Doet radikaal links nog iets met de E.U.?

foto: Europees Parlement
Facebooktwittergoogle_plusmail

Er is een nieuwe Europese Unie in de maak. In mei 2019 werd een nieuw Europees Parlement verkozen waarin de twee grote politieke families, christen- en sociaal-democraten voor het eerst geen meerderheid hebben om wetgeving goed te keuren; in december van vorig jaar trad een nieuwe Europese Commissie aan en op 31 januari treedt het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Redenen genoeg om zich af te vragen hoe het nu verder zal gaan.

Voor zover de Europese Unie ooit populair was bij de linkerzijde is haar legitimiteit de afgelopen jaren flink weggezakt. De financiële crisis van 2008, gevolgd door het Griekse debacle en daarna het Brexit referendum gaven duidelijk aan dat de EU op deze manier geen lang leven beschoren kan zijn.

De jongste jaren ging de aandacht bijna uitsluitend naar het Brexit-circus. Hoe duidelijk de meerderheid in het referendum ook was, hoe je de uittreding in de praktijk brengt heeft heel wat kopzorgen veroorzaakt. Met de verkiezing van Boris Johnson is het uittredingsakkoord nu alvast door het Britse Parlement goedgekeurd en volgende maand kunnen de onderhandelingen beginnen. Wat Johnson precies uit de wacht wil slepen is nog steeds even onduidelijk, hij heeft een bijna grenzeloze macht, en de eerste tekenen zijn alvast behoorlijk tegenstrijdig. De bescherming van werknemers op het niveau van de EU is alvast uit de tekst van de nieuwe wet verdwenen. In eigen land belooft hij dan weer miljarden investeringen in de verarmde en gedesindustrialiseerde regio’s waar zijn nieuwe kiezers wonen. Het blijft afwachten.

Een nieuwe conferentie

De Europese Unie heeft tijdens het hele onderhandelingsproces met het V.K. een merkwaardige eensgezindheid weten te bewaren. De vele pogingen om de 27 uit elkaar te spelen zijn mislukt. Of die eenheid nu verder kan bewaard worden is zeer de vraag. Dit jaar moet de volgende lange-termijnbegroting worden goedgekeurd, het V.K. kan in de komende handelsgesprekken nog steeds proberen de landen tegen elkaar op te zetten, en het buitenlands beleid staat nergens, Van Macron’s ambities is tot nog toe weinig verwezenlijkt en hij werkt met zijn arrogante aanpak de collega’s flink op de zenuwen. Angela Merkel is op haar retour en de interne strubbelingen in Duitsland maken het land veel minder dynamisch en machtig dan vroeger. Tel daarbij de spanningen in het Midden-Oosten, de druk van China, de V.S. én Rusland, en men ziet hoe de kansen op alweer een grote crisis hand over hand toenemen. De E.U. moet haar eigen rol en eigen plaats bepalen, maar makkelijk is dat geenszins.

Europa is als geheel op zijn retour, zoveel is zeker, en het slaagt er voorlopig niet in het initiatief weer in handen te nemen. Of de nieuwe Europese Commissie onder leiding van Ursula von der Leyen kan slagen om een nieuwe dynamiek op gang te trekken, is zeer de vraag. Mooie discours en daadkracht zijn nog steeds niet genoeg om ook de Raad van nationale regeringen over de streep te hijsen. Men kan de Europese Unie erg veel verwijten, feit blijft dat het zowel op het vlak van migratie, belastingen, milieu en sociaal beleid telkens opnieuw de Raad van nationale regeringen is die de boot van efficiënte en humanitaire besluitvorming ver van zich af houdt.

De EU, en vooral de Raad, draaien vierkant. Je vindt in Brussel nog weinig waarnemers die dit zullen tegen spreken. Democratische besluitvorming is ver te zoeken, de bestaande regels voor de economische ‘governance’ zijn onhoudbaar en de belangrijkste beleidsdomeinen worden nauwelijks aangepakt.

Iedereen geeft toe dat het zo niet verder kan. Ondanks een hogere participatiegraad bij de Europese verkiezingen, willen veel burgers toch vooral hun ongenoegen laten blijken. Ze haken af.

Daar hebben de Europese leiders het volgende op bedacht. Ze willen een nieuwe conferentie ‘over de toekomst van Europa’ organiseren met een grote betrokkenheid en inspraak van de Europese burgers. Mooi zo, maar hoe moet dat in zijn werk gaan en wat moet er uit komen?

