Waarom een nipte verkiezingsoverwinning een coupstaartje kreeg

‘Wie zijn de verantwoordelijken voor de staatsgreep in Bolivia?’(foto: www.celag.org)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Zo gaat het wel vaker met media-aandacht: een uithoek van de wereld waar amper een (westerse) haan naar kraait wordt ineens tot wereldnieuws gebombardeerd. Dat gebeurt nu ook met Bolivia want alle ingrediënten voor een saillant verhaal liggen ineens op tafel: verkiezingen met – misschien – een reukje aan, gevolgd door een staatsgreep (of toch niet?), een kleurrijke inheemse president die ijlings het land moet verlaten, een met de Bijbel zwaaiende macho van het type Bolsonaro die de straat opzweept, een Trump die zoals gewoonlijk moord en brand schreeuwt en die Evo Morales een dictator noemt en on top of the bill een internationale en nationale pers die zich ineens geroepen voelt om eens snel uit te leggen wat er allemaal in dat Andesland gebeurt. Voilà, wat wit-zwart kleuren aanbrengen om het gebrek aan voorkennis te camoufleren en het Boliviaverhaal wordt doorgegeven aan ‘de wereld’.  Zo komt generaliserende beeldvorming via de pers tot stand. Ook commentaren zowel ter rechter- maar ook ter linkerzijde zijn vaak ziek in dat bedje. Nuanceringen op basis van voorkennis en niet alleen op basis van een ideologische positionering ontbreken vaak. En ja, ik vind ook dat er in Bolivia sprake is van een staatsgreep, maar dat wil niet zeggen dat onder Evo Morales alles rozengeur en maneschijn was, maar om dat te illustreren is een schets van de achtergrond noodzakelijk.

Land van staatsgrepen

Bolivia is met haar ongeveer één miljoen vierkante kilometer meer dan dertig keer groter dan België, maar telt ongeveer evenveel inwoners van wie een groot aantal van inheemse origine zijn. Het overwegend hooggelegen en van de oceaan afgesloten Bolivia bestaat sinds 1825. Het land heeft wat met staatsgrepen. In de 194 jaar van haar bestaan vonden er niet minder dan 188 coups plaats. Met deze laatste erbij dus 189. Het ging er vaak hardhandig aan toe. Zo bijvoorbeeld met president kolonel Gualberto Villarroel die in 1946  op de Plaza Murillo van La Paz, vlak voor het palacio quemado (het ooit afgebrand presidentieel paleis) door een woedende menigte aan een lantaarnpaal werd opgehangen. Regeringen volgden elkaar snel op: ze vielen of werden gecoupt. Generaals en kolonels kwamen vaak met onzachte hand ‘de rust herstellen’. Maar ook de straat was vaak sterker dan de staat want met mijnwerkers en hun dynamietstaven viel niet te spotten. Sterke linkse vakbonden, zoals de COB (Central  Obreras Boliviana), de mijnwerkersvakbond FSTMB en de CSUTCB van de campesinos hadden een zeer grote mobilisatiekracht. Boliviaanse presidenten bleven doorgaans niet lang aan de macht. De hoogste score van een presidentskandidaat sinds het revolutiejaar 1952, was 35 procent.

Morales en Linera

Met Evo Morales werd dat anders. Einde 2005 werd hij met 53 procent van de stemmen tot president verkozen. Niemand deed tot op dat ogenblik ooit beter in Bolivia. Evo Morales was een product van de straat, van de nieuwe sociale bewegingen (inheemsen, cocaleros, milieu- en vrouwenbeweging) die van onderuit en tegen de traditionele partijen in de staatsmacht wisten te veroveren. Zijn inheems profiel – hij komt uit een arm mijnwerkersgezin dat bij gebrek aan werk afzakte naar de vruchtbare Chaparéstreek waar hij vakbondsleider van de cocatelers werd – en zeker ook zijn sociaaleconomisch beleid maakte deel uit van de linkse golf – niet dieprood maar eerder roze – die rond de eeuwwisseling in Zuid-Amerika ontstond. Naast hem stond Álvaro García Linera, een academische theoreticus, naast politicus ook socioloog, die de ideologische krijtlijnen van de nieuwe Boliviaanse politiek zou gaan uitzetten. Samen vormden zij, de inheemse vakbondsman en de linkse, blanke academicus een sterk en complementair team in een land waar de raciale spanningen – de meerderheid van de bevolking is van inheemse oorsprong, vooral Quechua’s en Aymara’s – sterk aanwezig waren en nog steeds zijn.

