Voor of tegen Venezuela? Nee, bedankt

Facebooktwittergoogle_plusmail

Gek is het eigenlijk, hoe één enkel land de publieke opinie in zijn greep kan houden. Chavez vroeger, Maduro nu zou een dictator zijn. Er heerst grote ellende, de economie is ingestort en er zijn grove schendingen van de mensenrechten. Kortom, er zijn redenen om in te grijpen. Niets van, zegt de anti-imperialistische linkerzijde, de VS leggen het land lam met zijn sancties, nergens zijn er zoveel pogingen als in Venezuela om de gezondheidszorg, het onderwijs en de voedselvoorziening op peil te houden.

We moeten kiezen wie we willen steunen, pest of cholera … Elk sociaal voelend mens moet Venezuela verdedigen, stelde Lode Van Oost een paar dagen geleden, anders sta je de facto aan de kant van de VS. Daar bedank ik feestelijk voor. Ik wil voluit de imperialistische aanslagen op de integriteit van Venezuela veroordelen, maar geenszins mijn steun geven aan het regime van Maduro. Tussen beide in staan burgers die geen fascisten zijn, maar wel kritische mensen en dissidente chavisten. Mensen die blijven pleiten voor dialoog en een burgerplatform hebben gevormd. De integere academicus Edgardo Lander speelt er een belangrijke rol in. Hen steunen is steun voor Venezuela en zijn bevolking.

Vuil spel

Kort nadat Hugo Chavez aan de macht kwam, was ik diverse keren in Venezuela. Ik woonde er conferenties bij en een Wereld Sociaal Forum. Ik discussieerde er met politieke verantwoordelijken en burgers. Ik stond in beate bewondering voor dit land en zijn nieuwe president die een andere koers wou varen, weg van het neoliberalisme. Iedereen had toen nog de ‘caracazo’ in het geheugen, de zware rellen tegen de neoliberale besparingen, tien jaar eerder, waarbij honderden of duizenden doden vielen, niemand weet precies hoeveel.

Chavez had mooie plannen: een diversifiëring van de economie met meer aandacht voor binnenlandse productie. Venezuela was – en is nog steeds – afhankelijk van het buitenland voor zijn voedselproductie. Met uitzondering van de oliesector die onder controle van de overheid moest komen, wilde men een gemengde economie uitbouwen en beginnen met een schuchtere industrialisering. Er werden wetten uitgevaardigd om internationale investeringen te beschermen. Veel mooie principes werden in de nieuwe grondwet verankerd. Mensen werden aangemoedigd om zelf met landbouwproductie te beginnen. Later werd gedacht aan een communaal socialisme, naar het voorbeeld van Bolivië, met lokale participatie voor b.v. waterbeheer.

Van meet af aan was de interne oppositie zeer groot. De oude, rechtse bourgeoisie had de macht verloren en kon dat niet kroppen. Het oliegeld ging nu naar anderen. Er werden stakingen georganiseerd en in het voorjaar van 2002 werd een staatsgreep gepleegd die Chavez heel eventjes buiten spel zette. Met steun van de bevolking kwam hij echter snel terug.

In december van datzelfde jaar breekt dan een maandenlange staking uit, o.m. bij de oliemaatschappij PdVSA. In het eerste kwartaal van 2003 daalt het BBP met 25 % en Chavez ontslaat uiteindelijk het hele top- en middenkader van de maatschappij. De schade voor het land was echter enorm, en PdVSA is er eigenlijk nooit bovenop gekomen. Het management werd vervangen door onbekwame partijmensen. Investeringen bleven achterwege. De corruptie – die er altijd al was – bleef bestaan.

Het is pas daarna dat Chavez zijn beroemde ‘misiones’ – sociale opdrachten – uitvaardigt en gaat spreken over een ‘socialisme van de 21ste eeuw’. Hij had begrepen dat er een vijand was en zou zich verdedigen.

De meest positieve erfenis van Chavez zijn echter zijn internationale initiatieven, en alternatief handelssysteem, Telesur voor de media, Petrosur met goekope aardolie voor Caraïbische landen, Unasur en Celac voor de integratie van Zuid en geheel Latijns Amerika.

De interne oppositie vond snel steun in de Verenigde Staten. Chavez was echter geweldig populair en had aan VS-president Bush jr een lekkere kluif. ‘Het ruikt hier naar sulfer’, zei hij in 2006 toen hij na de Amerikaanse President aan het woord kwam in de V.N. Bovendien bereikten de olieprijzen een piek en was er meer dan geld genoeg.

Chavez overleed echter in 2013. Zijn opvolger, Nicolas Maduro, had niet zoveel talent en niet zoveel geluk. Vanaf 2014 daalden de olieprijzen sterk en het geld geraakte op.

