‘De uitweg voor Bolivia? Vrije verkiezingen of de chaos.’ (Manuel Castells)

(https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Manuel_Castells_en_La_Paz,_Bolivia.jpg#/media/)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Dat zei de Spaanse socioloog en econoom bij de voorstelling van zijn laatste boek ‘La nueva América Latina’, een grondige analyse van de situatie in Latijns-Amerika. ‘Al 53 jaar zit ik met dit boek in mijn hoofd,’ zei Manuel Castells (77) op de internationale boekenbeurs in Mexico. Samen met de Boliviaanse socioloog Fernando Calderón, deed Castells een poging om ‘de definitieve kenmerken van Latijns-Amerika in de 21e eeuw’ te definiëren, een ambitieuze onderneming die binnen de huidige context nog complexer wordt. De publicatie is het resultaat van onderzoek dat meer dan een decennium duurde en waarvoor beide auteurs vaak in de regio rondtrokken. In Buenos Aires werd Castells door de toonaangevende krant Clarín naar zijn mening gevraagd over verschillende landen van Latijns-Amerika. Walter Lotens vertaalde het interview uit het Spaans.

 ‘Latijns-Amerika staat op een keerpunt. Er heerst verwarring en men is toe aan heroriëntering. Van daaruit kan er gezocht worden naar een ander maatschappijmodel.’ Voor de Spaanse academicus weerspiegelt de huidige beroering in de regio de onmogelijkheid van de heersende elites om het dilemma van Latijns-Amerika op te lossen, met name het bevorderen van de economische groei en tevens het terugdringen van de ongelijkheid. ‘Het volk heeft niet alleen een toekomst, maar ook een heden nodig, want de ontberingen zijn groot.’

-Hoe verklaart u de groei van de evangelische kerken in de regio? 

-‘Dat heeft te maken met de crisis in de katholieke Kerk. In de voorbije tien à vijftien jaar is de religiositeit in de wereld toegenomen. De enige godsdienst die constant van haar pluimen verliest is het katholicisme. Volgens studies die ik geraadpleegd heb, wordt er geschat dat tegen 2040 in Latijns-Amerika evenveel evangelisten als katholieken zullen zijn. Dat is echt een revolutie.’

– Hoe komt dat?

-‘Dat heeft te maken met structureel remmende factoren zoals het blijven beweren dat de jeugd tot het huwelijk haar maagdelijkheid zou bewaren. Je moet wel goed gek zijn om dat te geloven. Ook het ontkennen van de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen. Ten derde is er het systematisch doodzwijgen van pedofilie binnen de Kerk van de top tot de basis. De Kerk heeft die nieuwe wereld niet begrepen, vooral door de weerstand van de apparatchiks onder de bisschoppen.’

-Hoe beoordeelt u het optreden van die evangelische beweging?

-‘Zij kunnen op het terrein werken. Zij gaan naar de favelas en mengen zich onder de armen. Daarna worden die mensen uitgebuit, want de evangelisten drijven een handeltje in zielenheil. Zij organiseren grote concerten in de VS en in Afrika waarbij bekende artiesten betrokken worden om fondsen te verwerven. Indien je God wil eren, moet je daarvoor betalen, afgezien echter van de machtigen en dan zeker van de politici. Iemand zoals Bolsonaro kan niet begrepen worden zonder de macht van de evangelisten  erbij te betrekken.’

-Hoe treden ze op in Brazilië?

-‘Laat mij dit verduidelijk via een anekdote tijdens mijn veldwerk om de invloed van de evangelisten aan te geven.  Er was een betoging tegen Bolsonaro waaraan door miljoenen vrouwen werd deelgenomen die een spandoek ‘Niet met hem’ meedroegen. Tijdens de verkiezingen waren er echter meer stemmen van vrouwelijke evangelisten dan van de middenklassenvrouwen die hem haten. Hoe kon dat. Hoe gingen de evangelisten hierbij te werk? Via sociale media lanceerden zij een campagne waaraan door Bolsonaro en zijn medestanders werd deelgenomen. Slechts één idee wilden zij benadrukken: deze vrouwen waren allemaal feministen en …die wassen zich niet. Op die manier, beweerden de evangelisten, kan de duivel gemakkelijker in de vrouwenziel terechtkomen. Dat was niet zo maar een belediging, maar een concrete verklaring voor wat er met hen gebeurde. De evangelische vrouwen, hoe arm zij ook zijn, baden elke keer als zij naar de kerk gaan (minstens drie per week), zij parfumeren zich en trekken hun beste kleren aan. Onberispelijk gaan zij naar de ontmoeting met hun God en dat in contrast met de feministen die zich zogezegd niet zouden wassen.’