Bolivia behoorde dus tot de postneoliberale regimes die de bladzijde van de neoliberalisme waaronder het continent sedert 1980 gebukt ging, wilde omdraaien. Er werd voorrang verleend aan de strijd tegen de armoede en aan toegang tot de openbare diensten (vooral dan op het vlak van gezondheid en onderwijs). Dat vertaalde zich in een terugkeer van de staat – door middel van renationalisaties – en het ontplooien van diplomatieke betrekkingen, zowel regionaal als mondiaal in de vorm van een samenwerking Zuid-Zuid, maar ook in het benadrukken van de nationale soevereiniteit.

Mooi palmares

Evo Morales en zijn MAS-partij kunnen een mooi palmares met sociaal-economische verwezenlijkingen voorleggen. Economische indicatoren wijzen op een verlaging van de werkloosheid en een vermindering van de armoede, maar ook op een verbetering van de gezondheidzorg en het onderwijs. Tussen 2005 en 2010 is de extreme armoede teruggevallen van 38 op 25 procent en de werkloosheidscijfers van 8,5 op 4 procent. Het UNDP berekende dat Bolivia het topland in Latijns-Amerika is om middelen over te hevelen naar het armste deel van zijn bevolking, met name 2, 25 procent van het bnp. Die herverdeling via de overheid gebeurt via het toekennen van bonos (toeslagen) aan de zwakkere groepen in de samenleving. Zo kunnen gezinnen vandaag een kinderbijslag krijgen (de zogenaamde bono Juancito Pinto voor lagere schoolleerlingen) van ongeveer 45 dollar. Alleenstaande moeders (de zogenaamde bono Juanita Azurday) ontvangen een bedrag dat kan oplopen tot 260 dollar voor vrouwen die in het ziekenhuis bevallen en geregeld op dokterscontrole komen. De renta dignidad  is het begin van een pensioentje voor de ouderen. De overheid betaalt per jaar 2400 bolivianos (ongeveer 340 dollar) aan 58-plussers die geen pensioen hebben en 1800 bolivianos (ongeveer 257 dollar) voor hen die wel een pensioentje hebben. Het Boliviaanse pensioenstelsel is intussen genationaliseerd en uitgebreid naar de drie miljoen mensen – 60 procent van de werkende bevolking – die werken in de informele sector, zoals straatverkopers en buschauffeurs. ‘We creëren een pensioensysteem dat niemand uitsluit,’ zei Evo Morales. De populariteit van Evo Morales en zijn regering was in die jaren enorm, want tijdens de verkiezingen van einde december 2009 deed Evo Morales het nóg veel beter. Hij kreeg niet minder dan 63 procent van de stemmen achter zijn naam en in 2014 behaalde hij weer een monsterscore van 61 procent.

Groeicijfers

De sociaaleconomische verwezenlijkingen bleven in stijgende lijn gaan. Zo was er tussen 2006 en 2018, de grootste regeringsperiode van Evo Morales, een jaarlijkse groei van het bnp met gemiddeld 4, 9 procent, waardoor het land de hoogste groeicijfers heeft in de regio. Dat betekent, anders gezegd, een verviervoudiging van het economisch volume van het land. Bolivia is nu in staat om drie kwart van haar overheidsinvesteringen te bekostigen met binnenlandse geldmiddelen. Ondanks de forse overheidsuitgaven van de voorbije veertien jaar blijft de overheidsschuld beperkt tot 23,6 procent van het bnp. De inflatie bleef beperkt tot nauwelijks één procent op jaarbasis.

Die gunstige sociaaleconomische cijfers pasten in de politiek die vicepresident Álvaro García Linera het ‘Andino-Amazone kapitalisme’ noemt, maar dan een kapitalisme waarin de principes van het communautaire samenleven van de Andes- en Amazone tradities, het buen vivir en de sociale en solidaire economie zeer sterk aanwezig zijn. Een sterke staat – in de periode-Morales hebben er veel renationaliseringen plaats gevonden – en een extractivistische economische politiek volgens een neo-ontwikkelingslogica zijn de twee belangrijkste motoren van dat ‘Andino-Amazone kapitalisme’. Volgens Álvaro García Linera ging Bolivia door een noodzakelijke overgangsfase van verhoogde productie en ontginning waarin Madre Tierra, moeder natuur, niet altijd even vriendelijk behandeld wordt, maar het pragmatische antwoord daarop van hem en andere linkse neo-extractivisten zoals Lula destijds laat zich samenvatten als: ‘Men kan geen omelet maken zonder eieren te breken.’

