Een stap voor het feminisme

Facebooktwittergoogle_plusmail

Het feminisme ligt weer in de markt. Nadat de neoliberalen getoeterd hadden dat vrouwen aan de macht voor betere macht zouden zorgen, dat ze tegelijk ‘het aangezicht van de armoede’ waren en dat ze het ‘algemeen belang’ zo goed dienden door zelfs hun micro-leningen af te betalen werd het een beetje mistig rond feminisme. Veel vrouwen geloofden vast in dat verhaal maar vroegen zich tegelijk af of ze als feminist nog wel een man zouden vinden. Waarvoor was dat feminisme eigenlijk nog nodig?

Echte feministen wisten wel beter. Ze keken niet enkel naar wat er aan de oppervlakte van de huidige tijd gebeurde, maar verdiepten hun analyses om het over reproductieve arbeid in het algemeen te hebben. En ze kwamen tot een wel heel ander resultaat.

Voor hen is de huidige crisis van het kapitalisme immers niet in eerste instantie economisch, maar wel een crisis van de sociale reproductie.

Sociale reproductie verwijst naar de noodzaak om mensen in leven te houden en dat werk wordt van oudsher niet betaald en toegewezen aan vrouwen, gemeenschappen en staten.

De diepere oorzaak van de crisis is altijd dezelfde: de intrinsieke drang van het kapitaal om zijn fundamenten leeg te roven, en dat zijn dus zowel de natuur en haar hulpbronnen als de niet-betaalde arbeid van vrouwen. Mocht het kapitaal gedwongen worden om de vervangingskosten van de natuur, de openbare macht en de sociale reproductie te betalen, de winst zou sterk worden aangetast (pp 11-12).

Feministen eisen nu dat de strijd in verband met de sociale reproductie hoger wordt geplaatst dan de strijd voor winst. En daarbij kan het nooit alleen maar gaan over brood, feministen strijden voor brood en rozen.

Want ‘als een samenleving tegelijkertijd de overheidssteun aan de sociale reproductie vermindert en de belangrijkste actoren daarvan in lange en slopende werkuren van laagbetaalde arbeid duwt, dan ondergraaft ze de sociale capaciteiten waar ze op steunt’ (p. 121). En precies dat is vandaag aan het gebeuren, o.m. door het afbouwen van de openbare diensten. Vandaar de crisis. Het neoliberale kapitalisme is bezig met systematisch de collectieve en individuele capaciteiten om mensen te regenereren en de sociale en economische banden in stand te houden, af te breken. De sociale reproductie wordt nu zelf als een nieuwe bron van winst ontgonnen.

Het is die analyse die de auteurs heeft aangezet om een feministisch manifest te schrijven. Want een echte oplossing voor de crisis vereist een andere sociale organisatie. Daarom wijzen ze ook het klassieke socialisme met de vinger dat enkel keek naar de loonarbeid van vrouwen. Zij willen de ‘taaie band’ tussen productie en reproductie doorbreken. Feminisme voor de 99 % breidt het concept van ‘werk’ uit naar alle vormen van reproductieve arbeid. En neemt daarmee afstand van de klassieke vrouwenstrijd die enkel het ‘glazen plafond’ wil doorbreken.

Cinzia Arruzza, Tithi Bhattarcharya en Nancy Fraser schreven daarom een nieuw manifest met 11 stellingen die elk op zich een ernstig debat vergen. Ik wil er in deze recensie niet verder op ingaan, want ieder zal voor zichzelf moeten uitmaken in hoeverre men het al dan niet eens is met deze visie. Hun uitgangspunt is hoe dan ook zeer relevant.

Het instrument van dit feministisch radicalisme is wel hetzelfde als dat van de arbeidersstrijd: de staking. Op 8 maart van dit jaar werd een eerste internationale stakingsdag georganiseerd en daarvan wil men een traditie maken.

Feminisme voor de 99 procent is een rusteloos antikapitalistisch feminisme dat nooit vrede zal nemen met gelijkwaardigheid totdat we gelijkheid hebben, nooit vrede zal nemen met wettelijke rechten totdat we gerechtigheid hebben en nooit vrede zal nemen met democratie tot individuele vrijheid is getoetst aan de vrijheid voor iedereen’ (p. 135).

Verplichte lectuur voor iedereen die het echt goed meent met vrouwen en met de mensheid.

Feminisme voor de 99 %. Een manifest
Cinzia Arruzza, Tithi Bhattarcharya, Nancy Fraser
EPO
2019
Femminismo per il 99 %. Un manifesto
Gaston Van Dyck
Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.