Hoe Trump het internationaal rechtssysteem viseert

minister van Buitenlandse Zaken Pompeo op de foto met Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton, President Donald J. Trump en Vice-President Mike Pence tijdens zijn eedaflegging. op 2 mei 2018 (foto: State Department)
Facebooktwittergoogle_plusmail

Het huidige internationaal politiek systeem is ontstaan uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog. Het moest voorkomen dat staten nog maar eens op grote schaal hun geschillen op het slagveld zouden uitvechten. Met de in 1945 opgerichte Verenigde Naties beschikte de wereld voortaan over een politiek forum gebaseerd op principes van multilateralisme, vrede en mensenrechten en de rechtsstaat. De Koude Oorlog gooide weliswaar roet in het eten, maar een orgaan als de VN heeft ook veel extra ellende weten voorkomen. Bovendien beschikten na de dekolonisatie, nieuwe staten over een kanaal waarlangs ze hun problemen konden aankaarten en druk konden uitoefenen. Aan het eind van de Koude Oorlog heerste er optimisme omdat er een zekere wil leek te groeien om de grote wereldproblemen (milieu, honger, armoede, ziektes, bewapening,…) gezamenlijk aan te pakken. Het multilaterale rechtssysteem met zijn waarden en normen, met al zijn imperfecties ook, heeft altijd onder druk gestaan.

Sinds de komst van President Trump is die druk toch wel van een ander karakter en grotere intensiteit. De leider van veruit de machtigste natie lijkt wel over een oorlogskabinet te heersen dat vastbesloten is om in naam van de ‘Amerikaanse soevereiniteit’ de principes van het huidige internationale rechtssysteem op de helling te plaatsen. Zoals zijn invloedrijke veiligheidsadviseur, John Bolton in 1994 – toen als VN-ambassadeur – het plastisch uitdrukte: als het VN-gebouw in New York tien verdiepingen minder telde, zou het geen enkel verschil maken.

Amerika moet terug groot worden, zo orakelde Trump al sinds zijn verkiezingscampagne. En hij doet zijn uiterste best om daar zo zijn eigen invulling aan te geven. Dat Trumpisme is geen coherente politieke doctrine. Het is eerder een manipulatieve stijl die appelleert aan ‘wit slachtofferschap’. Het gaat om een soort van ‘tegenoffensief’ dat het christelijke Amerika moet behoeden voor progressief liberalisme en culturele ‘vervuilingen’, zoals door de islam of andere ‘onwesterse’ culturen, waarden en normen. De VS moet zich daartegen wapenen wat ook letterlijk dient te worden begrepen. Bij ‘Make America Great Again” hoort bijvoorbeeld een sterk militair apparaat.

Vraag is of het ‘Amerika’ echt groot maakt. Het zou niet de eerste keer zijn in de geschiedenis dat grootheidswaanzin en streven naar absolute hegemonie, het begin van de ondergang inluidt. Dat is een vraag voor de toekomst. Belangrijker vandaag is hoe groot de schade zal zijn die Trump en de zijnen aan het internationaal rechtssysteem kunnen aanrichten en of er stevig weerwerk komt van andere naties, zoals zij die verbonden zijn binnen de Europese Unie.

Defensie

Einde maart 2019 stelde het Witte Huis voor om het defensiebudget op te trekken naar 750 miljard dollar. Niet zozeer de stijging van het budget met bijna 5% was opmerkelijk, wel wat er met de afzonderlijke posten gebeurt. De post voor overzeese militaire operaties (Afghanistan, Irak, Syrië,…) zou van 69 miljard dollar in FY 2019 moeten stijgen naar 165 miljard in 2020. Hoewel het grotendeels om een budgettaire techniek gaat omdat er – anders dan het gewone defensiebudget – geen budgettaire plafond bestaat voor oorlogsoperaties, schuilt er ook een keuze achter voor een ‘assertieve’ internationale militaire aanwezigheid.

Dat is opmerkelijk voor een president die bij het begin van zijn aantreden als een isolationist werd bestempeld. Trumps isolationisme geïnspireerd op ‘America First’ brengt hem evenwel nogal onvermijdelijk op het internationaal toneel. Het doel is om over een militaire arm te beschikken die wanneer nodig de absolute Amerikaanse soevereiniteit kan waarborgen. Daarbij hoort ook dat iedereen in de pas dient te lopen van ‘onze buitengewone’ natie. De recente oorlogsdreiging tegen Iran is daar een illustratie van. Iran moet op de knieën en daarvoor lijken alle middelen goed: van het slopen van een goed werkend internationaal nucleair akkoord tot het fabriceren van bewijzen om Iran de schuld te kunnen geven van aanvallen op tankers in de Perzische Golf. De nationale veiligheidsadviseur John Bolton en minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo, maken er geen geheim van dat ze vinden dat de VS Iran militair moet aanpakken en dat Washington daar ook het volste recht toe heeft. Dat landen als Israël en Saoedi-Arabië daarop aandringen, speelt natuurlijk ook mee. Op zich is een dergelijke oorlogspolitiek geen uitzondering in de geschiedenis van de VS. Denk maar aan de Vietnam- of Irak-oorlog.

