Mondiaal denken, lokaal handelen?

Francine Mestrum
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het Amazonewoud brandt. Gisteren ontdekten Vlaamse facebookers dat het ook in Afrika brandt. En morgen zullen ze hopelijk zien dat Indonesië niet onder doet. De planeet brandt. De rook komt niet tot in de koekenstad, men zegt dat er ook vorig jaar branden waren in Brazilië, dus waarom zouden we ons zorgen maken?

Toen ik eind juli op de Gentse Feesten in een debat over de nieuwe wereld(wan)orde stelde dat we ons dringend ook mondiaal moesten organiseren, kreeg ik de wind van voren. Transitie, zo zei iemand, is een proces van kleine stapjes die je zet in je eigen straat of buurt. En de populo nummer één herhaalde nog eens dat de SPA en Groen en PVDA nu toch eens moesten samen zitten. Ik denk dat je beide nodig hebt, zei Rik Pinxten stilletjes tussen door.

Noem het een kerktorenmentaliteit, noem het navelstaren, noem het egotripperij of pousse-toi-que-je-m’y-mette, het blijft triest en elke dag wat erger dat mondiaal handelen door velen nog als onmogelijk en zelfs onwenselijk wordt gezien. Een duidelijker boodschap kan er niet komen uit Brazilië.

Een andere wereld is mogelijk?

Het Wereld Sociaal Forum was de enige en helaas mislukte poging om echt tot een wereldwijde beweging voor een alternatief op het huidig systeem te komen. Het begon met mooie principes van een ‘open ruimte’, van ‘horizontaliteit, van een ‘beweging van bewegingen’. We bouwden aan een ‘wereld waarin alle werelden pasten’ zo zeiden we de neozapatisten na.

Helaas was dat niet voldoende om de politiek te laten overleven. Mensen zijn mensen. De horizontaliteit werd gebruikt om de reëel bestaande machtsrelaties te verbergen, de open ruimte maakte plaats voor workshops over ‘hiphop’ of ‘vrouwen en voetbal’, de beweging van bewegingen besloot om zich vooral niet te organiseren. Alles verwaterde, het Wereld Sociaal Forum bleef achter als een pover apolitiek festival.

Ging het WSF dood omdat het de politiek wou buitensluiten, de regionale fora lieten hem binnen en stierven aan intern gekibbel. De thematische fora leven nog, met vallen en opstaan, maar raken niet uit hun one-issue-val.

Ondertussen werd de lokale politiek herontdekt. Onder impuls van de groene beweging werd nu de nadruk gelegd op de-korte-keten voor voeding, op lokale productie, op buurtsolidariteit, en ja, op ‘commons’ die evenveel insluiten als uitsluiten. We kunnen het allemaal zelf en steden zullen de wereld redden. Ik maak er een beetje een karikatuur van, ik besef het, maar het is een evolutie die zich zowat overal ter wereld aan het afspelen is. Het lokale niveau wordt nu gezien als de plek waar je nog echte en direct concrete invloed kan hebben, waar je mensen snel kan helpen en waar je wel degelijk een politieke stempel kan drukken.

Kortom, we geloven nog allemaal dat ‘een andere wereld mogelijk is’, maar er wordt niet echt aan gewerkt, behalve in de dorpsstraat. Maar met lokale en individuele acties stoppen die branden in Indonesië of Brazilië niet.

Wat doen we dan?

Bolsonaro, de rechtse Braziliaanse President is een makkelijke zondebok. Hij kondigde meer vrijheid voor de agro-business aan en waarom zouden de grootgrondbezitters zich inhouden als ze wat meer bos kunnen inpalmen door hier en daar een brandje aan te steken?

Terwijl wij toch gewoon moeten stoppen met die plastic strootjes en de vluchten van Brussel naar Amsterdam. De klimaatmeisjes geven het voorbeeld: met de zeilboot naar Amerika!

En zo gaan we eens te meer voorbij aan waar het werkelijk pijn doet. Je ziet ze wel op facebook, de jongens en meisjes die de vinger op de wonde leggen, maar veel bijval krijgen ze niet.

Want wat is er aan de hand?

