Griekenland: sluit de haakjes

Facebooktwittergoogle_plusmail

Maar zeg nu eerlijk, Alexis en Yanis, gaan jullie dan eindelijk toch ook de Staat moderniseren?’ Het was de vraag die na een lang gesprek tussen Slavoj Zizek, Alexis Tsipras en Yanis Varoufakis nog steeds niet was beantwoord. Uiteraard gaan we dat doen, was het lang verwachte antwoord, het is ook dringend nodig. Dat was in de zomer van 2014, op het ‘Subversief Sociaal Forum’ in Zagreb.

Varoufakis deed niet langer dan zes maanden mee, Tsipras hield het bijna vijf jaar vol, en ja, de Staat werd gemoderniseerd, maar lang niet genoeg. Het cliëntelisme is verminderd, maar is niet weg, er worden belastingen geheven, maar niet echt rechtvaardig, het puin in de sociale bescherming werd deels opgeruimd, maar er is nog veel werk aan de winkel.

Syriza, de radikaal linkse partij van Alexis Tsipras, zal er niet langer aan verder werken. Ze verloor de verkiezingen van zondag 7 juli met, volgens de eerste officiële ramingen, 31,6 % tegen de 39,8 % van Nea Demokratia, de conservatieve partij (voorlopige cijfers).

Het kan verbazen, want al diegenen aan de linkerzijde die dit verlies van Syriza hadden voorspeld, gingen er steeds van uit dat de verloren stemmen naar links zouden gaan, of misschien zelfs naar extreem-rechts, maar niet naar de conservatieven die, net als de sociaal-democraten, schuldig zijn aan de crisis.

Syriza heeft verloren, en het voor de hand liggende besluit staat vast. Het was Papandreou van de sociaal-democratische partij Pasok die in 2009 het gesjoemel met de statistieken aan het licht bracht. Griekenland was in 2001 toegetreden tot de Euro en officieel bedroeg het begrotingstekort 3,6 % van het bruto binnenlands product. In werkelijkheid was het 12,8 of zelfs 15,6 %. Dat bedrog was al sinds 2004 bekend, maar onder de mat geschoven. Omdat het zo niet verder kon, werd de etterzak geopend door Pasok. Dat was het begin van zeer zware bezuinigingsprogramma’s die door de ‘troïka’ van de Europese Commissie de Europese Centrale Bank en het Internationaal Muntfonds werden opgelegd (zie hier voor een bespreking van het IMF evaluatieverslag erover)

Een eerste gevolg hiervan was de verkiezing in januari 2015 van het radikaal linkse Syriza van Alexis Tsipras. Hij won met de belofte om een eind te maken aan de ‘memoranda’ en de onhoudbare eisen uit Brussel. Er volgden zes maanden keiharde onderhandelingen, door Varoufakis, minister van Financiën, prachtig beschreven in ‘Volwassenen onder elkaar ‘, tot juli 2015. Tsipras organiseerde een referendum, het volk zei ‘oxi’ (neen) tegen de besparingen en … Tsipras ging door de knieën. Want de dreiging om uit de euro te worden gegooid – waarvoor hij niet werd verkozen en wat het volk ook niet wilde – was te groot. In Brussel werd een ijskoude ideologische strijd gevoerd onder het bevel van de Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble. Varoufakis werd ontslagen, Tsipras boog, organiseerde nieuwe verkiezingen en won opnieuw. Eén derde van zijn partij verliet de karavaan en stichtte een nieuw partij, ‘Volkseenheid’.

Na zwaar verlies in de Europese verkiezingen van eind mei 2019, schreef Tsipras nieuwe verkiezingen uit. Het (voorlopige) resultaat is nu bekend.

En het besluit: het zijn de linkse partijen die de grote crisis in het Griekse huishouden hebben opgelost, die orde op zaken hebben besteld en die daar nu voor afgestraft worden.

Pasok (nu KINAL) is nog slechts een schim van zich zelf (8,3 % van de stemmen). Syriza zal een ernstig gewetensonderzoek moeten doen.

Hoop

Toch is niet alles verloren, en er is hoop.

De eerste vaststelling is dat de linkerzijde nog steeds een meerderheid heeft in Griekenland. Tel KINAL op bij Syriza en bij Mera25 – de nieuwe partij die Yanis Varoufakis heeft opgericht – en de communistische KKE en je bereikt nagenoeg 50 %. Niet dat er sprake kan zijn van samen besturen, deze partijen zijn onverenigbaar, maar wat werd voorspeld, met name een grote winst voor extreem-rechts van Gouden Dageraad is niet gebeurd. De partij blijft onder de kiesdrempel van 3 %. De Griekse maatschappij blijft overwegend links. En bij de jongeren tussen 17 en 24, haalde Syriza 38 %! Dat is erg positief, ook was de participatiegraad bij deze verkiezingen laag (57,5 %).

Ten tweede heeft Mera25, de partij die vasthangt aan de Paneuropse beweging Diem25, wellicht 9 zetels in het Griekse Parlement (3,4 %). Ondanks de rivaliteit tussen de twee voormannen, Tsipras en Varoufakis, kan dat wel een stimulans zijn voor Syriza om een ernstige balans op te maken. Voor Varoufakis is het een bewijs dat zijn inspanningen niet nutteloos waren. Ook dat is positief.

