Pence en Pompeo winnen aan invloed

Mike Pompeo (foto commons.wikimedia.org)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Veiligheidsadviseur John Bolton is opzij gezet omwille van z’n meningsverschillen met president Trump over Noord-Korea, Iran en vooral Afghanistan. Bolton verzette zicht tot het einde  tegen de terugtrekking van de VS troepen uit dat land. En laat dat nu precies een belangrijk actiepunt zijn van verschillende conservatieve groepen, als bijvoorbeeld Americans for Prosperity, een lobbyvehikel van de familie Koch.

miljardairs

John Boltons vervanger, Robert O’Brien, is minder flamboyant en eigengereid, zeg men, en werd aangebracht door Mike Pompeo, de minister van Buitenlandse Zaken. Jared Kushner steunde ook de nieuwe benoeming. Mike Pompeo heeft een verleden als zakenman en industrieel waar z’n bedrijf Thayer Aerospace investeringssteun van Koch Venture Captial genoot. De VS wordt eigenlijk geleid door twee clans van miljardairs: president Trump en zijn entourage enerzijds, en anderzijds diegene die eerder gelinkt zijn aan de eigenaars van Koch Industries, vicepresident Mike Pence op kop, wiens stafchef Mark Short een oudgediende is van de Koch-organisatie.

Deze stafchef van de vicepresident, Marc Short, meent openlijk dat een handelsoorlog met China niet in het voordeel van de VS is, en dat president Trump beter met een akkoord met Peking naar de verkiezingen trekt dan zonder. Van hem komt ook de sussende verklaring rond Trumps eerste twitterverklaring – “the US is locked and loaded” –  na de recente aanval op de Saoedische olie-installaties. “Ik denk dat ‘locked and loaded’ wil zeggen dat we vandaag onafhankelijk staan qua energiebevoorrading. Er is geen oliecrisis zoals in de jaren 1970, het is niet zoals toen Irak Koeweit binnenviel. Vandaag zijn we een netto olie-exporteur en dus is de Amerikaanse markt veel beter beschermd.”

Er is een tijd geweest dat, naast de miljardairs, legerkringen mee vorm trachtten te geven aan het VS beleid onder Trump met (ex-)generaals op belangrijke posten als daar waren John Kelly ‘white House Chief of Staff’ (een soort eerste minister), Jim Mattis op Defensie, en Herbert McMaster als Veiligheidsadviseur. Maar die tijd is al even voorbij. Het leger wordt vandaag gepaaid met groeiende budgetten, en een vernieuwde aandacht voor nucleaire wapens. Toen kwam neoconservatief John Bolton – een geste van president Trump naar een bepaalde geleding van de Republikeinse partij? – de president adviseren qua internationale politiek tot ook deze relatie nu ten einde liep.

Pompeo

De afzetting van Bolton en de benoeming van O’Brien versterkt de positie van vicepresident Pence en van minister van Buitenlandse Zaken Pompeo, in de regering.

Pompeo stond eerder gekend als een conservatieve internationalist, gevormd in de tijd van de koude oorlog, met een sterk geloof in de grootmacht USA als garantie van mondiale stabiliteit. Hij stond kort bij Marco Rubio in de race om Republikeins presidentskandidaat te worden, net als Marc Short, die echter ook in de kringen rond Mike Pence bleef circuleren. Pompeo werd CIA directeur onder Trump en vervolgens minister van Buitenlandse Zaken. Hij beschouwt Mike Pence als een vriend en mentor uit hun tijd samen in het Congres.

O’Brien

Alle commentaarstukken beginnen met het eerder low profile image van O’Brien, en zijn talent om in groep te functioneren. Hij bekleedde enkele functies op Buitenlandse Zaken, en in 2005 was hij de VS vertegenwoordiger in de VN Algemene Vergadering. Toen werkte hij samen met John Bolton, de US ambassadeur bij de VN in die tijd. Hij was nu op Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor de gijzelingsdossiers.

Hij blijkt wel uitgesproken meningen te hebben en valt te beschrijven als een traditionele Republikeinse havik. Hij pakt uit met een verhaaltje over zijn 13jarige zoon die de VN omschreef als de plaats waar dictators redevoeringen komen geven in Amerika over hoe slecht de States wel zijn. “Een  van de betere omschrijvingen van de VN”, volgens vader Robert O’Brien.

O’Brien is een oude vriend van Mike Pompeo, en hun verstandhouding zal in contrast staan met de rivaliteit die er heerste tussen Buitenlandse Zaken en de Veiligheidsadviseur Bolton.  Er wordt hem een traditionele conservatie buitenlandse kijk toegewezen, voorstander van een harde positie tegenover China, Iran en Rusland. Hij zou echter niet de stokebrand zijn die zijn voorganger wel zeker was. Hij stond absoluut afkerig tegenover Obama’s overeenkomst met Teheran die hij als het “Irad deal disaster” catalogeerde, omdat ze in zijn ogen het Iraanse nucleair programma legitimeerde, maar ook zal leiden tot een kernwapenrace in het Midden-oosten. “Sunnietische staten zullen kernwapens aankopen bij Pakistan”. Hij pleitte voor een terugkeer naar het beleid van Ronald Reagan toen de VS de leider van de vrije wereld was met een benadering van “vrede door macht”.  Dat wil niet zeggen dat Washington de politieman van de hele wereld moet zijn, maar de verdediger van “de idee dat vrije mensen en vrije markten de wereld verbeteren”.  Hij meent ook dat een overdreven politieke correctheid in het Westen de regeringen had gehinderd in de strijd tegen IS.