een Finse speldekop groot op de grens met Rusland maar een geopolitieke kookpot, tot in het zuiden op het eiland Samos waar arme Grieken nog veel armerere, radeloze vluchtelingen trachten te helpen tot het Poolse Gdansk in het oosten met haar groots verleden en niet zo fraaie toekomst en in het westen tot in het Noord-Engelse industriestadje Wigan dat eens door Georges Orwell werd beschreven en dat nu in die onverkwikkelijke Brexit story wordt meegesleept.

Geert Mak brengt zijn journalistieke hinkstapsprongen door het oude continent samen in veertien hoofdstukken en hij hanteert daarbij zowel de groothoeklens al de telelens. In acht kloeke hoofdstukken probeert hij via die groothoeklens algemene tendensen die zich in de voorbije twee decennia hebben voorgedaan in Europa in beeld te brengen. Dat doet hij niet als wetenschapper met veel cijfermateriaal, maar ook niet als een ideoloog die gelijkhebberige, maar eendimensionale maatschappijkritische analyses maakt. Mak is tegelijk meer en minder dan die twee. Hij beweegt zich immers op verschillende terreinen, zowel op dat van de historicus, de socioloog, de politicoloog als van de ideoloog, en hij slaagt erin om die op een heldere manier met elkaar te verbinden, want Mak blijft in de eerste plaats een goede observator en een steengoede journalist die als schrijver zijn roots niet verloochent, maar daaruit juist zijn sterkte put.

Neem nu maar dat hoofdstuk over de Europese Unie en haar instellingen dat ‘Neen, non’ heet en waarin hij Brussel beschrijft als een eindeloze reeks bubbels, pal naast elkaar. (‘Honderd passen voorbij het glanzende Brussel-Zuid en het fonkelnieuwe Pullman Hotel loop je alweer door  vervallen straten, langs verlaten bouwterreinen, langs gangen waar wordt gedeald en gesjacherd, langs een dreigend  messengevecht tussen jonge Afrikanen’). Hij beschrijft ook zeer nauwkeurig de sfeer die in die ‘Europese bubbel’ hangt, want binnen de EU werken zo’n vijftigduizend ambtenaren en dan is er nog dat permanente leger dat daar rond danst. Hij beschrijft de omgeving van het Brusselse Luxenburgplein zo: ‘Op het grasveld in het midden, aan de voeten van de versteende mijnmagnaat Jean Cockerill, vinden de EU-stagiairs en stagiaires elkaar tegenwoordig met blikjes uit de naburige supermarkt. Wie wat hoger in de pikorde zit – jonge journalisten en aankomende eurocraten – breit aan zijn netwerk op de terrassen, waar het nu rondom het plein van wemelt. Maar het echte werk begint pas in de restaurants en cafés rondom de grote Europese paleizen, het Berlaymont van de Europese Commissie, de ‘regering’ van de EU, en het Europagebouw van de Europese Raad van regeringsleiders’ (p. 143). En dan heeft hij het nog niet over dat bijzondere ras van lobbyisten allerhande.

Mak is descriptief zeer sterk, maar hij is geenszins meningloos in zijn beschrijvingen. Hij ziet niet alleen Brusselse bubbels, maar ook Europese: ‘Het Europa van de Kantoren, het Europa van de Staten en het Europa van de Burgers, ze leken nauwelijks meer met elkaar te verenigen.’ (p. 163) Hij eindigt trouwens dat hoofdstuk met een zeer duidelijke uitsmijter waarin hij zichzelf positioneert. ‘In mijn hoofd woonden al decennia een Europeaan en een democraat. Altijd hadden ze het redelijk met elkaar kunnen vinden. Maar nu hadden ze ruzie, telkens weer, en dat hield niet meer op.’ (p. 170)

Geert Mak is niet mals voor de houding van de EU in verband met Griekenland, maar hij zet zich toch ook af tegen het optreden van Yanis Varoufakis. In heel dat triest verhaal rijst voor hem het beeld op van ‘een heilloze botsing tussen twee vastgeroeste standpunten: conservatieve bezuinigingsdogmatiek en progressieve studeerkamerarrogantie’. Á bon entendeur salut.

 Telelens

Geert Mak onderbreekt deze uitvoerige hoofdstukken waarin hij de draden van de grote geschiedenis probeert te weven door kortere passages in te lassen waarin hij focust op portretten van mensen die elk op een eigen manier hun rol spelen in dat grote voortschrijdende verhaal. Het is die pendelbeweging tussen enerzijds de abstracte grootte van historische gebeurtenissen, cijfers en onderzoek en anderzijds het concretiseren van al die tendensen door in te zoomen op de beleving van mensen van vlees en bloed die dit boek zo extra waardevol maken. Zo brengt Mak het levensverhaal van de Iraans-Deense Aydin Soei die met haar vader, een gerespecteerd man en regionale leider van de communisten van Iran, naar Denemarken is kunnen vluchten en die zich als nieuwe Deense vervreemdde van haar vader die terug ging naar Iran. Er is ook het verhaal van het hybride leventje van Umayya Abu-Hanna die als vluchtelinge van Haifa in Finland terecht kwam en nadien naar Amsterdam trok. Over zichzelf zegt Umayya: ‘Ik ben en blijf een kameleon en daar speel ik mee:  Fins, Scandinavisch, Palestijns, Amsterdammer, moeder van een zwart kind.’ En er is ook een portretje van Bart (Somers) die in 2017 de ‘World Mayor Price 2016’ als beste burgemeester ter wereld kreeg en dat met name van het stadje Mechelen waar naar zijn eigen zeggen meer moslims wonen dan in zeven Europese landen samen.

