Trumps plan voor uitroeiing van de Palestijnse zaak vindt steun bij beide partijen in VS

Israëlische muur op bezet Palestijns gebied op de westelijke Jordaanoever bij de Palestijnse stad Bethlehem. Bron: Pixabay
Facebooktwittergoogle_plusmail

In zijn artikel Trump enjoys bipartisan support for his plan to eradicate the Palestinian cause van 14 juni 2019 beschrijft onafhankelijk journalist Jonathan Cook de strategie van Israël en de VS om het Palestijnse volk politiek te ondermijnen door het implementeren van een zogenaamde ‘economische pacificatie’.

Deze “Deal van de eeuw” van Trump en de zijnen voor de ‘oplossing’ van het Israël-Palestina conflict zal de Palestijnse Autoriteit beroven van zijn geldmiddelen. Die worden overgeheveld naar ‘Palestijnse ondernemers en bedrijven’, evenals niet-gouvernementele organisaties die bereid zijn met de VS en Israël samen te werken. Eind juni zal op een conferentie in de Bahreinse hoofdstad Manama de aanzet voor dit plan worden gegeven. (intro vertaler)

Het langdurige financiële getreiter door het Witte Huis van de Palestijnse Autoriteit, de Palestijnse regering wachtend (op enige echte regeringsmacht), heeft het punt bereikt waarop er nu geloofwaardige aanwijzingen zijn dat ze op instorten staat. Deze crisis heeft critici aanvullend bewijs verschaft van de ogenschijnlijk chaotische, vaak zichzelf saboterende aanpak van de Amerikaanse regering van zijn buitenlands beleid.

Ondertussen hebben Amerikaanse functionarissen, belast met het oplossen van het Israëlisch-Palestijnse conflict, steeds meer onverholen vooringenomenheid getoond, zoals de recente beweringen van David Friedman, ambassadeur in Israël, dat Israël “aan de kant van God” staat en “het recht zou moeten hebben” om een groot deel van de Westelijke Jordaanoever te behouden.

Critici beschouwen de aanpak van de regering Trump nogmaals als een gevaarlijke afwijking van de traditionele Amerikaanse rol van ‘eerlijk bemiddelaar’. Dergelijke analyses, hoe gewoon ook, zijn erg misleidend. In plaats van het ontbreken van een strategie, heeft het Witte Huis een precieze en duidelijke strategie voor het opleggen van een oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict – president Donald Trumps ‘deal van de eeuw’. Zelfs zonder publicatie van een formeel document tot dusverre, worden de contouren van dit plan steeds scherper afgelijnd, terwijl de uitwerking ervan op het terrein waarneembaar wordt.

Herhaalde vertragingen in de aankondiging van het plan zijn slechts een indicatie dat Trumps team meer tijd nodig heeft voor een passend politiek klimaat om het plan uit de kast te halen.

Verder heeft de visie van de regering Trump op de toekomst van Israëli’s en Palestijnen – hoe extreem en eenzijdig ook – brede steun bij beide partijen in Washington. Er is niets speciaal “Trumpiaans” aan het komende “vredesproces” van de regering.

Het blokkeren van de hulp

Paradoxaal genoeg werd dat vorige week duidelijk toen vooraanstaande leden van het Amerikaanse Congres, aan beide zijden van het politieke spectrum, een wetsvoorstel indienden om de noodlijdende Palestijnse economie met 50 miljoen dollar te stimuleren. De hoop is gevestigd op de creatie van een “Partnerschapsfonds voor vrede” dat een financiële stimulans zal bieden aan Israëli’s en Palestijnen die proberen het conflict op te lossen – althans dat is wat er wordt beweerd.

Deze plotselinge zorg voor de gezondheid van de Palestijnse economie is een dramatische en verwarrende ommekeer. Het Congres was tot dan altijd een actieve en enthousiaste partner van het Witte Huis om de hulp aan de PA voor langer dan een jaar te blokkeren.

Mohammad Shtayyeh, Palestijns eerste minister, meldde aan The New York Times op 5 juni 2019 dat de PA op de rand van implosie stond. “We bevinden ons in een situatie van ineenstorting”.

De crisis van de PA komt niet als een verrassing. Het Congres hielp die te initiëren door de Taylor Force Act in maart 2018 aan te nemen. Die wet eist dat de VS de financiering van de PA stopzetten totdat zij stop met het uitkeren van vergoedingen aan ongeveer Palestijnse families van Palestijnen die gevangen zijn gezet, zijn gedood of verminkt door Israël.

