Landgrabbing en pacangas

foto: C. Cagnin
Facebooktwittergoogle_plusmail

Ik ben even te gast bij de norbertijnen in Itinga, op 30 kilometer van Salvador da Bahia. Salvador ligt op een schiereiland. De Portugezen waren vanaf de 16e eeuw niet zo sterk geïnteresseerd in het achterland, maar ze wilden de zeeën in’t oog houden, tégen de Hollanders, de Engelsen en de Fransen. Een schiereiland gaf uitzicht op wat zich op de oceaan aan bewegingen voordoet. Daardoor zit de stad al lange tijd wat gevangen in gebrek aan ruimte. Itinga is zo’n uitbreiding richting vasteland. De wijk was tot voor 30 jaar amper bewoond. Nu is het overbevolkt met vooral veel mensen die van het platteland gevlucht zijn. ‘Exodo rural’ of de wereldwijde plattelandsvlucht.

Maar in Bahia is er meer aan de hand. Samen met Pará en Mato Grosso behoort het tot de meest gewelddadige deelstaten van Brazilië. We bezoeken deze voormiddag dan ook enkele organisaties die met de grondproblematiek begaan zijn: Fase, CPT (Comissão Pastoral da Terra), Ceas (Centro de estudos e ação social, ooit gesticht door de jezuiëten; nu een seculiere organisatie) en AATR (Associação de Advogados de Trabalhadores Rurais/Associatie van advocaten van plattelandsarbeiders).
Vooral die laatste groep raakt me diep. Het zijn honderd advocaten, verspreid over heel Bahia, die het opnemen voor de mensen en hun gemeenschappen die verjaagd worden, bedreigd en vermoord door fazendeiros. Hun werk wordt gefinancierd door Misereor, het Duitse Broederlijk Delen. Chapeau! Ik ken al jaren de term ‘grileiros’, zij die gronddocumenten vervalsen, maar nu wordt het ineens akelig concreet. Je waant je in de 16e of 19e eeuw, maar nee, we zijn in de 21ste eeuw, anno 2019!

Grilagem in dienst van koeien, soja, suikerriet, katoen

Ik heb de plicht hier wat dieper op in te gaan. Als er aan de andere kant van de oceaan over ‘maatschappelijk verantwoorde soja’, laat staan ‘duurzame soja’ gesproken wordt, dan horen we zelden of nooit iets over het alomtegenwoordige geweld, de grondconcentratie en het illegaal verwerven van gronden. Advocaat Felipe Estrela vertelt me over Formosa do Rio Preto, een ‘condomínio’ van 400.000 hectare in het Westen van Bahia. Het is een ‘samenwerkend genootschap’ van enkele mensen die in het verre São Paulo en Rio de Janeiro wonen. Hoe ze aan die grond geraakt zijn, is me niet meteen duidelijk, maar Felipe geeft me een onthutsend boek met 9 concrete gevallen van grileren/ landgrabbing.

Het eerste geval is één van de strafste: ‘De fazenda van Christus Koning’. Of hoe Christus misbruikt wordt om zelf koning van een regio te worden. In 2013 vraagt Rildo Mendes de Carvalho een oudere vrouw om een stukje grond te verkopen. Na veel aandringen verkoopt ze 3,58 hectares. In samenwerking met een advocaat en andere bondgenoten gebeurt geen wonderbare broodvermenigvuldiging, maar een wonderbare grondvermeerdering van 3,58 hectare naar 229.867,48 hectares. Vanwaar komen die gronden dan plots? Het is de oude strategie van grileren en vervalsen van documenten, maar nu nog veel meer gesofistikeerd: doen alsof gronden van de overheid (deelstaat of Federale staat Brazilië) van jou zijn en dat officieel laten registreren. Het zijn de zogenaamde ‘terras devolutas’: lege gronden, waar niemand woont. Te vergelijken met de blanke boeren die in Zuid-Afrika ‘lege’ gebieden bezetten en opeisen. Dat er Afrikaanse volkeren woonden, was maar een verwaarloosbaar detail. Er wonen ook in dit uitgestrekte gebied van de zogezegde Christus Koning wel degelijk mensen, namelijk 46 gemeenschappen die er soms al meer dan 100 jaar verblijven. Het gaat om traditionele volkeren van Brejos de Barra: quilombolas (afstammelingen van Afrikaanse slaven), ribeirinhos (volkeren die aan de oevers van rivieren leven), fundos e fechos de pasto (mensen die hun dieren generaties na elkaar los laten lopen op gemeenschappelijke gronden; om een modewoord te gebruiken: commons).

