Evo Morales: vier op een rij?

(Foto: CELAG (Centro Estratégico Latinoamericano de Geopolítica))
Facebooktwittergoogle_plusmail

Postneoliberalisme versus neoliberalisme

De Boliviaanse verkiezingen gaan niet alleen over een vierde verkiezingstermijn voor Evo Morales, maar ook en vooral over een postneoliberaal regime dat zijn neo- extractivistische politiek wil verder zetten en ter rechterzijde belaagd wordt door neoliberale vertegenwoordigers en ter linkerzijde, vaak van inheemse oorsprong, ook fel bekritiseerd wordt om die politiek. 

 Eerste of tweede ronde?

Op 20 oktober gaan ongeveer zeven miljoen Bolivianen naar de stembus om hun nieuwe president en vicepresident  te verkiezen voor de periode 2020-2025. Tevens worden er 166 volksvertegenwoordigers (130 plus 36 senatoren) verkozen voor de plurinationale staat, want dat is Bolivia geworden sinds de nieuwe grondwet van 2009.

De kans dat Evo Morales voor een vierde keer Boliviaanse president wordt, is volgens de laatste prognoses reëel, maar helemaal nog niet zeker. Opiniepeilingen van begin september geven aan dat hij 34 procent van de stemmen behaalt. Dat zou dan merkelijk minder zijn dan met vorige resultaten: in 2005, bij zijn eerste verkiezing, behaalde hij 54 procent van de stemmen, in 2009 64 procent en in 2014 61 procent. Het hoogtepunt van Morales’ populariteit lijkt dus achter de rug, maar hij en de MAS (Movimiento Al Socialismo) blijven hoe dan ook incontournable en de grootste kanshebber om het programma Agenda Patriótica del Bicentenario 20-25Bolivia werd in 1825 opgericht – te realiseren. Zijn grootste tegenstander is Carlos Mesa die de Comunidad Ciudadana (CC) aanvoert en goed zou zijn voor 27 procent van de stemmen. Carlos Mesa, ex-journalist en even president in het begin van de eeuw na de vlucht van Goni Sánchez de Lozada, wil opnieuw een – eerder gematigd – liberaal programma invoeren, terwijl de industrieel Oscar Ortiz van Bolivia dice no (BDN) die voorstander is van een radicaal neoliberaal beleid op 13 procent zou stranden. Kandidaten van andere partijen, ook het Movimiento Tercer Sistema (MTS) van Félix Patzi, voormalige inheemse medestander van Morales, komen niet boven de twee procent uit. Deze cijfers berusten op de sterk uiteenlopende resultaten van opiniepeilingen – in sommige peilingen haalt Evo Morales veel meer stemmen! – en bovendien kunnen de 22 procent onbesliste kiezers natuurlijk nog voor verrassingen zorgen in de eerste ronde. Wanneer een kandidaat in de eerste ronde 50 procent van de stemmen achter zijn naam krijgt of wanneer die kandidaat meer dan veertig procent van de stemmen haalt en tevens een voorsprong heeft van meer dan 10 procent op de tweede kandidaat, komt er geen tweede ronde. Het zal dus nog spannend worden voor Evo Morales, want op dit ogenblik lijken geen van de twee mogelijkheden  in vervulling te zullen gaan. Als dat op 20 oktober niet gebeurt dan komt er een tweede ronde en die ziet er volgens de prognoses niet goed uit voor Evo Morales, want dan zou door het hergroeperen van de stemmen, Carlos Mesa wel eens aan het langste eind kunnen trekken.

Gered door Grondwettelijk Hof

En er is meer: het is maar op de valreep dat Evo Morales heeft mogen deelnemen aan deze verkiezingen. In 2017 werd er een referendum gehouden om de grondwet zo te veranderen dat een vierde ambtstermijn voor Evo Morales mogelijk werd. 51 procent van de bevolking stemde tegen. In eerste instantie zei Morales dat hij dan afzag van aanspraken op een vierde mandaat, maar in de herfst van 2017 stapten enkele leden van zijn partij MAS met de zaak naar het Grondwettelijk Hof om zijn herverkiezing alsnog mogelijk te maken. Dat Hof besliste op 28 november 2017 in het voordeel van de president. Morales en zijn vicepresident en ideologische spreekbuis, Álvaro García Linares, mochten zich dus bij de verkiezingen in 2019 opnieuw kandidaat stellen als president en vicepresident voor een nieuwe termijn van 2020 tot en met 2025. En zo geschiedde.

