Links in Spanje schiet zichzelf in de voet

Pedro Sánchez (links) en Pablo Iglesias groeten elkaar bij het verlaten van Moncloa (wikimedia)
Facebooktwittergoogle_plusmail

 

De Spanjaarden zijn de laatste jaren voor alle bestuursniveaus vaak naar de stembus gegaan. De PSOE  behaalden op 28 april en 25 mei 2019 mooie resultaten, maar weet die voorlopig niet te  verzilveren. Sánchez en Iglesias zijn worstelaars geworden die elkaar op 25 juli 2019 de arm hebben omgewrongen waardoor links in Spanje vooralsnog met lege regeringshanden achterblijft.

 

De sociaaldemocratische partij van Pedro Sánchez haalde meer dan 32 procent voor de Europese verkiezingen, voor de autonome regio’s en voor de gemeenteraadsverkiezingen en liet daardoor haar eeuwige rivaal, het rechtse PP (Partido Popular) 12 procent achter zich. Veel minder goed verliep het voor het linkse Podemos van Pablo Iglesias, de nieuwkomer in de Spaanse nationale politiek, die in een mum van tijd tot grote hoogtes klom. Uiteindelijk behaalde de partij die gegroeid is uit de indignados-beweging van M-15 in 2011 toch nog 14, 3 % van de stemmen. Samen met Ciudadanos, een centrumpartij die almaar meer rechtse standpunten en bondgenootschappen inneemt en aangaat, zeker na de laatste gemeenteraadsverkiezingen van 25 mei 2019, heeft Podemos het bipartisme dat gegroeid is na de dood van Franco in 1975 duchtig verstoord. De PSOE en de rechtse Partido Popular (PP) die tot  2015 afwisselend aan zet waren in een meerderheidsregering moeten nu noodgedwongen op zoek naar coalitiepartners.

Geen coalitiecultuur

 Dat Spanje geen coalitiecultuur heeft is pijnlijk gebleken op donderdag 25 juli. Dat was de ultieme datum om via een vertrouwensstemming een minderheidsregering te kunnen vormen. Na de nationale verkiezingen van 28 april had Pedro Sánchez de beste, maar ook de moeilijkste kaarten in handen. De PSOE behaalde toen123 zetels en werd de grootste partij, maar op 350 zetels bleef dat wel een minderheid. Sánchez moest dus op zoek naar een partner om een regering op de been te brengen. Gezien de steeds maar rechtsere houding van Ciudadanos, ook tijdens de samenstelling van de nieuwe gemeenteraden – denk maar aan Madrid – lag het voor de hand dat Podemos een natuurlijke bondgenoot zou zijn. Maar ook dat lag niet zo voor de hand. Sánchez wilde een voorzichtige koers varen in een gepolariseerd land met centralistische en separatistische, linkse en rechtse tendensen, terwijl Podemos dat in crisis verkeert erop uit was te bewijzen dat zij door regeringsdeelname het verschil zouden kunnen maken. Bovendien vormde Podemos samen met het linksere Izquierda Unida (IU), het links-ecologische Equo en enkele regionale krachten een coalitie met een uitgesproken links profiel.

Armworstelen

 In de voorbije maanden heeft dat geleid tot een merkwaardige politieke paringsdans tussen PSOE en Unidas Podemos. Iglesias drong bij Sánchez herhaaldelijk aan op het vormen van een linkse minderheidsregering en Sánchez ging daar schoorvoetend op in, maar tijdens de besprekingen over de verdeling van de posten ontstond er een wansmakelijke vorm van armworstelen die op 25 juli tot een breuk leidde tussen beide formaties. Unidad-Podemos wilde een aantal sociaaleconomische en repressieve maatregelen van de vorige PP-regering terugdraaien waaronder de ley mordaza die sociale actie strafbaar stelde. Het armworstelen speelde zich ook en vooral af op het niveau van de verdeling van de ministeriële bevoegdheden, maar leidde niet tot echte inhoudelijke discussies. Podemos eiste van het begin van de onderhandelingen dat Pablo Iglesias vice-president zou worden en wilde ook vijf ministerportefeuilles, maar die eisen werden door de PSOE als overdreven afgewezen. Dat gehakketak sleepte aan tot op het laatste moment en eindigde op het spreekgestoelte in een regelrechte ruzie tussen beide politici. Het resultaat? De PSOE kreeg 124 keer ‘Si’  maar 155 ‘no’ en 67 onthoudingen (waaronder die van Unidad-Podemos) waardoor er geen minderheidsregering kon worden gevormd.