Op de rand van ineenstorting

Eerdere Amerikaanse regeringen zouden mogelijk een afstandsverklaring hebben ondertekend om te voorkomen dat dergelijke wetgeving in werking treedt – net zoals presidenten tot Trump een wet in het Congres blokkeerden die in 1995 was aangenomen en eiste dat de VS hun ambassade naar Jeruzalem zouden verplaatsen.

Maar het Witte Huis van Trump is niet geïnteresseerd in het redden van zijn diplomatieke reputatie of het intomen van de pro-Israëlische dweepzucht van Amerikaanse wetgevers. Zijn regering deelt vurig en expliciet de vooroordelen die al lang inherent zijn aan het Amerikaanse politieke systeem.

In overeenstemming met de Taylor Force Act heeft het Witte Huis onontbeerlijke fondsen voor Palestijnen afgesneden, onder meer aan de UNRWA, het VN-vluchtelingenagentschap voor Palestijnen, en aan ziekenhuizen in het door Israël bezette Oost-Jeruzalem.

De beslissing van het Congres om de Palestijnse Autoriteit lam te leggen had nog meer gevolgen, daar die de Israëlische premier Benjamin Netanyahu in eigen land ontmaskerd achterliet. Omdat hij niet wilde gezien worden als minder anti-PA dan Amerikaanse wetgevers, implementeerde Netanyahu zijn eigen versie van de Taylor Force Act eerder dit jaar.

Sinds februari heeft hij een deel van de belastingen ingehouden die Israël ten behoeve van de PA int, het grootste deel van zijn inkomsten, even groot als de uitkeringen aan Palestijnse families van gevangenen en slachtoffers van Israëlisch geweld – oftewel zij waar Israël en de VS simpelweg naar verwijzen als “terroristen.”

Dat heeft op zijn beurt Mahmoud Abbas, Palestijns president, in een onmogelijke positie gebracht. Hij durft niet gezien te worden als iemand die een Israëlisch dictaat accepteert dat het inhouden van Palestijns geld legitimeert, of iemand die hen, die zich het meeste hebben opgeofferd voor de Palestijnse zaak, als “terroristen” definieert. Daarom heeft hij de volledige maandelijkse belastingafdracht geweigerd totdat het volledige bedrag wordt hersteld.

Net nu deze verschillende slagen de PA eindelijk dreigen omver te werpen, bereidt het Amerikaanse Congres zich plotseling voor om tussenbeide te komen en de Palestijnse economie met 50 miljoen dollar te redden. Wat is hier in vredesnaam aan de hand?

‘Geld in ruil voor rust’

De kleine lettertjes zijn veelzeggend. De PA, de prille regering van de Palestijnen, komt niet in aanmerking voor de beloofde vrijgevigheid van het Amerikaanse Congres.

Als deze wetgeving wordt aangenomen, wordt het geld overgemaakt aan ‘Palestijnse ondernemers en bedrijven’, evenals aan niet-gouvernementele organisaties die bereid zijn met de VS en Israël samen te werken aan ‘people-to-people peace-building’-programma’s en “verzoening tussen Israëli’s en Palestijnen.”

Met andere woorden, deze wetgeving is eigenlijk ontworpen als een nieuwe aanval op het bestaande Palestijnse leiderschap. De PA wordt alweer omzeild, daar de VS en Israël liever proberen een alternatief economisch, dan een politiek leiderschap te ondersteunen.

Deze stap van Amerikaanse afgevaardigden vindt niet plaats in het luchtledige. Sinds het effectieve fiasco van de Oslo-akkoorden bijna twintig jaar geleden, heeft Washington geprobeerd een nationaal conflict dat een politieke oplossing nodig heeft terug te brengen tot een humanitaire crisis die een economische oplossing nodig heeft.

Het is een variatie op het aloude streven van Netanyahu om de Palestijnse nationale strijd te breken en te vervangen door zogenaamde ‘economische vrede‘.

Waar ooit het doel van vredestichting “land in ruil voor vrede” was – een Palestijnse staat in ruil voor een einde aan de vijandelijkheden – is nu het doel “geld in ruil voor rust.” De VS ondersteunen nu formeel Israëls inspanningen voor economische pacificatie.