Een eerste nederlaag

Een van de grote verwezenlijkingen van Morales’ regeringsperiodes was het opstellen en uitvaardigen van een gloednieuwe constituante om het nieuwe Bolivia vorm te geven. In  artikel 168 van die nieuwe grondwet staat echter uitdrukkelijk dat een president en zijn vice maximum twee termijnen van vijf jaar na elkaar mogen uitoefenen. Hoewel Morales al vanaf einde 2006 aan de macht is, telde de eerste periode (2006-2009) volgens het Constitutionele Hof niet mee omdat het land in 2009 een nieuwe grondwet kreeg en omgedoopt werd tot een ‘plurinationale staat’. Door dat bewuste artikel 168 werd het echter onmogelijk gemaakt dat  Evo Morales en zijn vicepresident Álvaro García Linera nog eens zouden verkozen worden. Beide heren probeerden er alles aan te doen om toch nog een termijnverlenging mogelijk te maken. Op 21 februari 2016 vroegen zij via een referendum aan de Boliviaanse kiezers of zij konden instemmen met een overschrijding van de twee mandaatstermijnen. Aan een journalist van El País die met Morales meereed naar de Chaparé, de regio rond Cochabamba waar hij woont en zijn stem moest uitbrengen, vertelde de president dat hij erom verzocht werd door de sociale bewegingen. ‘Het is nodig om de productiecapaciteit van het land te vergroten om de ‘agenda patriótica 2020-2025’ te kunnen uitvoeren. Daarvoor hebben we u nodig’, zeiden vertegenwoordigers van sociale bewegingen me. Hun oorspronkelijk voorstel was om de grondwet zo te veranderen dat de president voor onbepaalde duur zou kunnen herkozen worden. Álvaro García Linera en ik besloten dat 2025 de limiet zou zijn.’

De twee bewindslieden kregen echter het deksel op de neus want het electoraal tribunaal telde 51, 31 procent neen-stemmers. Een nipte en waarschijnlijk onverwachte nederlaag voor de regeringsploeg, die voor het eerst sinds haar aantreden tijdens een verkiezing geen meerderheid behaalde. In eerste instantie zei Morales dat hij dan afzag van aanspraken op een vierde mandaat, maar in de herfst van 2017 stapten enkele leden van zijn partij MAS (Movimiento Al Socialismo, Beweging naar het Socialisme) met de zaak naar het Grondwettelijk Hof om zijn herverkiezing alsnog mogelijk te maken. Dat Hof besliste op 28 november 2017 in het voordeel van de president. Morales en Álvaro García Linares mochten zich dus bij de verkiezingen in 2019 opnieuw kandidaat stellen als president en vicepresident voor een nieuwe en laatste termijn van 2020 tot en met 2025.

Groeiende kritiek

 Die uitspraak van het Hof veroorzaakte al dadelijk heel wat deining in het land. Zoals te verwachten viel kwam er vanuit de toenmalige oppositie scherpe kritiek op de beslissing. Zo sprak de toenmalige oppositieleider Samuel Doria Medina van het Nationaal Verenigd Front (UN) van een ‘staatsgreep tegen de democratie’. Maar ook van de politieke linkerzijde en van het maatschappelijk middenveld volgden zeer scherpe reacties. De inheemse politicus Felix Patzi, eens een fervente MAS-medestander en minister in de regering-Morales, veroordeelde in strenge bewoordingen deze beslissing die volgens hem de installatie betekende van een ‘plebiscitaire dictatuur’, waardoor de regering met de stem van het volk kon doen wat ze wilde. Hiermee verwees Felix Patzi naar de verkiezingen van de rechtelijke macht die op zondag drie december 2017 werden gehouden. Meer dan 6,4 miljoen Bolivianen moesten die dag hun stem uitbrengen voor de samenstelling van  het Opperste Gerechtshof, het Constitutioneel en Plurinationaal Tribunaal, de Raad van Magistraten en het Agro-Milieu Tribunaal.