Laat ons kort en krachtig beginnen met die zeilboten. Als je niet wil vliegen, om welke reden ook, dan ga je niet naar Santiago de Chile, bekijk het eens op een kaart, bijna 12.000 km ver. Zo simpel is dat. En wil je het milieu sparen, besef dan dat elke google-click en elke netflix-film in toto meer vervuilt dan de luchtvaart. Toch wil men persé de vakantie op de Balearen of Djerba afnemen van mensen die nu eindelijk ook eens kunnen reizen. Sociale rechtvaardigheid?

En laat ons dan kijken naar ons vleesverbruik. De sojateelt en de weigronden die worden veroverd op het amazonewoud dienen enkel en alleen voor onze runderen. Heeft Europa een behoefte aan vlees uit Brazilië of uit Canada? Neen, in de E.U. kan ruimschoots voldoende vlees geproduceerd worden voor de hele bevolking. En als iedereen zich zou beperken tot twee of drie keer vlees per week, dan komen we er erg mooi uit. Er is géén behoefte aan een internationale vleeshandel. Stop ermee.

President Macron die nu uithaalt naar Bolsonaro kan ook stoppen met de vernietiging van zijn eigen stukje amazonewoud. In Frans Guyana wil hij een vergunning geven voor een nieuwe goudmijn. Is er een tekort aan goud in de wereld? Zijn er nieuwe mijnen nodig? Ik weet het niet, maar het zou me verbazen mocht dat zo zijn.

En ja, alle Europese landen kunnen best stoppen met het meewerken aan een vervuilende en nutteloze handel of bouw van overbodige infrastructuur. Is er in Brazilië een tekort aan Duitse en Franse auto’s? Ik dacht van niet.

Of met andere woorden, de branden in de Amazone zijn een gedeelde en dus collectieve verantwoordelijkheid. Rijke landen moeten ophouden met het bevorderen van een handelssysteem dat vraagt om minder bossen en meer landbouwgrond, met het invoeren van kip uit Brazilië en het uitvoeren van kip naar Afrika. Er is geen enkele objectieve behoefte aan een dergelijk systeem. Maar waarom laten we het over aan enkele deskundigen van 11.11.11 en wat links-radikalen om ertegen te protesteren?

Soevereiniteit

Het zijn de eurosceptici die zich schuldig maken aan een verhaal dat voortdurend wijst op ‘onze’ ‘nationale soevereiniteit’. Niemand – versta de Europese Commissie, in hun ogen – kan beslissen over ons beleid en onze begroting. We moeten onze ‘grondrechten’ verdedigen. Nu kan ‘soevereiniteit’ erg veel verschillende dingen betekenen, maar het zou inmiddels toch moeten duidelijk zijn dat ‘België’ slechts één van vele bevoegdheidsniveaus is van waarop beleid kan worden gemaakt. We delen met andere landen van de Europese Unie een gemeenschappelijke munt, dat wordt dan ook een gedeelde verantwoordelijkheid. Vandaar inspraak in onze begrotingsprocedure en in ons beleid. Een heel andere zaak is om het vandaag gevoerde neoliberale beleid te veroordelen en te pleiten voor een andere aanpak, maar aan die gedeelde verantwoordelijkheid en dus gedeelde soevereiniteit ontsnap je niet.

De bosbranden in Brazilië bewijzen het nog een keer, ten overvloede. Bolsonaro was er snel bij om te stellen dat Macron zich niet te moeien had met de ‘Braziliaanse soevereiniteit’, maar wie durft beweren dat het amazonewoud niet de hele planeet aanbelangt? Idem met het Noordpoolijs, met Groenland of met de olifanten en nijlpaarden in Afrika. Met de palmolie voor onze Nutella. Het gebruik van glyfosaat en andere toxische stoffen in de landbouw die mensen laten sterven en de bijen uitroeien is een zaak die de hele wereldbevolking aanbelangt. Migratie uit Azië, het Midden-Oosten of Afrika is een zaak die de hele Europese Unie aanbelangt, en niet enkel problematisch kan zijn voor Italië of Griekenland.

Maar hoe pak je dat aan?