Verontwaardigd over nieuwe verkiezingen

De regering Trump heeft een tweestappenproces bedacht om de Palestijnen te neutraliseren. Allereerst werd de schoonzoon van Trump, Jared Kushner, belast met het overhalen van de Arabische staten, vooral die in de olierijke Golf, om geld te storten voor het pacificeren van de Palestijnen en hun buren. Dit is de bedoeling van een investeringsconferentie die later in juni in Bahrein zal worden gehouden – de hoeksteen van de ‘deal van de eeuw’, niet alleen maar een prelude.

Dat was de reden waarom Trump zelf zo zichtbaar verontwaardigd was over de vertraging veroorzaakt door Netanyahu’s besluit om het Israëlische parlement in mei te ontbinden, een weerspiegeling van zijn politieke zwakte omdat hij wordt geconfronteerd met dreigende corruptieprocessen. De nieuwe verkiezingen in Israël, gromde Trump, waren “belachelijk” en “verknald. ”

De bedoeling van de conferentie in Bahrein is om tientallen miljarden dollars die door Washington zijn bijeengebracht te gebruiken om de oppositie tegen de deal van Trump af te kopen, voornamelijk in Egypte en Jordanië, die cruciaal zijn voor het succes van dit pacificatieprogramma. Elke weigering door de Palestijnen om zich over te geven, hetzij in Gaza of op de Westelijke Jordaanoever, zou grote gevolgen kunnen hebben voor deze buurstaten.

Zoektocht naar ‘alternatieve’ leiders

Ten tweede staat VS-ambassadeur Friedman in het centrum van de inspanningen om ontvangers voor de door de Golfstaten gefinancierde donaties te identificeren. Hij is bezig geweest om een nieuwe alliantie te smeden tussen de kolonisten, met wie hij nauw verwant is, en Palestijnen die mogelijk willen helpen aan het pacificatieproject. Eind vorig jaar woonde hij een samenkomst bij van Palestijnse en Israëlische bedrijfsleiders in de stad Ariel op de Westelijke Jordaanoever.

Nadien twitterde hij dat het bedrijfsleven “klaar, bereid en in staat was om gezamenlijke kansen en vreedzame co-existentie te bevorderen. Mensen willen vrede en we staan klaar om te helpen! Luistert het Palestijnse leiderschap?”

Friedman heeft er geen geheim van gemaakt waar zijn – en zogenaamd ook ‘Gods’ – prioriteiten liggen. Hij gooit zijn gewicht achter de groeiende roep in Israël om een groot deel van het grondgebied te annexeren, dat ooit werd gezien als essentieel voor de oprichting van een Palestijnse staat. Met dat als leidraad is het nu de taak van de regering om een Palestijns leiderschap te vinden dat bereid is klaar te staan, terwijl de laatste hand wordt gelegd aan een groter door God voorbestemd Israël.

Bezorgdheid in Washington over de onwil van de PA om hiermee in te stemmen werd vorige week geuit door Kushner, hoewel hij die weigering inkleedde als twijfels over het vermogen van de Palestijnen tot zelfbestuur. Hij zei over de PA: “De hoop is dat ze na verloop van tijd in staat zullen zijn om te regeren.” Hij voegde eraan toe dat de echte test van het plan van de regering zou zijn of Palestijnse gebieden “investeerbaar” zouden worden.

“Als ik Palestijnse mensen spreek, willen ze de kans krijgen om een beter leven te leiden. Ze willen de mogelijkheid om hun hypotheek af te betalen,” zei hij.

Washington kijkt daarom naar invloedrijke families op de Westelijke Jordaanoever die mogelijk met steekpenningen kunnen worden aangeworven om als een alternatief, inschikkelijk leiderschap te dienen. In februari werd gemeld dat ongeveer 200 zakenmensen, Israëlische burgemeesters en leiders van Palestijnse gemeenschappen elkaar in Jeruzalem ontmoetten “om zakelijke partnerschappen tussen Israëlische en Palestijnse ondernemers te bevorderen”.

Corrupte tribale koninkrijkjes

Het is normaal voor de regering Trump om op zoek te gaan naar een zakelijke elite – een die, naar zij hoopt, bereid zal zijn om af te zien van een nationale oplossing, als het economische klimaat voldoende wordt geliberaliseerd om nieuwe regionale en wereldwijde investeringsmogelijkheden toe te laten. Deze personen behoren tot uitgebreide families die de grote steden van de Westelijke Jordaanoever domineren. Zulke machtige families kunnen bereid zijn om te helpen bij de eliminatie van de PA, in ruil voor een corrupt patronagesysteem waarmee ze controle krijgen over hun desbetreffende steden.