Rafael Puente, een van de opstellers van de nieuwe grondwet, verweet Morales dat door die uitspraak van het Grondwettelijk Hof de constituante tot een vodje papier werd gedegradeerd en riep daarom president Morales op om tot de realiteit terug te keren en zich los te maken van de zuigkracht van de macht. Ook de machtige vakbondskoepel COB (Central Obrera Boliviana) liet zich niet onbetuigd en verwierp de uitspraak van het Hof in ferme bewoordingen. De scherpste kritiek kwam echter van groepen van onderuit zoals onder meer van Somos Sur, een basisgroep die niet alleen de verkrachting van de grondwet aanklaagde, maar er ook fijntjes op wees dat dit gebeurde door een inheemse die daardoor het principe verraadde van de verplichte rotatie van het bestuur, zoals die bestaat in de inheemse Andesgemeenschappen. Dadelijk na de bekendmaking van de uitspraak van het Hof braken er in Santa Cruz de la Sierra, de grootste stad van Bolivia,  – en even later ook in Cochabamba – spontaan straatprotesten uit die ook gericht waren tegen het plaatselijke burgercomité dat volgens hen te weinig combattief  reageerde.

De MAS-partij realiseerde zich dat er in hun rangen geen andere even charismatische kandidaat  was om Morales te vervangen en besloot dan maar het resultaat van het referendum te betwisten door in beroep te gaan bij het Hooggerechtshof, wiens rechters – benoemd door de president zelf – uiteindelijk in zijn voordeel oordeelden en de constitutionele termijnen afschaften.

Fout van Morales? 

Dit was een beslissend moment in de politieke carrière van Morales. Hij had besloten tegen de wil van zijn eigen volk in te gaan en tegen de geest van de nieuwe grondwet die hij zelf had verdedigd. Het bleek zijn grootste fout te worden: het gaf zijn tegenstanders – de rechtse politieke oppositie en de blanke economische elites van Bolivia – de gelegenheid om zijn morele autoriteit en politieke legitimiteit ernstig te betwisten. ‘Als hij dat referendum zou hebben gerespecteerd, zou hij zijn derde termijn als waarschijnlijk de beste president in Bolivia hebben beëindigd,’ zei Pablo Solon, ex-medewerker van Evo Morales en nadien één van de grootste critici. Deze beslissing zal ongetwijfeld mee de verkiezingen van 2019 en de perikelen daar rond beïnvloed  hebben.

Gelijktijdig met deze ontwikkelingen werd een aanzienlijk deel van Chiquitania – een tropisch gebied in de buurt van Santa Cruz – verwoest door een aantal bosbranden. Sommige inheemse groepen schreven deze ramp toe aan een presidentieel decreet (Decreto Supremo 3973) dat Morales had uitgevaardigd om gecontroleerde bosbranden in de regio toe te staan, waarbij de agrarische elite van Santa Cruz werd bevoordeeld door nieuw land vrij te maken voor teelt. Deze extractivistische maatregel, waarover verder meer, zorgde verder voor veel onvrede bij inheemsen en milieubewegingen.

Afkalvende steun

Er zat dus behoorlijk wat sleet op een regering, die alleen aan de macht is kunnen komen met behulp van de nieuwe sociale bewegingen waarvan Morales als inheemse en cocalero zelf een exponent was. Aanvankelijk werd de nieuwe president en zijn gedurfde politiek ondersteund door die sociale organisaties, – op macro economisch gebied ging Bolivia zoals gezegd  in het voorbije decennium er fel op vooruit – maar gaandeweg begonnen de conflicten over de extractivistische regeringspolitiek zich op te stapelen vooral dan met de inheemse en milieubewegingen die gesteund werden door bepaalde ngo’s.

Tot dan toe kon Morales, naast de cocaleros, ook op steun rekenen van de COB maar volgens de laatste kritische uitspraken van deze vakbondskoepel is dat intussen ook lang niet meer zo zeker. Een aantal lastige dossiers waaronder het aanleggen van een brede autoweg van het oosten naar het westen door het inheemse TIPNIS-gebied sleept al jaren aan en zorgt nog steeds voor fel verzet. Milieuorganisaties en inheemse groepen lieten steeds meer kritiek horen op een beleid met twee gezichten dat aan de ene kant Moeder Aarde verdedigde, maar tegelijk aan intensieve bodemexploitatie bleef doen. Dat bleek de fundamentele kritiek te zijn van onderuit tegen het beleid van Morales en tegen de agenda patriótica 2020-2025 die doordrenkt is van dat extractivisme.