In 2015 verliest Maduro de parlementsverkiezingen en vanaf dat ogenblik gaat het steil bergaf. Aangezien hij de macht niet langer in handen heeft laat hij een Constituerende Raad verkiezen die alle bevoegdheden overneemt en enkel uit volgelingen bestaat. Op geregelde tijdstippen zijn er wekenlange straatprotesten van de oppositie, met zware repressie.

Maduro heeft – met de steun van Cuba – het land echter stevig in zijn greep, het militaire apparaat staat als een blok achter hem, en pas met de couppoging van eind januari 2019 wankelt hij even.

De V.S. hebben ondertussen sancties tegen Venezuela uitgevaardigd. Aanvankelijk ging het enkel om het blokkeren van activa, een verbod op handel voeren en reisbeperkingen voor Venezolanen. Het aantal werd jaar na jaar uitgebreid en onder President Trump werden nog eens 78 mensen aan de lijst toegevoegd, inclusief President Maduro en zijn echtgenote. De reden was aanvankelijk weigering om mee te werken aan terrorismebestrijding (en wapenleveringen aan Hezbollah), dan mensenrechtenschendingen, nu verstoring van de democratie.

Echt ernstige sancties kwamen er pas in 2017 en 2018, met een verbod op de aankoop van schuldeffecten van Venezuela, het blokkeren van Venezolaanse activa en het verbod voor VS-burgers om zaken te doen met het land. Eind januari 2019 werd wel hard opgetreden: er werd voor 7 miljard US$ activa in beslag genomen en de uitgevoerde olie wordt niet langer aan Venezuela betaald, maar kwam op een rekening in de V.S. met toegang voor de inmiddels erkende ‘president’, Juan Guaidó.

De jongste ernstige poging tot staatsgreep gebeurde inderdaad op 23 januari 2019, door wat niet anders dan een marionet van Washington kan genoemd worden. Oppositieleider Leopoldo Lopez werd uit zijn huisarrest gehaald, generaal Figuera, die aan het hoofd stond van SEBIN, de inlichtingendienst, pleegde verraad (en is sindsdien verdwenen).

Guaidó heeft de steun gekregen van tientallen landen in Latijns-Amerika en elders, maar geniet in eigen land geen enkel aanzien. Hij aarzelde niet om militaire steun te vragen aan de V.S. en om zogenaamde humanitaire steun met militaire bijstand te leveren. Voor de V.S. is nu Elliott Abrams, oudgediende onder Reagan en verantwoordelijk voor de Iran-contragate, bijzonder gezant voor Venezuela. Hij steunde de doodsaskaders in de burgeroorlogen in Guatemala en El Salvador en werkt nu in het goede gezelschap van die andere havik, John Bolton, die afgelopen week nog overleg pleegde met de ‘Groep van Lima’, landen die de V.S. in hun destabiliseringspogingen steunen.

Het geduld van de V.S. is op, vandaar dat deze week een nieuwe reeks sancties werd getroffen, wellicht om de onderhandelingen met de oppositie in Barbados te saboteren. Venezuela staat nu onder een totaal embargo, zoals Noord-Korea, Cuba en Iran. Er kan geen handel meer gedreven worden met het land. Dit is illegaal. Hoe Venezuela dit moet overleven, als je weet dat zelfs de nutsvoorzieningen met Noordamerikaanse technologie werken, is niet duidelijk.

De V.S. spelen een erg vuil spel en er is geen enkele reden om ook maar één greintje begrip laat staan sympathie te hebben voor hun interventies in Venezuela.

Betekent dit dan dat we de regering van Maduro moeten steunen?

Meer dan enkele foutjes

Toen enkele maanden geleden een rapport van de VN-Mensenrechtenraad bekend werd gemaakt, ontstond er heel wat deining. Het rapport was vlijmscherp, een boodschap erover op facebook kreeg om en bij de vijfhonderd reacties! Want wie tégen Maduro is, is võór de V.S…. Iemand vroeg zelfs waar die haat voor Venezuela vandaan kwam …

Wat zegt het rapport?

Het stelt dat er een patroon zit in de schending van alle mensenrechten in Venezuela, inclusief de economisch en sociale rechten. Het stelt dat de regering goed heeft meegewerkt aan het onderzoek. Maar er is honger in het land, zelfs voltijds werkende ambtenaren kunnen niet in hun basisbehoeften voorzien. Het minimumloon is nauwelijks voldoende voor vier dagen eten. Ook de ‘CLAP’ – een systeem van voedselhulp van de regering – is onvoldoende om in de basisbehoeften te voorzien. De gezondheidszorg is tot een minimum herleid, geneesmiddelen ontbreken. Volgens de FAO en de NGO Caritas zouden een kleine vier miljoen mensen ondervoed zijn. Vier miljoen mensen zijn het land ontvlucht.