Bolivia als linkse overblijver

Mocht Morales herkozen worden dan is hij waarschijnlijk in 2025 de enige president in Latijns-Amerika van een postneoliberaal regime. Inderdaad, toen Morales einde 2005 de macht veroverde, kwam hij met zijn inheemse trekken in het wereldnieuws en versterkte hij de ‘ruk naar links’ die toen op het continent plaatsvond. In het aan de gang zijnde decennium is de golf van linkse regeringen, in 1999 gestart met het aan de macht komen van Hugo Chávez in Venezuela, gevolgd in 2003 door Lula in Brazilië en Ernesto Kirchner in Argentinië, dan, in chronologische volgorde, door Vasquez in Uruguay (2004), Morales in Bolivia (2006) en Correa in Ecuador (2007), dood gebloed en blijft alleen nog maar Bolivia en in mindere mate Ecuador over. Ik kijk naar een oude foto van de verzamelde linkse presidenten, getrokken op 9 december 2007 bij de oprichting van de Banco del Sur in Argentinië. Centraal staan Ernesto Kirchner en zijn vrouw Cristina Fernández, de latere Argentijnse president, verder nog Rafael Correa, Evo Morales,  Lula en Hugo Chávez. Twee zijn er al overleden, één zit in de gevangenis en de anderen zijn niet langer president. Alleen Evo Morales is en kan nog aan de macht blijven.

Deze postneoliberale regimes hebben geprobeerd de bladzijde van de neoliberalisme om te draaien waaronder het continent sedert 1980 gebukt ging. Er werd voorrang verleend aan de strijd tegen de armoede en aan toegang tot de openbare diensten (vooral dan op het vlak van gezondheid en onderwijs). Dat vertaalde zich in een terugkeer van de staat – door middel van renationalisaties – en het ontplooien van diplomatieke betrekkingen, zowel regionaal als mondiaal in de vorm van een samenwerking Zuid-Zuid, maar ook in het benadrukken van de nationale soevereiniteit.

Extractivisme

De economische politiek van die landen werd gekenmerkt door wat de Uruguayaanse sociaal-ecoloog Eduardo Gudynas het neo extractivismo noemt. Het is in zijn definitie een manier van accumuleren, gebaseerd op de overexploitatie van natuurlijke rijkdommen, niet of weinig getransformeerd, en voornamelijk bestemd voor de export. In die betekenis omvat het begrip zowel mijnextractivisme, als ook de productie van petroleum en de monocultuur van soja. Eduardo Gudynas noemt extractivisme het ontginnen van natuurlijke rijkdommen op grote schaal, specifiek gericht op de globale markt. Door de hoge vraag naar mineralen, grondstoffen en landbouwproducten is deze politiek in Latijns-Amerika een economisch succes geworden, maar intussen is de grote vraag naar allerhande grondstoffen afgenomen. Dat model van traditionele grondstoffenexporteur past in de historische ontwikkeling van Latijns-Amerika. Daarom spreekt Gudynas ook van neo extractivismo: het is extractivisme alleen maar in een nieuw ‘progressistisch’ kleedje gestoken. De exploitatie van de lithiumvoorraden in de salar de Uyuni, de grootscheepse gasexploitaties in het Oosten van het land en het aanleggen van pipelines, de lancering van de eerste Boliviaanse satelliet Túpac Katari, de bouw van een aantal stuwdammen op de Rio Madera, het aanleggen van een nieuwe verbindingsweg die door een natuur- en inheems gebied loopt, zijn maar enkele voorbeelden van wat Eduardo Gudynas, die voor het  Centro Latino Americano de Ecología Social (CLAES) werkt,, ‘neo-extractivismo’ of een vorm van Keynesiaans neoliberalisme noemt.