Kritiek op extractivisme

Wat betekent extractivismo nu precies? In de lijn van het werk van de Uruguayaanse onderzoeker Eduardo Gudynas kan het worden beschouwd als een manier van accumuleren, gebaseerd op de overexploitatie van natuurlijke rijkdommen, niet of weinig getransformeerd, en voornamelijk bestemd voor de export. In die betekenis omvat het begrip zowel mijnextractivisme, als ook de productie van petroleum en de monocultuur van soja. Dat model als traditionele grondstoffenexporteur past in de historische ontwikkeling van Latijns-Amerika en is in landen als Bolivia alleen maar in een nieuw ‘progressistisch’ kleedje gestoken. Dat is, zeer kort samengevat, de stelling van de Belgische politicoloog Frédéric Thomas die in een nummer van het Centre Tricontinental uit Louvain-la-Neuve een uitstekende analyse maakte van het extractivisme onder de titel Fin de cycle, fin de partie? Bilan du virage à gauche latino-américain.[ii]

Al die kritiek op het extractivisme was niet naar de zin van de regering-Morales die via een doorgedreven renationalisatie en centralisatie haar sociale herverdelingspolitiek probeerde door te voeren. Ondanks een derde verkiezingsoverwinning liet een deel van de nieuwe sociale bewegingen die Morales in 2006 aan de macht geholpen heeft, een kritische stem horen. De Boliviaanse werd daar zenuwachtig van en probeerde die kritiek te pareren en niet altijd op een erg fraaie manier. Veel televisiekanalen die in het verleden kritisch waren in verband met maatregelen van Evo Morales en zijn partij hebben de afgelopen jaren hun toon aangepast en worden dan ook rijk voorzien van overheidspubliciteit. De staat en het maatschappelijke middenveld leefden niet langer op vriendschappelijke voet.

Verkiezingen met coupstaartje

Ja, er zat dus sleet op Morales en zijn regeringen, maar toch bleef hij de grootste kanshebber om zichzelf op te volgen na 20 oktober. Niemand in eigen gelederen beschikte immers over het charismagehalte van Evo, die de held bleef van vele inheemse, gewone Bolivianen. In die zin is de verkiezingsuitslag van 20 oktober helemaal niet slecht geweest voor Morales. Bijna de helft van de Boliviaanse bevolking heeft op die datum nog maar eens voor Evo Morales gestemd.

Maar toen kwam die nacht na de verkiezingen. Nadat 83 procent van de stemmen voorlopig geteld waren, had  Morales een voorsprong van 7 procent (45 procent tegen 38 procent) op zijn directe tegenstander, Carlos Mesa van Comunidad Ciudadana – ex-journalist en voormalig president – en gezien in de grondwet staat dat wanneer een kandidaat geen volstrekt meerderheid haalde hij/zij toch rechtstreeks verkozen is wanneer hij/zij tien procent meer haalt dan de tweede kandidaat, wees alles op dat ogenblik een tweede ronde. Maar toen gebeurde het onverwachte: de overdracht van de verkiezingsresultaten werd ineens 24 uur gestopt. Toen de communicatie werd hervat, bedroeg het aantal stemmen voor Morales  47, 07 procent tegen 36, 51 procent voor zijn tegenstander Carlos Mesa, Mesa. Dat was precies het resultaat – tien procent verschil – dat Morales nodig had om een ​​regelrechte overwinning in de eerste ronde te behalen, maar dan met de hakken over de sloot. Daarvoor zouden volgens de overheidsversie vooral de ontbrekende stemmen van de ver afgelegen plattelandsbewoners gezorgd hebben. Iedereen in Bolivia weet trouwens dat de aanhang van Morales daar bijzonder groot is. Bij het bekend maken van die onverwachte wending na de periode van radiostilte bij het meedelen van de verkiezingsuitslagen zat het spel op de wagen. ‘Fraude’ riep de oppositie en ze werden al snel bijgetreden door de OAS (Organisatie van Amerikaanse Staten) en door een verwoed twitterende Trump. Het doel (een linkse regering doen vallen) heiligt alle middelen

