Wanneer het zuiden het ‘Zuiden’ niet meer is

Facebooktwittergoogle_plusmail

De wereld verandert, niets is nog zoals het was. Dat is zeker zo voor wat klassiek de ‘Noord-Zuid verhoudingen’ werd genoemd. Dat is ook wat president Trump meent vast te stellen, en waarom hij van oordeel is dat het beleid moet focussen op de verdediging van de (wereld)positie van de Amerikaanse ondernemingen: “Make America great again” en “America first”, slogans die handelsoorlogen aankondigen.

Inderdaad de neoliberale globalisering heeft de verhoudingen tussen ‘the global South’ en het ‘ontwikkelde Noorden’ behoorlijk gewijzigd. In de neokoloniale tijden van de laatste decennia in de vorige eeuw werd de Noord-Zuid verhouding in grote mate bepaald door de greep van het Noorden op de grondstoffen van het Zuiden. Met de mondialisering werd het kapitalisme het dominante systeem op zowat alle plaatsen van deze aardbol, en met de globalisering kon het winstbejag steeds meer sectoren van de wereldwijde samenleving inpalmen: zowel cultuur als zorg als communicatie en op zovele plaatsen onderwijs.

Er ontwikkelde zich ook een mondiaal productiesysteem waarbij onderdelen van een bepaald eindproduct op zoveel verschillende plaatsen op de wereld worden aangemaakt. Het Zuiden, en bij uitstek Zuidoost-Azië en China en ook wel delen van Latijns-Amerika, werd een geïntegreerd onderdeel van het wereldwijde productieproces. Dat heeft alles van doen met de spotgoedkope arbeidskrachten en de ruimte om internationale arbeids- en milieunormen te omzeilen. De moderne productiewijze laat in het ‘Zuiden’ heel wat arbeidskracht aan de kant staan, waardoor de druk op de lage lonen er nog vergroot. Daarnaast wordt op zoveel plaatsen elk syndicaal werk onmogelijk gemaakt, en van sociale zekerheid is al helemaal geen sprake in die lageloonlanden. De leidinggevende kringen in deze evolutie bleven voornamelijk in de Verenigde Staten en West-Europa gelokaliseerd. Ze namen de strategische beslissingen, deden onderzoek, ontwikkeling, marketing, verzekering, verkoop.

De productie gebeurt in het goedkope ‘zuiden’ , door een onderdeel van een transnationale groep of – om eigen investeringen te vermijden –  in steeds groeiende mate via onderaanneming waar de ‘Noordelijke’ opdrachtgever geen enkele ‘sociale verantwoordelijkheid’ meer in heeft. Dit is het stadium dat we delokalisatie noemen, waarbij de tewerkstelling in de productiearbeid in het Westen drastisch zakt en wordt verschoven naar goedkopere – lees meer winstgevende – plaatsen. De winst voor de ‘merk-onderneming’ wordt in het geval van de uitbesteding niet gegenereerd door de productie op zich, want die is steeds meer geoutsourcet, maar door de neerwaartse prijsspiraal die kan  worden opgelegd aan de producent.

De uitbuiting van het ‘Zuiden’ is dus niet langer hoofdzakelijk gefocust op het weghalen van grondstoffen maar kreeg een bijkomende dimensie in de vorm van goedkope productieplaats voor de transnationale ondernemingen. De loonvorming wordt er zeker niet bepaald door de productiviteit van de geleverde arbeid, maar heeft alles van doen met de ‘arbeidsmarkt’, sociale gegevens als overbevolking en massale werkloosheid of de positie van de vrouw, en wat in oude linkse begrippen ‘de krachtsverhoudingen in de klassenmaatschappij’ heet.

In deze setting vormt de groei van een productieland uit het zuiden geen concurrerend maar een complementair gegeven tussen de Noordelijke opdrachtgever en de Zuidelijke producent. Het is een dynamiek die de gevestigde ondernemingen zelf bepalen, een delokalisatie van de productie om de winst te verhogen. In deze situatie moet het ‘Zuiden’ uiteraard ook wel onder controle worden gehouden, maar kijkt men vooral uit dat de arbeiderseisen blijvend kunnen opzij geschoven, dat er geen internationale structuur in staat is om ecologische barrières op te leggen.

Wanneer echter een Zuidelijke producent in staat is zelfstandig aan onderzoek, ontwikkeling, marketing te beginnen dan wordt hij een directe concurrent. Dat zien we bijvoorbeeld in het geval van de Chinese zonnepanelen, de Indische farmaceutische industrie, dat zien we in de ICT-sector.

Huawei ontwikkelde nu bijvoorbeeld z’n eigen 5G technologie – 5de generatie van draadloze systemen – waardoor het een enorme positie in de wereldmarkt weet te bemachtigen. Dat is moeilijk verteerbaar voor die ondernemingen die tot nog toe de lakens uitdeelden in deze sector. Sommige politieke leiders voelen zich geroepen om Huawei als onbetrouwbaar af te schilderen. Wanneer het zuiden het ‘Zuiden’ niet meer is, kraakt het oude imperialistisch kader.