Confrontatie met Iran

Toch schuilt er ditmaal meer achter. De confrontatie met Iran past binnen een systematische politiek van de haviken in Trumps regering om het internationaal rechtssysteem zoals dat na de Tweede Wereldoorlog gestalte kreeg, te ontmantelen en te vervangen door arbitraire macht. Hassan Rouhani won in 2013 de Iraanse presidentsverkiezingen met een mandaat om tot een akkoord te komen na lange discussies en internationale druk rond het Iraans nucleair programma. Dat was nodig omdat Iran gebukt ging onder de economische sancties. Na twintig maanden onderhandelen kwam er een akkoord uit de bus dat de leden van de VN-veiligheidsraad unaniem – dus ook met instemming van Washington – goedkeurden in resolutie 2231. Als gevolg van het akkoord kwam Iran terecht in een robuust monitoringsysteem van het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA). Het IAEA bevestigde sindsdien geregeld dat Iran de bepalingen van het nucleair akkoord (Joint Comprehensive Plan of Action – JCPOA) respecteerde. Voor Iran was het dan ook een kwestie van overleven, want resolutie 2231 beoogde ook de terugkeer van normale economische en handelscontacten en samenwerking met Iran. Alles leek in kannen en kruiken, maar dan kwam Trump.

Het gebeurt niet vaak dat een akkoord waarvan iedereen – op het Witte Huis en Israël na – zegt dat het werkt en de steun geniet van alle VN-Veiligheidsraadleden, desondanks het voorwerp wordt van een uitermate agressieve campagne om het teniet te doen. President Tump en de haviken in zijn regering trokken na maandenlange dreigementen de VS terug uit het akkoord. Washington kondigde niet alleen opnieuw sancties tegen Iran aan, maar breidde het verbod om handel te drijven met deze ‘pariastaat’ ook uit naar andere landen, dwz ook zij die het akkoord mee onderhandelden en zich er verder door gebonden achten. Zo is de absurde situatie ontstaan dat de regering Trump landen sanctioneert omdat ze zich houden aan de bepalingen van het internationaal recht. Iran zelf bleef niet alleen binnen een internationaal wettelijk kader, maar diende ook een klacht in bij het Internationaal Hof van Justitie. Er kwam een typerende minachtende reactie van minister van Buitenlandse Zaken Pompeo. Die stelde dat de uitspraak van het Hof er sowieso niet toedoet, want het is volgens de VS-minister een poging van Iran om te interfereren in de soevereine rechten van de VS. Het is nogal kronkelen in een slangenkuil om de zaken zo te draaien dat de VS zich in slachtofferrol positioneert en zijn economische agressie uiteindelijk in een positie van aantasting van soevereiniteit vertaalt. Het is net dat wat de VS immers zelf doet: het soevereine recht van andere staten ontzeggen om handel te drijven met Iran in overeenstemming met het internationaal recht.

De VS trekt zich terug uit het internationaal rechtssysteem

Het is een traditie van het Witte Huis om het internationaal recht flexibel te interpreteren en desnoods ondergeschikt te maken aan de belangen van de VS. De VS heeft nu eenmaal de macht daartoe. Denk maar aan de behandeling van terreurgevangenen die volgens de voormalige regering Bush niet als normale krijgsgevangenen onder een normaal rechtssysteem dienden te worden behandeld. De oorlog tegen Irak (2003) door diezelfde regering gebeurde onder valse voorwendselen zonder VN-mandaat. De uitzonderlijke machtsstatus van de VS zorgt er voor dat de betrokkenen sowieso niet ter verantwoording worden geroepen voor oorlogsmisdaden en oorlogsagressie die honderdduizenden de dood heeft ingejaagd. Dus neen er zijn nogal wat precedenten met zelfs veel grotere gevolgen.