Niemand had verwacht dat er zo’n groot verzet zou losgekomen zijn, maar vanaf dat moment is het snel gegaan en is de kanteling van de macht begonnen. Presidentskandidaat Carlos Mesa aanvaardde de uitslag van de verkiezingen niet, maar het was vooral de straat die in beweging kwam en niet op een zachte manier. Daarin dook een nieuwe naam op: Camacho, ‘el macho’, leider van een Jeugdbond uit Santa Cruz, een echte Bolsonaro-figuur, trad op de voorgrond. Hij is een fascistische, ultraconservatieve christen die doet alsof hij in naam van het Boliviaanse volk spreekt, hoewel niemand hem heeft gekozen. Hij werd gezien met de Bijbel in de hand bij het presidentiële paleis kort nadat Evo was verdreven terwijl zijn aanhangers buiten de wiphala verbrandden, de vlag van de inheemse volkeren van de Andes. Zijn bendes dienden als stoottroepen voor de coup. Zij waren het die politici van de MAS van Morales aanvielen, in elkaar sloegen, hun huizen vernielden en/of in brand staken. Ook de privé-woning van Morales en van zijn zuster in Cochabamba werden door hen vernield. Tegelijkertijd werden leden, afgevaardigden, aanhangers en burgemeesters van de MAS op straat aangevallen door oppositiebendes, net als in Venezuela. De aanval  op de vrouwelijke MAS- burgemeester van Vinto, Patricia Arce, was verreweg de meest wrede en verontrustende actie. Gemaskerde aanvallers sloegen haar, knipten haar haren af, schilderden haar vol rode verf en dwongen haar op blote voeten door de straten van de stad te marcheren. De oppositie veroverde de straten van de grote steden La Paz en Santa Cruz de la Sierra en toonde zich veel combattiever dan de aanhangers van Evo die in de veertien jaar van Morales-regeringen veel van hun mobilisatiekracht waren kwijtgespeeld. De machtsfactor was op die tijd verschoven van de sociale bewegingen naar het staatsapparaat van waaruit op een bureaucratische en vaak ook cliëntelistische manier het proceso de cambio, het maatschappelijk veranderingsproces, werd aangestuurd.

In dit klimaat van geweld en politieke onzekerheid muitte de politie uiteindelijk en een deel ervan koos de zijde van de demonstranten. Morales stemde uiteindelijk in om nieuwe verkiezingen te houden, maar toen, op 10 november, ‘suggereerde’ de opperbevelhebber, generaal Williams Kaliman, dat Morales moest aftreden als president. Doordat zijn huis werd geplunderd door demonstranten en het leger weigerde in te grijpen om de orde te herstellen of om zijn persoonlijke veiligheid te garanderen, had Morales weinig andere keus dan terug te keren naar de plek waar zijn onwaarschijnlijke machtstoename 15 jaar geleden was begonnen: de Chaparé, de cocastreek rond Cochabamba. Om verder bloedvergieten te vermijden en met toestemming van het leger vertrok Evo Morales, Álvaro Garcia Linera en enkele MAS-leden dan vanuit Cochabamba met een vliegtuig naar Mexico waar ze onderdak kregen van president Andrés Manuel López Obrador (AMLO). Bolivia was dus zonder president en al zijn rechtstreekse opvolgers uit MAS-kringen waren onder levensbedreiging tot ontslag gedwongen en/of uit de hoofdstad1 La Paz gevlucht.

Bijbel versus whipala

 In dat machtsvacuüm is dan de rechtse oppositie-senator Jeanine Añez gesprongen die zichzelf volledig ongrondwettelijk tot interim-president heeft laten benoemen. Hier zijn duidelijk raakpunten met het optreden van de rechtse Juan Guaidó in Venezuela die zichzelf uitriep tot president. Volgens de grondwet gebeurt de benoeming tot interim-president niet automatisch, maar moet ze bekrachtigd worden door de Kamer en de Senaat waarin de MAS een meerderheid heeft. Añez eerste zet in functie was belangrijk en symbolisch: ze ging het regeringspaleis binnen met de grootste Bijbel die ze kon vinden, in overeenstemming met Camacho’s eisen dat Pachamama , de naam voor Moeder Aarde, uit het paleis werd verdreven, en dat de Bijbel als symbool van de religie van de blanken, terug op zijn rechtmatige plaats belandde. In 2013 had Añez haar racistische opvattingen al openlijk getoond door te tweeten: “Ik droom van een Bolivia vrij van satanische inheemse riten. De stad is niet voor de Indianen, die in de hooglanden of de Chaco moeten blijven! ” De Bijbel verdrong de whipala, de regenboogvlag van de inheemsen, en Trump twitterde en toeterde ogenblikkelijk dat ‘de democratie hersteld was’ in Bolivia.

