De verborgen kapitalist in elke arme … ?

Bron: Wikipedia
Facebooktwittergoogle_plusmail

17 oktober, elk jaar opnieuw. Plechtige woorden, een weggepinkte traan, een beklijvende getuigenis. We weten het weer. Er is armoede in deze wereld en die armoede moet weg. In 1972 beloofde Wereldbankvoorzitter McNamara al dat de extreme armoede uit de wereld moest zijn tegen … 2000. In 2000 zeiden de wereldleiders dat ze met de helft moest verminderen tegen … 2015. En in 2015 zeiden ze dan weer dan er nauwelijks 3 % mag overblijven tegen 2030. Ondertussen publiceren ze cijfers om aan te tonen dat dit ‘wellicht niet gehaald kan worden’. Te weinig groei, wordt dan gezegd …

Dat je armoede niet uitroeit met economische groei, dat die ‘trickle down’ een dagdroom is, economen mogen het ten overvloede aantonen, een andere strategie hebben de instellingen niet.

In Vlaanderen vergeet de nieuwe regering zelfs een echt armoedeplan op te stellen. Het is tenminste eerlijk,  zou je kunnen stellen. Ze doen er toch niets aan.

Zoals het decennium- en andere doelstellingen regent, zo is er ook hopen onderzoek naar waarom dat toch altijd faalt.

Het moet gezegd, met het armoede-onderzoek gaat het goed.

De Belgische dienst voor de statistiek maakte de jongste cijfers net bekend. ‘Ons gemoed lijdt onder onze financiële situatie’. Wisten we dat dan niet? Is daar onderzoek voor nodig?

Er is nu wetenschappelijk bewezen dat Belgen die geen monetair armoederisico lopen, duidelijk beter in hun vel zitten dan zij die dit wel doen. België zit daarmee in de subtop van de Europese Unie, na de Scandinavische landen.

En kijk, 14,1 % van de mensen mét een armoederisico voelt zich meestal of altijd eenzaam. Deze mensen zijn vaker neerslachtig of nerveus. Je zou van minder.

Wat heet armoede?

Er wordt al meer dan een eeuw gekibbeld over een goede armoededefinitie. Een gebrek aan inkomen? Neen, neen, zo simpel is het niet. Armoede is multi-aspectueel … je voelt je uitgesloten, je bent kwetsbaar, je bent vaker ziek, en op al die aspecten gaan zowel onderzoekers als armoede-organisaties dan werken. Je krijgt een cultuurpas, of een gratis schoolboek, of een 1-euromaaltijd.

En nog lukt het niet.

Ik denk dan, zou het kunnen dat armoede inderdaad heel gewoon een inkomenstekort is, en dat je, om dat tekort op te vangen, op diverse aspecten kan en moet werken?

Maar ook dat je, misschien in allereerste instantie, moet vermijden dat mensen arm worden. Want arm wordt je niet geboren. Je wordt arm gemaakt. Door een falende sociale bescherming, door een falend economisch systeem, door een falende overheid.

Er worden dan hele legers deskundigen aangesteld van allerlei slag om aan het eind van de rit vast te stellen dat het (weer) niet werkt.

Geef een inkomen, denk ik dan, met werk of met een uitkering. Een inkomen dat minimaal op het niveau van de armoedegrens ligt. Zo veel kost dat niet. Alles inbegrepen, nog geen vijf miljard. Maar nee, dat is ook alweer te simpel.

Ach die kinderen

Hoe groter de wanhoop, hoe dichterbij de oplosing.

Enkele karen geleden ontdekte men dat kinderen van arme mensen óók in armoede leven! Dat was een ondraaglijke gedachte. Want men kan dan altijd een zuchtje twijfel hebben over die arme die misschien wel zelf schuld had aan zijn zorgelijk bestaan, maar kinderen! Dat was nog erger dan vrouwen. Alleenstaande vrouwen wel te verstaan, het ‘menselijk gezicht van de armoede’ die door hun drukke bestaan zelfs niet langer kunnen instaan voor de reproductieve taken die de samenleving van hen verwacht.