Palestijnse analisten, als Samir Awad, professor politieke wetenschappen aan de Bir Zeit Universiteit in de buurt van Ramallah, hebben me verklaard dat de Israëlische en Amerikaanse visie op Palestijnse ‘autonomie’ niet veel meer is dan een systeem van tribale koninkrijkjes, die doen denken aan Afghanistan.

Er duiken al een paar Palestijnse partners op, zoals Hebron-zakenman Ashraf Jabari, die naar verluidt van plan is de conferentie in Bahrein bij te wonen. Hij en andere zakenmensen hebben stilletjes banden aangehaald met tegenhangers in de kolonistenbeweging, zoals Avi Zimmerman. Samen hebben ze een gezamenlijke kamer van koophandel opgericht die de Westelijke Jordaanoever bestrijkt.

Het zijn precies dergelijke initiatieven die door Friedman worden gepromoot en in aanmerking komen voor subsidies uit het 50 miljoen dollar fonds waarvoor het Amerikaanse Congres momenteel een wettelijk kader maakt. Uiteindelijk kunnen deze Palestijnse zakelijke “partners” een elite vormen om als ogenschijnlijk nationaal aanspreekpunt te dienen voor de internationale gemeenschap in haar omgang met het Palestijnse volk.

Het zwaard boven de Palestijnse Autoriteit

De PA hoeft niet opzij gezet te worden om het plan van Trump door te laten gaan. Maar alternatieve nationale en lokale leiders moeten door Washington worden bewerkt om te dienen als een zwaard dat boven het hoofd van de PA hangt, om ze aan te moedigen tot capitulatie, en als alternatieve heersende klasse, mocht de PA zich niet onderwerpen aan deze “deal van de eeuw”.

Kortom, Washington speelt een spelletje met Abbas en de PA. Het ligt vast dat de Palestijnen als eerste met de ogen zullen knipperen. Diep betrokken bij de visie van Washington, ook al zijn ze grotendeels uit het zicht, zijn de Arabische staten, wiens rol het is om als sterke arm te fungeren van welk Palestijnse leiderschap dan ook, dat nodig is om de ‘deal van de eeuw’ van Groot-Israël te implementeren.

De last voor het beheersen van het Israëlisch-Palestijnse conflict zal opnieuw verschuiven. Toen Israël in 1967 de Palestijnse gebieden bezette, werd het rechtstreeks verantwoordelijk voor het welzijn van de Palestijnen die er wonen.

Sinds het midden van de jaren negentig, toen het Palestijnse leiderschap mocht terugkeren onder de Oslo-akkoorden, moest de PA de taak op zich nemen de territoria rustig te houden ten bate van Israël. Nu, nadat de PA heeft geweigerd om in te stemmen met de ambities van Israël om Oost-Jeruzalem en een groot deel van de Westelijke Jordaanoever voor zichzelf in te palmen, wordt de PA steeds meer gezien als iets dat zijn houdbaarheidsdatum heeft overschreden.

In plaats daarvan moeten de Palestijnse verwachtingen misschien via andere wegen worden beheerd – via de belangrijkste Arabische staten Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Egypte en Jordanië. Of, zoals Palestijns analist Hani al-Masri onlangs opmerkte, de conferentie in Bahrein is de “voorbode van het feit dat de [Palestijnse Bevrijdingsorganisatie] als vertegenwoordiger van de Palestijnen wordt afgeschaft, waardoor de deur wordt geopend … voor een nieuw tijdperk van Arabische patronage over de Palestijnen.”

Jaren van ‘imperial overreach’

De belangrijkste verandering in de VS-benadering van het Israëlisch-Palestijnse conflict onder Trump is de urgentie van de inspanningen van Washington om de Palestijnse nationale strijd voor eens en voor altijd terzijde te schuiven.
Sinds de Zesdaagse oorlog van 1967 hadden Amerikaanse regeringen – met mogelijke uitzondering van Jimmy Carter – slechts een marginale interesse in het afdwingen van een regeling voor Israëli’s en Palestijnen. Afgezien van lippendienst aan vrede, waren ze meestal tevreden met de deelname van de twee partijen aan een asymmetrische strijd die Israël altijd bevoordeelde. Dit werd dan verkocht als ‘conflictbeheer’.