Een coup met vele vertakkingen

Uit het voorgaande blijkt dat in Bolivia inderdaad een staatsgreep heeft plaatsgevonden. Een coup is per definitie de ongrondwettelijke verwijdering van een zittende president voordat zijn ambtstermijn is afgelopen. De voorbeelden van zo’n operaties zijn legio in de geschiedenis en zeker in dat van dat subcontinent. Denk maar aan sergeantencoup van 1980 in Suriname, aan de Amerikaanse inval in Granada in 1983 of aan de poging tot staatsgreep in 2002 om Hugo Chávez aan de kant te zetten in Venezuela, enzovoort, en zo verder. De ambtstermijn van Evo Morales loopt tot 21 januari 2020 en dan pas kan de nieuwe president aantreden. Dat schrijft de Boliviaanse grondwet voor. Punt.

Wat deze coup bijzonder gevaarlijk maakt, is dat hij wordt ondersteund door de meest racistische en reactionaire elementen in de Boliviaanse samenleving, evenals door de Verenigde Staten.  De algemene politieke situatie in Bolivia is echter zeer complex.  De oppositie is niet monolithisch. Er zijn demonstranten van de oppositie die veel progressiever zijn. Veel inheemse groepen, maar ook vakbonden en sociale bewegingen zijn erg gedesillusioneerd geraakt door de regering van Evo en hebben zich er van afgekeerd. Het zou echter te simpel zijn om alle opposanten over dezelfde kam te scheren of te insinueren dat het allemaal een grote samenzwering is van de Verenigde Staten. Nu moet het de eerste prioriteit zijn, ongeacht de opvattingen over Morales, om te beletten dat de racistische blanke neoliberale elites van Bolivia de positieve resultaten van de sociale bewegingen van het land teniet zouden doen.

Een coup dus, ja, maar dan een met vele vertakkingen. Een staatsgreep komt immers zo maar niet uit de lucht vallen, een revolutie evenmin. De Russische revolutie ging niet alleen over ‘The ten days that shook the world’ zoals ooggetuige John Reed in zijn gelijknamige boek beschreef. De nacht na de verkiezingen in Bolivia was ook zo’n belangrijk moment, maar het was de trigger die aansloeg en een groot deel van de anti-Moralesstemmers op straat bij elkaar bracht. Een staatsgreep is meestal het gevolg van een multidimensionaal en steeds maar groeiend proces waarin de legitieme macht meer en meer erodeert. Niet één persoon, ook geen macho uit Santa Cruz de la Sierra, kon dat mechanisme zo maar im blaue hinein op gang brengen. De namen van de verantwoordelijke voor de staatsgreep dragen verschillende namen en hebben verschillende oorzaken. Alfredo Serrano Mancilla, directeur van CELAG ( Centro Estratégico Latinoamericano de Geopolítica ) zet er enkele van op een rijtje onder de titel ‘Wie zijn de verantwoordelijken voor de staatsgreep?’ [iii] Hij somt op en ik vat samen:

-Het fascistische karakter van een aantal burgercomités ,vooral in Santa  Cruz de la Sierra waar Evo Morales nooit echt welkom is geweest.

-De houding van de verliezende kandidaat Carlos Mesa die de verkiezingsuitslag dadelijk betwistte en daardoor een legitimatie bezorgde aan het verzet.

-De OAS die altijd klaar staat om een antidemocratisch destabilisatieproces te steunen

-De VS die altijd heel snel bereid is om een zelf geproclameerde rechtse kandidaat te steunen.

-De politie die op sleutelmomenten niet tussenbeide kwam om het fascistische optreden van de zogenaamde burgercomités te stoppen.

-De ambigue positie van het leger – waarschijnlijk door interne tegenstellingen – dat zich eerst afzijdig hield, maar dan toch uiteindelijk de abdicatie van de president eiste.

-Sommige kranten zoals Página Siete en de rol van de pseudo journalist Carlos Valverde die fake news verspreidde over de stand van zaken bij het tellen van de verkiezingsuitslag.

-De grote economische actoren, voornamelijk uit de regio van Santa Cruz, die zich tegen de postneoliberale politiek van de regering-Morales verzetten.

-De opportunisten die in dergelijke omstandigheden telkens opduiken, zo iemand als Jeanine Beniana Añez die minder dan 50 stemmen behaalde voor haar senatorszetels en die zich heeft laten uitroepen tot interim-president.