Op de cognac met Konrád

Wie op het einde van dit boek wijze samenvattende woorden van Geert Mak verwacht, is bij deze auteur aan het verkeerde adres. Daarvoor hoedt hij zich en verwijst hij nogmaals graag naar die nog niet bestaande geschiedenisstudent die binnen vijftig jaar gepaste conclusies kan trekken over de woelige jaren bij het begin van deze eeuw. In zijn epiloog waarin hij al de sporen die hij doorheen het boek gevolgd heeft op zijn schrijversweefgetouw bij elkaar brengt, komt Mak echter niet veel verder dan het formuleren van een aantal vragen waar hij en wij allemaal mee zitten. ‘Kunnen al dit soort nationale dromen en gevoelens ooit een Europese vorm  krijgen? Beter gezegd: kan op dit continent met zestig talen en veertig landen, met elk een eigen cultuur en een eigen geschiedenis, ooit iets als een Europese nationaliteit ontstaan? De Europese pioniers koesterden oprecht die hoop. Wij weten wel beter, zeker na de crisis van het afgelopen decennium.’(p. 519)

Als afsluiter reist Mak nog eens naar Boedapest om zijn oude vriend, de Hongaarse schrijver György Konrád, op te zoeken. Terwijl zij samen op zijn terras zitten en praten over het populisme in Europa en vooral in Hongarije nippen zij gezellig aan een cognacje. Het zal een van de laatste zijn van deze grote schrijver want nog voor het verschijnen van dit boek is hij overleden.

‘Europa zal zo doorgaan, ja dat weet hij zeker. ‘Vallen, opstaan, langzaam wat leren. We zullen samenblijven – ja, tenzij externe machten dat verstoren.’ De grote steden, zegt hij, daar zal het gebeuren. ‘Ik ben geen nationalist, ik ben een urbanist. Urbanisme, dat is de basis van het 21-ste eeuwse Europa.’  (p. 528)

Krachten van onderuit

Ondanks alle sores die Konrád in het Hongarije van Viktor Orbán moest meemaken, klinken zijn laatste woorden hoopvol en ze blijven ook resoneren in de oren van de Amsterdammer die Geert Mak, naast inwoner van het Friese Jorwert, ook is. Steden kunnen het verschil maken. Dat is de municipalistische stelling die bij stadssociologen als Benjamin Barber, Manuel Castells en Eric Corijn ook doorklinken. In een recent interview met BRUZZ zegt deze laatste: “In mijn dertigjarige onderzoek heb ik geleerd dat een stad geen land is, en die boodschap draag ik met steeds meer succes uit, want die geldt niet alleen voor Brussel.” Van onderuit groeit er verzet tegen een dominant neoliberalisme dat zich op stedelijk vlak vertaald in gentrificatiebewegingen, in airbnb’s en Ubers waardoor stadscentra onleefbaar en onbetaalbaar worden voor de gewone man. Mak citeert met instemming Eberhart van der Laan, ex-burgemeester van Amsterdam: ‘We hebben een enorm probleem: Amsterdam is de mooiste stad ter wereld.’ Intussen is er in Amsterdam een progressief bestuur – Mak verwijst ook naar de Spaanse voorbeelden van steden als Barcelona en Madrid en andere fearlesss cities in de wereld – dat een ander, meer sociaalecologisch beleid probeert te voeren. Ondanks alle populistische, nationalistische en neoliberale dominante krachten groeien er in voornamelijk stedelijke omgevingen maatschappelijke tegenkrachten. Ook in het erg getroffen Griekenland. Mak wandelt bijvoorbeeld door het Atheense Exarchia, een anarchistisch geïnspireerde wijk van de hoofdstad, en noteert wat hij daar ziet: ‘De straatmuziek en de wandschilderingen waren, na al die jaren van ontbering van hoge kwaliteit. Collectieve projecten bloeiden: ik zat een poosje op een bank in een met liefde aangelegd speelplaatsje, er waren tafeltjes, stoeltjes en allerlei soorten speelgoed, voor ieder kind. Van de wanden van de gebouwen ernaast spatten de muurschilderingen: een cellospelende kat, een stad waaronder, diep in de aarde, mensen ontkiemden tot magistrale bloemen. Onderschrift:’ Jullie probeerde me op allerlei manieren te begraven. Maar jullie vergaten dat ik een zaadje was.’ (p. 285)

Deze ‘ondergrondse’ krachten van het leven dat zich verzet – het ‘Je me révolte donc nous sommes’ van Albert Camus had naar mijn smaak nog meer aanwezig mogen en kunnen zijn -, maar dat doet voor mij niets af aan de waarde van dit boek.