-Meent u dat de macht van die bewegingen onderschat wordt?

-‘Mensen hebben nood aan een God. Dat werkt zeker in het voordeel van de evangelische kerken. Dat is iets wat antiklerikaal links niet begrijpt. Het volk wordt niet omringd door het comfort dat agnostische intellectuelen hebben, die aangetrokken worden door diepe filosofische kwesties of door hun nieuwsgierigheid voor het boeddhisme. Wie zich politiek nergens kan aan vastklampen, wie niet gelooft in wat regeringen of ideologieën verkondigen, vindt troost in God. Meditatieve activiteiten zijn alleen goed voor mensen die per jaar meer dan 100.000 euro verdienen.’

-Noch het neoliberalisme, noch het neodesarrollismo  [i] kunnen een antwoord bieden voor de huidige problemen. Welk model kan Latijns-Amerika dan wel inspireren?

 -‘Dat is inderdaad de grote vraag. Ik meen dat we moeten ophouden in modellen te denken. Latijns-Amerika moet zich ont-ideologiseren, zich zowel losmaken van de neoliberale ideologie als van de traditionele ideologie van links. Dat betekent in de eerste plaats dat men de organische ontwikkelingen in de maatschappij moet respecteren. Een nieuw politiek systeem kan enkel tot stand komen door debatten, discussies, confrontaties en verzoening.  Daarvoor moeten er nieuwe participatiemechanismen ontwikkeld worden. Het opleggen van economische maatregelen om politieke en sociale problemen op te lossen leidt onvermijdelijk tot het reproduceren van het neoliberalisme of het neodesarrollisme. Hoe komt het dat niemand, ondanks de repressie en de interne corruptie en andere problemen, erin geslaagd is om het peronisme uit te roeien? Het antwoord is eenvoudig: omdat het organisch is. Men kan denken wat men wil van het peronisme, maar het moet duidelijk zijn dat het een historische ondersteuning kende en nog steeds heeft van grote sociale sectoren van de Argentijnse samenleving.’

-Ziet u ook andere organische bewegingen in de regio?

-Wat op dit ogenblik in Chili gebeurt, is daarvan een voorbeeld. Er bestaat daar een elite die compleet los staat van de bevolking en bovendien is er nog steeds de grondwet van onder Pinochet. Dat betekent onder meer het beperken van de syndicale rechten en de privatisering van verschillende aspecten van het dagelijkse leven. Los van het vandalisme en het geweld zien we iets heel moois in die Chileense mobilisaties. Er is een generatie van jongeren opgestaan die geen vrees meer heeft, die de dictatuur niet heeft mee gemaakt. Zij zijn zich bewust van de grote onrechtvaardigheden in hun samenleving en zeker ook van het feit dat hun ouders tot over hun oren in de schulden zitten. De gezondheidszorg en het onderwijs zijn geprivatiseerd en in veel gevallen slecht te noemen.’

-Wat valt u voornamelijk op in de gebeurtenissen in Chili?