De factor lithium

Een factor die Alfredo Serrano Mancilla niet vermeldt, maar die zeker ook belangrijk is in de Boliviaanse context is de story van het lithium. Meer dan tachtig procent van de wereldvoorraden ligt in de zogenaamde lithiumdriehoek: het salar de Atacama in Chili, het salar del Hombre Muerto in Argentinië en het salar de Uyuni in Bolivia , dicht bij de Chileense grens, dat met zijn geschatte reserves van 5.400.000 ton er ver boven uitsteekt. Er wordt nu zelfs gesproken over een voorraad van waarschijnlijk 21 miljoen ton lithium. Het zoutmeer van Uyuni ligt in het zuiden van de Boliviaanse Andeshoogvlakte, verspreid over de departementen Potosí en Oruro. Het salar de Uyuni is een woestenij van 10.000 vierkante kilometer, een derde van België, en ligt op 3600 meter hoogte.

De energe­tische waarde van een halve kilogram lithium is gelijk aan 70.000 vaten petro­leum. Noord-Amerikaanse wetenschappers berekenden dat vanaf het jaar 2020 tien procent van alle thermonucleaire reactoren wereldwijd op lithium zullen draaien. In 2040 zouden alle reactoren uitgerust moeten zijn met lithium. Lithium wordt ook verwerkt in glas, keramiek, medicijnen én – zeer belangrijk – herlaadbare batterijen.

‘Als we de grootste voorraad van lithium in Bolivia hebben, waarom kunnen we dan niet de grootste fabriek van de sector hebben? Dat zal ons doel zijn en we gaan ervoor,’ zei Morales. Ik hoorde het hem al zeggen in 2011 tijdens een conferentie over lithium met Japan in La Paz. Bolivia kan zo’n immens project echter niet alleen aan en moet kapitaal en technologie uit het buitenland binnenhalen. Bolivia ging dus eerst bij Japan aankloppen, maar dat land trok zich na de grote tsunamiramp terug en zo is Bolivia dan uiteindelijk toch bij China uitgekomen om zich te kunnen omvormen van een grondstofexporterend naar een geïndustrialiseerd land. In 2019 tekenden Bolivia en China een akkoord voor de bouw van een fabriek om lithium baterijen te maken.- geschatte investering: 1000 miljoen dollar – waarin Bolivia 51 procent van de aandelen bezit Bolivia wordt daardoor samen met Argentinië en Chili één van de weinige lithiumproducten vervaardigende landen.

Landen als de VS kijken met grote ogen naar wat er verder met die uiterst strategische grondstof zal gebeuren nu de extractivistische politiek van Evo Morales voorlopig on hold is gezet. Misschien is de lithiumstory op de achtergrond wel de belangrijkste onzichtbare economische factor geweest die tot de staatsgreep heeft geleid.

Sociale bewegingen en linkse regeringen

En natuurlijk is er ook die andere interne factor die zeer belangrijk is en die goed moet geanalyseerd worden zeker ook door een ambitieuze linkerzijde overal ter wereld. De overgang van sociale bewegingen die zich omvormen tot een partij en zo uiteindelijk de staatsmacht grijpen, maakt hoe dan ook de casus van Bolivia zeer uitzonderlijk en boeiend, maar het blijkt dat de leuze gobernar obedeciendo – al gehoorzamend (aan het volk) regeren – lang niet altijd in de praktijk werd toegepast. De Uruguayaanse linkse intellectueel Raúl Zibechi waarschuwde nog lang vóór de staatsgreep: ‘Bolivia blijft het toneel van een strijd om de macht. Het is een interessante case omdat de regering-Morales, ondanks een indrukwekkende verkiezingsoverwinning, op dit ogenblik veel tegenwind krijgt. Dit is de paradox van vele linkse regeringen: zij sluiten de rangen om hun macht te behouden, maar zij weten niet goed om te springen met de dynamiek van de sociale bewegingen aan de basis.’[iv] Staat en straat met elkaar verzoenen is geen makkelijke klus. Terwijl ik dit schrijf vallen er tientallen doden, vooral in de grote steden Cochabamba, La Paz en Santa Cruz.

Bolivia, quo vadis?

 

 

 

[i] Walter Lotens is auteur van o.a. ‘De pijn van Pachamama, Boliviaans dagboek’ en ‘Pijnen van een Pachakuti, Bolivia onder Evo Morales’

[ii] Centre Tricontinental van 11 mei 2017 (door mij vrij vertaald op www.dewereldmorgen.be en www.uitpers.be)

[iii] Zie www.celag.org

[iv] Bolivia after the storm, Bolivia Rising, 27 maart 2011

 

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.