Het Europees Parlemlent keurde afgelopen week in Straatsburg een resolutie goed over wat de bedoeling is, hoewel de tekst ons niet echt veel wijzer maakt.

De conferentie zou moeten beginnen op 9 mei 2020, Schumanndag en dit jaar ook exact 70 jaar na de verklaring van Schumann.

Het Europees Parlement wil als rechtstreeks vertegenwoordiger van de burgers een leidende rol spelen, maar vooral de burgers ook zelf aan het woord laten. De praktische formule daarvoor moet nog gevonden worden, maar men denkt aan thematische agora’s met het georganiseerde middenveld met per agora een 200 tot 300 deelnemers. Die agora’s zouden minstens twee keer moeten bijeenkomen en proberen een consensus te bereiken.

Waar de conferentie over moet gaan? Over de noodzakelijke hervormingen, waarbij de resolutie uitdrukkelijk verwijst naar de inmiddels beroemde ‘Europese waarden’, fundamentele rechten en vrijheden, de democratische en institutionele aspecten, milieu, sociale rechtvaardigheid en gelijkheid, economie, werkgelegenheid en belastingen, digitale vernieuwing, veiligheid en de rol van de EU in de wereld. Er kan ook nagedacht worden over hoe de volgende verkiezingen moeten georganiseerd worden, met mogelijk transnationale lijsten en het systeem van de ‘Spitzenkandidaten’.

De Conferentie zelf lijkt op de Conventies die o.m. het Verdrag van Lissabon hebben voorbereid: leden van het Europees en van de nationale parlementen, de Raad, de Commissie, het Economisch en Sociaal Comité en telkens twee leden voor de sociale partners. Bij de voorbereidende vergaderingen kunnen deskundigen van ngo’s en de academische wereld betrokken worden.

Het Europees Parlement heeft alvast een driekoppige ‘leiding’ aangesteld, met vertegenwoordigers van de drie grote fracties. Guy Verhofstadt, aan wie deze conferentie was beloofd, is er één van.

Vaagheid troef

Al bij al is de resolutie van het Parlement vrij vaag en men vraagt zich af waar deze conferentie moet toe leiden. Mogelijke verdragswijzigingen worden vermeld, maar zijn niet noodzakelijk het doel. Er wordt gevraagd met concrete aanbevelingen te komen die de instellingen dan in de praktijk moeten brengen. Het Parlement neemt zich voor te reageren met wetsvoorstellen, en vraagt de andere instellingen vriendelijk om zich eveneens te engageren de aanbevelingen op te volgen.

De Commissie moet zich echter nog uitspreken over wat ze van deze Conferentie denkt, en de Raad zal het binnenkort bespreken. Het kan dus nog alle kanten uit, en net zoals met de Conventies van het verleden is de kans groot dat de Raad het laatste woord zal hebben en alle echt vernieuwende en democratische hervormingen naast zich neer legt.

Eén element is alvast zorgwekkend. De Europese instellingen, die altijd zo zorgvuldig omgaan met taal, spreken nu over ‘de toekomst van Europa’ en niet ‘van de Europese Unie’. Dit is geen toeval en het kan erop wijzen dat men vooral aan defensie en buitenlands beleid denkt, wat nooit een zuivere EU-aangelegenheid is geweest. Nu klopt het wel dat dit beleidsterrein het makkelijkst is om een akkoord met 27 te bereiken, terwijl het tegelijk nodig en nuttig kan zijn om na te denken over een alternatief voor de NAVO. Het risico is echter reëel dat het de kant van een militarisering uitgaat, en daar is beslist geen behoefte aan.

Vandaar dat, ondanks alle twijfel en terughoudendheid, de rol van het middenveld toch belangrijk kan zijn.

Heel wat politieke leiders hebben de afgelopen jaren hun pessimisme de vrije loop gelaten en het is niet helemaal onterecht dat deze conferentie die van de laatste kans wordt genoemd. Indien men wil dat burgers enthousiast worden voor het integratieproces, kan het niet anders dan dat er aan milieu, sociaal beleid en fiscaliteit wordt gewerkt. Het economisch beleid moet over een andere boeg worden gegooid en de regels voor de besluitvorming moeten democratischer worden gemaakt.

Kan de linkerzijde iets doen?

Het blijft de eeuwige vraag. Radikaal links bewijst in het beste geval wat lippendienst aan de Europese integratie. In de meeste gevallen blijft de tegenstand echter groot en bij de vorige oefeningen in Europese democratie heeft men de kelk aan zich voorbij laten gaan. Dat is eigenlijk doodjammer, want het betekent tegelijkertijd dat er ook geen enkel alternatief voor deze E.U. voorhanden is.

