De wereldoorlogen en hun mythes

Facebooktwittergoogle_plusmail

Oudere mensen zullen zich herinneren dat ze tijdens de geschiedenislessen op school alleen maar te horen kregen dat alle keizers, koningen, hertogen en graven helden waren. Een typisch staaltje van mythevorming. Maar ook over de moderne geschiedenis worden veel mythes verteld. Want de geschiedenis wordt door de machthebbers geschreven. Thans zijn dat grote bedrijven die de media in handen hebben. Zij beschrijven de gebeurtenissen zoals het in hun kraam te pas komt. Dat geldt ook voor de wereldoorlogen. Tijd om mythes en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden.

Jacques R. Pauwels die aan meerdere universiteiten in Canada doceerde en tal van boeken over de beide wereldoorlogen publiceerde, wijst er in dit boek op hoezeer het vak geschiedenis sinds jaren stiefmoederlijk wordt behandeld in de leerprogramma’s. Daardoor komt het geschiedenisonderricht steeds meer in handen van de media. Dat zijn bijna uitsluitend privé-bedrijven, meestal grote en multinationale bedrijven en in vele gevallen bedrijven wier hoofdactiviteit niets met media te maken heeft, zoals het produceren van wapens. Die media zijn dus bezit van een kleine, maar rijke en machtige elite. Die verdedigt uiteraard het systeem waarbij ze wel vaart: het kapitalisme, in de loop der jaren uitgegroeid tot imperialisme.

Dat systeem leidde onder meer tot slavenarbeid, kolonisering en oorlogen tussen concurrerende imperialistische mogendheden. De elite verdient handen vol geld aan oorlogen, terwijl het gros van de bevolking er armer door wordt. De elite heeft dan ook geen enkel belang bij het onthullen van de historische werkelijkheid. Het volk mag niet weten dat er veel bloed aan het reusachtige fortuin van de elite kleeft. Daarom worden mythes in het leven geroepen en via de media verspreid. Die mythes stellen oorlogen voor als ‘ongevallen van de geschiedenis’ of liever nog als kruisvaarten voor democratie, vrijheid en recht. Mythes zijn er niet om de waarheid weer te geven, maar om de burgers te overtuigen van de superioriteit van het bestaande politiek-economische systeem, van het ‘eigen volk’, van de leider enz. Mythes streven ernaar mensen vrede te doen nemen met de stand van zaken in hun samenleving en zo de belangen van de elite te dienen.

De Groote Oorlog

De auteur ontzenuwt allereerst de algemeen verspreide mythe over de Eerste Wereldoorlog of De Groote Oorlog. Die zou ontstaan zijn vanwege de aanslag die op 28 juni 1914 in Sarajevo op de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger werd gepleegd. Niets is minder waar. Die aanslag werd wel het ideale excuus om een oorlog te ontketenen waarnaar de Europese elites al lang uitkeken. Die oorlog werd helemaal niet gevoerd voor vrijheid, recht en democratie, maar wel om binnen en buiten Europa grondstoffen in handen te krijgen, goedkope arbeidskrachten en afzetmarkten te vinden en het democratiseringsproces, op gang gebracht door de arbeidersbeweging, stil te leggen en terug te draaien.

Daarom speelde de elite de kaart van het nationalisme uit. De elite was als de dood voor het door het revolutionaire socialisme verdedigde internationalisme. Spijtig genoeg lieten de meeste Europese socialistische en sociaaldemocratische partijen zich door die nationalistische propaganda verleiden om in 1914 tegen elkaar ten strijde te trekken. De adel en hoge burgerij stelden met voldoening vast hoe de proletariërs aller landen zich gedurende vier jaar niet verenigden, maar afslachtten. De oorlog 1914-1918 leverde grote bedrijven en banken ongeziene winsten op. Dat de oorlog wel degelijk om economische redenen werd ontketend, werd zonder schroom toegegeven door generaal Douglas Haig, opperbevelhebber van het Britse leger, die verklaarde dat ‘hij zich niet schaamde voor de oorlogen die wij hebben gevoerd om de markten van de wereld open te stellen ten bate van onze handelaars’.