23 september: tweede kans

 Het worden nu wachten op 23 september, de dag waarop een derde vertrouwensstemming zal worden gehouden: het ultieme moment om een regering op de been te krijgen, want anders worden er in  november van dit jaar opnieuw algemene verkiezingen uitgeschreven. Dat zou dan de vierde keer in vier jaar zijn. Het partijtje armworstelen tussen de PSOE en Unidad-Podemos heeft hier alles mee te maken. Beide politici hebben door hun onverzettelijkheid niet alleen hun hand overspeeld, maar vooral in eigen voet geschoten. Dat vindt ook Gabriel Rufián Romero van het Catalaans links-republikeinse ERC die de coalitie wilde steunen. ‘Hier krijgen jullie spijt van. Kijk naar de rechtse partijen. Ze zijn door het dolle heen. Vandaag verliest links niet door rechts. We verliezen door onze eigen schuld.’

Laura Chazel, onderzoeker verbonden aan de Madrileense Complutense universiteit, maakt een  analyse van de gebeurtenissen vanuit Podemos-standpunt: ‘Indien Unidad-Podemos PSOE alles had laten besturen dan zou het een gewone partij worden links van de socialisten. Dat heeft Podemos vanaf haar ontstaan nooit gewild. De militanten hebben altijd gezegd: ‘We zijn er om de macht te grijpen, niet om in de oppositie te zitten. Wij willen een volwaardige partner van de PSOE zijn.’  [i] 

Sánchez daarentegen beschouwde Podemos als een minoritaire, marginale partner, aldus Chazel. ‘Dat bleek uit zijn voorstel om eerder ‘tweedehands’ ministeries zoals  huisvesting, gezondheidzorg en consumptie aan te bieden, die weinig of geen slagkracht kunnen ontwikkelen en waarvan de bevoegdheden in sommige gevallen door de regionale besturen werden overgenomen.’ Volgens Laura Chazel zou Pedro Sánchez ook onder behoorlijk zware druk staan van grote financiële groepen om zich niet te laten beïnvloeden door Podemos om een linkse regering te vormen.

Op 23 september krijgen de PSOE en Unidad-Podemos nog een tweede kans om elkaar te vinden, want anders dreigen er nieuwe algemene verkiezingen, waarnaar links zeker niet zal uitkijken – gaan wij nog voldoende stemmen halen? – , maar eerder rechts en uiterst rechts die nu met veel leedvermaak kijken naar het gekibbel binnen links waaruit zij electoraal voordeel menen te kunnen halen. De uitspraak van het Opperste Gerechtshof over de zogenaamde dissidentie van de Catalaanse politici en waarvan het vonnis tot na de verkiezingen werd vooruitgeschoven, hangt nog steeds als een zwaard van Damocles boven het Iberisch schiereiland dat daardoor nog meer gepolariseerd dreigt te raken.

 

[i] En Espagne, faute d’accord avec Podemos, Pedro Sánchez échoue à obtenir la confiance des députés Médiapart, 25 JUILLET 2019 PAR ELISA PERRIGUEUR

 

Borgerhoutenaar Walter Lotens (°1942) noemt zich een glokale burger. Deze gepensioneerde leraar, mede-oprichter van de Actiegroep Kritisch Onderwijs (AKO), moraalwetenschapper, publicist en Latijns-Amerikawatcher schreef voor LA Chispa, een Nederlandstalig magazine over Latijns-Amerika en de Cariben, het Belgische De Reiskrant en voor de Surinaamse krant “De Ware Tijd” en nu voornamelijk voor de webzine voor internationale politiek uitpers.be, waarin hij niet alleen uitvoerig aandacht besteed aan Latijns-Amerika, maar ook aan het Antwerpse mobiliteitsdossier.