Voor sommige radikaal linkse partijen en bewegingen blijft de klemtoon op de nationale staat liggen, terwijl die nationale staten minder en minder betekenen op mondiaal vlak. Vandaar dat bijvoorbeeld Jeremy Corbyn in wezen voor Brexit bleef, omdat hij denkt enkel nationaal nog solidariteit te kunnen organiseren. Dat is een illusie, want in één enkel land kan dat enkel verzet en vijandschap van het bank- en bedrijfsleven betekenen, en boycott van de geplande hervormingen. De liberaal Boris Johnson kan het wél nationaal spelen omdat het voor hem niet om solidariteit maar om concurrentie gaat: belastingen verminderen, sociale een milieunormen onderuit halen, het is dumping om de rijken rijker te maken.

Wie denkt aan meer solidariteit, aan een humanitair asiel- en migratiebeleid, aan respect voor economische en sociale rechten en, zoals Pïketty voorstelt, aan een progressieve inkomens- en vermogensbelasting, kan niet anders dan zich Europees organiseren. En ja, de besluitvormingsregels moeten daarvoor veranderen, maar de argumenten ervoor zijn zo evident dat het met vereende krachten mogelijk moet zijn.

Ook Yanis Varoufakis blijft er men zijn Diem25-beweging voor pleiten om ondanks alle problemen met de huidige E.U. alles op alles te zetten om te werken aan hervormingen.

Er zijn het afgelopen jaar heel wat gezaghebbende stemmen gehoord om het neoliberalisme vaarwel te zeggen. De klimaatcrisis én de groeiende ongelijkheid vereisen het. Het is een kans die radikaal links niet mag laten liggen.

Het is daarom zeer te hopen dat men op zijn minst wil mobiliseren om actief te worden in dit conferentieproces. Liefst in de conferentie zelf. Maar als men dit niet wil of kan dan tenminste in de marge ervan, al was het maar om een alternatief uit te werken.

Het was triest te horen in het parlementaire debat van deze week dat de kritiek van rechts vaak veel consistenter was dan de zuiver ideologische verklaringen van radikaal links. We wéten dat de E.U. – én haar lidstaten – kapitalistisch zijn en we wéten dat de conferentie geen antikapitalistisch voorstel zal doen. Daar is geen meerderheid voor. Maar er is een groot verschil tussen het huidige beleid en een mogelijk beleid van solidariteit, emancipatie en rechten. Daar zou radikaal links mee kunnen voor zorgen.

Radikaal links vraagt zich véél te weinig af waarom het er in de meeste verkiezingen zo bekaaid vanaf komt. Uiteraard spelen de media een nefaste rol, maar het is erg kortzichtig de analyse niet verder te trekken. De kiezers van Trump wéten waarom ze voor deze conservatief stemmen, en de kiezers van Boris Johnson die decennialang Labour stemden, wéten waarom ze dit keer de andere kant verkozen. Thomas Piketty legt in zijn jongste boek ‘Capital et idéologie’ haarfijn uit hoe de sociaal-democratie de afgelopen decennia, zowat overal ter wereld, van een arbeiderspartij een partij van gediplomeerden is geworden, én hoe diezelfde sociaal-democratie mee vorm heeft gegeven aan de neoliberale mondialisering. Terecht keren de zwakste klassen zich daarvan af. Socialisten weten dat hun toekomst internationalistisch moet zijn, maar nooit werd geprobeerd om de succesrijke nationale formules ook echt Europees of internationaal te maken. Het idee dat internationale samenwerking en coördinatie wordt overgelaten aan extreem-rechts is ondraaglijk, zeker op een ogenblik dat wereldwijd jonge mensen de straat opgaan om te pleiten voor een ander beleid, voor eerlijke belastingen en sociale rechtvaardigheid.

De kritiek op het E.U.-beleid is terecht, maar de E.U. heeft ook een verhaal dat een uitgelezen instrument is om ertegen in verzet te gaan en aan alternatieven te werken. Helaas is dat tot nog toe veel te weinig gebeurd.

Net zoals twintig jaar geleden zal de conferentie worden gestreamd. Er zullen Europese agora’s en nationale vergaderingen met het middenveld georganiseerd worden.

Veel kansen dus om op de hoogte te blijven, te proberen invloed te hebben en/of aan een alternatief te werken. Ik kan alleen maar hopen dat het gebeurt. Vragen aan de PVDA over wat ze gaat doen, bleven helaas onbeantwoord.

 

 

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.