Dankzij de ondersteuning van de advocaten van AATR werd in 2015 een proces tegen deze praktijk aangespannen. Het ziet er naar uit dat de gemeenschappen hun leven ter plekke zullen mogen verder zetten en dat de criminelen gestraft zullen worden.

Capangas?

In het Noord-Oosten leeft sterk de geschiedenis van Lampião en Maria Bonita. Ze werden cangaceiros genoemd. Zelf verstond Lampião zich als een Robin Hood, die de armen wreekte. Samen met Maria Bonita en hun leger zorgden ze jarenlang voor een schrikbewind tegen rijke fazendeiros. Ze moorden, onthoofden en stelden de hoofden van hun slachtoffers ten toon. Maria Bonita spreekt tot de verbeelding, daar zij geen geweer, maar een groot mes gebruikte. Speciaal is dat je nu haar spook nog veel ziet opduiken, bv. als naam van een restaurant.

De capangas zijn het omgekeerde van de cangaceiros. Het is een synoniem van de pistoleiros, mannen met een pistool, die je als fazendeiro kan inhuren om hen te beschermen en dus om te moorden. Er is een klein nuanceverschil: een capanga is permanent in dienst van de grootgrondbezitter. Toen de Sulistas (de ‘boeren’ van Zuid-Brazilië) met hun soja noordwaarts trokken, waren de Pernambucanos (Capangas van Pernambuco met Recife als hoofdstad) berucht in hun ‘bescherming’ van de ‘grootgrondinpikkers’. Tégen de oorspronkelijke, opgejaagde bevolking in.

De slachtoffers van het boven geschetste voorbeeld van flagrante grilagem hebben het geluk dat ze ondersteund worden door advocaten, die het goed voor hebben. Toch worden ook zij en vele anderen onder druk gezet en moeten ze het volhouden in een permanente sfeer van terreur. De advocaten zelf worden ook meermaals met de dood bedreigd en soms effectief vermoord. De inheemse volkeren maken dag aan dag hetzelfde mee. Volg daarvoor het Polarproject.

Universiteiten aan de kant van de slachtoffers

‘s Namiddags houden we een ‘roda de conversa’(gespreksronde) in de Federale Universiteit van Salvador da Bahia. Het zijn de geografen die me uitnodigen. Ze houden – terecht – meer van een gespreksronde, na een korte inleiding van de genodigde dan wel van eenrichtingsverkeer met een toespraak door de gringo. Dynamiek in de zaal is alleszins verzekerd.

Nadien met de nachtbus naar Recife voor een tweedaags Internationaal Symposium over voeding en duurzaamheid. Het symposium wordt daags nadien verder gezet in de Federale Universiteit van Paraiba, in João Pessoa. Telkens opnieuw is het hartverwarmend om te zien en te voelen hoe deze universiteiten verbonden zijn met de strijd van de diverse volkeren, die Brazilië rijk is. Een ivoren toren is hen onbekend.

Zou het kunnen dat onze Europese universiteiten op het vlak van engagement en verbondenheid met de rauwe realiteit nog heel wat kunnen leren? Niet toevallig heet het programma van de universiteit van Pernambuco dat me interviewt ‘realidades’… Realiteiten tussen wanhoop en hoop, voorbij goedkoop optimisme.

Luc Vankrunkelsven, João Pessoa, 27 september 2019