En dan hun kinderen. Nee, niets kon hen verweten worden. Zij zijn onschuldig, het zijn per definitie goede armen, ze moéten geholpen worden.

En dus wordt nagedacht over spelletjes spelen op woensdagmiddag en tijdens vakanties, over brooddozen, over gratis schoolboeken en ga zo maar door. Dat hun mama’s en hun papa’s een inkomen of werk nodig hebben, dat weten we natuurlijk zeer goed, maar we houden er eventjes geen rekening mee. Als die papa’s en die mama’s hun best doen om het hoofd boven water te houden, dan verdienen die kinderen toch wel een appeltje tijdens de pauze?

Ondertussen blijft het armoedefabriekje voltijds draaien. Hogere prijzen voor medicijnen, minder terugbetalingen, korte periodes voor dopgeld, meer controles bij ziekte, strengere OCMW’s, enzovoort en zoverder.

Controleer even of het klopt

Ik weet niet of Esther Duflo er ook zo over dacht. Vast staat wel dat het vanuit een gevoel van frustratie was dat ze met haar man en nog een collega aan een nieuwe armoedestrategie ging werken. Want het zijn dus niet alleen de statistieken over de wereldwijde armoede die ietwat uit de losse pols worden geschud, enig strategisch rationeel denken over hoe de armoede kan opgelost worden is er evenmin bij.

Ze ging daarom met ‘Randomized Control Trials’ (CRT) werken, dit zijn groepen en testgroepen bij wie kan vastgesteld worden wat werkt en wat niet werkt. Als groep A in dorp B een bepaalde hulp krijgt, terwijl een vergelijkbare groep C in dorp D die niet krijgt, dan kan men uitvinden of de hulp effectief was of niet.

Hun ploeg werd al gauw en smalend de ‘randomistas’ genoemd en ook in dit land was er bijzonder weinig enthousiasme te vinden voor deze inderdaad wel dure methode. Esther Duflo kreeg er met haar ploeg deze week wel de ‘Nobelprijs’ voor, dit is de Prijs van de Zweedse Rijksbank voor economie. Terecht, denk ik.

Waar het deze onderzoekers om te doen is, is de rationaliteit van arme mensen te ontdekken. Waarom eten ze zo weinig? Waarom hebben ze wel allemaal een smartphone? Waarom gebruiken sommigen de moskietonetten en andere niet? Waarom is contraceptie niet altijd een goede oplossing?

De ploeg ging aanvankelijk vooral te keer tegen de hele hype van de microfinanciering. Waarom werkt dit vaker niet dan wel? Omdat in elke arme mens niet noodzakelijk een kapitalist/commerçant verborgen zit, aldus het antwoord en omdat solidariteitsoplossingen belangrijker kunnen zijn. Je moet dat wel kunnen vaststellen.

Hun ‘Poverty Action Lab’ wil vooral de vele cliché’s doorbreken die rond armoede hangen en de arme mensen zelf als bron van kennis gebruiken. Zij weten het best wat hen kan helpen en wat niet, en een behoorlijk inkomen en/of economische en sociale zekerheid is bijna altijd een deel van de oplossing.

Er is beslist ook heel wat kritiek te geven op deze armoede-aanpak. M.i. heeft armoedebestrijding ook geen enkele zin zonder een uitgewerkte visie op ontwikkeling, maar ook dat is ei zo na een vuil woord geworden. Het kan er niet om gaan enkel de levens van sommige mensen te verbeteren, als er niet ook een maatschappelijke visie en een ander economisch denken bij hoort.

Armoedebestrijding is gewoon niet mogelijk zonder universele sociale bescherming en zonder strijd tegen de grote ongelijkheid. Daar gaat de reflectie over superdiversiteit en het dekoloniseren van ons denken gewoon aan voorbij.

Het zou m.i. geen kwaad kunnen om in plaats van alles te willen meten ook weer wat onderzoek te doen naar wat armoede nu eigenlijk is.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.