Waarom zegt Erdogan dat hij kernwapens wil?

Erdogan (Illustratie: Pixabase - vrij voor commercieel gebruik)
Facebooktwittergoogle_plusmail

De Turkse president Tayyip Erdogan heeft begin deze maand nog maar eens zijn reputatie van diplomatieke olifant bevestigd in een zo al erg instabiele en woelige regio. Op een bijeenkomst in Sivas, waar een congres 100 jaar geleden de funderingen legde van de moderne Turkse republiek, zei Erdogan dat het onaanvaardbaar is dat kernwapenstaten zijn land verbieden om zelf kernwapens te verwerven. “Verschillende landen hebben raketten met kernkoppen, niet een of twee. Maar wij mogen ze niet hebben. Dat kan ik niet aanvaarden”, aldus de Turkse president tijdens zijn toespraak op 4 september. “Er is geen ontwikkeld land dat ze niet heeft”, zo beweerde de Turkse president, hoewel er ‘maar’ negen landen effectief over kernwapens beschikken.

De vraag is waarom Erdogan zo openlijk zijn ambities uitspreekt om een kernwapenmacht te worden. Turkije ratificeerde in 1980 het non-proliferatieverdrag (NPT) dat de verspreiding van kernwapens moet tegengaan. Het NPT verbiedt niet-kernwapenstaten om kernwapens te vervaardigen of te bezitten en er ook indirect controle over te verwerven. NPT-leden hebben er zich ook toe verbonden om hun nucleaire installaties open te stellen voor inspecties door het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA). Turkije is bovendien ook lid van verschillende andere internationale overeenkomsten over kernwapens, zoals het nucleaire teststopverdrag (Comprehensive Test Ban Treaty). Tien jaar geleden, na een bezoek aan Teheran, pleitte Erdogan nog voor een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten toen hij stelde dat Iran onfair werd behandeld.

Wapenwedloop in het Midden-Oosten

Inmiddels is de politieke context in de regio behoorlijk veranderd. Het Midden-Oosten is in de ban van een enorme wapenwedloop. Met Saoedi-Arabië, dat zich de jongste jaren heeft ontpopt tot een van de grootste importeurs van wapensystemen wereldwijd, zijn de relaties verslechterd omwille van Turkijes steun aan Qatar dat er door Ryad van beschuldigd wordt het terrorisme (de moslimbroeders) te steunen. De diplomatieke crisis groeide naar een hoogtepunt na de moord op de Saoedische journalist Khashoggi tijdens diens bezoek aan zijn consulaat in Istanboel. Erdogan heeft zich ook opgeworpen als verdediger van de Palestijnse zaak, terwijl Saoedi-Arabië in het zog van Washington een gematigde politiek tegenover Israël voorstaat. De machtige Saoedische kroonprins Mohammad Bin Salman, zei in maart 2018 overigens nog: “als Iran een nucleaire bom heeft ontwikkeld, zullen we zonder twijfel zo snel mogelijk volgen.” Begin dit jaar gaf het Witte Huis groen licht voor de levering van nucleaire technologie aan Riyad, hoewel experts ervoor waarschuwen dat niet uitgesloten is dat het land er een kernwapenprogramma wil mee opstarten. Die ongerustheid groeit nu de Saoedische energieminister heeft aangekondigd dat het uranium wil verrijken voor zijn kernenergieprogramma, wat nu net de reden was voor Washington om Iran aan sancties te onderwerpen.

Tijdens zijn speech verwees Turkije ook naar Israël, de enige kernwapenmacht in de regio, om zijn nucleaire wensen te legitimeren. “Er is Israël net naast ons. Hebben zij nucleaire wapens? Ja ze hebben er”, aldus de Turkse president. Israël heeft naar schatting 90 kernwapens en de capaciteit om er 200 te produceren, maar stelt zich daarover ambigu op.