Het rapport vermeldt de VS-sancties en het feit dat volgens de regering ze de toevoer van voedsel en medicijnen hinderen.

De persvrijheid is sterk ingekrompen en de sociale media worden herhaaldelijk onderbroken. De staatsinstellingen worden geleidelijk aan gemilitariseerd.

FAES, de bijzondere-actiemacht, zou zich net zoals SEBIN, de inlichtingendienst, schuldig hebben gemaakt aan standrechtelijke executies, willekeurige arrestaties en martelingen. Het rapport verdenkt hen van angstmakerij en sociale controle.

Er zijn volgens het rapport gedetailleerde gegevens beschikbaar van 137 willekeurig gearresteerde personen, die slecht werden behandeld tot gemarteld werden (water boarding). Er werden 72 klachten ingediend, volgens gegevens van de overheid. FAES wordt door sommigen omschreven als een doodseskader, zo schrijven de rapporteurs. Tussen juni 2018 en april 2019 zouden 20 jongemannen zijn gedood, omdat ze zich ‘verzetten tegen de autoriteit’. Bij veiligheidsoperaties zouden er volgens de regering 5287 mannen en volgens een NGO 7523 mannen gedood zijn. Gemaskerde mannen vallen een huis binnen, vernederen vrouwen en kinderen, nemen de mannen apart en schieten ze neer. Ze laten drugs en wapens achter om te bewijzen dat er wel degelijk een probleem was. Steeds volgens het VN-verslag. In veel gevallen, zo wordt gesteld, kan het om standrechtelijke executies gaan.

Vijf leden van FAES werden al veroordeeld voor moordpoging en 388 leden werden gearresteerd wegens moord en andere misdaden, volgens cijfers van de regering.

In een begeleidende brief stelt de voorzitter van de mensenrechtenraad, Michelle Bachelet, opnieuw dat de regering goed meewerkte aan het rapport en aanvaardde dat een VN-team in het land zou blijven voor technische hulp en verdere monitoring. Ze was trouwens in Caracas op uitnodiging van de regering en praatte er enkele dagen lang met slachtoffers, met oppositieleden en met regeringsleden. Ze verwijst uitdrukkelijk naar de slachtoffers van de protestbetogingen en naar de sancties van de VS die de situatie verergeren.

Dit zijn zeer zware feiten, maar ze worden omzichtig geformuleerd. Toch meende President Maduro dat Bachelet te ver was gegaan. Hij beschuldigt de rapporteurs ervan dat ze de waardigheid van het land geschonden hebben, met valse beweringen, een onjuiste voorstelling van zaken en manipulatie van de verstrekte gegevens.

Volgelingen van Maduro wijzen er op dat 460 van de 558 getuigen in het buitenland werden gehoord, en 98 niet eens rechtstreeks. Slechts 159 gesprekken vonden plaats in Venezuela zelf. Die gegevens worden vermeld in het verslag zelf.

Nu is het inderdaad mogelijk dat de rapporteurs niet volkomen objectief hebben gehandeld. Vooroordelen, bewust of onbewust, kunnen nooit uitgesloten worden. Het valt echter op dat noch President Maduro zelf, noch zijn vele volgelingen op concrete fouten wijzen. Misschien zijn de cijfers overdreven, misschien is de interpretatie ervan scheefgetrokken. Toch geloof ik niet dat Michelle Bachelet, die zelf het slachtoffer is geweest van de folterkamers van Pinochet, en wiens vader in de gevangenis is gestorven, zich zal schuldig maken aan manipulatie. Misschien werd ze zelf om de tuin geleid? Niet is uitgesloten, maar het is schokkend te zien hoe sommigen haar meteen aan de foute kant van de geschiedenis situeren.

De verwijzingen van Maduro’s volgelingen naar een verslag van Alfred de Zayas, onafhankelijk VN-deskundige voor de bevordering van de democratie en een rechtvaardige internationale orde, helpen ons niet verder. Hij stelt enkel, en terecht, dat de campagnes in Venezuela om het land te destabiliseren, net zoals de sancties tegen het land, de democratie geenszins ten goede kunnen komen en zelfs tegen het internationale recht ingaan.

Hoe dan ook, dit verslag is niet van a tot z verzonnen. Zelfs mocht slechts 10 % ervan onomstootbaar vast staan, dan nog kan het niet genegeerd worden.

Dit verslag en deze vermeende mensenrechtenschendingen zijn niet de enige reden om geen steun te verlenen aan de huidige Venezolaanse regering.