-‘De symboolwaarde van al die protestbetogingen is zeer sterk. Vele van die manifestaties passeren aan het Costanera Center, aan het hoogste gebouw van Latijns-Amerika. Het is een symbool van het consumentisme dat hen in die situatie heeft gedreven en bovendien is het het gebouw dat wanhopige, verarmde ouderen uitkiezen om zelfmoord te plegen. Jongeren willen niet dat hun grootouders op die manier aan hun einde moeten komen en daarom zeggen zij ‘weg met dat gebouw’. De metro is een ander voorbeeld. Sommigen beweren dat de revolte is begonnen omdat de jongeren de prijsverhoging niet wilden betalen. Dat is niet correct want zij hadden voordelige schoolabonnementen. Zij revolteren in de eerste plaats voor hun ouders die die mogelijkheid niet hebben, die nauwelijks hun rekeningen kunnen betalen om het einde van de maand te halen. Ook in Colombia gebeuren boeiende zaken. In een land dat nog moet bekomen van jaren guerrillaoorlog geven steden als Medellín en Bogotá het voorbeeld van een progressieve politiek van een ander type dan van de oude linkse. Deze nieuwe projecten beginnen nu aan de macht te komen. In die steden gebeurt dat op een organische manier.’

 – Wat moet er nu in Bolivia gebeuren om uit de impasse te geraken?

-‘Om uit de impasse te geraken, moeten we eerst aangeven wat er is gebeurd. In Bolivia heeft er een staatsgreep plaatsgegrepen. Dat is een technische en geen ideologische definitie. Wanneer de legerleiding aan Evo Morales suggereerde om van het presidentschap af te zien, was er sprake van een staatsgreep. Iets wat onder de hele regeringsperiode van Evo Morales echter sluimerend aanwezig bleef was de etnische verdeeldheid in het land. Ik ken persoonlijk linkse intellectuelen van de middenklasse die in de VS hebben kunnen studeren, maar die het niet konden hebben dat  inheemsen aan de macht kwamen. Dat ging dan niet alleen om de figuur van Evo Morales, maar ook om het feit dat inheemsen een hoge functie bekleedden in de regering. Peru en Chili zijn samenlevingen met een elitair karakter, maar in Bolivia waren en zijn de elites altijd blank en onverdraagzaam. En dat te midden van een samenleving met een inheemse meerderheid of van inheemse origine. In alle landen waar een dergelijk grote inheemse bevolking aanwezig is, bestaat die spanning.’

-Meent u dat er invloeden van buitenaf hebben gespeeld?

-‘Trump zal zeker zeer tevreden geweest zijn, maar ik meen niet dat de VS, zoals in het verleden, een doorslaggevende rol hebben gespeeld. Mijn hypothese is dat deze rol nu eerder vervuld werd door Brazilië. Bolsonaro trok van in het begin ook op ‘kruistocht’ tegen Evo Morales en het is zonder meer duidelijk dat er een grote evangelische invloed is geweest tijdens de gebeurtenissen die in Bolivia hebben plaatsgegrepen. Bovendien is Santa Cruz de la Sierra historisch een provincie die meer aansluit bij Brazilië dan bij de Altiplano.’

-Welke mogelijkheden zie je voor Bolivia op dit ogenblik?

-‘Er zijn er slechts twee. De eerste zijn nieuwe verkiezingen waaraan Evo Morales kan deelnemen. De andere is chaos. Bolivia is een verdeeld land – meer dan 40 procent van de bevolking stemde voor Evo Morales – waarin de twee delen etnische en sociale kenmerken vertonen die zeer ver uit elkaar liggen: inheemsen en armen, blanken en rijken. Een nationale verzoening van deze sectoren kan niet zomaar opgelegd worden. Verkiezingen uitschrijven zonder Evo Morales bijvoorbeeld zou ongetwijfeld een dictatoriale maatregel zijn.’

(bron: Clarin.com via Infodecom)

[i] Sociale ontwikkelingseconomie die in de jaren vijftig en zestig van vorige eeuw in Latijns-Amerika opgang maakte. De econoom Raúl Prebish pleitte toen voor een op het binnenland gerichte industrialisatie in plaats van te steunen op de export van natuurlijke grondstoffen. Vaak wordt er ook over neo-extractivisme gesproken, over een manier van accumuleren, gebaseerd op de overexploitatie van natuurlijke rijkdommen, niet of weinig getransformeerd, en voornamelijk bestemd voor de export. In die betekenis omvat het begrip zowel mijnextractivisme, als ook de productie van petroleum en de monocultuur van soja.

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.