Literaire non-fictie

Eigenlijk kun je zeggen dat Maks twee boeken over Europa, eentje van meer dan duizend bladzijden en nu weer eentje van 555 bladzijden, zich laten lezen als een lange, uitgesponnen reportage, maar je moet natuurlijk van goeden huize zijn om de lezer daarvan geen indigestie te bezorgen. En dan is natuurlijk ook de soepele taal waarin de auteur zijn rijke inhoud giet. Wie begint nu een non-fictie boek met zinnen als: ‘Het is, vanuit de hemel, een bruingrijs landschap. Het is de maan, waar net een stortbui passeerde. Het is gebutste aarde, met duizend meertjes en stroompjes.’?  Daarvoor moet je Mak heten en over Kirkenes of all places schrijven in de literaire non-fiction stijl die hij in zijn werk ontwikkeld heeft. Om de sfeer in het Hongaarse Vásárosbéc onder Orbán aan te geven, schrijft hij: ‘Het enige vertier achter de bruine en modderige deuren was seks, een pleziertje dat per slot niets kostte – althans op korte termijn.’ Enzovoort, enzoverder zeggen al mijn potloodaantekeningen die zijn treffende zegging wilden uitlichten uit deze tekst.

Het beeld als toemaatje

Na zijn eerste boek over Europa maakte de Nederlandse televisie ook een zeer opgemerkte reeks over Geert Maks reis. Dat gebeurde ook nu weer, maar als ik het goed begrepen heb,  bezochten schrijver en televisiemakers deze keer gelijktijdig allerlei Europese locaties. Op dit ogenblik loopt daarover een nieuwe televisieserie ‘In Europa 2’. Twee ervan werden intussen uitgezonden en zij smaken naar meer. Mak trekt in twintig nieuwe afleveringen opnieuw door de Europese geschiedenis, in een coproductie van VPRO en Canvas. Elke aflevering begint met een gebeurtenis die Mak als een keerpunt in de hedendaagse geschiedenis beschouwt, terwijl niemand dat destijds in de gaten had. In de eerste aflevering onderzoekt hij de kaping van een vliegtuig van Air France in Algiers in 1994. De kapers willen naar Parijs en crashen op de Eiffeltoren. Wat heeft die kaping te maken met de aanslag op de Twin Towers in 2001? Was 9/11 te voorspellen geweest als we beter hadden opgelet? Mak spreekt ook met Faycal Cheffou, die twee jaar geleden hardhandig werd gearresteerd door een zwaarbewapende antiterreureenheid in Brussel. Hij werd aangezien voor ‘de man met het hoedje’, een van de aanslagplegers op Zaventem. Dat bleek een vergissing, maar de kwade geur van verdachtmaking zou hij nooit meer kwijtraken. Tijdens de uitzending wijst Faysal Cheffou naar een ‘stille’ die van op afstand aandachtig de televisieopnames volgt.

Sterker nog is de tweede aflevering waarin Mak zich de vraag stelt of de leiderscultus rond Poetin te voorzien was. Het verbod op de razend populaire satirische poppenserie Koekli met Monty Pythonachtige allures waarin Poetin veelvuldig gepersifleerd werd, was in ieder geval een aanwijzing. Wat doet het met een democratie als je niet meer om de machthebbers mag lachen? Samen met een Russische journaliste trekt Mak naar voormalig spindoctor Gleb Pavlovski die vertelt hoe hij het ‘merk’ Poetin in opdracht van anderen aan het volk verkocht en vervolgens moest toezien hoe deze marionet zijn draden doorknipte en z’n eigen gang ging. Ze gaan ook op bezoek bij Michail Zlatkovski, een van de bekendste cartoonisten van Rusland. Hij kreeg alle ruimte om leiders als Gorbatsjov en Jeltsin kritisch te portretteren, maar direct na de inauguratie van Poetin ging er een andere wind waaien.

Het in het Russisch afgenomen en Nederlands ondertiteld interview levert kritische televisie op van de bovenste plank … en dat in het land waar Poetin almaar meer een tweede Stalin aan het worden is en die nu al ijverig bezig is om zijn machtsbedje voor na 2024 klaar te maken, want dan is hij aan het einde van zijn huidige, vierde ambtstermijn als president aangeland. Zo’n uitzending durven maken in het land zelf: il faut le faire. Mijn respect voor dit knappe en moedige werk van de VPRO.

‘In Europa 2’ van Geert Mak in woord én beeld: zonder meer om te lezen én te volgen. Doe beide activiteiten, want je krijgt geen herhaling van hetzelfde, maar nieuwe onverwachte beelden, personages én verbanden.

Grote verwachtingen in Europa 1999-2019
Geert Mak
Atlas/Contact, Amsterdam/Antwerpen
2019
558 blz.
9789045039770
Walter Lotens is een gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher. Hij werkt mee aan www.uitpers.be, www.dewereldmorgen.be en www.apache.be en schrijft boeken over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Walter houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterlotens.net).