Eind juni 2019 werd legerkapitein Rafael Acosta Arevalo voor de rechtbank gebracht op beschuldiging van deelname aan de couppoging van 30 april. Het was een man van 30 jaar oud die enkele dagen eerder gearresteerd werd, maar naar de rechtbank werd gebracht in een rolstoel, volledig uitgeput, met duidelijke tekenen van marteling. Zijn enige woorden waren: ‘help’. Hij overleed drie dagen later.

Wanbeheer

Vaak wordt gesteld dat onder Chavez alles op wieltjes liep en het slechts ontspoorde onder Maduro, of dat alles een gevolg is van de sancties. Niets is minder waar. In de periode 2005 tot 2014 ontving Venezuela 715 miljard US$ uit de export van aardolie, en daarbovenop nog 120 miljard US$ aan leningen. Toch was de kassa toen al zo goed als leeg en waren er nog geen zware sancties. Volgens sommigen zou zo’n 300 miljard US$ op enkele jaren tijd zijn verdwenen. De buitenlandse verplichtingen zijn momenteel vijf keer zo hoog als de export.

Men weet dat de corruptie in Venezuela altijd al zeer groot is geweest, vandaar trouwens de woede van de oude en rechtse bourgeoisie die meer dan alleen maar wat snoepjes heeft moeten afgeven. Onder het chavisme en in de eerste jaren van President Maduro werden de olie-inkomsten gebruikt om steun en trouw af te kopen van het leger.

Vandaag is er een volledig parallel economisch circuit ontstaan dat leeft van olie-export, goud-, coltan- en diamantontginning, met een parallel financieel systeem. De bijna totale export van deze goederen gebeurt illegaal en is in handen van militairen. De pogingen van de V.S. om militairen om te kopen, kunnen daar niet tegen op.

Juiste cijfers over de inflatie zijn er niet, maar ze is – letterlijk – torenhoog, in de miljoenen procent. Tussen 2013 en 2018 is het bruto binnenlands product met meer dan de helft gedaald.

Tot begin dit jaar kon Venezuela zijn olie zonder problemen verkopen aan de V.S., pas dit jaar werd de raffinaderij CITGO van PdVSA in Texas in beslag genomen en wordt de olie niet langer betaald.

De werkelijkheid is, dat van de vele mooie plannen van Chavez er weinig echt gerealiseerd werd. Er werden duizenden coöperaties gesticht, ze kregen subsidies zonder dat er verder naar omgekeken werd. Bij het minste probleem of oppositie werden bedrijven genationaliseerd of werden prijscontroles ingevoerd, met een zwarte markt tot gevolg. Er werd geld geleend zonder nadenken. Iedereen die steun verleende kreeg subsidies, ook in het buitenland.

Dit totaal gebrek aan economisch inzicht en deskundigheid is helaas niet nieuw en is bijzonder nefast voor alle linkse pogingen om een alternatief beleid uit te werken. Er is een humanitaire crisis en het land zit in een impasse.

Een uitweg?

Er zijn de afgelopen jaren tal van pogingen geweest om te onderhandelen. Telkens is het mislukt, hetzij door de schuld van Maduro, hetzij door de schuld van de oppositie. Toch is er geen andere uitweg.

Venezuela en de Venezolanen verdienen een goed werkend democratisch land. Dat zal er nooit komen zolang de V.S. probeert te interveniëren en beslag te leggen op de olie. Naïviteit is echter uit den boze, Rusland en China zijn evenzeer als de V.S. uit op de grootste olievoorraden ter wereld. Tegen de imperialistische V.S. zijn is ook daarom niet voldoende. Volgens de OPEC produceert Venezuela vandaag minder dan 1 miljoen vaten per dag, wat nog één derde is van wat het dertig jaar geleden was.

Het kan vandaag geen goed idee zijn om nog miljarden te investeren in de modernisering van de oliewinning, gelet op het klimaat. Maar er zijn wel miljarden nodig om – eindelijk – de binnenlandse productie te diversifiëren en het land op de weg van een rechtvaardige transitie te brengen. Miljoen Venezolanen zullen ongetwijfeld naar hun land terug willen. Dat is een enorme troef.

Tussen de rechtse oppositie en de Maduro-getrouwen in leeft er een democratische civil society. Zij moet een kans krijgen om gesprekken te voeren en mee te zoeken naar oplossingen, want noch de V.S., noch Guaidió, noch Maduro zijn daartoe in staat.

De keuze die progressieven en sociaal voelende mensen moeten maken is daarom niet tussen de V.S. en Maduro, maar voor een democratische transitie met mensen die een eind kunnen maken aan de corruptie en de economie uit het slop kunnen halen. Wie vandaag beweert dat Venezuela een socialistisch land is, bewijst de zaak geen goede dienst.

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.