Kortom, er zijn zoveel zaken in de wereld vandaag die we niet lokaal kunnen aanpakken. De steden die zichzelf organiseren weten dat zelf het best. Zij deden al een oproep aan de Europese Unie om wetgeving uit te vaardigen voor klimaatneutraliteit. In eigen land willen gemeenten de sociale problemen waarvoor ze bevoegd zijn bovenlokaal aanpakken. Je kan in je gemeente wel iets doen aan de armoede, maar niets aan de broodnodige sociale bescherming waarmee je die armoede zou kunnen uitroeien. Lokaal iets doen aan de bosbranden aan het ander eind van de wereld kan met politieke vorming, voorlichtingsvergaderingen en campagnes tegen vlees. Mochten mensen iets meer internationaal nieuws te lezen of te horen krijgen, het zou helpen.

Of met andere woorden, de stelling van mondiaal denken maar lokaal handelen gaat al lang niet meer op. Je kan het ook omdraaien en stellen dat beide nodig zijn, met daar tussenin handelen op nationaal en regionaal vlak, en zien dat al die niveaus netjes op elkaar aansluiten.

Nee, makkelijk is het niet. Maar de manier waarop de vakbonden zich moesten organiseren meer dan een eeuw geleden, was dat ook niet. Vandaag kan een internationale vakbond onderhandelen met het Internationaal Arbeidsbureau, gaan praten met het Internationaal Muntfonds en een stem laten horen bij de Verenigde Naties. Maakt dat een verschil? Zeer zeker wel. Kan het beter? Zeer zeker wel.

Er zijn momenteel tal van bewegingen die zich wel mondiaal organiseren, denk aan mensenrechten (Amnesty, Human Rights Watch) huisvesting (Habitat International, Alliance of Inhabitants), landbouw (Via Campesina), vrouwen (World March of Women, Women’s International Democratic Federation), en nog veel meer. De milieubeweging heeft Greenpeace, WWF, Friends of the Earth, Sea Shepherd en nog zo veel meer. Het zijn maar enkele voorbeelden, maar elk heeft een eigen agenda en er is nauwelijks gezamenlijke actie.

De vraag is dan of er veel meer nodig is? Vandaag is er inderdaad wereldwijd protest tegen de bosbranden. Bolsonaro hoort het en begrijpt het. Is dat niet voldoende? Kan gezamenlijke actie daar iets aan veranderen?

Eén van de meest succesvolle acties die de andersmondialiseringsbeweging ooit heeft georganiseerd, was de wereldwijde miljoenenmars tegen de oorlog in Irak. Miljoenen mensen kwamen in 2003 op straat. Alleen, wat heet succes? De oorlog kwam er.

In Frankrijk waren de vakbonden begin dit jaar behoorlijk gefrustreerd toen de slecht georganiseerde gele hesjes op enkele weken tijd, met geweld, meer uit de brand sleepten dan de vakbonden met hun grote betogingen. Is geweld dan noodzakelijk?

Een paar suggesties

Neen, geweld is niet noodzakelijk. Een massale geweldloze actie kan even indrukwekkend zijn als vandalen die winkelruiten inslaan. Wat we al lang weten is dat er niets zal veranderen zolang de machthebbers niet bang zijn. Wat vandaag gebeurt, is dat ze wel zien hoe groot het ongenoegen of zeg maar de woede van de mensen is, en ze bij gebrek aan overtuigende actie zelf oplossingen naar voor schuiven die, hoe kan het anders, ruim onvoldoende zijn. Het greenwashen is het beste voorbeeld. De Global Compact van de V.N. die ondernemingen gewoon doet ‘beloven’ dat ze zich zullen gedragen. De rijken van deze wereld die vragen om wat meer belastingen te mogen betalen, en recent, de voorstellen om ondernemingen ook sociale en milieudoelstellingen te geven. Het blijft allemaal keurig binnen de kapitalistische lijntjes.

Wat nodig is, is een luide, sterke en collectieve stem van wereldwijde bewegingen die zeggen: STOP. En zich dan nationaal met massale acties verder laten horen, met een programma van wat in hun context in hun land het meest haalbaar en dringend is.

De eisen kunnen op vandaag makkelijk worden samengevat. Het zijn er twee. Er is een mondiale actie nodig voor een rechtvaardige transitie, en dat betekent milieurechtvaardigheid en sociale rechtvaardigheid. Wat dat concreet betekent kan men b.v. vinden in de Green New Deal van Bernie Sanders of van Diem25. Hij bevat pragmatische en concrete actiepunten die zo kunnen uitgevoerd worden. En de tweede actie moet, dringend, een actie zijn tegen het opkomend fascisme dat opnieuw de wereldvrede bedreigt.