Ten derde en tenslotte, het zal voor Nea Demokratia een stuk makkelijker worden om te besturen. Het haalde een absolute meerderheid, het bittere avontuur van de besparingsplannen is achter de rug, en die plannen waren nodig precies wegens het barslechte beleid dat deze partij – en ook Pasok – in het verleden voerden. Zij waren het die zoveel schulden maakten, zij waren het die het hele overheidsapparaat lieten verkommeren, zij waren het die de begroting in het honderd lieten lopen.

Nea Demokratia belooft nu de belastingen te verminderen. We moeten hopen dat hier weer een ‘kolotoumba’ plaats vindt, dit is dat de partij niet doet wat ze heeft beloofd, want anders staat het IMF morgen weer aan de deur

Een erg bittere pil

Uiteraard wordt Syriza verweten dat ze de strenge bezuinigingen van de EU nauwlettend heeft uitgevoerd. Maar was er een keuze? Ja, Griekenland kon uit de Euro zijn gestapt, met een terugkeer naar de Drachme, een zware devaluatie, een afsluiten van de financiële markten, zwarte sneeuw voor de economie en voor de bevolking. Varoufakis had op het eind een alternatief, maar het leek te ver gegrepen om realistisch over te komen.

Tot nog toe heeft niemand van de linkse critici een geloofwaardig alternatief plan voorgesteld om de Euro te verlaten, in de hypothese dat dit wenselijk is.

De echte startersfout van Syriza in 2015 was dat aan de onderhandelingen werd begonnen zonder dat er een plan B beschikbaar was. De veronderstelling was dat de sociaal-democratische leden van de ‘Eurogroep’, denk aan de Nederlander Dijsselbloem en de Franse Minister Michel Sapin. Dat viel erg lelijk tegen. Varoufakis die heel naïef de ministers een lesje in economie wou geven, werd genadeloos vernederd en Schäuble zag bijna zijn droom van een Grexit bewaarheid worden.

Tsipras ging door de knieën en er volgde een bijzonder zwaar bezuinigingsplan, zonder enige concessies, want in de EU was er bepaald niemand die vrolijk naar de opkomst van radikaal links kon kijken. Als iemand met de vinger moet worden gewezen, dan de Eurogroep die bewees geen enkel menselijk argument in overweging te willen nemen. De legitimiteit van de EU kreeg hiermee een flinke knauw.

Het derde memorandum, dat in de zomer van 2015 werd aangenomen, lag helemaal in de lijn van de twee vorige. Duizenden bedrijven gingen overkop, pensioenen werden drastisch gekort, ziekenhuizen gingen dicht, overheidsbedrijven en -diensten werden geprivatiseerd, duizenden mensen werden dakloos en/of pleegden zelfmoord.

Van de leningen die Griekenland in ruil kreeg ging slechts een minieme fractie ook naar het land. De grote sommen werden rechtstreeks versluisd naar voornamelijk Franse en Duitse banken. De schuldenlast bedraagt vandaag rond de 175 % van het BBP. De winst die de ECB op haar leningen maakte is wél terugbetaald aan Athene.

Met die memoranda is het nu afgelopen, maar Griekenland heeft nog steeds een zwaar programma na te leven waarop nauwlettend wordt toegekeken door de Europese Commissie.

Syriza heeft zich altijd verdedigd door te stellen dat het ondanks de zware besparingen toch altijd het onderste uit de kan heeft gehaald voor de armsten. Dat is juist, maar het betekent niet dat die armsten niet werden getroffen en het betekent wel dat de lagere middenklassen des te harder moesten inleveren. Dit ‘sparen van de armen’ mag dan humanitair gezien positief zijn, het is een vast recept om verkiezingen te verliezen, want wie net niet arm is loopt gegarandeerd naar rechts.

Zoals aan het begin van dit artikel werd aangegeven, was het bovendien ook nodig met de zware borstel door het overheidsapparaat te gaan. Dat had niet moeten gepaard gaan met ontslagen, lagere lonen en uitkeringen, maar nodig was het wel. Wie vandaag het verschil ziet tussen de haven van Piraeus die aan een Chinees bedrijf werd verkocht, en de resterende Griekse havens, ziet meteen wat hier wordt bedoeld. Toegegeven, de arbeiders lijden onder een té zwaar flexibel regime, maar de haven draait en is efficiënt wat van veel andere havens niet kan worden gezegd. Het betekent gewoon dat deze noodzakelijke hervormingen ook sociaal aanvaardbaar moeten gemaakt worden. De kans is klein dat Nea Demokratia daaraan begint.

Een laatste les die uit dit hele trieste verhaal moet getrokken worden is dat de linkse alternatieven de mensen niet meer aanspreken dan Syriza zelf. Het communistische KKE blijft rond de 5 % schommelen, het van Syriza afgescheiden ‘Volkseenheid’ haalt minder dan 1 % …

Syriza heeft het vuile werk mogen opknappen. Het is rechts dat er de vruchten van plukt. De radikaal linkse haakjes gaan nu dicht. De nieuwe premier, Kyriakos Mitsotakis is de zoon van zijn vader, telg van een dynastie die samen met de familie Papandreaou van het oude Pasok, Griekenland al sinds 1974 bestuurt. De karavaan trekt verder.

 

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice (www.globalsocialjustice.eu) en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ (www.socialcommons.eu ) voor een transformatieve en universele sociale bescherming.