Ook Naomi Klein is geen voorstander van dat extractivisme. In haar boek ‘No time’ stelt zij dat extractivisme een economische benadering is die leidt tot een niet-wederkerige, op overheersing gerichte relatie met de aarde, een relatie van alleen maar nemen. In Bolivia, maar ook in Ecuador hebben linkse regeringen van de economische groei en stabiliteit een niet onbegrijpelijke prioriteit gemaakt.

Álvaro García Linera verdedigt die handelwijze: ‘We moeten een industriële basis creëren om duurzame rijkdommen te genereren om de levensomstandigheden van de arbeiders te verbeteren in de stad en op het platteland. Het gaat over ‘het humaniseren van de natuur en het naturaliseren van de mens’. Dat is de betekenis van ons project: wij gebruiken de wetenschap, de technologie en de industrie om te kunnen produceren – hoe moeten wij anders wegen aanleggen, verzorgingscentra en scholen oprichten die onze samenleving nodig heeft? – met behoud van de natuur zowel voor ons als voor de volgende generaties.’[i] Volgens Álvaro García Linera die naast politicus ook socioloog is, blijft Bolivia in de postneoliberale fase van dit ogenblik kapitalistisch in de marxistische betekenis van het woord, maar toch niet helemaal. Die eigen vorm van plaatselijk kapitalisme noemt Linera het ‘Andino-Amazone kapitalisme’ waarin het communautaire, het buen vivir en de sociale en solidaire economie een zeer belangrijke rol spelen.

Interne spanningen

De regering-Morales is niet gespaard gebleven van kritiek op haar extractivistische economische politiek en dat heeft geleid tot interne spanningen met de inheemse beweging en natuurbeschermers die zich in de voorbije jaren hebben afgekeerd van dat beleid. Pablo Solon, eens, zoals Félix Patzi, bondgenoot van Evo Morales, was tussen 2009 en 2011 Boliviaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, maar is sindsdien een forse criticus van het Morales-regime. Hij verwijt de regering een dubbelzinnige houding: ‘Als de regering het belang van inheemse rechten en van de natuur benadrukt, moet ze dat ook in de praktijk omzetten. Die dubbelzinnige houding van de Boliviaanse regering zien we ook nog op andere terreinen. Wij hebben gevochten tegen genetische manipulatie van gewassen, maar nu is er een wet gestemd die de deur openlaat voor genetische manipulatie. Sommige historische tendensen waarmee wij opgezadeld zaten zoals het caudillismo (nvdr: personencultus van de leider) mogen zich niet meer herhalen indien wij het veranderingsproces in Bolivia ernstig willen nemen. In onze zoektocht naar een nieuwe maatschappij, moeten we ons niet laten leiden door één persoon.  Het volk moet zijn eigen bevrijding  nastreven. Het zal moeilijk zijn om in Latijns-Amerika het caudillismo af te zweren, maar het zal nodig zijn om een nieuwe band met leidersfiguren te kunnen smeden.’

Ik signaleerde al in een vorige bijdrage dat de overheid not amused is met deze kritiek en dat vooral de ngo-wereld met steeds meer controle te maken krijgt. Vooral Álvaro García Linera trekt in woord en geschrift ten strijde tegen ngo’s die de winning van grondstoffen bemoeilijken. ‘Die moeten het land uit’, zei hij ferm. ‘Deze ngo’s wijden zich aan leugens, aan valse data, aan bedriegen’, zo sprak Alvaro Garcia Linera zich uit over vier grote nationale ngo’s: CEDIB, CEDLA, Fundación Tierra en Milenio die al jarenlang actief zijn in het Andesland.’ [ii] Bovendien beschuldigde hij ze van “politiek bedrijven” en dreigde hij vervolgens met het uitzetten van ngo’s die zich mengen in de politieke zaken van het land. Zo werd er onlangs een omstreden wet aangenomen over de juridische registratie van nationale ngo’s. Zij worden nu onder andere verplicht om in hun eigen statuten te vermelden dat zij volgens de ontwikkelingsplannen van de overheid zullen handelen. Als zij zich hier niet aan houden, kan hun legale juridische status ingetrokken worden zonder enige vorm van proces.