Om succes te hebben moeten deze acties gepaard gaan met erg veel informatie. Er is dringend, zowat overal, politieke vorming nodig. Dat is niet een taak voor een ideologische linkerzijde, maar voor jonge goed opgeleide mensen met oog voor het algemeen belang.

Er is leiderschap nodig. Horizontaliteit is een mooi principe, maar er is democratische besluitvorming en accountability nodig. Dat kan perfect georganiseerd worden, zolang de grote ego’s achterwege blijven. Vandaar dat het zo positief is dat de huidige klimaatacties in handen zijn van jonge vrouwen, ze zullen meer dan oude mannen het algemeen belang voor ogen blijven houden.

Een mondiale collectieve boodschap, nationale acties en werken op het terrein, met de mensen. Het is perfect mogelijk.

Het is zinloos om voortdurend het lokale tegen het mondiale af te zetten. Onze problemen zijn mondiaal en moeten lokaal, nationaal en mondiaal worden opgelost. De economie draait mondiaal en zal mondiaal moeten omgebouwd worden.

Stoppen met gebruik van plastic strootjes, mensen afraden om te vliegen: het zijn vrij nutteloze individuele acties. De grote vervuiling zit bij de productie van strootjes en ander plastic, in het landbouwsysteem, in de handel, in de honderden miljoenen auto’s, in de fossiele brandstoffen, en ja, in het internet. Vandaag ziet het er naar uit dat wel onze kabeljauw naar China en onze garnalen naar Marokko heen en terug mogen vliegen, maar mensen niet meer.

De vele voorstanders van het zuiver lokale handelen zitten op een verkeerd spoor. De meesten handelen met de beste bedoelingen, maar sommigen zullen wel weten dat ze precies in de kaart spelen van wat door de Wereldbank en door het Wereld Economisch Forum van Davos al lang geleden werd voorgesteld. Zij willen dat we ons lokaal begraven, zodat het systeem ongehinderd kan verder draaien. En ja, het zijn sommige groenen die ook willen dat we komaf maken met de moderniteit, die niet geloven dat vooruitgang mogelijk en wenselijk is. Zij willen terug naar tribale samenlevingen die altijd de eersten zijn om rechten te beknotten. Ik vat het hier weer veel te kort samen, maar de dreiging is zeer reëel.

We zijn perfect in staat om tien miljard aardbewoners een decent leven te bieden, met voldoende voedsel, met voldoende welzijn en welvaart. Dat is vooruitgang. En neen, niet iedereen heeft een auto of een vliegreis nodig, niet iedereen zal dat ook wensen. Maar mogelijk is het wel.

Ondertussen is het super dringend dat mensen die verandering willen elkaar ook ontmoeten, met elkaar praten, zien hoe ze zich kunnen organiseren. In Brussel, Ouagadougou, Kathmandu of Quito. Eender waar. Maar het vliegtuig nemen en samen afspraken maken. Een lichte structuur opzetten. Taken verdelen. En aan het werk. Het kan erg motiverend zijn voor hen die lokaal aan de slag gaan, weten dat je samen één doel hebt, een betere wereld.

Want neen, vandaag zijn we niet goed bezig. Het doet pijn om te zien hoe jongeren zich dezer dagen uitsloven in de buurt van Biarritz – waar de G7 plaats vindt – om een portie traangas te krijgen. Dergelijke acties zijn slechts nuttig als ze echt massaal zijn, wereldwijd. Twintigduizend mensen in Zuid-Frankrijk vermogen helaas niets. Stoppen met die zelfgenoegzaamheid en een beetje zelfkritiek, ook dat kan helpen.

Maar hoop is er wel. Dat Anuna De Wever en Greta Thunberg naar New York en Santiago de Chile gaan, is erg positief. Ze hadden het vliegtuig kunnen nemen, maar ze tonen wel aan dat internationale actie kan en moet. Ze zullen daarna verder in Brussel en Antwerpen en Stockholm verder werken. Mondiaal en lokaal, zoals het moet.

 

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.