De democratie en zeker de revolutie moesten met alle middelen worden tegengewerkt. De oorlog werd het ideale alternatief voor revolutie. Maar in 1917, in volle oorlog, brak dan toch een revolutie uit in Rusland. Om in eigen land een revolutie te voorkomen, besloot de elite in tal van landen op het einde van de oorlog enkele politieke en sociale hervormingen door te voeren, zoals het (beperkt) algemeen stemrecht en de achturendag.

Hitlers oorlog?

Over naar de Tweede Wereldoorlog. Was die het werk van ene Adolf Hitler, zoals de mythe het wil doen geloven? Slaagde Hitler erin de bedrijven te verplichten de nodige wapens te produceren en de banken te dwingen daartoe leningen te verstrekken? De auteur betoogt dat het omgekeerde het geval was. Industriëlen en bankiers hebben Hitler aan de macht geholpen, omdat ze wisten dat zijn bewapeningsprogramma en de door hem uitgelokte oorlog voor hoge winsten zouden zorgen. Een andere mythe wil dat Hitler en andere fascistische leiders, zoals Mussolini, aan de macht kwamen omdat de bevolking zwaar getroffen werd door de economische crisis van de jaren Dertig, ontgoocheld was over het parlementaire stelsel en daarom naar sterke leiders uitkeek. In werkelijkheid, aldus Jacques Pauwels, bracht de Europese elite de fascisten aan de macht omdat ze de democratie wilde terugschroeven en de revolutie, die inmiddels gestalte had gekregen in de Sovjet-Unie, uit de wereld wilde helpen.

Kort na de revolutie in Rusland trokken legers van zo’n dozijn landen de Sovjet-Unie binnen om de revolutie in de kiem te smoren. Dat mislukte, maar het idee van een ‘kruistocht’ tegen de Sovjet-Unie bleef bestaan. Duitsland leek het geschikte land om die klus te klaren, omdat daar een Drang nach Osten bestond. De leden van de haute finance en van de big business binnen de nazi-partij wilden na de oorlog van 1914-1918 de financiële ineenstorting van het Reich voorkomen. Daarom moest een land worden aangevallen dat over aanzienlijke rijkdommen beschikte. De keuze was vlug gemaakt: de Sovjet-Unie.

Dankzij de Duitse aanval op de Sovjet-Unie in juni 1941, vielen de rijkdommen van dat land in handen van Duitse bedrijven en banken. Die boekten daardoor recordwinsten. Maar ook in Duitsland gevestigde filialen van Amerikaanse bedrijven (Ford, IBM, Opel) zagen hun winsten stijgen. Tegelijk moesten de Duitse arbeiders steeds langer werken tegen een lager loon. Hitlers Duitsland was bovendien een belangrijke afzetmarkt voor de Amerikaanse industrie. Die leverde vrachtwagenonderdelen (Ford), materiaal voor de vliegtuigindustrie (Pratt & Whitney, Boeing, Sperry Gyroscope), belangrijke grondstoffen als koper, rubber en petroleum (Texas Oil Company).

Het Hitler-Stalinpact

Over het niet-aanvalspact dat Duitsland en de Sovjet-Unie op 23 augustus 1939 sloten is tot op de dag van vandaag veel te doen. Volgens Jacques Pauwels wil de mythe dat beide landen dit pact sloten om ieder een deel van Polen te kunnen veroveren. Toen nazi-Duitsland in juni 1941 dan toch de Sovjet-Unie binnenviel kwam dit land in het kamp van de westerse geallieerde vijanden van Hitler terecht. De auteur laat een heel ander licht over dit pact schijnen. In de loop van de jaren Dertig probeerde Sovjetleider Stalin tevergeefs met Groot-Brittannië en Frankrijk een pact tegen Hitler te sluiten. Beide landen wilden daar niet van weten. In september 1938 sloten ze in München wel een pact met Hitler, maar de Sovjetunie moest daar buiten blijven. Londen en Parijs deden in München grote toegevingen aan Hitler. Nadat de Japanners in de lente van 1939 de Sovjet-Unie waren binnengevallen en verslagen werden, sloot Stalin in augustus het niet-aanvalspact met Hitler om de Sovjet-Unie te behoeden voor een invasie. Stalin wilde voorkomen dat zijn land op twee fronten oorlog zou moeten voeren.

