De toekomst van de sociale zekerheid

Facebooktwittergoogle_plusmail

Ik begin er zowat elke lezing mee: nooit eerder stond sociale bescherming zo hoog op de internationale politieke agenda en nooit eerder was de sociale bescherming zo zwaar bedreigd.

Dat heeft er in eerste instantie mee te maken dat de internationale instellingen de betekenis hebben veranderd van dit zo essentiële concept. Wat er vandaag, internationaal, mee bedoeld wordt, is iets helemaal anders dan wat wij, in West-Europa, er meestal mee bedoelen. Wij denken aan onze sociale zekerheid, aan gezondheidszorg en onderwijs, aan armoedebestrijding en openbaar vervoer. Wij denken, bewust of onbewust, aan sociale en economische rechten en aan sociaal burgerschap.

De Wereldbank ziet dat anders. Voor haar is ‘sociale bescherming’ nog altijd in hoofdzaak gericht op de armen, de anderen kunnen wel terecht op de markt om zich verzekeringen te kopen. De Europese Unie en de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) zitten daar ergens middenin. Zij kijken inderdaad wel verder dan armoedebestrijding, maar sociale bescherming staat toch vooral in dienst van de economie en de markt. Ze hebben geen probleem met privatiseringen. De EU werkt mee aan de deregulering van de arbeidsmarkt, de ILO wil die blijvend beschermen maar kan niet meer dan enkele fundamentele normen met hand en tand verdedigen. Gelukkig zijn daar ook collectieve onderhandelingen bij.

Het mag duidelijk zijn dat het denken over sociale bescherming hoe dan ook in beweging is. Tot nog toe was daar in België weinig van te merken, maar er zijn onlangs toch enkele boeken en studies verschenen die ons op weg kunnen helpen om de toekomst voor te bereiden. De denkgroep Minerva gaf een boek uit, het RIZIV denkt na over de toekomst van de gezondheidszorg, het ACV organiseerde een aantal lezingen met politici, academici, sociale partners en enkele anderen. Ook, daarover werd een boek uitgegeven met interessante inzichten.

Uiteraard lopen de meningen van vakbondsmensen en werkgeversorganisaties niet langs hetzelfde spoor, liberale politici denken anders dan linkse politici. Het is bijzonder nuttig en leerrijk om die meningen naast elkaar gepresenteerd te krijgen.

Het is opvallend dat het vooral de rechterzijde is, zoals Vincent Van Quickenborne en Dannie Pieters, of nog VOKA en het VBO die ‘problemen’ zien voor de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. Zij zijn het ook die het sterkst wijzen op de komende vergrijzing van de maatschappij en op de noodzaak om zo snel als mogelijk een eenvormig statuut voor iedereen uit te werken. Danny Pieters stelt ook vragen bij het nut van paritair beheer en de rol van vakbonden en mutualiteiten.

De pensioenen nemen in nagenoeg al deze artikelen een belangrijke plaats in, en gelukkig is er Kim De Witte om erop te wijzen dat het er vooral op aankomt de welvaart eerlijker te verdelen.

Voka gaat het verst in de vraag om de sociale zekerheid ‘volledig te herdenken’. Het spreekt van ‘verzekering’ in plaats van ‘zekerheid’, want alles is en moet in beweging zijn. De sociale zekerheid is overbevraagd, terwijl groei in feite onze enige sociale zekerheid is.

Ook de vertegenwoordiger van de Nationale Bank van België wijst er op dat er hoegenaamd géén tegenstelling is tussen groei en sociale zekerheid, maar er is wel een probleem voor de pensioenen.

Wouter Beke haalt het 2×2 model weer naar boven: hij pleit voor een basis sociale zekerheid voor iedereen, naast aanvullende voordelen op basis van de loopbaan (zie hier voor meer informatie). Ook voor hem moet de pensioenleeftijd naar omhoog.

Diverse bijdragen vermelden het basisinkomen, telkens om het – om uiteenlopende redenen – af te wijzen. Meyrem Almaci van Groen stelt er een ‘welvaartsgarantie’ voor in de plaats. Wie niet wil of kan werken hoeft dat dan ook niet.

Gelukkig zijn er John Crombez en Marc Leemans om er op te wijzen dat het toch telkens om een maatschappelijke keuze gaat, wij zijn het die moeten beslissen welke sociale zekerheid we willen en hoe we die gaan betalen. De betaalbaarheid kan niet van tevoren worden vastgesteld. Stoppen met het verminderen van de werkgeversbijdragen of een vermogensbelasting zou een goed begin kunnen zijn.

Terwijl heel veel auteurs stellen dat de sociale zekerheid ‘van ons’ is, en ook uitleggen waarom, zijn het toch enkel de vakbonden (Ferre Wyckmans, Marc Leemans, Stefaan Decock) die een warm pleidooi houden voor het behoud van ons systeem. Er wordt nu volop geschermd met initiatieven zoals ‘de warmste week’, maar dat brengt nauwelijks 17 miljoen euro op, terwijl de sociale zekerheid een omzet heeft van 93 miljard euro! Of m.a.w. zo’n warme week is genoeg voor precies één week.

Dit boek geeft een goed overzicht van de belangrijkste meningen die vandaag over sociale bescherming worden verspreid. Samen met het boek van Minerva, waarin enkele auteurs ook concrete voorstellen doen voor hoe het anders en beter zou kunnen, is dit van het allergrootste belang.

Te veel nog blijft deze discussie achter gesloten deuren plaats vinden, terwijl het toch voor ieder van ons superbelangrijk is. Waar blijven de voorstellen voor democratische en participatieve debatten over de toekomst? En vooral, waar blijven de concrete voorstellen voor een vernieuwing van de sociale bescherming? Terecht stelt Danny Pieters dat elk systeem als legitiem en rechtvaardig moet worden ervaren, maar hoe kan dat als de bevolking niet eens weet heeft van wat er zich aan het uitkristalliseren is?

Het blijkt ook dat de roep naar verandering het luidst klinkt aan de rechterzijde. Gelet op de machtsverhoudingen denk ik dan dat de linkerzijde zich maar best snel en goed voorbereidt, anders komen de hervormingen over de maatschappij gerold zonder dat die ook maar een iota kan tegen houden. Het is dringend.

“We gaan als vakbonden de promotie en het draagvlak voor de sociale zekerheid zelf moeten organiseren opdat een gezond solidair publiek en collectief stelsel iedereen meeneemt op vlak van sociale bescherming”. Het is de allerlaatste zin van Stefaan Decock in dit boek dat ik zeer sterk wil aanbevelen. Democratisering en het zelf in handen nemen: dat is precies wat ik al enkele jaren geleden voorstelde in mijn boek over ‘social commons’. Maar misschien klonk dat te moeilijk…

Welke toekomst voor onze sociale zekerheid?
Marc Leemans en Stefaan Decock (red.)
EPO
2019
Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.