Maar na vijftien jaar van Amerikaanse imperialistische overschatting in het Midden-Oosten – en geconfronteerd met grote tegenslagen in het buitenlands beleid in Irak en Syrië en de daarmee samenhangende mislukkingen van Israël in Libanon – moet Washington zijn positie ten opzichte van rivalen en potentiële rivalen in dit olierijke gebied wanhopig consolideren.

Rusland, China, Turkije, Iran en zelfs Europa verdringen elkaar op verschillende manieren om een assertievere rol te spelen in het Midden-Oosten. Terwijl ze proberen deze invloeden tegen te gaan, willen de VS hun belangrijkste bondgenoten in de regio samenbrengen: Israël en de belangrijkste Arabische staten, geleid door Saoedi-Arabië.

Hoewel geheime contacten tussen de twee zijden al enige tijd toenemen, blijven er onopgeloste spanningen over de eis van Israël om zijn regionale superioriteit in militaire en inlichtingenaangelegenheden te mogen handhaven. Dat is duidelijk gebleken bij recente machtsschermutselingen die in Washington werd uitgespeeld.

De regering Trump heeft in mei buitengewone maatregelen afgekondigd om het Congres te omzeilen, zodat het meer dan 8 miljard dollar aan wapens kon verkopen aan Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanië. Als vergelding verklaarden Israël-gezinde Congresleiders dat ze deze wapenverkoop zouden blokkeren.

Splinter in de luchtpijp van de regio

Volgens het Witte Huis kan er weinig vooruitgang worden geboekt tot de Palestijnse splinter, die diep in de luchtpijp van het Midden-Oosten is blijven steken, wordt verwijderd. De meeste Arabische leiders geven niets om de Palestijnse zaak en zijn verbitterd over het feit dat de langdurige strijd van de Palestijnen voor erkenning van een eigen staat hun eigen omgang in de regio, met name met Iran en Israël, heeft bemoeilijkt.

Ze zouden enthousiast een volledige samenwerking met de VS en Israël in de regio omarmen, als ze het zich maar konden permitteren om dat openlijk te doen. Maar de strijd van de Palestijnen tegen Israël – en zijn krachtige symboliek in een regio die zoveel kwaadaardige westerse bemoeienis heeft meegemaakt – blijft een rem op de pogingen van Washington om nauwere en meer expliciete allianties aan te gaan met de Arabische staten.

Ernstig geval van overmoed

Als zodanig heeft de regering Trump geconcludeerd dat “conflictbeheersing” niet langer in het belang van de VS is. Het moet de Palestijnse splinter isoleren en verwijderen. Als die hindernis weg is, gelooft het Witte Huis dat het kan doorgaan met het smeden van een coalitie met Israël en de meeste Arabische staten om zijn dominantie over het Midden-Oosten te herbevestigen.

Dit alles zal waarschijnlijk veel moeilijker te bereiken zijn dan de regering Trump denkt, zoals Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo vorige week privé aangaf. Maar het zou toch verkeerd zijn om te veronderstellen dat de strategie achter Trumps “deal van de eeuw”, hoe onrealistisch ook, niet duidelijk is, zowel qua doelstellingen als qua methoden.

Het zou even verkeerd ingeschat zijn om te geloven dat dit beleid van de regering een uitzondering is. Het opereert binnen de ideologische krijtlijnen van de buitenlandpolitieke elite van Washington, zelfs als het ‘vredesplan’ van Trump zich aan de uiterste grenzen van de consensus van het establishment bevindt.

De regering Trump geniet de steun van de twee partijen in het Congres, zowel voor de verplaatsing van de ambassade naar Jeruzalem als voor economische maatregelen die de PA, een regering in wachtstand die al enorme compromissen heeft gesloten door akkoord te gaan met de staatssoevereiniteit van slechts een klein deel van het historische thuisland, dreigt te verpletteren.

Het Witte Huis van Trump lijdt ongetwijfeld aan een ernstig geval van hoogmoed met deze poging de Palestijnse zaak voorgoed te elimineren. Maar we mogen niet vergeten dat die hoogmoed, hoe gevaarlijk ook, wordt gedeeld door het grootste deel van het Amerikaanse politieke establishment.

Dit is een overname van de vertaling op de blog Vertaal Slag.

Dit artikel verscheen eerder op De Wereld Morgen