Toch wist iedereen dat de Duitse invasie van de Sovjet-Unie er zou komen. Hitler pleitter er al in de jaren Twintig voor in zijn boek ‘Mein Kampf’. De elites in Londen en Parijs moedigden zo’n invasie aan, omdat zo de revolutie en de verspreiding ervan in andere Europese landen en hun kolonies gestopt of voorkomen kon worden.

Normandië-Pearl-Harbor

En wat was nu het keerpunt in de Tweede Wereldoorlog? Volgens de mythe was dat de landing in Normandië in juni 1944. Maar de auteur wijst erop dat al in december 1941 het oorlogstij begon te keren, toen de Sovjet-Unie een einde maakte aan de Duitse Blitzkrieg en Duitse generaals Hitler meldden dat ze de oorlog niet meer konden winnen. Pas toen het Sovjet-leger in 1944 op weg was naar Berlijn, beslisten de Amerkaanse president Roosevelt en de Britse eerste minister Churchill dat er iets moest gebeuren om te beletten dat de Sovjet-Unie het grootste deel van Duitsland zou inpalmen.

Jacques Pauwels maakt ook brandhout van de mythe dat de Verenigde Staten door de onverwachte Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 in de Tweede Wereldoorlog betrokken werden. Pauwels beweert dat de VS een oorlog tegen Japan wilden, omdat Japan in het Verre Oosten even imperialistische ambities koesterde als de VS. Het Franse collaborateursregime van Vichy had al in 1940 de controle over het Vietnamese Hanoi en Saigon aan Japan overgelaten. Een jaar later bezette Japan heel Indochina.

Opdat de VS een ‘defensieve’ oorlog zouden kunnen voeren, moest Japan tot agressie worden geprovoceerd. Daartoe werden VS-oorlogsschepen tot vlak bij en zelfs in de Japanse territoriale wateren gestuurd. Vanaf de zomer 1941 oefenden de VS ook economische druk op Japan uit, onder meer een bevriezing van Japanse rekeningen in de VS en een embargo op vitale olieproducten. Toch verliep alles niet volgens plan. Enkele dagen na Pearl Harbor, op 11 december 1941, verklaarde Hitler totaal onverwacht de oorlog aan de VS, die op die manier tegen wil en dank in een oorlog tegen Duitsland terechtkwamen. Tegen wil en dank, want de Amerikaanse financieel-economische elite had geen belang bij een oorlog tegen nazi-Duitsland.

Atoombommen

Volgens een algemeen verspreide mening konden de VS Japan in de zomer van 1945 alleen maar tot capitulatie dwingen door atoombommen op Hiroshima en Nagasaki te smijten. Volgens de auteur waren die atoombommen vooral bedoeld om de Sovjet-troepen in het Verre Oosten te stoppen en om te vermijden dat de Sovjet-Unie een rol zou spelen in de bezetting en heropbouw van Japan. Bovendien wilden de VS Moskou intimideren en tot toegevingen dwingen tijdens de onderhandelingen over de naoorlogse regelingen in Duitsland en Oost-Europa. Volgens Pauwels gaven de Japanners zich eerder over vanwege de oorlogsverklaring van de Sovjet-Unie dan vanwege de Amerikaanse atoombommen.

Jacques Pauwels sabelt ten slotte de mythe neer als waren de VS na afloop van de Tweede Wereldoorlog verplicht om in Europa te blijven ter bestrijding van een nieuw gevaar: de Sovjet-Unie. Dat werd dan de Koude Oorlog. Maar Pauwels beweert dat de Koude Oorlog er alleen toe diende de mislukte droom van Hitler te verwezenlijken: de vernietiging van de Sovjet-Unie. Volgens de auteur was de Tweede Wereldoorlog in de ogen van de Amerikaanse imperialistische elite een oorlog geweest tegen de verkeerde vijand, nazi-Duitsland en het fascisme in het algemeen, en aan de zijde van de verkeerde bondgenoot, de Sovjet-Unie. De Koude Oorlog was de oorlog tegen de juiste vijand van het imperialisme: de Sovjet-Unie.

–  – EPO – 268 blz. – 24,90 euro

De grote mythen van de moderne geschiedenis
Jacques R. Pauwels
EPO
2019
268, € 24,90