Oscar Olivera, vakbondsleider en woordvoerder van de wateroorlog van 2000 in Cochabamba, vindt de slogan van de regering-Morales  ‘besturen al gehoorzamend (aan het volk)’ maar volksverlakkerij: ‘Het volk beslist niet. De regering beslist. De rechten van de inheemsen en van Moeder Aarde, alhoewel verankerd in de grondwet, worden niet gerespecteerd. Het zijn slechts woorden.’[iii]

Sociale verwezenlijkingen

 Ondanks deze kritiek kan de regering-Morales toch ongetwijfeld sterke argumenten voorleggen om haar extractivistische politiek te verantwoorden. Om haar sociale herverdelingspolitiek verder te kunnen doorvoeren heeft zij middelen nodig en vandaar dat er grondstoffen geëxploiteerd moeten worden en als het even kan geïndustrialiseerd – zoals met de pogingen om lithium om te zetten tot de veelgevraagde lithiumbatterijen. De lijst met sociale verwezenlijkingen tijdens de verschillende Morales-regeringen is indrukwekkend en moet zeker ook vermeld worden. Dat doet de Argentijnse onderzoeker Javier Tolcachier verbonden aan het Centro de Estudios Humanistas van Córdoba. [iv] Macro economisch kan Bolivia mooie cijfers voorleggen. Tussen 2006 en 2018, de grootste regeringsperiode van Evo Morales, was er een jaarlijkse groei van het bnp met gemiddeld 4, 9 procent, waardoor het land de hoogste groeicijfers heeft in de regio. Dat betekent, anders gezegd, een verviervoudiging van het economisch volume van het land. Bolivia komt in 2005 van een bnp van iets meer dan 1000 dollar per hoofd van de bevolking naar 3589.  Bolivia is nu in staat om drie kwart van haar overheidsinvesteringen te bekostigen met binnenlandse geldmiddelen. Ondanks de forse overheidsuitgaven van de voorbije veertien jaar blijft de overheidsschuld beperkt tot 23,6 procent van het bnp. De inflatie bleef beperkt tot nauwelijks één procent op jaarbasis. Ook de cijfers op sociaal gebied ogen goed. De extreme armoede, in 2005 nog 39 procent, is in 2018 teruggedrongen tot 15, 2 procent en onder verschillende regeringen-Morales werden een batterij van sociale maatregelen getroffen (el Bono Juancito Pinto, la Renta Dignidad en el Bono Juana Azurduy) die een begin van een sociaalzekerheidssysteem zouden kunnen worden.

Postneoliberaal versus neoliberaal

Die gunstige sociaaleconomische cijfers passen in de politiek die vicepresident Álvaro García Linera het ‘Andino-Amazone kapitalisme’ noemt, maar dan een kapitalisme waarin de principes van het communautaire samenleven van de Andes- en Amazone tradities, het buen vivir en de sociale en solidaire economie zeer sterk aanwezig zijn. Een sterke staat – in de periode-Morales hebben er veel renationaliseringen plaats gevonden – en een extractivistische economische politiek zijn de twee belangrijkste motoren van dat ‘Andino-Amazone kapitalisme’. Volgens Álvaro García Linera gaat Bolivia nu door een noodzakelijke overgangsfase van verhoogde productie en ontginning waarin Madre Tierra, moeder natuur, niet altijd even vriendelijk behandeld wordt, maar het pragmatische antwoord daarop van hem en andere linkse neo-extractivisten zoals Lula destijds laat zich samenvatten als: ‘Men kan geen omelet maken zonder eieren te breken.’

Deze verkiezingen gaan dus niet alleen over een vierde verkiezingstermijn voor Evo Morales, maar ook en vooral over een postneoliberaal regime dat zijn neo- extractivistische politiek wil verder zetten en ter rechterzijde belaagd wordt door neoliberale vertegenwoordigers en ter linkerzijde, vaak van inheemse oorsprong, ook fel bekritiseerd wordt om die politiek.

[i] Le Monde Diplomatique van september 2011

[ii] Suzanne Kruijt, www.dewereldmorgen.be van 19 augustus 2015

[iii] Chris Williams and Marcela Olivera, Can Bolivia Chart a Sustainable Path Away From Capitalism? www.truth-out.org  van 28 januari 2015

[iv] Javier Tolcachier, Evo, un presidente humanista. In: ALAI van 30/09/2019

 

 

 

 

 

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.