En toch, onder president Trump bereikt het Amerikaanse mépris voor het internationaal rechtssysteem nieuwe hoogten. Op twee jaar tijd is een record aantal akkoorden op de helling gezet of opgezegd, worden lidmaatschappen van internationale organisaties in vraag gesteld en essentiële principes van het internationaal recht uitgehold. Geen enkel domein lijkt er aan te ontsnappen. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) ziet Trump als ‘bevooroordeeld’ ten opzichte van de VS en hij gebruikt zijn veto om er voor te zorgen dat er geen nieuwe ‘rechters’ voor het arbitragesysteem (het ‘appelate body’) worden aangesteld, wat er binnenkort toe zal leiden dat het niet meer kan functioneren. Parallel startte hij een heuse handelsoorlog met China, maar ook met de Europese Unie, Canada en andere handelsblokken of -naties. Trump trok de VS terug uit verschillende handelsakkoorden of onderhandelingen daartoe (de North American Free Trade Agreement – NAFTA, Trans Pacific Partnership – TPP, het Transatlantic Trade and Investment Partnership – TTIP,…) omdat hij vindt dat ze te weinig tegemoet kwamen aan ‘America First’. NAFTA werd uiteindelijk opnieuw onderhandeld, met het mes op de keel wel te verstaan.

Mensenrechten

Op vlak van mensenrechten was het een van zijn eerste beleidsdaden om een inreisverbod af te kondigen voor mensen uit zeven ‘moslim’ landen, zogenaamd om de VS te beschermen tegen buitenlandse terroristen, waarop een hele juridische strijd losbrak. Heel zijn migratiebeleid speelt op het randje van mensenrechtenverdragen. Denken we maar aan de praktijk van maandenlange scheiding van minderjarige vluchtelingen van hun moeders in de opvangcentra.

Mensenrechten en internationaal recht zijn geen prioriteit voor Trump en co en dat maken ze ook heel erg duidelijk. Midden 2018 trok de VS zich als eerste land ooit terug uit de VN-Mensenrechtenraad omwille van “vooroordelen tegen Israël”. Kort nadien kondigt de Amerikaanse Veiligheidsadviseur John Bolton aan dat de VS de financiering van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten zal terugschroeven. Reden zijn kritische rapporten – o.m. over armoede – waarin de VS wordt genoemd. In januari 2019 van dit jaar beëindigde de VS ook het lidmaatschap (samen met Israël) van UNESCO (VN-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur) omwille van de kritiek die de VN-organisatie uitoefende op de bezettingspraktijken in Oost-Jeruzalem. In een adem werd UNWRA (de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen) op droog zaad gezet, waardoor de werking van de organisatie in de Palestijnse Bezette Gebieden in het gedrang kwam. De regering Trump telt nogal wat rabiate zionisten die over de hele lijn resoluut de kaart van Israël trekken zoals blijkt uit de erkenning van Jeruzalem als officiële Israëlische hoofdstad en de daaropvolgende verhuis van de VS-ambassade naar de stad, wat flagrant in strijd is met verschillende VN-resoluties die heel duidelijk maken dat Oost-Jeruzalem bezet gebied is. In maart van dit jaar doet de regering Trump er nog een schep bovenop door de Israëlische annexatie van de Syrische Golanhoogte, een berggebied dat sinds 1967 bezet is, te erkennen. Opnieuw een aanfluiting van het internationaal recht. Het is de verwachting dat hetzelfde gauw zal gebeuren met een deel van de Palestijnse gebieden als onderdeel van een cynisch aangekondigd Amerikaanse ‘vredesplan’. Premier Netanyahu beloonde de VS-president alvast door een nieuwe nederzetting op de Golan de naam ‘Trump Heights’ te geven.

Trumps eigen waarheid

President Trump maakt niet alleen zijn eigen regels, hij hanteert ook een eigen ‘waarheid’. In augustus 2017 bijvoorbeeld kondigde Trump de terugtrekking van de VS uit het klimaatakkoord van Parijs aan. Er is geen sprake van klimaatwijzigingen, volgens een van zijn vele zelfgefabriceerde waarheden wars van de werkelijkheid of de wetenschap. Zopas heeft hij in zijn land de aanval ingezet op die wetenschap zelf door de manier van rapporteren over klimaatveranderingen politiek bij te sturen, zoals bv klimaatmodellen die maar tot 2040 projecties maken ipv tot 2100. Toen hij aantrad beschouwde hij het officiële milieu-agentschap (Environmental Protection Agency) als een ‘diepe staat’ waarop hij een klimaatscepticus aan het hoofd ervan plaatste om het defacto te ontmantelen. Tegelijk bedient hij natuurlijk de energielobby en de kolenindustrie.

