David Koch en de politieke rol van filantropie

francine mestrum
Facebooktwittergoogle_plusmail

Over de doden, niets dan goeds. Soms zijn er uitzonderingen. ‘An evil man’, een slecht mens, zo beschrijft Jacobin de pas overleden David Koch. En daar zijn goede redenen voor op het ogenblik dat het amazonewoud in brand staat.

David Koch was een klimaatontkenner én miljardair. Hij erfde, met zijn drie broers, het olie-imperium van hun vader, Fred. Die was een fervent anti-communist, weliswaar nadat hij onder Stalin wat olieraffinaderijen had gebouwd in de Sovjet-Unie. Hij werd even fervent aanhanger van de fascistische regimes in Europa en hoopte dat de V.S. snel dezelfde weg zouden opgaan.

Met twee van de broers ontstonden conflicten, zodat het enkel Charles en David zijn die de politieke geschiedenis van de V.S. zullen ingaan.

Ik zeg wel degelijk ‘politieke’ geschiedenis, want geld verdienen is één zaak, dat geld gebruiken is een andere zaak. En dat deden de broers Koch zeer bewust en zeer uitgebreid met het financieren van allerlei activiteiten die bij hun ideologische voorkeur aansloten. Dat neemt niet weg dat hun economische activiteiten op zich – pijpleidingen, raffinaderijen… – al een behoorlijk nefaste invloed hadden op mens en natuur.

David Koch was een libertair, wat betekent dat hij wel ‘conservatieve en libertaire’ zaken financierde, maar telkens met één duidelijk doel: tegen de overheid en tegen alle reguleringen.

De campagne van presidentskandidaat Trump financierde hij niet, omdat de huidige V.S.-president voor handelssancties was en de Koch filosofie een zo groot als mogelijke vrijheid bepleitte.

Maar hij was wel tégen elke vorm van sociale zekerheid of armoedebestrijding. Mensen moesten zichzelf helpen. Alle bewegingen die ageerden tegen ‘obamacare’ konden dus wel op hulp rekenen.

Obama werd echter gesteund in zijn pogingen om het strafrecht te hervormen. Gevangenissen voor kleine criminelen waren geen goede oplossing, zo werd gedacht, mensen moesten een tweede kans krijgen en in ‘heropvoeding’ gaan.

En uiteraard krijgt President Trump wél steun voor alle belastingverminderingen die hij doorvoert.

De Koch-broers hebben een breed netwerk van filantropische stichtingen, wel eens ‘Kochtopus’ genaamd. Ze financierden de Tea-party, waren medestichters van libertaire denktanks zoals het Cato-Instituut en hadden en voorkeur voor organisaties die hun donoren niet bekend maakten…

En ja, David Koch was een notoir klimaatontkenner. Mensen speelden helemaal geen rol in de klimaatverandering volgens hem. Hij bepleitte dan ook de afschaffing van het milieubureau, EPA, van de V.S. Wie hem volgde kreeg veel geld.

In mei van dit jaar werden de filantropische activiteiten herschikt in ‘Stand Together’, met een klemtoon op lokale ‘gemeenschapsinitiatieven’.

De wereld regeren

Filantropische stichtingen spelen in de V.S. een veel grotere rol dan in Europa. Toch is het goed even stil te staan bij hun rol, omdat ze ook hier niet enkel aan de zijlijn staan.

Het idee dat alle filantropie alleen met ‘goede doelen’ te maken heeft, is onzin, zoals blijkt uit het leven van de Koch Brothers. Tenzij ook politiek een goed doel is natuurlijk. Het financieren van musea, van kunst of wetenschappelijk onderzoek mag nuttig lijken, maar telkens gaat het wel degelijk gepaard met voorwaarden. Universiteiten die zich niet aan die voorwaarden houden, zoals het promoten van een vrije-markteconomie of van genetisch gewijzigde organismen – verliezen hun geld.

Het is filantropen niet te doen om dat goede doel op zich, maar gewoon en wel degelijk om macht om de maatschappij en de wereld vorm te geven. Reeds eind 19de eeuw werd door Andrew Carnegie – U kent hem wel van de Carnegiehall in New York – al een ‘evangelie van de rijkdom’ geschreven, waarin precies wordt uitgelegd waarom rijke mensen de morele plicht hebben hun geld goed te besteden. En uiteraard waren die rijke mensen tegen elke vorm van socialisme of van vakbonden, maar wel voor hulp aan ‘goede’ armen, mensen die ze zelf eerst arm hadden gemaakt.

Vandaar dat ook even mag stilgestaan worden bij die ‘gemeenschapsinitiatieven’ die David Koch wilde steunen. Ook bij ons staan progressieven vaak achter deze ideeën. De bedoeling is dan dat mensen die elkaar goed kennen  wel makkelijk ‘in harmonie’ en met onderlinge solidariteit kunnen leven. Het achterliggend, bewust of onbewust onuitgesproken idee is dan dat de overheid niet nodig is, dat reguleringen of sociale bescherming overbodig zijn, dat mensen het zelf wel zullen doen. Ondertussen kan het dominante economische systeem gewoon zijn gang gaan, niemand die er nog om maalt.

En ook hier zijn er weliswaar bescheiden stichtingen om dat soort initiatieven te steunen, met de beste bedoelingen, zullen we maar denken.

Eén ding blijkt erg duidelijk uit alle literatuur over filantropie de afgelopen eeuw. Waar het deze rijke bedrijfsleiders om te doen is, is macht. En waar ze rotsvast van overtuigd zijn, is dat het enkel ondernemers zijn die de wereld kunnen redden. Zij moeten en zullen de macht hebben om dat te doen. Onrechtstreeks, door de politiek om te kopen, of, als het niet anders kan, rechtstreeks, zoals Trump.

Staten hebben nog wel de formele macht, maar zijn overgeleverd aan de grote ondernemingen. En meer en meer, maar dat mag wellicht nog niet worden gezegd, is ook de zogenaamde ‘civil society’ aan die ondernemers uitgeleverd. De ‘krimpende ruimte’ voor maatschappelijke initiatieven die nu geleidelijk aan wordt aangeklaagd, heeft precies daar mee te maken.

Filantropische stichtingen kunnen nauwelijks onderscheiden worden van hun broodheren, de grote multinationals. Denk aan Bill Gates die met zijn stichting de agenda van de ontwikkelingssamenwerking bepaalt. Zij doen zaken, het zijn commerçanten, en alle middelen zijn goed om winst te maken en minder belastingen te betalen. Het is best zich niet te vergissen als nog eens kritiek wordt geleverd op NVA of Vlaams Belang. Zij dienen een ideologische agenda, met hulp van hun, broodheren. Steve Bannon is er een van. Hij, Breitbart en Cambridge Analytica haalden hun geld bij de filantropische stichting van de familie Mercer.

Geld geeft macht. Veel geld geeft veel macht.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.