Ankara streeft naar een grootmachtstatus

Behalve de regionale ontwikkelingen passen zijn uitspraken ook binnen zijn droom om Turkije op de kaart te zetten als grootmacht. Het land is immers de opvolger van het ooit zo machtige Ottomaanse rijk. In zijn toespraak op de Algemene Vergadering in september 2016 zei Erdogan dat de wereld groter is dan vijf, een verwijzing naar de machtspositie van de vijf permanente leden in de VN-Veiligheidsraad, die tevens ook de erkende kernwapenmachten zijn in het NPT. Op het terrein zorgt dat voor veel hoofdbrekens bij zijn NAVO-bondgenoten. In Syrië zit hij geregeld op ramkoers met de VS die hij verwijt steun te verlenen aan een terroristische organisatie, waarmee hij verwijst naar de Koerdische volksbeschermingseenheden (YPG) die hij ziet als een loutere tak van de Koerdische Arbeiderspartij PKK die jaren een guerrillaoorlog voerde in Turkije. In de strijd tegen de Islamitische Staat werkt militair Washington samen met de Koerdische Volksbeschermingseenheden (YPG) en diens bondgenoten. Ankara dreigt geregeld met een nieuwe invasie in Noord-Syrië en zet de VS zo onder druk om er een bufferzone van 32 km te creëren die hij niet alleen verkoopt als een veiligheidsmaatregel, maar waar hij ook de miljoenen Syrische vluchtelingen in zijn land wil hervestigen. Er is daarover weliswaar een akkoord met Washington, maar over een veel beperkter zone dan wat Erdogan wil, die daarover zijn ongenoegen niet onder stoelen of banken steekt. Het conflict met Washington verscherpte nadat Turkije besliste om het Russische S-400 luchtafweersysteem aan te schaffen. De VS reageerde door Turkije uit het F-35-programma te schrappen. De Russische president Poetin speelt al een tijdlang handig in op de verdeeldheid tussen twee NAVO-bondgenoten. Tijdens het jongste bezoek van Erdogan aan Moskou liet zijn Russische ambtgenoot hem poseren bij een SU-57 gevechtsvliegtuig, dat wordt voorgesteld als het antwoord op de F-35.

Spanningen met de NAVO

De spanningen creëren in Ankara de perceptie dat het minder kan rekenen op de NAVO-solidariteit alsook de zogenaamde kernwapenparaplu die Washington in NAVO-verband levert. Op de Turkse luchtmachtbasis in Incirlik heeft de VS al decennia lang tientallen B61-kernbommen liggen die binnenkort vervangen worden door een moderne B61 12-versie bedoeld voor de F-35 die er nu niet meer dreigt te komen. President Erdogan laat zich door de spanningen niet afschrikken en kiest voor de vlucht vooruit. Hij waakt zorgvuldig over zijn imago van sterke leider die een plaats opeist in de internationale pikorde, ook als dat problemen oplevert binnen de NAVO.

Toch moeten de nucleaire uitspraken van Erdogan met een grote korrel zout worden genomen en gezien worden als een politiek statement voor de eigen achterban eerder dan een werkelijke intentie. Een deel van de Turkse media – grotendeels onder controle van het Turkse regime – spelen het spel mee door geruchten te verspreiden over hoe Turkije een kernwapenmacht kan worden. Zo zou Ankara er gewoon een kunnen geleverd krijgen van zijn Pakistaanse bondgenoot, zo luidt een van de speculaties. Of het zou aan de nodige nucleaire technologie kunnen geraken via Rusland dat met de hulp van een dochter van het Russische Rosatom een kerncentrale aan de zuid-Turkse kust bouwt, zo klinkt het nog. Nog straffer: Turkije zou gewoon wat kernbommen kunnen stelen uit de militaire VS-basis in het land.

Los van het realistische gehalte van bovenstaande scenario’s, lijkt het weinig waarschijnlijk dat Ankara er op uit is het lot te delen van Iran door internationale sancties te riskeren op het ogenblik dat het land er economisch niet goed voor staat. De kans dat Rusland een Turkse kernwapenprogramma zou tolereren is heel gering. Rusland vervoegde immers ook de groep van landen die Iran onder druk zette om zijn vermeend kernwapenprogramma stop te zetten. Turkije zou dan aan de verkeerde kant van zowel de VS, EU als Rusland belanden en erg veel vrienden in de regio telt het ook al niet.

Dreigende nucleaire proliferatie in de regio

Toch is het een teken aan de wand, dat een groeiende groep van landen het er moeilijk mee lijkt te hebben dat enkele staten met een kernwapenmonopolie hun nucleaire arsenalen moderniseren en andere staten de les spellen dat ze een nucleaire status mogen vergeten. Dat Iran wordt geviseerd, terwijl Israël zijn nucleaire gang mag gaan, versterkt het gevoel van twee maten twee gewichten. Washington is bezig om het hele non proliferatieregime in de regio in gevaar te brengen. Naast het feit dat Israël stilzwijgend een kernwapenmacht mag blijven en Saoedi-Arabië nucleaire technologie geleverd zou krijgen heeft het recente opzeggen van de nucleaire deal met Iran door het Witte Huis een averechts effect. Iran heeft inmiddels aangekondigd dat het zich niet meer zal houden aan de gemaakte afspraken en zich het recht voorbehoudt om opnieuw uranium te verrijken. Dat dreigt een spiraal in gang te zetten, want ook Egypte heeft een akkoord getekend met Rusland voor de opwerking van een kerncentrale en krijgt zo meer mogelijkheden om er ook militaire doelen mee te dienen, wat niet uitgesloten is. In het verleden had Egypte de ambitie om een kernwapenmacht te worden, zeker nadat duidelijk werd dat Israël er over beschikt. De idee van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten lijkt zo verder af dan ooit.