Idem voor de wapenindustrie die in Trump een heel belangrijke bondgenoot vindt. Een stijgend defensiebudget is kassa voor de wapenindustrie. Het opzeggen van het INF-akkoord (met Rusland over middellange afstandsraketten) komt producenten van kernwapens toevallig goed uit. Eind april 2019 hield Donald Trump een toespraak voor de wapenlobby, de machtige National Rifle Association, waarin hij aankondigde dat de VS zich zouden terugtrekken uit het VN-Wapenhandelverdrag. Volgens Trump zal hij “nooit toestaan dat buitenlandse bureaucraten de vloer aanvegen met uw vrijheid in het Tweede amendement” en dat “we nooit de Amerikaanse soevereiniteit zullen overleveren aan iemand”. Het uit 1791 stammende tweede amendement geeft individuen het recht op het bezitten en dragen van wapens, een principe dat in de VS breed wordt ingevuld. Dat veroorzaakt heel veel debat in een land waar jaarlijks 40.000 mensen door wapens worden gedood. Maar anders dan Trump beweert, legt het VN-Wapenhandelverdrag helemaal geen beperkingen op aan de VS-soevereiniteit en zorgt het er niet voor dat welke buitenlandse regering ook inspraak krijgt in de Amerikaanse wapenwetgeving. Wat het wel doet is de internationale handel in conventionele wapens ter waarde van 70 miljard dollar reguleren om regeringen ertoe aan te zetten geen wapens meer te leveren aan oorlogsmisdadigers, schenders van het internationaal humanitair recht, terroristen, aan instabiele regio’s of aan landen die het VN-wapenembargo schenden.

Er gaat geen dag voorbij of Trump vaart uit tegen de ‘Fake News Media’. Maar er is waarschijnlijk geen enkele VS-president die na een halve ambtstermijn zoveel leugens en halve waarheden op de wereld heeft losgelaten. De tweets worden door zijn aanhangers massaal verder verspreid zodat er een parallel universum ontstaat. Leugens worden gecombineerd met slachtofferschap, patriottisme en toxisch ‘exceptionalisme’ die de VS boven het internationaal recht plaatst en waarbij het er soms erg agressief aan toe kan gaan.

Aanval op het Internationaal Strafhof

Dat is niet alleen de ervaring van ‘schurkenstaten’ zoals Iran of Syrië. Ook diplomaten en rechters krijgen er soms stevig van langs. In december 2017 kondigde Fatou Bensouda, de hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof (ICC) een onderzoek aan naar mogelijke oorlogsmisdaden in de Afghaanse oorlog en ook naar de ‘black sites’ van de CIA in andere landen. Daar werden in de beginjaren van de ‘oorlog tegen de terreur’ vijandige strijders’ vastgehouden en gefolterd. Hoewel de VS het ICC niet erkennen stelt dat zijn onderdanen niet vrij van vervolging voor misdaden begaan in derde landen die wel het ICC erkennen, zoals in dit geval Afghanistan, Polen, Roemenië en Litouwen. Enkele maanden later reageerde Veiligheidsadviseur Bolton met een niet mis te verstane dreigement: “De VS zal alle noodzakelijk middelen gebruiken om onze burgers en deze van onze bondgenoten te beschermen tegen de onrechtvaardige vervolging van dit onwettig Hof” en om zijn woorden kracht bij te zetten: “We zullen zijn rechters en openbare aanklagers verbieden de Verenigde Staten binnen te komen. We zullen hun geld in het Amerikaanse financiële systeem sanctioneren en we zullen hen vervolgen in het Amerikaanse strafrechtsysteem. We zullen hetzelfde doen voor elk bedrijf of elke staat die zijn medewerking verleent aan een ICC-onderzoek tegen Amerikanen.”

En de EU?

Binnen de Europese Unie heerst er ongetwijfeld heel wat ongenoegen over het eigengereide optreden van de Amerikaanse president en de ondermijning van het rechtssysteem zoals dat sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog, met vallen en opstaan en met alle imperfecties het leven op de planeet probeert te organiseren. Veel overtuiging legt de EU niet aan de dag. In dossiers als Iran of de Israëlische bezetting weigert de EU volop te gaan voor de nochtans zelfverklaarde steun aan het internationaal recht. Het blijft vooral bij lippendienst en is het toezien hoe een paar haviken de VN en de principes waarvoor het staat blijven aanvallen en discrediteren. Een deel van het probleem is dat de EU inmiddels ook een aantal populistische collega’s van Trump kent, die hetzelfde discours en hetzelfde eigen-volk-eerst-principe voorstaan. Toch mag dit niet beletten dat de overige landen het heel duidelijk en assertief opnemen voor de Verenigde Naties. Dat die moet hervormd worden, ja, maar zonder deze internationale instelling wordt de wereld nog meer een chaos. Het VN-Handvest, dat dit jaar 75 jaar geleden is opgesteld, is een te waardevolle basistekst voor het internationale recht, om het zomaar te laten afbreken. Er zou elke dag voor gevochten moeten worden.